Onvoldoende aanknopingspunten dat de bankmedewerker tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Deel deze pagina

TRB-2022-4757
Algemeen Directeur, 22 maart 2022
Herzieningsbeslissing, 13 mei 2022

Volgens de melder heeft de bankmedewerker vertrouwelijke informatie niet geheim gehouden door een brief binnen de bank door te zetten naar een collega. De bankmedewerker zou verder geweigerd hebben deel te nemen aan een gesprek met melder en compliance signalen niet hebben laten onderzoeken.

De Algemeen Directeur heeft de melding afgewezen omdat van een bankmedewerker met zijn functie niet kan worden verwacht dat hij/zij persoonlijk brieven van klanten beantwoordt en zonder meer op verzoeken van klanten ingaat. Ook  is het niet onzorgvuldig dat de brief is doorgezet en was het gelet op de ontbrekende onderbouwing  niet onbegrijpelijk dat er niet een compliance onderzoek is gestart.  De Algemeen Directeur concludeert dat onvoldoende aannemelijk is dat de bankmedewerker een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken.

Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht.

De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De voorzitter kan zich verenigen met de gronden die de Algemeen Directeur heeft aangedragen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de bankmedewerker is niet gebleken.

Download volledige uitspraak .PDF Download volledige uitspraak .PDF