Afwijzen hypotheekaanvraag, civielrechtelijk Gepost op 5 oktober 2018 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2018-3955-AD Algemeen directeur, 12 juli 2018 TRB-2018-3955-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 5 oktober 2018 De melder stelt dat een hypotheekaanvraag voor de aankoop van een huis plotseling zonder toelichting is afgewezen door de bankmedewerker. De bankmedewerker zou de melder ten onrechte de schuld hebben gegeven van de afwijzing. De Algemeen directeur is van oordeel dat de afwijzing van de hypotheekaanvraag een civielrechtelijke kwestie betreft, waarvoor het tuchtrecht niet de juiste weg is. Daarenboven heeft de bankmedewerker aangeboden een telefonische toelichting te geven over de afwijzing. De bankmedewerker heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De melder verzoekt vervolgens om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur. De voorzitter van de Tuchtcommissie heeft de beslissing van de Algemeen directeur in stand gelaten. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2018-3955-AD Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2018-3955-HV
Vergoeding kosten advocaat, niet persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar Gepost op 11 september 2018 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2018-3948-AD en TRB-2018-3948-HV Algemeen directeur, 12 juni 2018 Voorzitter Tuchtcommissie, 11 september 2018 De melder stelt dat de bankmedewerker hem had moeten wijzen op de kosten van de ingeschakelde advocaat en direct tegen de advocaat had moeten vertellen dat alleen melder de opdrachtovereenkomst met de advocaat zou moeten tekenen, en niet melder en diens zoon. De Algemeen Directeur heeft besloten geen klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie. Er is niet gebleken dat de bankmedewerker een persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen Directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie onderschrijft de beslissing van de Algemeen Directeur en merkt op dat geen redenen zijn om aan te nemen dat de door de bankmedewerker geboden oplossingen niet zorgvuldig zouden zijn geweest. Het herzieningsverzoek wordt afgewezen. Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: Dossier 3948 beslissing AD Download hier de herzieningsbeslissing: Dossier 3948 herzieningsbeslissing
Handelen bankmedewerker reeds onderdeel civielrechtelijke procedure Gepost op 11 september 2018 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2018-3897-AD Algemeen directeur, 23 mei 2018 TRB-2018-3897-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 11 september 2018 De melder stelt dat de bankmedewerker een deal met hem zou hebben gesloten om, in ruil voor het royement van een hypotheek, een winstuitkering van één van de bedrijven van de melder te ontvangen. De bank zou voorts hebben geholpen om waardezaken uit een faillissement te halen. De Algemeen directeur oordeelt dat de gedragingen waar de melding op zien, vóór de datum van het afleggen van de bankierseed door de bankmedewerker hebben plaatsgevonden. De Algemeen directeur legt daarom geen klacht voor aan de Tuchtcommissie. De melder verzoekt om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur. De voorzitter van de Tuchtcommissie laat in het midden of de gedragingen van de bankmedewerker onder het bancaire tuchtrecht vallen. De voorzitter van de Tuchtcommissie stelt vast dat de kwestie waarop de melding ziet, een geschil betreft tussen de melder en de bank, welk geschil door de melder aan de civiele rechter is voorgelegd. Omdat het handelen van de bankmedewerker al ter beoordeling ligt bij de burgerlijke rechter ziet de voorzitter van de Tuchtcommissie, onder verwijzing naar art. 2.2.4. Tuchtreglement Bancaire Sector, geen aanleiding om een klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie. Het herzieningsverzoek wordt daarom afgewezen. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2018-3897-AD Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2018-3897-HV
Valse informatie verstrekken bij procedure: bankierseed niet afgelegd Gepost op 11 september 2018 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2018-3890-AD Algemeen directeur, 15 mei 2018 TRB-2018-3890-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 11 september 2018 De bankmedewerker zou zich volgens de melder niet houden aan de regels voor belastingafdracht. De bankmedewerker zou, in een civiele procedure tussen de melder en de bank bij de civiele rechter, bewust valse informatie geven over de belastingafdracht. De Algemeen directeur heeft besloten om geen klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie omdat de bankmedewerker niet werkzaam is voor een instelling die handelt op basis van een vergunning van De Nederlandsche Bank en hij om die reden ook niet de bankierseed heeft afgelegd. Daardoor kan de Stichting Tuchtrecht Banken hem niet tuchtrechtelijk aanspreken. De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen Directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie handhaaft de beslissing van de Algemeen directeur en merkt ten overvloede op dat de melding zich ook niet zou lenen voor behandeling door de tuchtcommissie, aangezien de zaak ter beoordeling aan een civiele rechter is voorgelegd. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2018-3890-AD Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2018-3890-HV
Rekeningen raadplegen in verband met overval, wegens strafrechtelijk onderzoek geen toegevoegde waarde in tuchtrecht Gepost op 11 september 2018 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2018-3884-AD Algemeen directeur, 16 mei 2018 TRB-2018-3883/3884-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 11 september 2018 De bank heeft een melding ingediend over twee beëdigden die zonder zakelijke aanleiding bankrekeningen van klanten zouden hebben geraadpleegd en mogelijk betrokken zouden zijn bij het faciliteren van berovingen van klanten. De Algemeen directeur heeft besloten geen klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie. Daartoe heeft de Algemeen directeur overwogen geen toegevoegde waarde te zien in een tuchtrechtelijke veroordeling nu tevens een strafrechtelijk onderzoek loopt naar de gedragingen van de beëdigden. Daarnaast is door het strafrechtelijk onderzoek nader onderzoek door de directeur niet mogelijk. De bank heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De Voorzitter van de Tuchtcommissie laat de beslissing van de Algemeen directeur in stand, verwijzend naar art. 2.2.4. van het Tuchtreglement Bancaire Sector. Het zwaarste accent ligt op de beoordeling van de strafbare feiten. Met een zelfstandige toetsing van het ongeoorloofd bekijken van bankrekeningen van klanten, wordt in geval van eventuele oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel geen zelfstandig doel meer bereikt. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2018-3884-AD Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2018-3883-HV en TRB-2018-3884-HV
Rekeningen raadplegen in verband met overval, wegens strafrechtelijk onderzoek geen toegevoegde waarde in tuchtrecht Gepost op 11 september 2018 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2018-3883-AD Algemeen directeur, 16 mei 2018 TRB-2018-3883/3884-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 11 september 2018 De bank heeft een melding ingediend over twee beëdigden die zonder zakelijke aanleiding bankrekeningen van klanten zouden hebben geraadpleegd en mogelijk betrokken zouden zijn bij het faciliteren van berovingen van klanten. De Algemeen directeur heeft besloten geen klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie. Daartoe heeft de Algemeen directeur overwogen geen toegevoegde waarde te zien in een tuchtrechtelijke veroordeling nu tevens een strafrechtelijk onderzoek loopt naar de gedragingen van de beëdigden. Daarnaast is door het strafrechtelijk onderzoek nader onderzoek door de directeur niet mogelijk. De bank heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De Voorzitter van de Tuchtcommissie laat de beslissing van de Algemeen directeur in stand, verwijzend naar art. 2.2.4. van het Tuchtreglement Bancaire Sector. Het zwaarste accent ligt op de beoordeling van de strafbare feiten. Met een zelfstandige toetsing van het ongeoorloofd bekijken van bankrekeningen van klanten, wordt in geval van eventuele oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel geen zelfstandig doel meer bereikt. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2108-3883-AD Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2018-3883-HV en TRB-2018-3884 -HV
Gedrag advocaat tijdens onderhandeling beëindiging dienstverband Gepost op 7 mei 2018 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2018-3924-AD Algemeen directeur, 4 april 2018 TRB-2018-3924-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 7 mei 2018 In de melding wordt geklaagd over de wijze waarop de bankmedewerker – advocaat in loondienst van de bank – zou hebben gehandeld gedurende de onderhandeling voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband bij de bank van de melder. De Algemeen Directeur heeft geen onderzoek naar de melding verricht nu de melding hoofdzakelijk een arbeidsrechtelijk conflict betreft. Daarnaast is niet gebleken dat de bankmedewerker gedurende de onderhandelingen heeft gehandeld in strijd met de bankierseed. Melder heeft van deze beslissing herziening gevraagd bij de Voorzitter van de Tuchtcommissie. Hiertoe heeft de melder verschillende formele en materiële gronden aangevoerd. Het verzoek tot herziening wordt afgewezen. Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur van 4 april 2018: TRB-2018-3924-AD Download hier de herzieningsbeslissing van 7 mei 2018: TRB-2018-3924-HV
Weigeringen door bank van aanlevering niet-geanonimiseerde stukken Gepost op 13 maart 2018 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2018-3670-AD en TRB-2018-3677-AD Algemeen directeur, 13 december 2017 TRB-2018-3670-AD en TRB-2018-3677-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 13 maart 2018 Door de bank zijn tegen beëdigden meldingen ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft de Algemeen directeur onderzoeken ingesteld en heeft hij de bank in beide dossiers meermalen verzocht om de aanlevering van niet-geanonimiseerde stukken. De bank heeft dit telkens geweigerd. De Algemeen directeur heeft daarop de zaken geseponeerd, nu het – door tijdsverloop – niet langer opportuun is een klacht aan de Tuchtcommissie voor te leggen. Van beide beslissingen is door de bank herziening aan de Voorzitter van de Tuchtcommissie gevraagd. Een van de verzoeken wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu deze niet aan de vereisten voldoet. Daarnaast verwijst de Voorzitter van de Tuchtcommissie in beide herzieningsbeslissingen naar de beslissing van de Tuchtcommissie met betrekking tot de aanlevering van (niet-geanonimiseerde) stukken van 1 maart 2017. Gelet op dit oordeel kan er volgens de Voorzitter van de Tuchtcommissie geen enkel misverstand over bestaan dat de stukken in niet-geanimiseerde vorm dienen te worden aangeleverd. Nu de bank telkens heeft geweigerd de stukken in niet-geanonimiseerde vorm aan te leveren – ook nadat de bank op de beslissing van 1 maart 2017 is gewezen – acht de Voorzitter van de Tuchtcommissie het oordeel van de Algemeen directeur begrijpelijk en juist. Er is geen aanleiding de beslissingen te herzien. Download hier de beslissingen van de Algemeen Directeur: TRB-2018-3670-AD TRB-2018-3677-AD Download hier de herzieningsuitspraken: TRB-2108-3670-HV TRB-2018-3677-HV
Medewerkers vergunninghoudende onderneming geen bankierseed afgelegd Gepost op 26 januari 2018 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2018-3885-AD, TRB-2018-3886-AD en TRB-2018-3887-AD Algemeen directeur, 4 januari 2018 TRB-2018-3885-HV, TRB-2018-3886-HV en TRB-2018-3887-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 26 januari 2018 Een melder diende meldingen in tegen drie medewerkers van een onderneming. Hoewel het bedrijf waar de medewerkers tegen wie een melding werd ingediend tot 27 september 2016 werkzaam waren bij een op grond van art. 1:104 Wft door DNB aangemerkte vergunninghoudende onderneming, hebben de medewerkers van deze onderneming, na overleg met de Minister van Financiën, niet de bankierseed afgelegd. Nu de medewerker geen bankierseed heeft afgelegd, is het bancaire tuchtrecht op hem niet van toepassing en kunnen zijn gedragingen niet worden getoetst aan de daarop van toepassing zijnde gedragsregels. Download hier de beslissingen van de Algemeen directeur: TRB-2018-3885-AD TRB-2018-3886-AD TRB-2018-3887-AD Download hier de herzieningsuitspraken: TRB-2018-3885-HV TRB-2018-3886-HV TRB-2018-3887-HV
Melding over kredietinperking, overgang bijzonder beheer en kwade opzet Gepost op 26 januari 2018 te 00:00.Geschreven door StuurluiDevelopment TRB-2018-3840-AD Algemeen directeur 13 december 2017 TRB-2018-3840-HV Voorzitter Tuchtcommissie, 26 januari 2018 Er is een melding ingediend tegen een beëdigde over een kredietinperking en overgang naar Bijzonder Beheer. De Voorzitter van de Tuchtcommissie bekrachtigt het oordeel van de Algemeen directeur dat deze onderdelen van de melding een civielrechtelijk conflict betreffen, waarvoor in de tuchtprocedure geen plaats is. Voor zover de melding betrekking heeft op de stelling dat sprake is geweest van het moedwillig traineren van een financieringsvoorstel en persoonlijke rancune en kwade opzet aan de zijde van beëdigde, is de melding onvoldoende aannemelijk geworden. In het dossier zijn geen aanknopingspunten dat van dergelijk handelen sprake zou zijn geweest, temeer daar de beëdigde deze stellingen gemotiveerd heeft betwist. Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2018-3840-AD Download hier de herzieningsuitspraak: TRB-2018-3840-HV