Rekeninggluren uit bezorgdheid

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens bekeken van enkele familieleden en directe bekenden. De bankmedewerkster heeft verklaard dat ze handelde vanuit grote bezorgdheid om haar zoon, die in het verleden geruime tijd kampte met een gokverslaving.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 17 juni 2025 of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-5126-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur stelt voorop dat het zonder zakelijk aanleiding bekijken van rekeninggegevens, ook wel rekeninggluren genoemd, een ernstige schending van de regel 1 en 4 van de Gedragscode verbonden aan de bankierseed. Hetgeen op zich voldoende aanleiding kan zijn aanleiding een klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. De Algemeen directeur besluit om de hierna genoemde overwegingen de melding op grond van artikel 2.2.5 Tuchtreglement Bancaire Sector zelf af te doen, waarmee een procedure bij de Tuchtcommissie Banken wordt voorkomen.

In de overwegingen geeft de Algemeen directeur onder andere aan kennisgenomen te hebben van de persoonlijke omstandigheden van de bankmedewerkster en de reden voor het raadplegen van de rekeninggegevens van haar zoon, dochter, neef en een kennis. De Algemeen directeur begrijpt uit de gegeven toelichting dat de raadplegingen primair zijn verricht uit bezorgdheid over het (psychische) welzijn van de zoon van de bankmedewerkster. De overige raadplegingen waren aldus de bankmedewerkster bedoeld om te verifiëren of deze personen geld aan haar zoon verstrekten.

De bankmedewerkster heeft meermaals aangegeven spijt te hebben van haar handelen en zich daarvoor te schamen, hetgeen door de Algemeen directeur als oprecht en gemeend is overgekomen. Haar oprechte spijt en de openhartigheid waarmee zij haar situatie heeft toegelicht, maken duidelijk dat zij haar fouten inziet en zich ervan bewust is dat haar handelen niet in overeenstemming met de gedragsregels is.

Verder betrekt de Algemeen directeur dat de bankmedewerkster al de nadelige gevolgen van haar handelen heeft ondervonden. De bank heeft naar aanleiding van de gebleken ongeoorloofde raadplegingen de bankmedewerkster een ernstige schriftelijke berisping opgelegd en een schorsing van zeven werkdagen met inhouding van het salaris over deze zeven dagen. Ook heeft zij over het jaar 2024 een negatieve beoordeling gehad, wat invloed had op haar bonus en salarisverhoging.

De Algemeen directeur legt aan de bankmedewerkster een schikking voor in de vorm van een geldboete van € 500,-. Het schikkingsvoorstel is geaccepteerd.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Rekeninggluren uit nieuwsgierigheid

Kern van de uitspraak

De bankmedewerkster heeft een aantal keren, zonder dat haar werk daartoe aanleiding gaf de klant-/rekeninggegevens van verschillende klanten van de bank geraadpleegd. De raadplegingen spitsten zich met name toe op de rekeningen van haarzelf, haar partner, een bedrijf en (oude) kennissen van haar. Na hierop te zijn aangesproken door de bank heeft de bankmedewerkster de (ongeoorloofde) raadplegingen erkend.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 12 juni 2025 of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-5055-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur stelt vast dat het zonder zakelijk aanleiding inzien van rekeninggegevens, het zogenaamde rekeninggluren, een schending oplevert van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode, meer specifiek de gedragsregels één en vier. Rekeninggegevens geven veel informatie prijs over het persoonlijke leven van de rekeninghouders en daarmee zijn die gegevens uiterst privacygevoelig. Het gaat dan ook om een ernstige schending van de bankierseed.

De bank heeft de medewerkster een ernstige schriftelijke berisping opgelegd en een schorsing van vijf werkdagen met inhouding van het salaris over deze vijf dagen.

De Algemeen directeur betrekt in zijn oordeelsvorming dat de bankmedewerkster blijk heeft gegeven van inzicht in de onjuiste aard van haar handelen en heeft laten blijken dat zij zich terdege bewust is van de omstandigheden waaronder zij heeft gehandeld.

Tijdens het gesprek met de Algemeen Directeur heeft de bankmedewerkster meerdere malen haar excuses aangeboden en heeft zij uitdrukking gegeven aan haar diepe schaamte over het handelen. Daarnaast heeft de bankmedewerkster herhaaldelijk verklaard dat zij in de toekomst nimmer ongeoorloofde raadplegingen zal plegen, hetgeen door de Algemeen directeur als oprecht en gemeend is ontvangen.

Voorts neemt de Algemeen directeur in aanmerking dat de bankmedewerkster gedurende haar dienstverband van meer dan dertien jaar, voorafgaand aan de onderhavige situatie, niet eerder betrokken is geweest bij ongeoorloofde raadplegingen. Haar gedragingen in deze zaak vormen dan ook naar verhouding een beperkte afwijking van haar normale gedragspatroon. Bovendien, zo stelt de Algemeen directeur vast, wordt meegenomen dat de omvang van de raadplegingen relatief beperkt is geweest, en dat een deel daarvan betrekking had op de eigen persoonlijke gegevens. Tot slot betrekt de Algemeen Directeur in zijn oordeel dat het onderzoek enige tijd in beslag heeft genomen.

De Algemeen directeur heeft de bankmedewerkster een schikking van € 500,- aangeboden, de schikking is geaccepteerd.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Rekeninggluren, voldoende meegewerkt aan onderzoek?

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft meerdere malen zonder zakelijke aanleiding rekeningen van bekenden van haar bekeken. Naar aanleiding van de melding, ingediend door de bank, is door Tuchtrecht Banken een onderzoek ingesteld. De bankmedewerkster is om een (schriftelijke) toelichting gevraagd. Naar aanleiding van hetgeen zij heeft gesteld, is zij uitgenodigd voor een gesprek. De datum voor het gesprek is op verzoek van de bankmedewerkster meerdere keren verzet. De Algemeen directeur heeft nog pogingen ondernomen om een datum voor het gesprek vast te stellen. Een gesprek heeft plaatsgevonden niet kunne plaatsvinden omdat de bankmedewerkster haar medewerking niet verleende.

De Algemeen directeur heeft op basis van de hem bekende gegevens besloten een Klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. In de Klacht wordt de bankmedewerkerster verweten dat zij zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens heeft bekeken én dat zij onvoldoende medewerking heeft verleend aan het tuchtrechtelijk onderzoek.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025 of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5151-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken overweegt in haar uitspraak dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie geeft over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding bekijken van die gegevens is dan ook niet zorgvuldig en moet als een ernstige schending van de bankierseed worden opgevat. De bankmedewerkster heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met haar handelen dan ook de gedragsregels 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden.

Het verwijt dat de bankmedewerkster onvoldoende medewerking zou hebben verleend aan het tuchtrechtelijk onderzoek deelt de Tuchtcommissie Banken niet. De Tuchtcommissie Banken maakt uit het dossier op dat de medewerkster in het gesprek met de bank onmiddellijk een reactie heeft gegeven op hetgeen haar verweten wordt en zij heeft daarbij tot op zekere hoogte openheid van zaken gegeven. Dit geldt tevens voor haar schriftelijke reactie aan de Algemeen directeur. Dat de bankmedewerkster uiteindelijk niet (ook nog) inhoudelijk met de Algemeen directeur in gesprek is gegaan, maakt dat voor de Tuchtcommissie Banken niet anders.

De Tuchtcommissie Banken legt aan de bankmedewerkster alleen voor het zonder zakelijk aanleiding raadplegen van rekeninggegevens (rekeninggluren) een als maatregel een beroepsverbod van drie maanden op.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

De Tuchtcommissie Banken oordeelde in haar uitspraak van 25 juni 2025, TRB-2025-4898-TC dat een bankmedewerker die geen medewerking verleende aan het (tuchtrechtelijk) onderzoek wel tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legde hiervoor een maatregel op. In tegenstelling tot bovengenoemde procedure staakte de bankmedewerker zijn medewerking aan het onderzoek door en bij de bank, antwoordde hij niet op verzoeken van de Algemeen directeur om te regeren dan wel verweer te voeren op de tegen hem ingediende melding, en reageerde hij evenmin op de oproep voor de zitting bij de Tuchtcommissie Banken.

Negatieve uitlatingen en belangenverstrengeling

Kern van de uitspraak

Bankmedewerker heeft voorafgaand aan de beëindiging van zijn werkrelatie bij de bank zich negatief uitgelaten over zijn werkgever tegenover enkele bankklanten waarvoor hij de beleggingsportefeuille beheerde. Hij heeft gemeld te vertrekken bij de bank en hen in overweging gegeven over te stappen naar zijn nieuwe werkgever. Verder heeft hij documenten van zijn zakelijk e-mailadres naar zijn privé e-mailadres gezonden.

Daarnaast heeft de bankmedewerker in privé (beleggings)adviezen gegeven aan een (execution-only) bankrelatie, waarmee (later) ook een vriendschappelijke relatie is ontstaan. Voor het geven van de adviezen ontving de bankmedewerker meerdere (financiële) schenkingen. Was hier sprake van belangenverstrengeling en/of het uitoefenen van nevenactiviteiten?

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 5 november 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5110-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker heeft erkend telefonisch contact te hebben opgenomen met enkele van zijn klanten. In die gesprekken heeft hij zich negatief uitgelaten over de bank en gemeld dat hij bij een andere bank in een vergelijkbare functie aan de slag zou gaan. Ook heeft hij in die gesprekken laten doorschemeren dat klanten, indien zij dat wilden, hem konden volgen naar zijn nieuwe werkgever. De tuchtcommissie is van oordeel  dat de bankmedewerker uitlatingen heeft gedaan die niet in het belang van de bank zijn en die afbreuk doen aan de integriteit en zorgvuldigheid die van een bankmedewerker mogen worden verwacht. Daarbij komt dat het op grond van de interne regels van de bank niet was toegestaan om klanten zelfstandig te informeren over zijn vertrek zonder voorafgaand overleg met de leidinggevende. De Tuchtcommissie Banken overweegt dat de bankmedewerker bewust in strijd met deze regels heeft gehandeld en acht dit niet integer en niet zorgvuldig in de zin van de gedragsregels.

Voor wat betreft sturen van documenten naar zijn privé e-mailadres stelt de Tuchtcommissie Banken vast dat in ieder geval een van de documenten vertrouwelijke informatie bevatte en deze buiten de beveiligde omgeving van de bank is gebracht. De tuchtcommissie benadrukt dat het uitgangspunt binnen de bancaire sector is dat vertrouwelijke informatie, waaronder intern opgestelde documenten, te allen tijde binnen de fysieke en digitale beveiliging van de bank dient te blijven. Alleen dan kan een bank zicht houden op die gegevens en zorgdragen voor een adequaat beheer daarvan, zodat de gegevens niet in de handen van onbevoegde derden kunnen vallen.

De tuchtcommissie kan niet vaststellen dat de bankmedewerker daadwerkelijk nevenactiviteiten heeft verricht voor een klant van de bank en daarvoor een vergoeding heeft ontvangen. Echter, zelfs indien wordt aangenomen dat de bankmedewerker niet daadwerkelijk tegen betaling beleggingsadvies heeft verleend, had hij zich moeten realiseren dat zijn gedragingen de schijn konden wekken van belangenverstrengeling. Juist vanwege de combinatie van het privécontact, het ontvangen van schenkingen en het gebruik van intern bankmateriaal, had het op de weg van de bankmedewerker gelegen om hierover openheid te betrachten en de situatie te bespreken met zijn leidinggevende. Door dit na te laten en het contact met de klant van de bank aanvankelijk zelfs heeft verzwegen in het gesprek met de bank, acht de tuchtcommissie zijn  handelen niet in overeenstemming met de vereiste integriteit die van een bankmedewerker mag worden verwacht. Daarmee heeft de bankmedewerker gehandeld in strijd met de gedragsregels.

De Tuchtcommissie Banken betrekt in haar overweging nog het verweer van de bankmedewerker waarin hij aangeeft de adviezen enkel uit vriendschap te hebben gegeven en dat geen sprake was van het geven van professioneel beleggingsadvies. De tuchtcommissie acht echter van belang dat de bankmedewerker een ervaren DSI-geregistreerde beleggingsadviseur is, die goed bekend mag worden verondersteld met de professionele grenzen die gelden tussen enerzijds zakelijk en privé en anderzijds beleggingsadvies en execution-only.

De Tuchtcommissie Banken oordeelt dat de bankmedewerker gedragsregel 1, 4 en 5 van de Gedragscode verbonden aan de bankierseed heeft geschonden. Bij het vaststellen van de maatregel weegt de Tuchtcommissie Banken als verzwarende factor mee dat de bankmedewerker jarenlang ervaring heeft binnen de bankensector met een professionele registratie (DSI) en had moeten weten dat zijn gedrag ontoelaatbaar is.

Daar staat tegenover dat de bankmedewerker in de procedure openheid van zaken heeft gegeven, spijt heeft betuigd en heeft erkend dat hij onhandig heeft gehandeld. De tuchtcommissie constateert echter tegelijkertijd dat de bankmedewerker tot aan de zitting bij de tuchtcommissie onvoldoende blijk heeft gegeven van daadwerkelijk inzicht in de normschendingen en het belang van het bespreken van dergelijke situaties binnen de organisatie. De Tuchtcommissie Banken legt de bankmedewerker als maatregel een geldboete op van € 1000,-.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

 

Vervalste rekeningafschriften gevoegd bij kredietaanvraag

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster voegt bij haar kredietaanvragen vervalste rekeningafschriften om, zo verklaart zij, zeker te zijn dat haar kredietaanvragen worden toegewezen. Kan de bankmedewerkster op haar gedragingen, die binnen haar privé-omgeving hebben plaatsgevonden, tuchtrechtelijk worden aangesproken?

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025, of klik op de link voor de volledige uitspraak TRB-2025-5028-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Aan de beoordeling van de Klacht gaat vooraf de beantwoording van de vraag of het handelen van de bankmedewerkster binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht valt. De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat in dit kader het van belang is dat het privé handelen van een bankmedewerk(st)er in beginsel buiten de grenzen van zijn of haar functie en daarmee in beginsel ook buiten het bereik van het bancaire tuchtrecht ligt. Bij gedragingen die zich in hoofdzaak buiten de eigenlijke uitoefening van de functie bij de bank hebben voorgedaan, komt het aan op een beoordeling van de raakvlakken tussen die gedragingen en (de positie van) de bank. Afhankelijk daarvan dient te worden beslist of een gedraging binnen of buiten de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht valt.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat voldoende raakvlakken bestaan tussen de verweten gedragingen en het werken bij de bank. Het aanvragen van een krediet betreft immers een bancaire aangelegenheid. Daar komt bij dat de bankmedewerkster zelf werkzaam was als financieringsspecialist. Ook weegt mee dat de door de bankmedewerkster bewerkte stukken afkomstig zijn van de bank en dat deze bewerkingen deels zijn uitgevoerd op haar werklaptop. Het handelen van de bankmedewerkster valt daarom binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht.

Bij de kredietaanvragen zijn welbewust onjuiste, te weten vervalste rekeningafschriften aangeleverd. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat door zo te handelen de bankmedewerkster in strijd met de wet heeft gehandeld. Het is evident dat dergelijk handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat, aldus de tuchtcommissie. Deze vaststelling leidt ertoe dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer acht. Verder schaadt deze handelwijze het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers. De gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector zijn geschonden. De Tuchtcommissie Banken legt met verwijzing naar vergelijkbare zaken de maatregel van een beroepsverbod op, voor de duur van drie maanden.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

Al eerder oordeelde de Tuchtcommissie Banken dat een bankmedewerker tuchtrechtelijk verwijtbaar handelt als hij bij het aanvragen van een persoonlijk krediet gebruik maakt van vervalste stukken. Lees hiervoor de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 8 oktober 2025.

 

Creditcardfraude door bankmedewerker

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft de gegevens, waaronder de (e-mail-)adressen  van creditcardhouders gewijzigd. Daaropvolgend heeft hij nieuwe creditcards laten aanmaken en tezamen met de bijbehorende pincodes en deze laten verzenden naar de nieuw ingevoerde adressen. Met een aantal van deze creditcards heeft de bankmedewerker vervolgens bijna 25.000 euro opgenomen.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 8 oktober 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4856-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker voert als verweer aan dat hij het niet eens is met het bankbeleid voor wat betreft het doorbelasten van incassokosten aan klanten. Zijn onvrede over dat beleid heeft hij intern aangekaart. Met als gevolg, aldus de bankmedewerker, dat pogingen zijn ondernomen om hem te intimideren en weg te krijgen. Met zijn handelingen (het aanmaken van de vervalste creditcards) wilde hij bewijzen dat de systemen van de bank hiaten vertoonden.

De Tuchtcommissie Banken overweegt dat genoegzaam is gebleken dat de bankmedewerker frauduleuze handelingen met betrekking tot creditcards heeft verricht. Door zo te handelen heeft de bankmedewerker in strijd met de wet gehandeld. Over het verweer merkt de Tuchtcommissie Banken op dat, wat daar ook van zij, dit nimmer een rechtvaardiging kan zijn voor zijn handelen. Bovendien heeft de tuchtcommissie ernstige twijfels bij de verklaring van de bankmedewerker voor wat betreft zijn motieven.

De Tuchtcommissie Banken stelt verder dat het geen betoog behoeft dat het handelen van de bankmedewerker als een zeer ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Dit maakt dan ook dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerker niet zorgvuldig en integer acht. Daarnaast schaadt de handelwijze van de bankmedewerker het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.

De bankmedewerker heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met zijn handelen de gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels geschonden.

De Tuchtcommissie Banken stelt dat  in vergelijkbare zaken als uitgangspunt wordt gehanteerd dat in beginsel een beroepsverbod voor de duur van achttien maanden passend is. De Tuchtcommissie Banken houdt er echter rekening mee dat de bankmedewerker reeds arbeidsrechtelijke en strafrechtelijke consequenties van zijn handelen heeft ondervonden. Verder weegt de tuchtcommissie het tijdsverloop in matigende zin mee. Gelet daarop acht de tuchtcommissie, alles afwegende, een beroepsverbod voor de duur van vijftien maanden passend en geboden.

De naam van de bankmedewerk is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Rekeninggluren: misbruik gemaakt van gegevens?

Kern van de uitspraak

Uit een onderzoek van de bank is gebleken dat de bankmedewerkster diverse malen de rekeninggegevens van de nieuwe partner van haar ex-man heeft bekeken. In het gesprek hierover met de bank heeft de bankmedewerkster bekend ook nog rekeninggegevens van diverse familieleden van deze partner te hebben bekeken. Nader onderzoek van de bank bevestigde wat de bankmedewerkster had vermeld.

Daarnaast zou de bankmedewerkster de informatie uit het banksysteem hebben gebruikt om de nieuwe partner bij haar woning op te zoeken en is zij in gesprek gegaan met zowel de nieuwe partner als met de moeder van de nieuwe partner.

In het gesprek met klager heeft de bankmedewerkster verklaard dat zij de adresgegevens niet via de systemen van de bank heeft verkregen. Zij trof in de auto van haar ex-partner een etiket van een apotheek aan met daarop de adresgegevens van de nieuwe partner van haar ex-man, .

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 5 november 2025 of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5103-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerkster de rekeninggegevens van de nieuwe partner van haar ex-man en haar familieleden heeft geraadpleegd zonder zakelijke aanleiding. De bankmedewerkster heeft over de raadplegingen verklaard dat zij in een emotioneel moeilijke periode zat als gevolg van haar scheiding. Zij was in die periode obsessief bezig met haar ex-man, diens nieuwe partner en met haar familie. Zij beseft dat dit onjuist was, schaamt zich voor haar handelen en heeft er spijt van.

Wat betreft het bezoek aan de nieuwe partner overweegt de Tuchtcommissie Banken dat niet is vast komen te staan dat dit bezoek heeft plaatsgevonden op basis van adresgegevens die de bankmedewerkster in het systeem van de bank heeft opgezocht. De tuchtcommissie sluit niet uit dat zij de adresgegevens heeft gezien op een apotheeketiket in de auto van haar ex-partner. De bankmedewerkster heeft hierover op meerdere momenten consistent verklaard. De tuchtcommissie deelt daarom niet tot de stelling van klager dat het bezoek een direct gevolg is van de uitoefening van haar functie bij de bank én de raadpleging van de banksystemen.

Het bezoek aan de nieuwe partner wordt  daarom niet als strafverzwarende omstandigheid aangemerkt. Wel is sprake van een ernstige schending van de privacy van meerdere klanten van de bank, aldus de Tuchtcommissie Banken. De tuchtcommissie weegt in haar oordeel mee dat de bankmedewerkster direct heeft erkend dat zij onjuist heeft gehandeld, zij volledig heeft meegewerkt aan het onderzoek en blijk heeft gegeven van oprecht berouw. Daarbij weegt voor de tuchtcommissie verder mee dat zij zich in een zeer moeilijke periode bevond ten tijde van haar handelen, vlak na een echtscheiding, en dat zij dit inmiddels heeft verwerkt en daar persoonlijk lering uit heeft getrokken.

De regels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode zijn geschonden. Gezien de omstandigheden, de aard en ernst van het gedrag, het getoonde inzicht en berouw en de jurisprudentielijn van de Tuchtcommissie Banken in vergelijkbare zaken, acht de tuchtcommissie het passend en geboden om een beroepsverbod van één (1) maand op te leggen.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Aankopen op bestelplatform van de bank voor eigen doeleinden

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker, werkzaam als gedetacheerde, heeft via het bestelplatform van de bank voor eigen gebruik goederen besteld met een waarde van ruim € 22.000, -. Als externe medewerker was hij niet gerechtigd gebruik te maken van het online bestelplatform. Daarbij is het platform niet bedoeld om artikelen te bestellen voor privégebruik. De bankmedewerker heeft onder andere cadeaubonnen besteld en deze vervolgens via een website ingewisseld voor geld.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5099-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker heeft in het gesprek bij Tuchtrecht Banken verklaard dat hij toestemming had verkregen om bestellingen via het platform te doen en dat hij veronderstelde ook voor privégebruik goederen te mogen bestellen. Ter zitting bij de Tuchtcommissie Banken heeft hij dit wederom herhaald maar heeft hij ook verklaard dat hij inziet dat het bestellen voor privégebruik via het bestelplatform niet is toegestaan.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat externe medewerkers op grond van de binnen de bank geldende regels geen gebruik mogen maken van het bestelplatform. Bovendien mag het platform (door interne medewerkers) niet gebruikt worden voor privédoeleinden en is het gebruik slechts toegestaan binnen de categorie die op de specifieke medewerker van toepassing is.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat het handelen van de bankmedewerker, waarbij hij zichzelf (en zijn familieleden) ten laste van de bank voor een aanzienlijk bedrag heeft verrijkt, als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. De bankmedewerker heeft gedragsregel 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode geschonden.

Bij de vaststelling van de op te leggen maatregel betrekt de Tuchtcommissie Banken de vergelijkbare zaak met meldingsnummer 4890. In die zaak oordeelde de Tuchtcommissie Commissie dat een beroepsverbod voor de duur van twaalf maanden passend was.

In onderhavige zaak weegt de tuchtcommissie mee de hoogte van het bedrag waarmee de bankmedewerker zichzelf heeft verrijkt en de langdurige periode waarin dit heeft plaatsgevonden. De Tuchtcommissie Banken komt tot de conclusie dat deze aspecten rechtvaardigen dat een beroepsverbod van een langere duur aangewezen is. Als maatregel legt de Tuchtcommissie Banken een beroepsverbond van 15 maanden op.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

Voor een vergelijkbare zaak verwijst de Tuchtcommissie Banken in haar uitspraak naar de uitspraak van 24 december 2025, kenmerk TRB-2024-4890-TC.

Melding over onvoldoende uitoefenen poortwachtersrol Wwft

Kern van de uitspraak

De melding ziet op het niet voldoende uitoefenen (door de bank) van de in de Wwft (Wet ter voorkoming van witwassen en financiering terrorisme) opgenomen poortwachtersrol. De melder is van mening dat de leiding van de bank persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ter onderbouwing verwijst melder onder andere naar de schikking die de bank en het Openbaar Ministerie (OM) hebben getroffen.

De Algemeen directeur is naar aanleiding van de ingediende melding onderzoek gestart. Op grond van de uitkomsten van het onderzoek ziet de Algemeen geen aanleiding een tuchtklacht voor te leggen en sluit hij het dossier.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Algemeen directeur van Tuchtrecht Banken van 17 juni 2025 of klik op de link voor volledige beslissing: TRB-2025-4629-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur geeft in zijn beslissing eerst aan hoe hij te werk is gegaan. Zijn onderzoek is gestart met het bestuderen en analyseren van het “Feitenrelaas Guardian”, opgesteld door het OM (publicatie april 2021), daarnaast heeft hij (nadere) informatie bij de bank opgevraagd. De bank heeft de gevraagde informatie verstrekt.

In de verdere loop van het onderzoek heeft de Algemeen directeur nog diverse informatieverzoeken uitgezet bij de bank. Ook deze zijn door de bank beantwoord. De informatie inclusief de reacties van de bank vormden een (onderzoeks)dossier van aanzienlijke omvang. Het laatstelijk toegevoegde stuk is ontvangen op 6 februari 2025. Ook zijn, ter inzage van (specifieke) informatie, meerdere bezoeken aan de bank gebracht. Daarnaast zijn er (hoor)gesprekken gevoerd (laatstelijk op 12 september 2024). Hiervan zijn gespreksverslagen opgesteld. Het schriftelijke (onderzoeks)dossier heeft zijn eindvorm en -omvang gekregen op 6 februari 2025.

In zijn beslissing geeft de Algemeen directeur de kaders aan waarbinnen de tuchtrechtelijke beoordeling plaatsvindt. Het (bancair) tuchtrecht kent een eigen (zelfstandig) toetsingskader en dit bestaat dus naast het toetsingskader van (bijvoorbeeld) het strafrecht. Tuchtrecht en strafrecht dienen verschillende doelen.

De Algemeen directeur merkt in zijn beslissing op (en hier vereenvoudigd weergegeven) dat het bancair tuchtrecht uitsluitend ziet op het persoonlijke gedrag van een banking professional (bankmedewerker). Daar waar wordt vastgesteld dat de bank als instelling is tekortgeschoten in de uitvoering van een wettelijke taak, maakt dat nog niet dat in tuchtrechtelijke zin (lees: in gedragsrechtelijke zin) verwijten te maken zijn jegens de (individuele) bankmedewerkers die voor het functioneren van de bank eindverantwoordelijkheid dragen.

De Algemeen directeur stelt vast dat toen de bankierseed en het daaraan verbonden bancaire tuchtrecht hun intrede deden (startpunt voor de tuchtrechtelijke beoordeling), waren de eerste signalen al bij de bank binnengekomen (aanschrijvingen door toezichthouder DNB) waarin erop werd gewezen dat de uitvoering van de uit de Wwft voortvloeiende poortwachtersrol tekortschoot bij haar businessonderdeel Private Banking Nederland.

De bank heeft naar aanleiding daarvan een (op dat businessonderdeel betrekking hebbend) herstel- en verbetertraject op touw gezet. Vervolgens bleek ook dat bij andere bedrijfsonderdelen de uitvoering van de poortwachtersrol tekortschoot. En uiteindelijk bleek dat het tekortschieten van de bank in de uitvoering van de uit de Wwft voortvloeiende poortwachtersrol een zodanig breed bereik had dat eind 2018 is besloten tot een gecentraliseerde aanpakmethode middels lancering van het zogeheten Detecting Financial Crime-programma (DFC).

Binnen het tuchtrechtelijk kader dient te worden beoordeeld of de bankmedewerkers op wie de melding betrekking heeft een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Uit het onderzoek van de Algemeen directeur blijkt dat de tekortkoming in de uitvoering van de poortwachtersrol binnen de bank over een lange periode heeft plaatsgevonden en dat in die periode verschillende stappen zijn gezet. Deze stappen (de herstel- en verbetertrajecten) bleken achteraf onvoldoende effectief. Dat deze stappen achteraf niet effectief bleken maakt nog niet dat het tuchtrecht in beeld komt, zo stelt de Algemeen directeur. Dat kan echter anders worden, geeft de Algemeen directeur in zijn beslissing aan, indien op voorhand kenbaar (voorzienbaar) was dat die decentrale herstel- en verbetertrajecten onvoldoende effectief zouden zijn. Dan wel anderszins kan worden gesproken van onvoldoende zorg betrachten in het besluitvormingsproces aangaande het adresseren en verhelpen van de gesignaleerde tekortkomingen.

Uit het onderzoek zijn echter geen zaken naar voren gekomen die in die richting wijzen. Zo zijn er geen indicaties gevonden dat is geknepen op budget of anderszins ‘business boven compliance’ is gesteld. De Algemeen directeur ziet evenmin aanleiding om te concluderen dat spoediger op het spoor van een gecentraliseerde aanpakmethode had kunnen worden overgegaan.

De Algemeen directeur ziet onvoldoende aanleiding om een (tucht)klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken en gaat over tot sluiting van het dossier.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Niet integer en zorgvuldig omgaan met klantgegevens

Kern van de uitspraak

De (ex)bankmedewerker heeft een klant van de bank een anonieme brief gestuurd waarmee hij de klant choqueert met een merkwaardig verhaal over de vaste contactpersoon van de klant bij de bank, en zich ronduit negatief uitlaat over die directe collega.
Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 2 december 2025, of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-5174-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur acht het lastigvallen van een klant met een anonieme brief reeds op zichzelf ongepast. Daarnaast is de anonieme brief puur met het motief geschreven om een collega in een kwaad daglicht te plaatsen, teneinde daarmee een eigen (intern concurrentie) voordeel te kunnen behalen. Had de (ex)bankmedewerker het handelen van zijn collega aan de orde willen stellen dan had hij dit op een andere wijze kunnen en moeten adresseren. Daarbij komt dat de brief onwaarheden bevat. De Algemeen directeur is van oordeel dat het van volstrekt ongepast gedrag betreft. Gedrag dat niet van de (ex)bankmedewerker in zijn functie niet mag worden verwacht. En de (ex)bankmedewerker had discretie in acht had moeten nemen bij de uitoefening van zijn functie.

De Algemeen directeur ziet aanleiding om geen (tucht)klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken en in plaats hiervan de (ex)bankmedewerker een schikking voor te leggen. Hierbij overweegt de Algemeen directeur dat de kwestie kan worden beschouwd als een (op zichzelf ernstig doch) eenmalig incident in een dienstverband van zes jaren. En dat dit incident heeft plaatsgevonden in een periode waarin de (ex)bankmedewerker zich onzeker voelde over zijn positie bij de bank ten opzichte van die van zijn directe collega.

De (ex)bankmedewerker heeft bekend dat hij de klant-/rekeninggegevens heeft geraadpleegd en dat hij de brief heeft opgesteld en verstuurd. Daarbij heeft hij erkend dat dit handelen fout was en aangegeven dat hij zich schaamt voor zijn gedrag. Ook heeft hij, zowel bij de bank als in het gesprek bij Tuchtrecht Banken, te kennen gegeven in te zien dat zijn handelen kwalijk is geweest. Dit inzicht is op de Algemeen directeur als oprecht overgekomen. Ook weegt mee dat hij reeds nadelige gevolgen van zijn handelen heeft ondervonden in de vorm van het beëindigen van zijn arbeidsovereenkomst bij de bank. De Algemeen directeur stelt een schikking voor in de vorm van een geldboete van € 750,-. De (ex)bankmedewerker heeft de schikking geaccepteerd.

De naam van beëdigde is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.