Opmerking ter onderbouwing juridisch standpunt – herzieningsverzoek afgewezen Gepost op 16 maart 2020 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2020-4458-AD Algemeen directeur, 3 maat 2020 TRB-2020-4458-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 16 maart 2020 Volgens een klant van de bank heeft een bankmedewerker tijdens een procedure bij Kifid niet integer gehandeld. De bankmedewerker zou, door te verklaren dat de klant een periode heeft stilgezeten, met opzet alle fatsoensnormen hebben overschreden. De Algemeen directeur doet geen nader onderzoek naar de melding en legt geen klacht voor aan de Tuchtcommissie Banken. De melding heeft betrekking op de inhoud van een processtuk. Procespartijen, waaronder de bank, moeten zich in beginsel vrij kunnen verweren. Het voert te ver om het waarheidsgehalte van uitlatingen van een procespartij te onderzoeken. De melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De bankmedewerker heeft de opmerking gemaakt als onderdeel van haar juridische verweer namens de bank. De opmerking diende ter onderbouwing van een juridisch standpunt. De bankmedewerker heeft de grenzen van de gedragsregels behorend bij de bankierseed niet overschreden. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-202-4458-AD Download hier de de uitspraak van de Voorzitter van de Tuchtcommissie: TRB-2020-4458-HV
Doen eigen bankzaken met behulp systemen bank – herzieningsverzoek toegewezen Gepost op 16 maart 2020 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2020-4327-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 16 maart 2020 Vervolg op sepotbeslissing van de Algemeen directeur van 6 februari 2020 (TRB-2020-4327-AD). De melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek toe. Het belang van naleving van de gedragsregels en de toetsing daarvan door de Tuchtcommissie zijn in dit geval doorslaggevend. Aan de bankensector moet duidelijkheid worden gegeven over de vraag welke gevolgen worden verbonden aan het handelen in strijd met de gedragsregels wanneer alle omstandigheden die daarbij in een specifieke situatie aan de orde zijn, in aanmerking worden genomen. De Algemeen directeur wordt opgedragen binnen een termijn van vier maanden een klacht voor te leggen bij de Tuchtcommissie. Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2020-4327-HV
Communicatie stopzetten krediet – herzieningsverzoek afgewezen Gepost op 20 februari 2020 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2019-4414-AD Algemeen directeur, 31 oktober 2019 TRB-2019-4414-TC Voorzitter Tuchtcommissie, 20 februari 2020 De bank informeert een klant over het stopzetten van een rekeningcourant-krediet. Volgens de klant heeft een bankmedewerker in de communicatie gelogen door te stellen dat hij weigerde medewerking te verlenen aan de afbouw van het krediet. De klant wilde langskomen bij de bank voor een gesprek, maar dit werd door de bankmedewerker afgehouden. De Algemeen directeur wijst de melding af. Het conflict over de beslissing over het stopzetten van het krediet betreft een conflict met de bank. Dat de bankmedewerker persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, volgt niet uit de melding. Uit de communicatie blijk niet dat de bankmedewerker heeft gelogen. De bankmedewerker heeft andere opties dan een persoonlijk gesprek (zoals beeldbankieren) aangeboden voor overleg. Het is daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de bankmedewerker het verzoek tot een persoonlijk gesprek niet heeft gehonoreerd. De melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De voorzitter is van oordeel dat een door deze bankmedewerker verzonden brief zich niet verhoudt tot een eerder verzonden brief. De eerder gegeven mogelijkheid tot bespreking van het opzeggen van het krediet werd in deze latere brief niet meer gegeven. Omdat de bank het krediet eenzijdig opzegt en vanwege de financiële consequenties voor de klant mag worden verwacht dat de bank met bijzondere zorgvuldigheid omgaat met de belangen van de klant. Dat het niet mogelijk bleek een persoonlijk gesprek te voeren en dat dit slechts via beeldbankieren kon, is niet klantvriendelijk. Dit leidt echter niet tot herziening van de beslissing in verband met het volgende. Nadat de klant een klacht had ingediend bij de bank, werd alsnog aan hem een uitnodiging gestuurd voor een gesprek met de bankmedewerker of een collega. Dit gesprek is ook bedoeld om alternatieven voor het stopzetten van het krediet te bespreken. Omdat de bank de nodige stappen zal zetten, bestaat onvoldoende aanleiding een tuchtrechtelijke procedure te beginnen. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2019-4414-AD Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2019-4414-HV
Handelingen bankmedewerker bij persoonlijk krediet – herzieningsverzoek afgewezen Gepost op 13 januari 2020 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2019-4404 Algemeen directeur, 30 oktober 2019 TRB-2020-4404-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 13 januari 2020 Volgens een klant van de bank heeft een bankmedewerker bij het afsluiten van een persoonlijke lening zich niet gehouden aan wet- en regelgeving. De klant stelt verder dat de bankmedewerker ten onrechte vertrouwelijke informatie heeft gedeeld met haar moeder. Tot slot zou de bankmedewerker bij de rechter-commissaris niet de waarheid hebben gesproken als getuige. De Algemeen directeur doet geen nader onderzoek naar de melding en legt geen klacht voor aan de Tuchtcommissie Banken om de volgende redenen. Het afsluiten van de lening heeft plaatsgevonden in 2014 en daarmee voor de invoering van de bankierseed. Daarom kan de gedraging niet tuchtrechtelijk worden getoetst. Het delen van de informatie met de moeder vond plaats ongeveer vijf jaar voor de melding en vond mede op initiatief van de melder plaats. De verklaringen die door de bankmedewerker bij de rechter-commissaris zijn opgelegd zijn reeds aan een rechterlijke toetsing onderworpen. De melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. Gedragingen van bankmedewerkers die hebben plaatsgevonden voordat zij de bankierseed hebben afgelegd, worden niet onder het bancaire tuchtrecht getoetst. Het is niet aannemelijk geworden dat de verklaringen die de bankmedewerker bij de onderzoeksafdeling van de bank en bij de rechter-commissaris heeft afgelegd bewust niet naar waarheid zijn geweest. Ten aanzien van het delen van de informatie met de moeder onderschrijft de voorzitter van de Tuchtcommissie de beslissing van de Algemeen directeur. Dat de melder geen machtiging heeft gegeven, maakt dat niet anders omdat een machtiging niet altijd is vereist. Het is ook niet gebleken dat de melder nadeel heeft ondervonden. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur van 30 oktober 2019: TRB-2020-4404-AD Download hier de herzieningsbeslissing van 13 januari 2020: TRB-2020-4404-HV
Ontzegging toegang bank, herzieningsverzoek afgewezen Gepost op 22 november 2019 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2019-4416-AD Algemeen directeur, 16 oktober 2019 TRB-2019-4416-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 22 november 2019 De melding houdt in dat de melder de toegang wordt geweigerd tot de bank en dat sprake is van pesten, treiteren en discriminatie. De Algemeen directeur wijst de melding af omdat een voldoende nauwkeurige aanduiding van de betrokken bankmedewerker ontbreekt. De Algemeen directeur overweegt verder dat als de betrokken medewerker wel voldoende was aangeduid, dit niet zou leiden tot een onderzoek. Uit de melding volgt namelijk onvoldoende wat het persoonlijk aandeel van betrokken bankmedewerker is geweest bij het weigeren van de toegang tot het bankkantoor. De melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De voorzitter is het met de melder eens dat met gering onderzoek de betrokken bankmedewerker zou kunnen worden geïndividualiseerd. In die zin heeft de melder de bankmedewerker voldoende nauwkeurig aangeduid. De kwestie waarover de melding gaat, leent zich echter niet voor een beoordeling door de tuchtrechter. De Tuchtcommissie kan niet beoordelen of de bank terecht de melder de toegang weigert. Dit betreft een beslissing van de bank. Van een verwijtbare gedraging van de bankmedewerker is niet gebleken. Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: TRB-2019-4416-AD Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2019-4416 -HV
Geen voortzetting hypothecaire lening – herzieningsverzoek afgewezen Gepost op 28 oktober 2019 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2019-4331-AD, TRB-2019-4342-AD, TRB-2019-4343-AD, TRB-2019-4344-AD en TRB-2019-4345-AD Algemeen directeur, 31 juli 2019 TRB-2019-4331-HV, TRB-2019-4342-HV, TRB-2019-4343-HV, TRB-2019-4344-HV en TRB-2019-4345-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 28 oktober 2019 Melder heeft meldingen ingediend gericht tegen vijf bankmedewerkers. Deze meldingen hebben betrekking op de behandeling van het verzoek van melder om een hypothecaire lening na het overlijden van haar echtgenoot voort te zetten. Onderdeel van de klacht is dat deze bankmedewerkers niet hebben ingestemd met die voortzetting. De Algemeen Directeur heeft deze meldingen afgewezen en per melding te kennen gegeven wat de redenen daartoe zijn. Melder heeft van alle beslissingen herziening gevraagd. De voorzitter van de Tuchtcommissie heeft de herzieningsverzoeken afgewezen. De voorzitter stelt voorop dat het bancaire tuchtrecht niet is bedoeld om een zakelijke beslissing van de bank inhoudelijk te toetsen. De bankmedewerkers hebben namens de bank het standpunt hebben ingenomen dat de bank niet verplicht is mee te werken aan de voortzetting van de hypothecaire lening. Dat melder het niet eens is met deze beslissing, maakt niet dat de bankierseed is geschonden. Dat de bankierseed mede inhoudt dat het klantbelang centraal moet worden gesteld, betekent niet dat de bank de klant in het gelijk moet stellen als zij het niet met de klant eens is. Verder is niet gebleken dat de bankmedewerkers bij de behandeling van het dossier van melder onzorgvuldig, of anderszins in strijd met de bankierseed te werk zijn gegaan. Evenmin is van intimidatie gebleken. Download de beslissingen van de Algemeen Directeur hier: TRB-2019-4331-AD, TRB-2019-4342-AD, TRB-2019-4343-AD, TRB-2109-4344-AD en TRB-2109-4345-AD Download de herzieningsbeslissing hier: TRB-2019-4331-HV en TRB-2109-4342-HV, TRB-2019-4343-HV, TRB-2019-4344-HV en TRB-2019-4345-HV
Informatieverstrekking klachttermijn Kifid – Meldingen afgewezen, herzieningsverzoeken afgewezen. Gepost op 24 september 2019 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2019-4363-AD en TRB-2019-4364-AD Algemeen Directeur, 26 augustus 2019 TRB-2019-4363-HV en TRB-2019-4364-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 24 september 2019 De Algemeen directeur doet geen nader onderzoek naar twee meldingen van dezelfde melder omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de bankmedewerkers tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld. Volgens de melder had de eerste bankmedewerker onjuiste informatie verstrekt over de termijn waarbinnen een klacht kan worden ingediend bij Kifid. De tweede bankmedewerker die de daarover door de melder ingediende klacht heeft behandeld, heeft volgens de melder een onjuiste beslissing genomen. Het klantbelang zou daardoor niet centraal zijn gesteld. De melder heeft om herziening van deze beslissingen verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst de herzieningsverzoeken af. De bankmedewerkers hebben niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De eerste bankmedewerker heeft geen onjuiste termijn voor het indienen van een klacht bij Kifid vermeld. Dat de melder met betrekking tot de beslissing op zijn klacht het niet eens is met de conclusies van de tweede bankmedewerker, maakt niet dat deze bankmedewerker de bankierseed heeft geschonden. Dat de bankmedewerker het klantbelang centraal moet stellen, betekent niet dat hij in een geschil de klant telkens gelijk moet geven. Download hier de beslissingen van de Algemeen Directeur: TRB-2019-4363-AD en TRB-2019-4364-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2019-4363-HV en TRB-2019-4364-HV
Zakelijke e-mail gebruikt voor privézaak – Sepot, herzieningsverzoek afgewezen. Gepost op 21 augustus 2019 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2019-4350-AD Beslissing Algemeen directeur 1 augustus 2019 TRB-2019-4350-HV Voorzitter Tuchtcommissie Banken 21 augustus 2019 De beëdigde heeft met gebruikmaking van haar e-mailadres van de bank een e-mail verzonden. De e-mail had betrekking op een privéaangelegenheid en werd afgesloten met de opmerking dat deze vanaf de werkplek werd verstuurd. Deze e-mail is bij de stukken gevoegd in een civielrechtelijke procedure, waarbij de echtgenote van de melder belanghebbende was. De Algemeen Directeur acht de verzending van de e-mail onzorgvuldig en daarmee in strijd met de bankierseed. De ernst van de gedraging is onvoldoende om daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De Algemeen Directeur seponeert de zaak. De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen Directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De voorzitter acht de gedraging onvoldoende ernstig om een klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. Door beëdigde is eenmalig haar zakelijke e-mailadres gebruikt voor een privéaangelegenheid. Het is niet gebleken dat de vermelding dat de e-mail werd verstuurd vanaf de werkplek, is gedaan om de inhoud van de e-mail kracht bij te zetten. Evenmin blijkt dat de melder nadeel heeft ondervonden van verzending via het zakelijke e-mailadres. Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: TRB-2019-4350-AD Download hier de herzieningsbeslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie: TRB-2019-4350-HV
Handelwijze medewerker bijzonder beheer – Melding afgewezen, herzieningsverzoek afgewezen. Gepost op 21 augustus 2019 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2019-4360-AD Algemeen directeur: 17 juli 2019 TRB-2019-4360-HV Voorzitter Tuchtcommissie: 21 augustus 2019 De melder heeft een zakelijke lening bij de bank en bevindt zich in een financieel moeilijke situatie. Volgens de melder heeft een medewerker van de afdeling Bijzonder Beheer hem bedreigd en is deze medewerker niet bereid mogelijke oplossingen te bespreken. Uit de melding is onvoldoende aannemelijk geworden dat de melder door de bankmedewerker is bedreigd. Uit de melding volgt evenmin dat het klantbelang onvoldoende centraal zou zijn gesteld. De Algemeen directeur daarom geen nader onderzoek naar de melding. De Algemeen directeur wijst er daarbij op dat medewerkers van de afdeling Bijzonder Beheer mede tot taak hebben het financiële belang van de bank te behartigen. De melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De communicatie tussen de melder en de bankmedewerker is kennelijk niet goed verlopen, waardoor de melder zich onheus bejegend en bedreigd heeft gevoeld. De oorzaak lijkt een zakelijk verschil van inzicht tussen de melder en de bank. Van een feitelijke bedreiging is geen sprake. Het is onvoldoende aannemelijk geworden dat de bankmedewerker tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2019-4360-AD Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2019-4360-HV
Beslissing Algemeen directeur en herzieningsbeslissing – Sepot, herzieningsverzoek afgewezen. Onderbouwing melding. Gepost op 12 juli 2019 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2019-4266-AD Algemeen directeur, 4 april 2019 TRB-2019-4266-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 12 juli 2019 De bank heeft een melding ingediend die inhoudt dat een beëdigde vervalste reiskostendeclaraties heeft ingediend bij het uitzendbureau waarvoor hij werkzaam was. De Algemeen directeur heeft naar aanleiding van deze melding een onderzoek ingesteld en de zaak vervolgens geseponeerd. Volgens de Algemeen directeur is de gemelde gedraging – gelet op de door de bank verstrekte informatie – niet voldoende komen vast te staan. De bank heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht en daarbij nadere informatie aangeleverd. De Algemeen directeur heeft in een reactie op dit herzieningsverzoek gesteld dat deze informatie bij de beoordeling buiten beschouwing moet blijven. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. Het ligt op de weg van de melder om zonder enige terughoudendheid alle relevante bewijsstukken te verstrekken. Een herzieningsverzoek dient deugdelijk gemotiveerd te zijn. Ter motivering daarvan kunnen nieuwe argumenten worden aangedragen en nieuwe bewijsstukken worden ingebracht. De door de bank nader verstrekte stukken worden daarom in de beoordeling betrokken. Uit de stukken kan echter onvoldoende worden vastgesteld dat de door beëdigde ingediende declaraties vervalst zijn. Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: TRB-2019-4266-AD Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2019-4266-HV