Dreigen met aangifte – inzien en doorsturen bankafschriften – niet reageren op e-mails Gepost op 19 december 2017 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2017-3835-AD, TRB-2017-3836-AD en TRB-2017-3837-AD Algemeen directeur, 15 november 2017 TRB-2017-3835-HV, TRB-2017-3836-HV en TRB-2017-3837-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 19 december 2017 De meldster heeft meldingen tegen drie beëdigden ingediend bij Stichting Tuchtrecht Banken. De meldingen moeten worden geplaatst in de context van een langslepend civielrechtelijk conflict – waarover de tuchtrechter niet oordeelt. 1. In de eerste melding klaagt meldster erover in een brief door de bank te zijn beschuldigd van dreigen en dat de bank dreigt met het doen van aangifte tegen haar. De melding en het herzieningsverzoek zijn afgewezen, omdat niet is gebleken dat aan de beëdigden een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De brief stond niet op zichzelf en was een weloverwogen beslissing die steun vond binnen de bank. De beëdigde heeft zich voor verzending hierover laten informeren en heeft uitgebreid advies ingewonnen. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2017-3835-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2017-3835-HV 2. In de tweede melding klaagt meldster dat een beëdigde haar rekeningafschriften zou hebben bekeken en aan een advocaat van de bank zou hebben gestuurd. De melding en het herzieningsverzoek worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat de beëdigde – als medewerker van bijzonder beheer – deze gegevens zonder zakelijke aanleiding heeft ingezien. Daarnaast is niet komen vast te staan dat de beëdigde de afschriften aan de advocaat heeft gezonden. Bovendien staat het de bank vrij een advocaat in te schakelen en in dat kader met een advocaat vertrouwelijke informatie te delen. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2107-3836-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2107-3836-HV 3. In de derde melding wordt geklaagd dat de beëdigde niet reageert op e-mailberichten. Ook deze melding en het herzieningsverzoek worden afgewezen. Aan meldster was duidelijk verzocht zich te wenden tot haar contactpersonen bij bijzonder beheer of de advocaat van de bank. Desalniettemin bleef meldster andere personen (waaronder beëdigde) binnen de bank benaderen. Het niet langer reageren op de e-mails van meldster was een weloverwogen beslissing die steun vond binnen de bank. Gelet hierop kan aan de beëdigde kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Download hier de beslissing van de algemeen directeur: TRB-2017-3837-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2017-3837-HV
Melding gericht tegen handelingen van de bank en civielrechtelijk conflict Gepost op 31 augustus 2017 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2017-3714-AD Algemeen directeur, 24 juli 2017 TRB-2017-3714-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 31 augustus 2017 De melding ziet op de gedragingen van de bank met betrekking tot de aan het bedrijf van melder in verband met een kredietverstrekking in rekening gebrachte rente. De Algemeen directeur heeft de melding niet in behandeling genomen, omdat uit de melding onvoldoende volgt wat de persoonlijke rol van de beëdigde is geweest waarvoor hem een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De melding ziet slechts op handelen van de bank. Voor het overige ziet de melding op een civielrechtelijk conflict. De Voorzitter van de Tuchtcommissie bevestigt dit oordeel en wijst het verzoek tot herziening af. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2017-3714-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2017-3714-HV
Handelen niet in de hoedanigheid van bankier en geen raakvlakken met bank Gepost op 3 augustus 2017 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2017-3702-AD Algemeen directeur, 22 mei 2017 TRB-2017-3702-HV Voorzitter Tuchtcommissie , 3 augustus 2017 De melding ziet op handelingen van een bankmedewerker verricht in zijn hoedanigheid als lid van de Klachtencommissie van de Politie. Zowel de Algemeen directeur als de Voorzitter van de Tuchtcommissie oordelen dat de melding niet tot een gegronde klacht kan leiden, omdat de gedragingen niet vallen onder het bancaire tuchtrecht en geen raakvlakken hebben met de bank. Download hier de beslissing van de algemeen directeur: TRB-2017-3702-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2107-3702-HV
Afleggen onjuiste verklaring onvoldoende onderbouwd. Marginale toets melding. Gepost op 3 augustus 2017 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2107-3701-AD Algemeen directeur, 29 juni 2017 TRB-2017-3701-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 3 augustus 2017 De melding houdt in dat de beëdigde onjuiste verklaringen tijdens een zitting bij KiFiD zou hebben afgelegd. De Algemeen directeur heeft de melding niet nader onderzocht, omdat aan de beëdigde geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De Voorzitter van de Tuchtcommissie overweegt dat de gemelde feiten wel degelijk een schending van de bankierseed zouden kunnen opleveren. In het onderhavige geval is daarvan echter geen sprake. Meldingen die zien op dergelijke uitlatingen zullen slechts marginaal worden getoetst. De melder moet in ieder geval aannemelijk maken dat de betreffende bankmedewerker zich ten aanzien van de onderbouwing van zijn of haar uitlatingen heeft gebaseerd op informatie, die naar de bankmedewerker wist of behoorde te weten, onwaar was. Nu de melding hier niet aan voldoet, wordt het verzoek tot herziening afgewezen. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2017-3701-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2017-3701-HV
Civielrechtelijk conflict / niet vereist dat bankmedewerker persoonsgegevens aan melder verstrekt Gepost op 3 augustus 2017 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2017-3679H, TRB-2017-3682H, TRB-2017-3683H en TRB-2017-3684H. De meldingen hebben betrekking op de gang van zaken bij het opeisen van een boeterente op een zakelijk krediet. De Algemeen Directeur heeft besloten geen nader onderzoek te doen naar de meldingen, omdat sprake is van een civielrechtelijk conflict. Verder is een bankmedewerker niet verplicht zijn persoonsgegevens aan een melder te verstrekken ten behoeve van het indienen van een melding bij Stichting Tuchtrecht Banken. De Voorzitter van de Tuchtcommissie bevestigt het oordeel van de Algemeen Directeur dat sprake is van een civielrechtelijk conflict. Verder overweegt de Voorzitter van de Tuchtcommissie dat voor het indienen van een melding niet is vereist dat een bankmedewerker zijn persoonsgegevens aan een melder verstrekt. Het niet verstrekken van persoonsgegevens kan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt opleveren. Download hier de beslissing van de algemeen directeur: 3679 Beslissing AD Download hier de herzieningsuitspraak: 3679 herzieninguitspraak Voorzitter Tuchtcommissie Download hier de beslissing van de algemeen directeur: 3682 Beslissing AD Download hier de herzieningsuitspraak: 3682 herzieningsuitspraak Voorzitter Tuchtcommissie Download hier de beslissing van de algemeen directeur: 3683 Beslissing AD Download hier de herzieningsuitspraak: 3683 herzieningsuitspraak Voorzitter Tuchtcommissie Download hier de beslissing van de algemeen directeur: 3684 Beslissing AD Download hier de herzieningsuitspraak: 3684 herzieningsuitspraak Voorzitter Tuchtcommissie
Zorgvuldige beoordeling van verzoeken tot inzage in (origineel) kredietdossier Gepost op 3 augustus 2017 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2017-3640-AD Algemeen directeur, 16 juni 2017 TRB-2017-3640-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 3 augustus 2017 De melding houdt onder meer in dat de beëdigde het vertrouwen van de klant in de bank heeft geschonden door geen inzage in originele kredietdossiers te geven. Er zou onvoldoende rekening zijn gehouden met het klantbelang van melder, zijnde de mogelijkheid om te onderzoeken of er met de handtekeningen op de documenten zou zijn gefraudeerd. De Algemeen directeur heeft besloten geen klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie. Er is niet gebleken dat de beëdigde onzorgvuldig heeft gehandeld. De beëdigde heeft de verzoeken van melder conform het beleid van de bank en in overleg met de afdeling juridische zaken en zijn leidinggevende beoordeeld. Door de beëdigde is aan melder verzocht zijn verzoeken nader te onderbouwen en zijn alternatieve oplossingen aangeboden. De Voorzitter van de Tuchtcommissie onderschrijft de beslissing van de Algemeen directeur. De Voorzitter van de Tuchtcommissie merkt op dat de beëdigde op zeer zorgvuldige manier is omgegaan met de belangen van de melder als (voormalig) cliënt van de bank en dat het op de weg van de melder had gelegen om zijn verzoek tot herziening nader te onderbouwen. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2017-3640-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2017-3640-HV
Bijzondere overwegingen over de afdeling Bijzonder Beheer en klantbelang Gepost op 3 augustus 2017 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2017-3622-AD en TRB-2017-3623-AD Algemeen directeur, 22 mei 2017 TRB-2017-3622-HV en TRB-2017-3623-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 3 augustus 2017 De melder heeft een melding ingediend tegen twee bankmedewerkers, waarin in verschillende onderdelen wordt geklaagd over de opzegging van financieringen door de beëdigden namens de bank. Het financieringsdossier bij de bank was in behandeling bij de afdeling Bijzonder Beheer. De Algemeen Directeur heeft besloten de melding niet aan de Tuchtcommissie voor te leggen, omdat aan de beëdigden geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt en sprake is van een civielrechtelijk conflict. De Voorzitter van de Tuchtcommissie overweegt dat het tuchtrecht uitsluitend ziet op (gedragingen van) individuele bankmedewerkers. Beslissingen van de bank, uitgevoerd door bankmedewerkers dienen in beginsel te worden aangemerkt als gedragingen van de bank. Van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid bij dergelijke beslissingen zal niet snel sprake zijn. Verder overweegt de Voorzitter van de Tuchtcommissie dat de afdeling Bijzonder Beheer van de bank een tweeledig doel dient: (i) begeleiding van de onderneming bij de voortzetting en herstel van de onderneming en (ii) het bewaken van het kredietrisico voor de bank. Het is daarbij mogelijk dat namens de bank beslissingen worden genomen die voor de klant van de bank nadelig uitvallen. Dit maakt echter niet dat reeds hierom moet worden geoordeeld dat het belang van de klant niet centraal is gesteld en dat daarom een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Alle handelingen van de beëdigden tegen wie in de onderhavige zaak meldingen zijn ingediend, zijn gedaan binnen het beleid van de bank. Aan de beëdigden kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Daarbij merkt de Voorzitter van de Tuchtcommissie op dat overduidelijk sprake is van een civielrechtelijk geschil waarvoor het tuchtrecht niet de geëigende weg is om dit geschil te beslechten. De Voorzitter van de Tuchtcommissie ziet dan ook geen aanleiding om de beslissing van de Algemeen Directeur te herzien. Download hier de beslissing van de algemeen directeur: TRB-2017-3622-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2017-3622-HV Download hier de beslissing van de algemeen directeur: TRB-2107-3623-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2017-3623-HV
Opeisen niet bestaande leningsdelen en vervalsen volmachten Gepost op 3 augustus 2017 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2017-3608-AD TRB-2017-3609-AD en TRB-2017-3610-AD Algemeen directeur, 1 februari 2017 TRB-2017-3608-HV, TRB-2017-3609-HV en TRB-2017-3610-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 3 augustus 2017 Door de melder is tegen een bankmedewerker de melding (3610) ingediend dat hij leningsdelen bij melder zou vorderen, terwijl deze niet zouden bestaan, althans niet bij de melder opeisbaar zouden zijn. Voorts zou de bankmedewerker met volmachten hebben gesjoemeld en – om zijn handelen te verhullen – door twee andere bankmedewerkers hebben laten ondertekenen. Tegen deze twee bankmedewerkers heeft de melder eveneens meldingen ingediend (meldingen 3608 en 3609). In deze meldingen wordt geklaagd dat de twee bankmedewerkers met de volmachten hebben gesjoemeld, zodat het handelen van de eerste bankmedewerker (3610) zou worden verhuld. De Algemeen directeur heeft besloten dat de meldingen zich er niet voor lenen te worden voorgelegd aan de Tuchtcommissie, omdat niet is gebleken dat de volmachten vals zijn, noch dat door het gebruik van de door melder aangehaalde bewoordingen met de volmachten of met de ondertekening daarvan zou zijn gesjoemeld. Daarnaast is de vraag of de leningsdelen al dan niet bij melder opeisbaar zijn een civielrechtelijke kwestie. De Voorzitter van de Tuchtcommissie ziet in hetgeen door de melder in zijn herzieningsverzoeken naar voren is gebracht geen aanleiding om van het oordeel van de Algemeen directeur af te wijken. Het verzoek om ‘aanhouding van de zaak’ wordt door de Voorzitter van de Tuchtcommissie afgewezen. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2017-3608-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2107-3608-HV Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2107-3609-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2017-3609-HV Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2017-3610-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2017-3610-HV
Melding tegen incassomedewerker is niet ontvankelijk: valt niet onder de bankierseed Gepost op 1 juni 2017 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2017-3681-AD beslissing Algemeen directeur 26 april 2017 TRB-2017-3681-HV Voorzitter Tuchtcommissie 1 juni 2017 Melder heeft een melding ingediend tegen een medewerker van een incassobureau. De Algemeen directeur heeft de melding niet in behandeling genomen omdat door de medewerkers van een incassobureau niet de bankierseed wordt afgelegd en derhalve niet valt onder het bancaire tuchtrecht. Onder verwijzing naar de Regeling eed en belofte financiële sector 2015′ bevestigt de Voorzitter van de Tuchtcommissie dit oordeel. Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: TRB-2017-3681-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2017-3681-HV
Een civielrechtelijk conflict: klacht handelen beëdigde en beslaglegging rekening Gepost op 1 juni 2017 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2017-3673-AD. Algemeen directeur 25 april 2017 TRB-2017-3673-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 1 juni 2017 De melder heeft bij Stichting Tuchtrecht Banken klachten ingediend over de wijze waarop de beëdigde overgeboekte geldbedragen van een stichting, waarvan hij bestuurder was, heeft geblokkeerd. Voorts wordt geklaagd over de manier waarop melder door beëdigde te woord is gestaan en over de wijze waarop beslagen op rekeningen van de stichting waren gelegd. De Algemeen directeur verricht geen nader onderzoek naar de melding. De melding betreft een civielrechtelijk conflict. Tevens is niet gebleken dat de beëdigde een persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De Voorzitter van de Tuchtcommissie bevestigt het oordeel van de Algemeen directeur, waarbij hij benadrukt dat het tuchtrecht niet is bedoeld voor het oplossen van civielrechtelijke conflicten. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2017-3673-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2017-3673-HV