Onvoldoende aanknopingspunten dat de bankmedewerker tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

TRB-2022-4757
Algemeen Directeur, 22 maart 2022
Herzieningsbeslissing, 13 mei 2022

Volgens de melder heeft de bankmedewerker vertrouwelijke informatie niet geheim gehouden door een brief binnen de bank door te zetten naar een collega. De bankmedewerker zou verder geweigerd hebben deel te nemen aan een gesprek met melder en compliance signalen niet hebben laten onderzoeken.

De Algemeen Directeur heeft de melding afgewezen omdat van een bankmedewerker met zijn functie niet kan worden verwacht dat hij/zij persoonlijk brieven van klanten beantwoordt en zonder meer op verzoeken van klanten ingaat. Ook  is het niet onzorgvuldig dat de brief is doorgezet en was het gelet op de ontbrekende onderbouwing  niet onbegrijpelijk dat er niet een compliance onderzoek is gestart.  De Algemeen Directeur concludeert dat onvoldoende aannemelijk is dat de bankmedewerker een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken.

Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht.

De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De voorzitter kan zich verenigen met de gronden die de Algemeen Directeur heeft aangedragen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de bankmedewerker is niet gebleken.

Rol bankmedewerker bij civiele zaak – geen tuchtrechtelijk verwijt

TRB-2022-4674-AD
Algemeen Directeur, 2 februari 2022
TRB-2022-4674-HV
Herzieningsbeslissing, 6 april 2022

Melder beklaagt zich over de partijdige rol die de bankmedewerker zou hebben gespeeld door een civielrechtelijke zaak tegen melder te beginnen.

De Algemeen Directeur wijst de melding af, omdat melder zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd.

Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht.

De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. Zij oordeelt dat de bank bij financiële geschillen in beginsel vrijelijk een juridisch standpunt moet kunnen innemen. Uit het vonnis van de rechtbank blijkt dat de bank niet zonder enige reden een rechtszaak is gestart. De bankmedewerker valt dus geen tuchtrechtelijk verwijt te maken dat hij een rechtszaak tegen melder is gestart.

Zie hier de beslissing van de Algemeen Directeur.
Zie hier de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie.

Verzoek kopie nota, geen tuchtrechtelijk verwijt – herzieningsverzoek afgewezen

TRB-2022-4699-AD
Algemeen Directeur, 28 januari 2022
TRB-2022-4699-HV
Herzieningsbeslissing, 22 februari 2022

Melder beklaagt zich dat hij voor overschrijvingen een kopie van de nota moet meesturen, terwijl dat eerder niet hoefde. De Algemeen Directeur heeft beslist de melding niet te onderzoeken, omdat dit een beleidsbeslissing van de bank betreft en geen individuele gedraging.

Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht.

De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De voorzitter oordeelt dat de bank de voorwaarde aan haar dienstverlening mag stellen dat melder een ondertekende nota meestuurt. Die voorwaarde is niet onredelijk. De bankmedewerker die over dit beleid informeert, handelt niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar.

Zie hier de beslissing van de Algemeen Directeur.
Zie hier de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie.

Vragen in het kader van Know Your Customer beleid – geen tuchtrechtelijk verwijt

TRB-2021-4677-AD
Algemeen Directeur, 16 december 2021

TRB-2022-4677-HV
Herzieningsbeslissing, 3 maart 2022

Melder beklaagt zich over de vragen die de bankmedewerker in het kader van het Know Your Customer beleid heeft gesteld. Ook zou de bankedewerker niet meer hebben gereageerd op een e-mail van melder.

De Algemeen Directeur wijst de melding af, omdat de bankmedewerker geen gedragsregels heeft geschonden. De bankmedewerker heeft de vragen gesteld in het kader van de wettelijke “ken uw klant”-verplichting van de bank. Daarnaast heeft, anders dan melder stelt, de bankmedewerker contact met hem gezocht.

Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht.

De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De voorzitter overweegt dat de bank een wettelijke plicht heeft te voorkomen dat bankrekeningen voor witwassen worden gebruikt. Dit betekent dat iedere klant van de bank met een onderzoek in het kader van Know Your Customer geconfronteerd kan worden als sprake is van een signaal dat de bank verder moet onderzoeken. Bij melder was hier aanleiding voor. De bankmedewerker heeft hierin niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De voorzitter overweegt verder dat het gebrek aan informatie over de voortzetting van het onderzoek door de bank en de consequenties daarvan niet zodanig is, dat de gedragsregels voor bankiers zijn overtreden.

Zie hier de beslissing van de Algemeen Directeur.
Zie hier de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken.

Voorleggen conceptbrief administratiekantoor geen tuchtrechtelijk verwijt – herzieningsverzoek afgewezen

TRB-2022-4668-HV
Herzieningsbeslissing, 22 februari 2022

Voortzetting van TRB-2021-4668-AD.

Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht.

De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De voorzitter is van oordeel dat de Algemeen Directeur op juiste gronden heeft beslist dat geen klacht wordt voorgelegd aan de Tuchtcommissie.

Hier vind je de beslissing.

Tuchtrecht niet van toepassing, herzieningsverzoek afgewezen.

TRB-2021-4683-AD
Algemeen Directeur, 14 oktober 2021
TRB-2021-4683-HV
Herzieningsbeslissing, 8 december 2021

De Algemeen Directeur doet geen nader onderzoek naar de melding omdat de bankmedewerker werkzaam is voor een bedrijf dat geen bank is als bedoeld in artikel 3:17c Wet op het financieel toezicht. De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen Directeur verzocht.

De voorzitter van de Tuchtcommissie heeft het herzieningsverzoek afgewezen. De voorzitter oordeelt dat het bedrijf geen bank is en dat de werkzaamheden van het bedrijf niet vallen onder de bankvergunning van de bank. Daarom vallen gedragingen van medewerkers die adviseren voor het bedrijf in beginsel niet onder de reikwijdte van het bancaire stelsel.

Link naar de beslissing van de Algemeen Directeur.
Link naar de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken.

Onvoldoende informatie over individuele rol bankmedewerkers – geen nader onderzoek

TRB-2022-4031-HV
TRB-2022-4159-HV
Herzieningsbeslissing, 26 januari 2022

Vervolg op TRB-2021-4010 AD e.v.

Twee melders hebben herziening verzocht van de beslissing van de Algemeen Directeur.
De voorzitter van de tuchtcommissie wijst de herzieningsverzoeken af. De voorzitter overweegt dat alleen individuele gedragingen (handelen of nalaten) van bankmedewerkers aan de gedragsregels kunnen worden getoetst. De door de bank verstrekte informatie bevat hierover echter geen informatie. De voorzitter oordeelt dat, gelet op alle inspanningen die al zijn verricht in dit langlopende onderzoek, van de Algemeen Directeur niet kan worden verlangd dat hij hier nog nader onderzoek naar doet.

De uitspraken vind je hier: TRB-2022-4031-HV en TRB-2022-4159-HV.

Civielrechtelijk geschil – herzieningsverzoek afgewezen

TRB-2021-4691-AD; TRB-2021-4692-AD; TRB-2021-4693-AD; TRB-2021-4694-AD
Algemeen directeur, 8 november 2021

TRB-2021-4691-HV; TRB-2021-4692-HV; TRB-2021-4693HV; TRB-2021-4694-HV
Herzieningsbeslissing, 8 december 2021

De meldingen houden in dat de bank onterecht de woning van melder executoriaal heeft laten veilen. De Algemeen Directeur doet geen nader onderzoek naar de meldingen omdat deze betrekking hebben op een civielrechtelijk geschil met de bank.

De melder heeft om herziening van deze beslissingen verzocht.

De voorzitter van de Tuchtcommissie is het met de beslissingen van de Algemeen Directeur eens en heeft de herzieningsverzoeken afgewezen.

Link naar de beslissingen van de Algemeen Directeur: TRB-2021-4691-AD; TRB-2021-4692-AD; TRB-2021-4693-AD; TRB-2021-4694-AD.
Link naar de beslissingen van de Voorzitter van de Tuchtcommissie (gevoegd): TRB-2021-4691-HV; TRB-2021-4692-HV; TRB-2021-4693HV; TRB-2021-4694-HV.

Niet is gebleken dat beëdigde het interne bankbeleid niet heeft gevolgd of op een andere manier tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld

TRB-2021-4598-HV
Herzieningsbeslissing, 23 augustus 2021

Voortzetting van de sepotbeslissing van de Algemeen Directeur van 22 juli 2021.
Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht.

De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De voorzitter is het met de Algemeen Directeur eens dat de broer van de melder als erfgenaam van hun overleden vader de mogelijkheid heeft om de bankafschriften van ná het overlijden van de vader in te zien. Daarnaast mocht beëdigde inzage in de bankafschriften geven door de bankafschriften op te sturen naar de broer (via zijn beveiligde online bankieromgeving). De voorzitter is het eens met de Algemeen Directeur dat niet is gebleken dat beëdigde het interne bankbeleid niet heeft gevolgd of op een andere manier tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Bancair tuchtrecht ziet niet op (100%) dochter-bedrijf van de bank, herzieningsverzoek afgewezen

TRB-2021-4615-AD
Algemeen Directeur, 15 april 2021
TRB-2021-4615-HV
Herzieningsbeslissing, 17 juni 2021

De melding houdt in dat beëdigde valse aanvragen voor lease-contracten heeft laten indienen, deze aanvragen zelf heeft beoordeeld en goedgekeurd en vervolgens zelf valse lease-contracten heeft opgemaakt, beoordeeld en goedgekeurd. De Algemeen Directeur doet geen nader onderzoek naar de melding omdat de beëdigde werkzaam is voor een bedrijf dat geen bank is met een Nederlandse bankvergunning. Daarom is het bancaire tuchtrecht hier niet van toepassing.

De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen Directeur verzocht.

De voorzitter van de Tuchtcommissie heeft het herzieningsverzoek afgewezen. Melder stelt dat het bedrijf een 100%-dochter van de bank is en dat de beëdigde zijn werkzaamheden voor het bedrijf verrichtte op basis van een arbeidsovereenkomst met de bank. De beëdigde heeft net als alle andere medewerkers van de bank de bankierseed afgelegd. De voorzitter oordeelt dat het om een bancair tuchtrecht gaat en dat de beëdigde niet werkzaam was voor de bank. Hij was gedurende een aantal jaar uitsluitend werkzaam voor het bedrijf. Dit is een zelfstandige rechtspersoon, niet zijnde een bank als bedoeld in artikel 3:17c Wft. De gedragingen van de beëdigde bij het bedrijf vallen daarom niet onder de reikwijdte van de Gedragsregels Bancaire Sector. Dat wordt niet anders doordat het bedrijf een 100%-dochter van de bank is of doordat de beëdigde zijn werkzaamheden bij het bedrijf verrichtte op grond van een arbeidsovereenkomst met de bank.