Onvoldoende en te traag antwoorden

Deel deze pagina

Kern van de uitspraak

De melding ziet op het verloop van de klachtprocedure bij de bank. De meldster is van oordeel dat de bankmedewerkers die betrokken zijn bij de beantwoording van haar klacht bewust een onvolledig dan wel een te summier antwoord hebben gegeven. Daarbij heeft de beantwoording (te) lang op zicht laten wachten. Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 11 juli 2025, of volg de link naar de beslissing TRB-2025-5167-AD.

De melder heeft bij de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken een verzoek om herziening ingediend. Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken van 25 september 2025, TRB-2025-5167-HV.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

In zijn beslissing legt de Algemeen directeur uit dat In het bancaire tuchtrecht het gedrag van de individuele bankmedewerker centraal staat. Beoordeeld dient te worden of de melding ziet op een individuele handeling (gedraging). Vervolgens moet beoordeeld of er ook sprake is van onzorgvuldig handelen dat tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

De Algemeen directeur komt na bestudering van de melding en de daarbij gevoegde stukken tot de conclusie dat de gestelde termijnoverschrijding(en) althans doorlooptijd(en) niet te wijten zijn aan persoonlijk gedrag van de bankmedewerker. Waarbij opgemerkt wordt dat één en ander nog losstaat van de vraag of überhaupt wel sprake is van een termijnoverschrijding door de bank als instelling.

De Algemeen directeur besluit geen verder onderzoek naar de melding te doen en wijst de melding af.

Wat is het oordeel van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken

De Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken heeft het verzoek om herziening beoordeeld. De beslissing van de Algemeen directeur blijft in stand. De door verzoekster beschreven feitelijke gang van zaken in het herzieningsverzoek is onvoldoende om te spreken van persoonlijk gedrag van de bankmedewerkster dat in strijd zou zijn met enige tuchtrechtelijke norm. Dat daarbij sprake zou zijn van doelbewust handelen, zoals u in het herzieningsverzoek wordt gesteld, is geenszins aannemelijk geworden, aldus de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken, het verzoek om herziening wordt afgewezen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.