Gedragingen reeds in civiele procedure beoordeeld Gepost op 22 februari 2023 te 14:20.Geschreven door olavwagenaar TRB-2022-4803-HV-2 Herzieningsbeslissing, 18 januari 2023 Vervolg op TRB-2022-4803-HV-1 De Algemeen directeur heeft naar aanleiding van de aangehouden herzieningsbeslissing van 9 oktober 2022 nader onderzoek gedaan. De Algemeen directeur is na het onderzoek wederom tot de conclusie gekomen dat de oud bankmedewerker geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De gedragingen van de bankmedewerker zijn in de civiele procedure beoordeeld. Dat melders teleurgesteld zijn over de uitkomst hiervan, rechtvaardigt geen herziening van de beslissing van de Algemeen directeur. De voorzitter oordeelt dat de gedragingen van de bankmedewerker niet van dien aard zijn dat er redenen zijn hierover in een tuchtrechtprocedure een oordeel te geven. De uitspraak vind je hier.
Onvolkomenheden in dossiers; niet voldaan aan werkinstructies inzake dossierbeheer Gepost op 15 februari 2023 te 14:07.Geschreven door widadbiesbrouck TRB-2022-4776-AD Algemeen directeur, 17 november 2022 TRB-2023-4776-HV Herzieningsbeslissing, 10 januari 2023 TRB-2023-4776-TC Tuchtcommissie, 26 juli 2023 Beslissing Algemeen directeur. De bank heeft in 51 dossiers van beëdigde onvolkomenheden geconstateerd. De Algemeen directeur heeft de zaak geseponeerd, omdat volgens hem de kwestie zich met name afspeelt in de arbeidsrechtelijke sfeer. Er was een nieuwe werkwijze die voor beëdigde vanwege persoonlijke omstandigheden lastig was eigen te maken. De dossiers met onvolkomenheden speelden in die periode. De bank heeft verzocht deze beslissing van de Algemeen directeur te herzien. Beslissing in herziening. De voorzitter van de tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek toe. De bank heeft voldoende gemotiveerd gesteld dat beëdigde gedragingen heeft verricht die in strijd zijn met de bankierseed. Het onderzoek naar mogelijke witwasactiviteiten van klanten is met waarborgen omkleed en van bankmedewerkers wordt verwacht dat zij hun werkzaamheden in overeenstemming hiermee uitvoeren. Het oordeel van de Algemeen directeur gaat ten onrechte hier aan voorbij. De Algemeen directeur wordt opgedragen binnen drie maanden een klacht voor te leggen aan de tuchtcommissie. Uitspraak tuchtcommissie. Verweerder was werkzaam in een functie waarin hij adviseerde over de beëindiging van klantrelaties. Verweerder had zijn dossiers onvoldoende op orde, terwijl zijn werkzaamheden juist een zorgvuldige uitvoering en adequaat dossierbeheer vergden. Potentieel bracht het handelen van verweerder onaanvaardbare risico’s met zich, waaronder het risico op sancties van de toezichthouder(s) en reputatieschade voor de bank. Dat de risico’s zich niet hebben verwezenlijkt doet hieraan niet af. Ditzelfde geldt voor de bijzondere persoonlijke omstandigheden waarin verweerder verkeerde. Op dit punt van de persoonlijke omstandigheden overweegt de Tuchtcommissie Banken dat, (mede) gezien het langdurige dienstverband van verweerder, van hem had mogen worden verwacht dat hij (zelf) tijdig zijn leidinggevende zou inschakelen op het moment dat hij zijn werk niet meer aankon. Al met al concludeert de tuchtcommissie dat verweerder gedragsregels 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden gedragscode heeft geschonden en dat oplegging van een voorwaardelijk beroepsverbod voor de duur van twee maanden passend en geboden is. NB: in de herzieningsbeslissing staat abusievelijk het meldingsnummer 4766 in plaats van 4776 vermeld. Zie hier de beslissing van de Algemeen directeur. Zie hier de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken. Zie hier de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken.
Brief bankmedewerker gebruikt door bank in civiele procedure – herzieningsverzoek aangehouden Gepost op 22 november 2022 te 16:03.Geschreven door widadbiesbrouck TRB-2022-4803-AD Algemeen Directeur, 11 augustus 2022 en TRB-2022-4803-HV-1 Herzieningsbeslissing, 9 oktober 2022 De melding ziet op de inhoud van een brief die de oud-bankmedewerker heeft geschreven op verzoek van de bank. Die brief is gebruikt in een civiele procedure tussen de bank en de melders. De Algemeen directeur doet geen nader onderzoek naar de melding. De gedraging van de oud-bankmedewerker staat naar het oordeel van de Algemeen directeur in een te ver verwijderd verband met de functie die de oud-bankmedewerker voor zijn pensioen bij de bank had. Dit betekent dat de gedraging naar oordeel van de Algemeen directeur niet onder het bereik van het bancaire tuchtrecht valt. De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De voorzitter van de tuchtcommissie heeft het herzieningsverzoek aangehouden. De voorzitter van de Tuchtcommissie is van oordeel dat er nog een aantal belangrijke vragen onbeantwoord blijven. De voorzitter van de tuchtcommissie geeft de Algemeen directeur de gelegenheid om nader onderzoek te doen en binnen twee maanden schriftelijk te reageren op het herzieningsverzoek. Zie hier de beslissing van de Algemeen directeur. Zie hier de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken. bij beslissing van 18 januari 2023 heeft de voorzitter van de tuchtcommissie de herziening afgewezen
Communicatie door bankmedewerkster rond identificatieproces II – herzieningsverzoek afgewezen Gepost op 22 november 2022 te 15:45.Geschreven door widadbiesbrouck TRB-2022-4786-AD Algemeen Directeur, 3 augustus 2022 TRB-2022-4786-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 9 oktober 2022 De melding ziet op de communicatie door de bankmedewerkster rond het identificatieproces van de bank. De Algemeen directeur doet geen nader onderzoek naar de melding omdat hij van mening is dat niet is gebleken dat de bankmedewerkster bij de afhandeling van de klacht een onzorgvuldige afweging van belangen heeft gemaakt. Evenmin kan worden geconcludeerd dat de bankmedewerkster in haar e-mails aan de melder onzorgvuldig en onduidelijk heeft gecommuniceerd. Verder heeft de bankmedewerkster namens de bank excuses aangeboden voor het niet beantwoorden van vragen van de melder. De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie heeft het herzieningsverzoek afgewezen. De voorzitter is het eens met de Algemeen directeur dat niet is gebleken dat de bankmedewerker tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2022-4786-AD Download hier de uitspraak van de Voorzitter van de Tuchtcommissie: TRB-2022-4786-HV
Communicatie door bankmedewerker rond identificatieproces I – herzieningsverzoek afgewezen Gepost op 22 november 2022 te 14:03.Geschreven door widadbiesbrouck TRB-2022-4785-AD Algemeen directeur, 3 augustus 2022 en TRB-2022-4785-HV Herzieningsbeslissing, 9 oktober 2022 De melding ziet op de communicatie door de bankmedewerkster rond het identificatieproces van de bank. De Algemeen directeur doet geen nader onderzoek naar de melding omdat het niet op zijn weg ligt om een oordeel te geven over de vraag of de wijze waarop de bank haar identificatieprocedure heeft vormgegeven in overeenstemming is met wet- en regelgeving. Eveneens is uit de melding niet gebleken dat de bankmedewerkster heeft gedreigd en/of inconsistent en onredelijk is geweest in haar communicatie naar de melder. De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie heeft het herzieningsverzoek afgewezen. De melder stelt dat de e-mails van de bankmedewerkster onduidelijk waren, dat zij niet klantvriendelijk is geweest door het uitblijven van een reactie op e-mails en dat zij toezeggingen niet is nagekomen. De voorzitter is het eens met de Algemeen directeur dat niet is gebleken dat beëdigde tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zie hier de beslissing van de Algemeen directeur. Zie hier de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken.
Juistheid uitgaan van stelselsaldo betreft civiele kwestie – herzieningsverzoek afgewezen Gepost op 8 november 2022 te 15:23.Geschreven door widadbiesbrouck TRB-2022-4805-AD Algemeen Directeur, 29 augustus 2022 en TRB-2022-4805-HV Herzieningsbeslissing, 18 oktober 2022 De melding houdt in dat de bankmedewerker onterecht zou hebben verklaard dat er onvoldoende saldo op de rekening van een Openbaar Lichaam ten laste van wie melder derdenbeslag had gelegd, stond. De Algemeen Directeur begrijpt dat de bankmedewerker is afgegaan op een e-mail van een collega. Dat de bankmedewerker zich door deze informatie heeft laten leiden, acht de Algemeen Directeur niet onbegrijpelijk en niet onjuist. De bankmedewerker heeft vervolgens in haar correspondentie telkens op een behoorlijke wijze op e-mails en vragen van melder gereageerd en waar mogelijk uitleg gegeven. Of de bankmedewerker (of haar collega) terecht is uitgegaan van het stelselsaldo van de bankrekeningen van de schuldenaar en van verrekening, is niet aan de Algemeen Directeur om over te oordelen. Dat oordeel is aan de burgerlijke rechter. Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De voorzitter is met de Algemeen Directeur van oordeel dat de vraag of de bankmedewerker terecht is uitgegaan van het stelselsaldo thuishoort in de civiele procedure die melder tegen de bank heeft aangespannen. De kantonrechter heeft zich over die vraag niet uitgelaten omdat de vorderingen van melder op andere gronden niet toewijsbaar zijn. Dat brengt echter niet mee dat het aan de Algemeen Directeur zou zijn zich hierover een oordeel te vormen. Tegen de achtergrond van het vonnis van de kantonrechter mist melder bovendien een te respecteren belang bij de melding. Zie hier de beslissing van de Algemeen directeur. Zie hier de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken.
Melding onvoldoende onderbouwd Gepost op 18 oktober 2022 te 16:12.Geschreven door widadbiesbrouck TRB-2022-4758-AD Algemeen directeur, 5 juli 2022 en TRB-2022-4758-HV Herzieningsbeslissing, 29 augustus 2022 De melding houdt in dat de beëdigde niet integer zou hebben gehandeld en zich niet zou hebben ingespannen het vertrouwen in de financiële sector te behouden door compliance meldingen te negeren en door te dreigen met het opzeggen van de kredietrelatie. Daarnaast houdt de melding in dat sprake is van belangenverstrengeling omdat de beëdigde bevriend zou zijn met de statutair directeur. De Algemeen directeur heeft de melding geseponeerd omdat melder onvoldoende heeft onderbouwd dat (concrete) compliance meldingen de beëdigde hebben bereikt. Verder is niet gebleken dat de beëdigde heeft gedreigd maar slechts de gevolgen van de ontstane conflictsituatie heeft geschetst, waaronder het intrekken van de financiering door de bank. Ook heeft melder onvoldoende onderbouwd dat de beëdigde partijdig is geweest of de schijn daarvan heeft gewekt. De conclusie is dat de beëdigde geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De voorzitter kan zich vinden in de beslissing van de Algemeen directeur en de gronden die hij daarvoor aanvoert. De voorzitter ziet geen aanleiding de Algemeen directeur te vragen nader onderzoek te doen. Zie hier de beslissing van de Algemeen directeur. Zie hier de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken.
Onvoldoende aanleiding een tuchtrechtelijk onderzoek te starten – herzieningsverzoek afgewezen Gepost op 18 oktober 2022 te 16:04.Geschreven door widadbiesbrouck TRB-2022-4646-AD t/m TRB-2022-4651-AD Algemeen directeur, 21 april 2022 TRB-2022-4646-HV t/m TRB-2022-4651-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 20 juli 2022 Melders, handelend in hun hoedanigheid van curator, zijn van mening dat de bankmedewerkers bij de afwikkeling van een faillissement bewust en onterecht de bevindingen in een rapport tijdens de procedures die volgden op het faillissement verzwegen hebben. De Algemeen directeur doet geen nader onderzoek naar de melding. De Algemeen directeur oordeelt dat het advies van de advocaat van de banken, als specialist en advocaat, het bewuste rapport niet in de procedures in te brengen leidend was en dat de bankmedewerkers erop mochten vertrouwen dat de geadviseerde handelwijze verdedigbaar was. Verder is onvoldoende aannemelijk geworden dat de bankmedewerkers een rol hadden bij het innemen van stellingen in de procedure en jegens schuldeisers. Ook is volgens de Algemeen directeur onvoldoende aannemelijk geworden dat de bankmedewerkers de belangen van de overige schuldeisers onvoldoende hebben meegewogen, waarbij de Algemeen directeur heeft gewezen op de bijzondere positie van de afdeling bijzonder beheer van de banken. De melders zijn in herziening gegaan. De voorzitter van de Tuchtcommissie kan zich vinden in de beslissing van de Algemeen directeur en ziet onvoldoende aanleiding een tuchtrechtelijk onderzoek te starten. Zij voegt daaraan toe dat de vraag of het rapport ingebracht had moeten thuishoort in de civiele procedures tussen partijen en inmiddels ook in die civiele procedures is beantwoord. De bancaire tuchtprocedure leent zich niet voor het beantwoorden van vragen die in hoofdzaak verweven zijn met een weging van factoren in een andere procedure. Link naar de beslissingen van de Algemeen directeur: TRB-2022-4646-AD; TRB-2022-4647-AD; TRB-2022-4648-AD; TRB-2022-4649-AD; TRB-2022-4650-AD; TRB-2022-4651-AD. Link naar de beslissingen van de Voorzitter van de Tuchtcommissie: TRB-2022-4646-HV t/m TRB-2022-4651-HV.
Melding onvoldoende onderbouwd Gepost op 2 augustus 2022 te 14:15.Geschreven door widadbiesbrouck TRB-2022-4638-AD Algemeen Directeur, 10 mei 2022 TRB-2022-4638-HV Herzieningsbeslissing, 15 juli 2022 De melding houdt in dat de bankmedewerker onethisch zou hebben gehandeld. De bankmedewerker was leidinggevende van melder en had volgens melder gezien zijn functie een zakelijk contact van de bank erop moeten wijzen dat diens bedrijf geen opdracht van de bank had gekregen en voor eigen rekening en risico bezig was. Ook had de bankmedewerker volgens melder voor hem moeten opkomen in het door de bank naar melder ingesteld onderzoek. De Algemeen Directeur heeft de melding afgewezen omdat melder onvoldoende heeft onderbouwd waarom de bankmedewerker had moeten ingrijpen. Verder was de bankmedewerker niet betrokken bij het onderzoek naar melder, zodat de Algemeen Directeur niet inziet dat de bankmedewerker van het uitblijven van hulp aan melder een tuchtrechtelijk verwijt zou kunnen worden gemaakt. Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht. De plaatsvervangend voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De plaatsvervangend voorzitter ziet in wat melder schrijft onvoldoende onderbouwing dat de bankmedewerker verkeerde in een positie of bepaalde wetenschap had die maakt dat hij anders had moeten handelen dan hij kennelijk heeft gedaan. Zie hier de beslissing van de Algemeen Directeur. Zie hier de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie.
Onvoldoende aannemelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen Gepost op 2 augustus 2022 te 14:09.Geschreven door widadbiesbrouck TRB-2022-4632-AD Algemeen Directeur, 10 mei 2022 TRB-2022-4632-HV Herzieningsbeslissing, 15 juli 2022 De melding houdt in dat de bankmedewerker onethisch zou hebben gehandeld tijdens een door hem uitgevoerd onderzoek naar melder. De Algemeen Directeur heeft de melding afgewezen omdat er onvoldoende aanleiding is te veronderstellen dat de bankmedewerker bij het naar melder uitgevoerde onderzoek niet conform opdracht dan wel onzorgvuldig heeft gehandeld. Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht. De plaatsvervangend voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De plaatsvervangend voorzitter is het met de Algemeen Directeur eens dat er onvoldoende aanwijzingen zijn die rechtvaardigen dat een tuchtrechtelijk onderzoek naar de bankmedewerker wordt gestart. Er is onvoldoende aanleiding te concluderen dat de bankmedewerker in de uitvoering van zijn werk mogelijk gedragsregels heeft geschonden. Zie hier de beslissing van de Algemeen Directeur. Zie hier de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie.