Onvoldoende en te traag antwoorden

Kern van de uitspraak

De melding ziet op het verloop van de klachtprocedure bij de bank. De meldster is van oordeel dat de bankmedewerkers die betrokken zijn bij de beantwoording van haar klacht bewust een onvolledig dan wel een te summier antwoord hebben gegeven. Daarbij heeft de beantwoording (te) lang op zicht laten wachten. Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 11 juli 2025, of volg de link naar de beslissing TRB-2025-5167-AD.

De melder heeft bij de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken een verzoek om herziening ingediend. Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken van 25 september 2025, TRB-2025-5167-HV.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

In zijn beslissing legt de Algemeen directeur uit dat In het bancaire tuchtrecht het gedrag van de individuele bankmedewerker centraal staat. Beoordeeld dient te worden of de melding ziet op een individuele handeling (gedraging). Vervolgens moet beoordeeld of er ook sprake is van onzorgvuldig handelen dat tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

De Algemeen directeur komt na bestudering van de melding en de daarbij gevoegde stukken tot de conclusie dat de gestelde termijnoverschrijding(en) althans doorlooptijd(en) niet te wijten zijn aan persoonlijk gedrag van de bankmedewerker. Waarbij opgemerkt wordt dat één en ander nog losstaat van de vraag of überhaupt wel sprake is van een termijnoverschrijding door de bank als instelling.

De Algemeen directeur besluit geen verder onderzoek naar de melding te doen en wijst de melding af.

Wat is het oordeel van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken

De Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken heeft het verzoek om herziening beoordeeld. De beslissing van de Algemeen directeur blijft in stand. De door verzoekster beschreven feitelijke gang van zaken in het herzieningsverzoek is onvoldoende om te spreken van persoonlijk gedrag van de bankmedewerkster dat in strijd zou zijn met enige tuchtrechtelijke norm. Dat daarbij sprake zou zijn van doelbewust handelen, zoals u in het herzieningsverzoek wordt gesteld, is geenszins aannemelijk geworden, aldus de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken, het verzoek om herziening wordt afgewezen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Buiten de bank brengen van stukken

Kern van de uitspraak

Op basis van de uitkomsten van het tuchtrechtelijke onderzoek beslist de Algemeen directeur  de door de bank ingediende melding niet verder in behandeling te nemen en dus niet tot oplegging van een maatregel over te gaan.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 16 september 2025, of klik op de link voor de volledige uitspraak TRB-2025-5165-AD.

De bank heeft bij de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken verzocht om herziening van de uitspraak. Het herzieningsverzoek is afgewezen.
Lees hierna de samenvatting of klik op de link voor de uitspraak van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken van 25 januari 2026, TRB-2026-5165-HV.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De melding ziet op het buiten de bank brengen van documenten door de bankmedewerker en het enkele malen bekijken van de bankrekening van (onder andere) zijn ex-partner en zoontje. De Algemeen directeur stelt vast dat een aantal gedragingen voor het afleggen van de bankierseed hebben plaatsgevonden en derhalve buiten de boordeling moeten blijven. Voor de overige gedragingen heeft de bankmedewerker toegelicht welke omstandigheden aanleiding waren tot zijn handelen. De Algemeen directeur ziet in deze heftige omstandigheden geen rechtvaardiging voor zijn handelen, wel blijkt daaruit dat hij uitsluitend (en wanhopig) op zoek was naar informatie over zijn zoon. De bankmedewerker heeft niet gehandeld vanuit een kwaadwillend motief of vanuit de gedachte om de bank en/of klanten van de bank te benadelen.

De Algemeen directeur besluit de melding te seponeren en sluit het dossier, in zijn overwegingen betrekt de Algemeen directeur dat de bankmedewerker zelf gestopt is met zijn gedragingen, het kwalijke daarvan heeft ingezien en spijt heeft betuigd.

Wat is het oordeel van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken

De Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken geeft in zijn overwegingen aan dat de Algemeen directeur op juiste gronden heeft besloten de zaak tegen de bankmedewerker te seponeren en geen klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Opzegging kredietfaciliteit

Kern van de uitspraak

De melder, eigenaar van een onderneming, is van oordeel dat de bankmedewerker niet de vereiste zorgvuldigheid heeft betracht in het gesprek met de melder over beëindiging van de kredietfaciliteit.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 25 september 2025, of klik op de link voor volledige beslissing: TRB-2025-5138-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De melder geeft aan dat de bankmedewerker tijdens een bespreking met hem kenbaar heeft gemaakt dat de bank de kredietfaciliteit waar zijn onderneming gebruik van maakt, wenst te beëindigen, zónder dat daar een zorgvuldig, op actuele bedrijfscijfers gebaseerd voorbereidingsproces aan vooraf is gegaan. Daarnaast stelt hij dat het gesprek met de bankmedewerker, dat gehouden werd bij de ondernemer op kantoor, woordelijk hoorbaar was voor zijn financieel manager en operationeel manager die in een aangrenzende ruimte zaten.

De Algemeen directeur geeft in zijn beslissing aan dat bij meldingen die zijn ingediend tegen de achtergrond van een inhoudelijk, civielrechtelijk geschil tussen de melder en de bank, de inhoud van deze beslissing c.q. het standpunt van de bank in dezen buiten de tuchtrechtelijke beoordeling valt.

In onderhavige situatie geldt dit aldus voor (beoordeling van) de rechtmatigheid van de beëindiging van de kredietfaciliteit. Wel valt de wijze van totstandkoming en kenbaarmaking van de beslissing of het standpunt van de bank onder de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht.

De Algemeen directeur heeft bij de bank informatie opgevraagd over (onder meer) de concrete aanleiding c.q. reden voor de bespreking met de ondernemer. Naar aanleiding daarvan heeft de bank de Algemeen directeur ervan in kennis gesteld dat die reden erin gelegen was om (i) kenbaar te maken dat de aan de onderneming geboden kredietvorm niet meer binnen het bancair financieringsbeleid paste en daarom zou worden beëindigd en (ii) om een eventuele alternatieve, nieuwe financiering te onderzoeken. De Algemeen directeur is van oordeel de bankmedewerker geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt valt te maken dat aan aankondiging van de mededeling geen zorgvuldig, op actuele bedrijfscijfers gebaseerd voorbereidingsproces is voorafgegaan.

Verder overweegt de Algemeen directeur dat de omstandigheid dat het gesprek woordelijk hoorbaar was voor de financieel manager en de operationeel manager die in een aangrenzende ruimte zaten de bankmedewerker geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Dat de bankmedewerker tijdens die bespreking schreeuwerig zou zijn geweest of anderszins de normale standaarden voor zakelijke conversatie zou hebben overschreden, is niet gesteld. Daarbij betrekt de Algemeen directeur dat de ondernemer in zijn telefonische toelichting op de heeft verklaard dat sprake is van “kartonnen muurtjes” in het kantoorpand waardoor gesprekken tevens hoorbaar zijn voor personen in een aangrenzende ruimte.

De Algemeen directeur besluit tot afwijzing van de melding. De melder is het niet eens met deze beslissing en heeft bij de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken een verzoek tot herziening ingediend.

Wat is het oordeel van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken

De Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken ziet in hetgeen in het verzoek is aangevoerd onvoldoende aanleiding om een nader onderzoek te rechtvaardigen. Voorts is de voorzitter van mening dat de Algemeen directeur op goede gronden tot zijn oordeel is gekomen en dat niet is gebleken dat persoonlijk gedrag van de bankmedewerker aanleiding zou geven tot nader onderzoek.

Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Lees hier de uitspraak van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken van 25 september 2025.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Is er sprake van onjuiste informatieverstrekking?

Kern van de uitspraak

De melder en de bank zijn het niet met elkaar eens over wie de rechthebbende is van een (openstaande) vordering. De melder meent dat de bank -die een vordering heeft op de melder- deze vordering heeft verkocht aan een incassobureau en dat het incassobureau (en dus niet de bank) de rechthebbende is. Daarvan uitgaande zou de bank de vordering niet (meer) kunnen opeisen bij de melder.

De melder geeft aan dat hij de bank diverse malen en langdurig naar de onderbouwing heeft gevraagd van het door de bank ingenomen standpunt. En ook dat hij  de bank heeft verzocht om overlegging van bewijsstukken waaraan de bank ontleent nog rechthebbende te zijn. Omdat de melder twijfelt aan de juistheid van de verkregen antwoorden, heeft hij bij Tuchtrecht Banken meerdere meldingen ingediend tegen de bankmedewerkers waarmee hij contact heeft gehad.

De meldingen zijn door de Algemeen directeur afgewezen. De melder heeft daarop tegen de afwijzende beslissingen bij de voorzitter van de Tuchtcommissie Banken herziening van de beslissingen gevraagd.

Lees hieronder de samenvatting van één van de beslissingen van de Algemeen directeur en van één van de beslissingen op de ingediende verzoeken om herziening.

De beslissingen zijn ook direct te lezen door op de volgende linkjes te klikken: TRB-2025-5104-AD en TRB-2025-5104-HV.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De meldingen hebben betrekking op diverse bankmedewerkers, ieder in hun eigen rol en positie. Aan de meldingen ligt een vordering van de bank op de melder ten grondslag. Deze vordering is overgebleven uit het faillissement van de vennootschap waarvan melder directeur-groot aandeelhouder was. De bank heeft melder aangesproken tot betaling van de  vordering. Melder heeft zich hier tegen verzet en is een civiele procedure begonnen. In dit verzet is hij niet geslaagd. De rechter heeft de melder in de civiele procedure veroordeeld tot betaling van de openstaande vordering.  Waarna de discussie met de bank ontstond over het al dan niet overgedragen zijn van de vordering aan een incassobureau.

In de meldingen wordt aangevoerd dat de bankmedewerkers ieder voor zich en binnen hun eigen bevoegdheden, geen afdoende antwoord hebben gegeven op de door de melder gestelde vragen en ook dat de bankmedewerkers afspraken met elkaar hebben gemaakt over de communicatie met de melder en over het achterhouden van bewijs en het dossier. Dit om te voorkomen dat openheid van zaken wordt geboden, aldus de melder.

De Algemeen directeur geeft in zijn beslissing aan dat in de tuchtrechtelijke procedure geen oordeel kan worden gegeven over de civiele aspecten. Dit valt buiten de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht. In de tuchtrechtelijke procedure kan alleen geoordeeld worden over het mogelijk tuchtrechtelijk verwijtbare gedrag van de bankmedewerkers.

In de meldingen ziet de Algemeen directeur geen aanwijzingen dat de betrokken bankmedewerkers bij de totstandkoming van de civielrechtelijke beslissing(en) of het innemen van een standpunt sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbare onzorgvuldigheid in het contact tussen de bankmedewerker en de melder, dan wel in het door de bankmedewerker gevolgde werkproces.

Wat is het oordeel van de voorzitter van de Tuchtcommissie Banken

De verzoeker is van mening dat de beslissing van de algemeen directeur niet zorgvuldig tot stand is gekomen, dat ten onrechte een oordeel wordt gegeven over de vordering ten gunste van de bank en dat ten onrechte geen onderzoek naar de verschillende bankmedewerkers is opgestart. Naast het verzoek om herziening van de beslissing wordt ook gevraagd om rectificatie van de beslissing van de Algemeen directeur.

De Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken geeft aan dat uit het herzieningsdossier en de beslissing van de algemeen directeur hem niet is gebleken dat een standpunt omtrent het civielrechtelijke geschil is ingenomen. De algemeen directeur heeft enkel beoordeeld of al dan niet sprake was van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

De Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken geeft verder aan dat van niet integer handelen -naar het hem voorkomt- niet is gebleken.  Voor wat betreft de overige opmerkingen die in het herzieningsverzoek zijn gemaakt merkt de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken op dat de Algemeen directeur op juiste gronden heeft besloten geen nader onderzoek te doen instellen en derhalve geen klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken.

Het verzoek om voorziening wordt om vorenstaande redenen afgewezen. Voor het eisen van rectificatie van de beslissing van de Algemeen directeur is een herzieningsprocedure geen plaats.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

 

Thuiswerkster deelt klantgegevens met partner

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft haar partner op het moment dat zij thuiswerkte laten meekijken op haar beeldscherm terwijl zij in gesprek was met een klant van de bank. Op deze manier heeft zij (zonder zakelijke aanleiding) klantgegevens gedeeld met haar partner. De klantgegevens bestonden onder meer uit het saldo van de spaarrekening en leeftijd (geboortejaar) van de klant.

Lees hieronder de samenvatting van de Algemeen directeur van 8 juli 2025 of klik op de link voor de volledige beslissing: TRB-2025-5123-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De bankmedewerkster heeft in het gesprek met de bank verklaard dat zij het gesprek met de klant van de bank niet kan herinneren. Verder geeft zij aan dat zij haar gedrag niet herkent en dat zij is geschrokken van de inhoud (transcriptie) van het telefoongesprek. Het was haar partner, zo heeft zij verklaard, met wie ze thuis sprak. Uit onderzoek van de bank is niet gebleken dat misbruik van de klantgegevens heeft plaatsgevonden.

In het gesprek bij Tuchtrecht Banken heeft de bankmedewerkster haar eerdere verklaring bij de bank herhaald. Ze geeft nogmaals aan te zijn geschrokken van haar gedrag en niet meer kan herinneren dat het op die manier – zoals te lezen in de transcriptie – is gegaan. Bankmedewerkster geeft aan dat het een hectische periode was, ze was zwanger en had ook zwangerschapsdiabetes had en daardoor vaak voor controle in het ziekenhuis moest zijn.

Ze zegt er begrip voor te hebben dat de bank een melding heeft ingediend. Ze vindt het verschrikkelijk wat er is gebeurd en bestempelt haar handelen als stom en onnodig. Daarbij is zij zich ervan bewust dat dergelijk handelen niet is toegestaan en dat zij daarom altijd zorgvuldig omgaat met informatie over klanten. Het delen van klantinformatie met haar partner was niet vanuit kwade intenties. Zij erkent dat haar handelen niet verenigbaar is met de bankierseed en is vastberaden dat een dergelijk incident u niet nogmaals zal overkomen.

De Algemeen directeur stelt vast de bankmedewerkster de gedragsregels 1, 4 en 5 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode heeft geschonden. Hij besluit in plaats van een tuchtklacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken de bankmedewerkster een schikking, te weten een boete van € 250,- voor te leggen. Hierbij overweegt hij dat sprake is van een eenmalige gebeurtenis, dat de klantgegevens alleen met de partner van de bankmedewerkster zijn gedeeld en dat uit het onderzoek van de bank blijkt dat geen misbruik is gemaakt van de gegevens. Ook was de bank tot aan het incident tevreden over het functioneren van de bankmedewerkster.

De bankmedewerkster heeft de schikking geaccepteerd.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Rekeninggluren uit bezorgdheid

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens bekeken van enkele familieleden en directe bekenden. De bankmedewerkster heeft verklaard dat ze handelde vanuit grote bezorgdheid om haar zoon, die in het verleden geruime tijd kampte met een gokverslaving.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 17 juni 2025 of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-5126-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur stelt voorop dat het zonder zakelijk aanleiding bekijken van rekeninggegevens, ook wel rekeninggluren genoemd, een ernstige schending van de regel 1 en 4 van de Gedragscode verbonden aan de bankierseed. Hetgeen op zich voldoende aanleiding kan zijn aanleiding een klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. De Algemeen directeur besluit om de hierna genoemde overwegingen de melding op grond van artikel 2.2.5 Tuchtreglement Bancaire Sector zelf af te doen, waarmee een procedure bij de Tuchtcommissie Banken wordt voorkomen.

In de overwegingen geeft de Algemeen directeur onder andere aan kennisgenomen te hebben van de persoonlijke omstandigheden van de bankmedewerkster en de reden voor het raadplegen van de rekeninggegevens van haar zoon, dochter, neef en een kennis. De Algemeen directeur begrijpt uit de gegeven toelichting dat de raadplegingen primair zijn verricht uit bezorgdheid over het (psychische) welzijn van de zoon van de bankmedewerkster. De overige raadplegingen waren aldus de bankmedewerkster bedoeld om te verifiëren of deze personen geld aan haar zoon verstrekten.

De bankmedewerkster heeft meermaals aangegeven spijt te hebben van haar handelen en zich daarvoor te schamen, hetgeen door de Algemeen directeur als oprecht en gemeend is overgekomen. Haar oprechte spijt en de openhartigheid waarmee zij haar situatie heeft toegelicht, maken duidelijk dat zij haar fouten inziet en zich ervan bewust is dat haar handelen niet in overeenstemming met de gedragsregels is.

Verder betrekt de Algemeen directeur dat de bankmedewerkster al de nadelige gevolgen van haar handelen heeft ondervonden. De bank heeft naar aanleiding van de gebleken ongeoorloofde raadplegingen de bankmedewerkster een ernstige schriftelijke berisping opgelegd en een schorsing van zeven werkdagen met inhouding van het salaris over deze zeven dagen. Ook heeft zij over het jaar 2024 een negatieve beoordeling gehad, wat invloed had op haar bonus en salarisverhoging.

De Algemeen directeur legt aan de bankmedewerkster een schikking voor in de vorm van een geldboete van € 500,-. Het schikkingsvoorstel is geaccepteerd.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Rekeninggluren uit nieuwsgierigheid

Kern van de uitspraak

De bankmedewerkster heeft een aantal keren, zonder dat haar werk daartoe aanleiding gaf de klant-/rekeninggegevens van verschillende klanten van de bank geraadpleegd. De raadplegingen spitsten zich met name toe op de rekeningen van haarzelf, haar partner, een bedrijf en (oude) kennissen van haar. Na hierop te zijn aangesproken door de bank heeft de bankmedewerkster de (ongeoorloofde) raadplegingen erkend.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 12 juni 2025 of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-5055-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur stelt vast dat het zonder zakelijk aanleiding inzien van rekeninggegevens, het zogenaamde rekeninggluren, een schending oplevert van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode, meer specifiek de gedragsregels één en vier. Rekeninggegevens geven veel informatie prijs over het persoonlijke leven van de rekeninghouders en daarmee zijn die gegevens uiterst privacygevoelig. Het gaat dan ook om een ernstige schending van de bankierseed.

De bank heeft de medewerkster een ernstige schriftelijke berisping opgelegd en een schorsing van vijf werkdagen met inhouding van het salaris over deze vijf dagen.

De Algemeen directeur betrekt in zijn oordeelsvorming dat de bankmedewerkster blijk heeft gegeven van inzicht in de onjuiste aard van haar handelen en heeft laten blijken dat zij zich terdege bewust is van de omstandigheden waaronder zij heeft gehandeld.

Tijdens het gesprek met de Algemeen Directeur heeft de bankmedewerkster meerdere malen haar excuses aangeboden en heeft zij uitdrukking gegeven aan haar diepe schaamte over het handelen. Daarnaast heeft de bankmedewerkster herhaaldelijk verklaard dat zij in de toekomst nimmer ongeoorloofde raadplegingen zal plegen, hetgeen door de Algemeen directeur als oprecht en gemeend is ontvangen.

Voorts neemt de Algemeen directeur in aanmerking dat de bankmedewerkster gedurende haar dienstverband van meer dan dertien jaar, voorafgaand aan de onderhavige situatie, niet eerder betrokken is geweest bij ongeoorloofde raadplegingen. Haar gedragingen in deze zaak vormen dan ook naar verhouding een beperkte afwijking van haar normale gedragspatroon. Bovendien, zo stelt de Algemeen directeur vast, wordt meegenomen dat de omvang van de raadplegingen relatief beperkt is geweest, en dat een deel daarvan betrekking had op de eigen persoonlijke gegevens. Tot slot betrekt de Algemeen Directeur in zijn oordeel dat het onderzoek enige tijd in beslag heeft genomen.

De Algemeen directeur heeft de bankmedewerkster een schikking van € 500,- aangeboden, de schikking is geaccepteerd.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Rekeninggluren, voldoende meegewerkt aan onderzoek?

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft meerdere malen zonder zakelijke aanleiding rekeningen van bekenden van haar bekeken. Naar aanleiding van de melding, ingediend door de bank, is door Tuchtrecht Banken een onderzoek ingesteld. De bankmedewerkster is om een (schriftelijke) toelichting gevraagd. Naar aanleiding van hetgeen zij heeft gesteld, is zij uitgenodigd voor een gesprek. De datum voor het gesprek is op verzoek van de bankmedewerkster meerdere keren verzet. De Algemeen directeur heeft nog pogingen ondernomen om een datum voor het gesprek vast te stellen. Een gesprek heeft plaatsgevonden niet kunne plaatsvinden omdat de bankmedewerkster haar medewerking niet verleende.

De Algemeen directeur heeft op basis van de hem bekende gegevens besloten een Klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. In de Klacht wordt de bankmedewerkerster verweten dat zij zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens heeft bekeken én dat zij onvoldoende medewerking heeft verleend aan het tuchtrechtelijk onderzoek.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025 of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5151-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken overweegt in haar uitspraak dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie geeft over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding bekijken van die gegevens is dan ook niet zorgvuldig en moet als een ernstige schending van de bankierseed worden opgevat. De bankmedewerkster heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met haar handelen dan ook de gedragsregels 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden.

Het verwijt dat de bankmedewerkster onvoldoende medewerking zou hebben verleend aan het tuchtrechtelijk onderzoek deelt de Tuchtcommissie Banken niet. De Tuchtcommissie Banken maakt uit het dossier op dat de medewerkster in het gesprek met de bank onmiddellijk een reactie heeft gegeven op hetgeen haar verweten wordt en zij heeft daarbij tot op zekere hoogte openheid van zaken gegeven. Dit geldt tevens voor haar schriftelijke reactie aan de Algemeen directeur. Dat de bankmedewerkster uiteindelijk niet (ook nog) inhoudelijk met de Algemeen directeur in gesprek is gegaan, maakt dat voor de Tuchtcommissie Banken niet anders.

De Tuchtcommissie Banken legt aan de bankmedewerkster alleen voor het zonder zakelijk aanleiding raadplegen van rekeninggegevens (rekeninggluren) een als maatregel een beroepsverbod van drie maanden op.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

De Tuchtcommissie Banken oordeelde in haar uitspraak van 25 juni 2025, TRB-2025-4898-TC dat een bankmedewerker die geen medewerking verleende aan het (tuchtrechtelijk) onderzoek wel tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legde hiervoor een maatregel op. In tegenstelling tot bovengenoemde procedure staakte de bankmedewerker zijn medewerking aan het onderzoek door en bij de bank, antwoordde hij niet op verzoeken van de Algemeen directeur om te regeren dan wel verweer te voeren op de tegen hem ingediende melding, en reageerde hij evenmin op de oproep voor de zitting bij de Tuchtcommissie Banken.

Negatieve uitlatingen en belangenverstrengeling

Kern van de uitspraak

Bankmedewerker heeft voorafgaand aan de beëindiging van zijn werkrelatie bij de bank zich negatief uitgelaten over zijn werkgever tegenover enkele bankklanten waarvoor hij de beleggingsportefeuille beheerde. Hij heeft gemeld te vertrekken bij de bank en hen in overweging gegeven over te stappen naar zijn nieuwe werkgever. Verder heeft hij documenten van zijn zakelijk e-mailadres naar zijn privé e-mailadres gezonden.

Daarnaast heeft de bankmedewerker in privé (beleggings)adviezen gegeven aan een (execution-only) bankrelatie, waarmee (later) ook een vriendschappelijke relatie is ontstaan. Voor het geven van de adviezen ontving de bankmedewerker meerdere (financiële) schenkingen. Was hier sprake van belangenverstrengeling en/of het uitoefenen van nevenactiviteiten?

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 5 november 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5110-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker heeft erkend telefonisch contact te hebben opgenomen met enkele van zijn klanten. In die gesprekken heeft hij zich negatief uitgelaten over de bank en gemeld dat hij bij een andere bank in een vergelijkbare functie aan de slag zou gaan. Ook heeft hij in die gesprekken laten doorschemeren dat klanten, indien zij dat wilden, hem konden volgen naar zijn nieuwe werkgever. De tuchtcommissie is van oordeel  dat de bankmedewerker uitlatingen heeft gedaan die niet in het belang van de bank zijn en die afbreuk doen aan de integriteit en zorgvuldigheid die van een bankmedewerker mogen worden verwacht. Daarbij komt dat het op grond van de interne regels van de bank niet was toegestaan om klanten zelfstandig te informeren over zijn vertrek zonder voorafgaand overleg met de leidinggevende. De Tuchtcommissie Banken overweegt dat de bankmedewerker bewust in strijd met deze regels heeft gehandeld en acht dit niet integer en niet zorgvuldig in de zin van de gedragsregels.

Voor wat betreft sturen van documenten naar zijn privé e-mailadres stelt de Tuchtcommissie Banken vast dat in ieder geval een van de documenten vertrouwelijke informatie bevatte en deze buiten de beveiligde omgeving van de bank is gebracht. De tuchtcommissie benadrukt dat het uitgangspunt binnen de bancaire sector is dat vertrouwelijke informatie, waaronder intern opgestelde documenten, te allen tijde binnen de fysieke en digitale beveiliging van de bank dient te blijven. Alleen dan kan een bank zicht houden op die gegevens en zorgdragen voor een adequaat beheer daarvan, zodat de gegevens niet in de handen van onbevoegde derden kunnen vallen.

De tuchtcommissie kan niet vaststellen dat de bankmedewerker daadwerkelijk nevenactiviteiten heeft verricht voor een klant van de bank en daarvoor een vergoeding heeft ontvangen. Echter, zelfs indien wordt aangenomen dat de bankmedewerker niet daadwerkelijk tegen betaling beleggingsadvies heeft verleend, had hij zich moeten realiseren dat zijn gedragingen de schijn konden wekken van belangenverstrengeling. Juist vanwege de combinatie van het privécontact, het ontvangen van schenkingen en het gebruik van intern bankmateriaal, had het op de weg van de bankmedewerker gelegen om hierover openheid te betrachten en de situatie te bespreken met zijn leidinggevende. Door dit na te laten en het contact met de klant van de bank aanvankelijk zelfs heeft verzwegen in het gesprek met de bank, acht de tuchtcommissie zijn  handelen niet in overeenstemming met de vereiste integriteit die van een bankmedewerker mag worden verwacht. Daarmee heeft de bankmedewerker gehandeld in strijd met de gedragsregels.

De Tuchtcommissie Banken betrekt in haar overweging nog het verweer van de bankmedewerker waarin hij aangeeft de adviezen enkel uit vriendschap te hebben gegeven en dat geen sprake was van het geven van professioneel beleggingsadvies. De tuchtcommissie acht echter van belang dat de bankmedewerker een ervaren DSI-geregistreerde beleggingsadviseur is, die goed bekend mag worden verondersteld met de professionele grenzen die gelden tussen enerzijds zakelijk en privé en anderzijds beleggingsadvies en execution-only.

De Tuchtcommissie Banken oordeelt dat de bankmedewerker gedragsregel 1, 4 en 5 van de Gedragscode verbonden aan de bankierseed heeft geschonden. Bij het vaststellen van de maatregel weegt de Tuchtcommissie Banken als verzwarende factor mee dat de bankmedewerker jarenlang ervaring heeft binnen de bankensector met een professionele registratie (DSI) en had moeten weten dat zijn gedrag ontoelaatbaar is.

Daar staat tegenover dat de bankmedewerker in de procedure openheid van zaken heeft gegeven, spijt heeft betuigd en heeft erkend dat hij onhandig heeft gehandeld. De tuchtcommissie constateert echter tegelijkertijd dat de bankmedewerker tot aan de zitting bij de tuchtcommissie onvoldoende blijk heeft gegeven van daadwerkelijk inzicht in de normschendingen en het belang van het bespreken van dergelijke situaties binnen de organisatie. De Tuchtcommissie Banken legt de bankmedewerker als maatregel een geldboete op van € 1000,-.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

 

Vervalste rekeningafschriften gevoegd bij kredietaanvraag

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster voegt bij haar kredietaanvragen vervalste rekeningafschriften om, zo verklaart zij, zeker te zijn dat haar kredietaanvragen worden toegewezen. Kan de bankmedewerkster op haar gedragingen, die binnen haar privé-omgeving hebben plaatsgevonden, tuchtrechtelijk worden aangesproken?

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025, of klik op de link voor de volledige uitspraak TRB-2025-5028-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Aan de beoordeling van de Klacht gaat vooraf de beantwoording van de vraag of het handelen van de bankmedewerkster binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht valt. De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat in dit kader het van belang is dat het privé handelen van een bankmedewerk(st)er in beginsel buiten de grenzen van zijn of haar functie en daarmee in beginsel ook buiten het bereik van het bancaire tuchtrecht ligt. Bij gedragingen die zich in hoofdzaak buiten de eigenlijke uitoefening van de functie bij de bank hebben voorgedaan, komt het aan op een beoordeling van de raakvlakken tussen die gedragingen en (de positie van) de bank. Afhankelijk daarvan dient te worden beslist of een gedraging binnen of buiten de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht valt.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat voldoende raakvlakken bestaan tussen de verweten gedragingen en het werken bij de bank. Het aanvragen van een krediet betreft immers een bancaire aangelegenheid. Daar komt bij dat de bankmedewerkster zelf werkzaam was als financieringsspecialist. Ook weegt mee dat de door de bankmedewerkster bewerkte stukken afkomstig zijn van de bank en dat deze bewerkingen deels zijn uitgevoerd op haar werklaptop. Het handelen van de bankmedewerkster valt daarom binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht.

Bij de kredietaanvragen zijn welbewust onjuiste, te weten vervalste rekeningafschriften aangeleverd. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat door zo te handelen de bankmedewerkster in strijd met de wet heeft gehandeld. Het is evident dat dergelijk handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat, aldus de tuchtcommissie. Deze vaststelling leidt ertoe dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer acht. Verder schaadt deze handelwijze het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers. De gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector zijn geschonden. De Tuchtcommissie Banken legt met verwijzing naar vergelijkbare zaken de maatregel van een beroepsverbod op, voor de duur van drie maanden.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

Al eerder oordeelde de Tuchtcommissie Banken dat een bankmedewerker tuchtrechtelijk verwijtbaar handelt als hij bij het aanvragen van een persoonlijk krediet gebruik maakt van vervalste stukken. Lees hiervoor de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 8 oktober 2025.