Afwijzingen meerdere meldingen terecht: geen behandeling wegens civielrechtelijke conflicten

TRB-2018-4227-AD, TRB-2018-4272-AD, TRB-2018-4273-AD, TRB-2018-4274-AD, TRB-2018-4275-AD, TRB-2018-4276-AD
Algemeen directeur, 15 november 2018

TRB-2018-4227-HV, TRB-2018-4272-HV, TRB-2018-4273-HV, TRB-2018-4274-HV, TRB-2018-4275-HV, TRB-2018-4276-HV
Voorzitter Tuchtcommissie, 11 december 2018

Melder is van oordeel dat de betrokken bankmedewerkers in een civielrechtelijke procedure omtrent de executoriale verkoop van zijn schip door de bank de rechter hebben misleid over het bestaan van (rechtsgeldig) beslag.

De Algemeen directeur oordeelt dat de melding nauw samenhangt met de civielrechtelijke procedure die melder tegen de bank is gestart, waardoor – gelet op art. 2.2.4. van het Tuchtreglement Bancaire Sector – de Algemeen directeur besloten heeft de melding niet te onderzoeken. Daarnaast heeft melder niet kenbaar gemaakt welke individuele gedragingen van de betrokken medewerkers volgens hem tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn geweest. De Algemeen directeur heeft soortgelijke beslissingen genomen in 4227, 4272, 4273, 4274, 4275 en 4276.

De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie oordeelt dat onvoldoende is gebleken welke gedragingen van de individuele bankmedewerkers (van ná 1 april 2015) volgens melder in strijd zouden zijn met de bankierseed. De voorzitter van de Tuchtcommissie is van oordeel dat de Algemeen directeur terecht heeft verwezen naar art. 2.2.4 van het Tuchtreglement Bancaire Sector. De voorzitter oordeelt dat het geschil met de bank in hoofdzaak gaat over gebreken die volgens melder kleven aan de beslaglegging. De juistheid over mededelingen van bankmedewerkers over dit beslag, is aan de rechters in de civiele procedure voorbehouden. De voorzitter van de Tuchtcommissie laat de beslissing van de Algemeen directeur in stand en wijst het herzieningsverzoek af.

Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2018-4227-AD
Download hier alle gerelateerde herzieningsbeslissingen: TRB-2018-4227-HV, TRB-2108-4272-HV, TRB-2108-4273-HV, TRB-2018-4274-HV, TRB-2018-4275-HV en TRB-2018-4276-HV

Terechte afwijzing melding; kwestie ziet niet op tuchtrecht maar op bankbeleid

TRB-2018-4255-AD
Algemeen directeur, 11 oktober 2018
TRB-2018-4255-HV
Voorzitter Tuchtcommissie, 19 november 2018

De melder stelt dat de bankmedewerker een onzorgvuldige afweging van belangen heeft gemaakt. De melder had verzocht om de aflossing op de hypotheekachterstand in het vervolg op twee tijdstippen in de maand af te schrijven, in plaats van één keer per maand het hele bedrag. De bankmedewerker is daarmee niet akkoord gegaan. De Algemeen directeur heeft besloten geen nader onderzoek te doen naar de melding en er hierbij op gewezen dat de beslissing van de bank geen individuele gedraging is die tuchtrechtelijk relevant zou kunnen zijn. Verder is niet gebleken dat de bankmedewerker niet op een zorgvuldige of professionele wijze zou hebben gehandeld.

De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie oordeelt dat de bankmedewerker niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De bankmedewerker moet naast de belangen van de melder ook rekening houden met de belangen van de bank en mogelijk intern beleid. De voorzitter van de Tuchtcommissie laat de beslissing van de Algemeen directeur in stand en wijst het herzieningsverzoek af.

Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2018-4255-AD
Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2018-4255-HV

Meldingen inzake kwesties van vóór de bankierseed of in civielrechtelijke procedure – terecht afgewezen

TRB-2018-4200-AD en TRB-2018-4201-AD
Algemeen directeur, 18 oktober 2018
TRB-2018-4200-HV en TRB-2018-4201-HV
Voorzitter Tuchtcommissie, 19 november 2018

Door de melder zijn meldingen ingediend tegen twee  (toenmalig) leden van de Raad van Commissarissen van een bank. Deze bankmedewerkers zouden in een civielrechtelijke procedure bedrieglijk hebben verklaard en de melder valselijk hebben beschuldigd, waardoor de rechter is misleid en een eerlijke procesgang is belet. De melder had deze civielrechtelijke procedure tegen de bank, zijn voormalig werkgever, aangespannen.

De Algemeen directeur heeft besloten geen nader onderzoek in te stellen naar de meldingen. De gedragingen hebben grotendeels plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van de bankierseed. Voor zover de gedragingen ook daarna hebben plaatsgevonden is van belang dat deze hebben plaatsgevonden binnen de kaders van een civielrechtelijke procedure. De Algemeen directeur wijst op art. 2.2.4 van het Tuchtreglement waarin is bepaald dat hij kan besluiten om geen klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie als de gedragingen door het instellen van een procedure aan het oordeel van een rechterlijke instantie onderworpen is of is geweest.

De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie oordeelt dat de Algemeen directeur terecht heeft gesteld dat gedragingen die hebben plaatsgevonden voor het afleggen van de bankierseed niet onder de werking van het tuchtrecht vallen. De voorzitter van de Tuchtcommissie oordeelt voorts dat de mededelingen van de bankmedewerker aan een gerechtelijke toetsing onderworpen is geweest. Het voert te ver om het waarheidsgehalte van uitlatingen in een civiele procedure te onderzoeken. De voorzitter van de Tuchtcommissie laat de beslissing van de Algemeen Directeur in stand en wijst het herzieningsverzoek af.

Download hier de beslissingen van de Algemeen directeur: TRB-2018-4200-ADTRB-2018-4201-AD
Download hier de herzieningsbeslissingen: TRB-2018-4200 HV en TRB-2018-4201-HV

Geen opzet in het spel – melding terecht afgewezen

TRB-2018-4004-AD
Algemeen directeur, 17 oktober 2018
TRB-2018-4004-HV
Voorzitter Tuchtcommissie, 19 november 2018

De melder stelt dat bankmedewerker onzorgvuldig heeft gewerkt en heeft gelogen door te stellen dat uit de bankadministratie niet blijkt dat het (hypotheek)dossier haastig is opgepakt.

De Algemeen directeur is van oordeel dat niet is gebleken dat de bankmedewerker in zijn dienstverlening onzorgvuldig of onprofessioneel heeft gehandeld en daarmee een integriteitsnorm heeft geschonden. Daarnaast zijn handelingen van of dienstverlening door de bank als instelling uitgesloten van de tuchtprocedure.

De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie heeft de beslissing in stand gelaten en het herzieningsverzoek afgewezen. De voorzitter van de Tuchtcommissie merkt daarbij op dat de bank, in dit geval bij monde van bankmedewerker, in verband met de aansprakelijkheidsstelling van melder in beginsel vrijelijk een standpunt moet kunnen innemen in geval zij aansprakelijk wordt gesteld. De voorzitter van de Tuchtcommissie ziet geen aanleiding te veronderstellen dat bankmedewerker opzettelijk de waarheid geweld heeft willen aandoen. Het staat hem vrij om namens de bank een andere conclusie te verbinden aan stukken dan melder doet.

Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2018-4004-AD
Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2018-4004-HV

Melding onvoldoende onderbouwd – melding terecht afgewezen

TRB-2018-4025-AD
Algemeen directeur, 4 oktober 2018
TRB-2018-4025-HV
Voorzitter Tuchtcommissie, 29 oktober 2018

De melder stelt dat de bankmedewerker een onjuiste mededeling heeft gedaan aan zijn rechtsbijstandsverlener. Daarnaast heeft de bankmedewerker onjuiste gegevens opgenomen in een brief.

De Algemeen directeur oordeelt dat de melding onvoldoende is onderbouwd en acht het daarom onvoldoende aannemelijk geworden dat de bankmedewerker de bankierseed zou hebben geschonden. De door de melder gestelde onjuiste vermelding in een brief is van dusdanig ondergeschikt belang dat dit onvoldoende ernstig is om een onderzoek daarnaar te rechtvaardigen.

De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst erop dat de melding in de kern betrekking heeft op een geschil tussen hem en de bank, waarvoor het bancaire tuchtrecht niet het middel is om dit geschil te beslechten. Dat de bankmedewerker opzettelijk niet de waarheid zou hebben gesproken is niet zodanig onderbouwd dat dit een tuchtrechtelijk onderzoek rechtvaardigt. De voorzitter van de Tuchtcommissie laat de beslissing van de Algemeen directeur in stand en wijst het herzieningsverzoek af.

Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2018-4025-AD.
Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2018-4025-HV.

Onvoldoende onderbouwde melding

TRB-2018-4256-AD
Algemeen directeur, 2 oktober 2018
TRB-2018-4256-HV
Voorzitter Tuchtcommissie, 18 oktober 2018

De melder stelt dat de bankmedewerker zich niet open en toetsbaar opstelt en zich niet houdt aan wet- en regelgeving.

De Algemeen Directeur oordeelt dat de melding niet voorzien is van een onderbouwing en daardoor niet voldoet aan de eisen van 2.1.1 van het Tuchtreglement Bancaire Sector. Voorts heeft melder geen nieuwe feiten en omstandigheden aangedragen dan melder in eerdere soortgelijke meldingen heeft aangedragen. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat bankmedewerker een persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt te maken valt.

De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie heeft de beslissing en de motivering van de Algemeen directeur in stand gelaten en het herzieningsverzoek afgewezen.

Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: Dossier 4256 beslissing AD
Download hier de herzieningsbeslissing: Dossier 4256 herzieningsbeslissing

Opmerking tijdens lopende procedure leidt niet tot een nieuw tuchtrechtelijk verwijt

TRB-2018-4254-AD en TRB-2018-4254-HV
Algemeen directeur, 2 oktober 2018
Voorzitter Tuchtcommissie, 18 oktober 2018

De beëdigde zou volgens melder op de vergadering van de Commissie van Beroep in de zaak met meldingsnummer 3593 hebben erkend dat hij de handleiding speciaal beheer bewust niet op de casus van melder heeft toegepast. Daarnaast zou hij belangenverstrengeling hebben erkend, en hebben erkend dat sprake was van een datalek.

De Algemeen Directeur doet geen onderzoek aangezien hij van mening is dat opmerkingen die door beëdigden tijdens lopende procedures worden gemaakt, behoudens zeer uitzonderlijke omstandigheden, op zichzelf niet tot een nieuw tuchtrechtelijk verwijt kunnen leiden. De door melder genoemde omstandigheden leveren geen uitzonderlijke omstandigheid op. Melder heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangedragen dan in eerdere melding(en) reeds is gedaan.

De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen Directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie heeft de beslissing en de motivering van de Algemeen Directeur in stand gelaten.

Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: TRB-2018-4254-AD
Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2018-4254-HV

Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen

TRB-2018-3957-AD en TRB-2018-3957-HV
Algemeen directeur, 28 juni 2018
Voorzitter Tuchtcommissie, 18 oktober 2018

De bankmedewerker zou volgens melder haar zorgplicht niet zijn nagekomen. Zij heeft gedreigd, bedreigd en geïntimideerd. Zij zou niet integer en betrouwbaar zijn geweest waardoor de grondrechten in het geding zouden zijn gekomen. Zij heeft normen en waarden overschreden door bijvoorbeeld zich niet voor te stellen en doordat zij de correspondentie van een andere bankmedewerker overnam. Er is sprake van misleiding doordat zij vanuit een niet bestaand advocatenkantoor contact met melder onderhield. Verder zou de bankmedewerker zich niet houden aan de AVG door onrechtmatig (privé) informatie over melder in haar bezit te hebben.

De Algemeen directeur heeft beslist geen klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken omdat niet is gebleken dat bankmedewerker melder op zodanige wijze heeft bejegend dat op dit punt aan haar een tuchtrechtelijk verwijt zou kunnen worden gemaakt. De Algemeen directeur merkt op dat schendingen van de bankierseed moeten zien op voldoende ernstige gedragingen waardoor een bankmedewerker zo onzorgvuldig en/of onprofessioneel heeft gehandeld dat hij daarmee de Gedragsregels (voldoende ernstig) heeft geschonden. De bankmedewerker kan geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt gemaakt worden. Handelingen of dienstverlening van de bank als instelling zijn (expliciet) uitgesloten van de tuchtprocedure bij Stichting Tuchtrecht Banken. Tot slot bericht de Algemeen directeur dat hij verder niet toetst aan de gedragsregels voor advocaten, de AVG of de grondwet.

De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur gevraagd. De Voorzitter van de Tuchtcommissie is van oordeel dat de directeur op goede en begrijpelijke gronden heeft besloten om de melding niet nader te onderzoeken. Het herzieningsverzoek is daarom afgewezen.

Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: TRB-2018-3957-AD
Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2018-3957-HV

Niet-ontvankelijk herzieningsverzoek

TRB-2018-3935-HV
Voorzitter Tuchtcommissie, 16 oktober 2018

Melder heeft een melding ingediend over het optreden van bestuurders van een bank rond de beloning van een bankmedewerker. De Algemeen Directeur heeft een onderzoek ingesteld en nog niet beslist of naar aanleiding van de melding een klacht zal worden voorgelegd aan de Tuchtcommissie. Melder heeft een brief gezonden aan de voorzitter van de Tuchtcommissie, welke door de voorzitter van de Tuchtcommissie is opgevat als een herzieningsverzoek. Onder verwijzing naar art. 2.7.7 van het Tuchtreglement Bancaire Sector beslist de voorzitter van de Tuchtcommissie dat de melder slechts herziening kan vragen op een afwijzende beslissing van de Algemeen directeur. Het verzoek tot herziening is daarom niet-ontvankelijk.

Download hier de volledige herzieningsuitspraak: TRB-2018-3935-HV

Op 13 april 2023 heeft de Commissie van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan, waarmee de procedure tot een einde is gekomen. De uitspraak vind je hier.

Onjuiste adresgegevens, niet persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar

TRB-2018-3966-AD
Algemeen directeur, 2 augustus 2018
TRB-2018-3966-HV
Voorzitter Tuchtcommissie, 5 oktober 2018

De melding houdt in dat de bankmedewerker de melder en diens partner zou aanzetten tot fraude en valsheid in geschrift door te vragen een document te tekenen waarin staat dat de partner op een ander adres heeft gewoond dan waar ze woonde. Daarnaast heeft de bank vertrouwelijk informatie naar dit adres gestuurd.

De Algemeen directeur is van oordeel dat niet is gebleken dat de bankmedewerker de melder en diens partner doelbewust heeft willen aanzetten tot fraude en valsheid in geschrift. De bankmedewerker heeft volgens de directeur slechts diverse oplossingen aangedragen om het adres van de partner in de administratie van de bank te wijzigen, waarbij zij excuses heeft aangeboden voor het ongemak. Wat betreft het versturen van de informatie naar het verkeerde adres blijkt volgens de directeur niet dat de bankmedewerker daar persoonlijk bij betrokken was. Niet is gebleken dat de bankmedewerker persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen directeur verzocht. De Voorzitter van de Tuchtcommissie volgt het oordeel van de directeur en laat de beslissing in stand.

Download hier de beslissing van de Algemeen directeur: TRB-2018-3966-AD
Download hier de herzieningsbeslissing: TRB-2018-3966-AD