Onjuiste urendeclaraties

Onjuiste urendeclaraties

Tuchtcommissie, TRB-2023-4858-TC, 22 november 2023

Verweerder heeft langdurig onjuiste declaraties ingediend een heeft hiermee € 18.064,00 aan extra inkomen gegenereerd.

Kern van de uitspraak: bewust onjuiste declaraties ingediend

Verweerder heeft als uitzendkracht werkzaam voor de bank gedurende langere tijd bewust onjuiste declaraties ingediend. Nadat dit is ontdekt, heeft de verweerder in een gesprek bij de bank eerst verklaard dat hij zich er niet van bewust was dat hij extra toeslagen had gedeclareerd. Later in dat gesprek komt hij op deze verklaring terug en geeft hij aan de toeslag in het systeem van het uitzendbureau te hebben geregistreerd om extra inkomsten te kunnen genereren, terwijl hij
wist dat hij daar geen recht op had.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De tuchtcommissie stelt vast dat hij bij het verrichten van zijn handelingen weloverwogen en slinks te werk is gegaan. Verweerder heeft zich door op deze wijze te handelen niet integer gehandeld en zich niet gehouden aan de wet en regels die gelden voor het werken bij de bank. De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de gedragsregels 1 en 4 zijn geschonden

Bij het bepalen van de aard en de eventuele duur van de maatregel heeft de tuchtcommissie in het nadeel van verweerder meegewogen: de relatief lange duur van de tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen, de hoogte van het onterecht ontvangen bedrag en de mate van bewustheid en slinksheid waarmee verweerder de handelingen heeft verricht. Verweerder heeft namelijk weloverwogen gehandeld. Hij heeft zijn werkwijze uitgeprobeerd en nadat deze bleek te lukken de ploegentoeslag alleen gedeclareerd in het systeem van het uitzendbureau en niet tevens in het systeem van de bank. De tuchtcommissie legt een beroepsverbod op van 18 maanden.

De naam van verweerder is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Klik op de link voor de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken.

Niet melden van nevenactiviteiten

Niet melden nevenactiviteiten bij andere bank

Tuchtcommissie, TRB-2023-4845-TC, 22 november 2023

Verweerster heeft haar werkzaamheden bij een andere bank niet op de voorgeschreven wijze geregistreerd

Kern van de uitspraak: nevenactiviteiten verzwegen en niet open en eerlijk geweest

Verweerster heeft haar nevenactiviteiten bij een andere bank niet op de voorgeschreven wijze te registreren, door niet eerlijk te zijn tegenover de bank over deze nevenactiviteiten nadat zij hiermee werd geconfronteerd en door haar medewerking aan het onderzoek te staken nadat zij daarin met (voor haar nadelige) informatie van de bank werd geconfronteerd. De bank schrijft in haar regels uitdrukkelijk voor dat nevenactiviteiten geregistreerd dienen te worden.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De tuchtcommissie oordeelt dat het niet voldoen aan de registratieplicht van nevenactiviteiten naar zijn aard onzorgvuldig is en in strijd is met de regels van de bank.  De bank is door het nalaten van verweerster om haar nevenactiviteit – nota bene bij een andere bank – te registreren, niet in staat geweest zich een oordeel te vormen over de vraag of deze activiteiten de belangen van de bank kunnen schaden. Hierdoor heeft verweerster de belangen van de bank veronachtzaamd.

Bij het vaststellen van de maatregel weegt in het nadeel van verweerster dat zij op meerdere momenten niet eerlijk is geweest tegenover de bank over haar nevenactiviteiten, alsmede dat zij haar medewerking aan het onderzoek bewust heeft gestaakt. Dit neemt de tuchtcommissie verweerster kwalijk. Daar tegenover staat dat verweerster op zitting spijt heeft betuigd en dat die spijtbetuiging op de tuchtcommissie oprecht is overgekomen. Alles overwegende, legt de Tuchtcommissie Banken haar een beroepsverbod op van 3 maanden.

De naam van verweerster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Klik op de link voor de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken.

Schending bankregels bij privé-aandelentransacties

TRB-2023-4782-AD
Algemeen Directeur, 20 januari 2023

Beëdigde heeft in strijd gehandeld met de bankregels voor privé-aandelentransacties, door in een periode dat hij niet -zonder voorafgaande toestemming- mocht handelen in financiële instrumenten, wel (drie)call-opties heeft aangekocht. Na hierop te zijn aangesproken heeft hij de call-opties direct verkocht, terwijl ingevolge de bankregels sprake was van een minimale vasthoudperiode. Daarmee heeft hij gedragsregel 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode geschonden.

De Algemeen directeur legt de beëdigde een schikking voor omdat gebleken is dat er niet gehandeld is uit speculatiemotief, het financieel belang zeer gering was en van enige (schijn van) handel met voorwetenschap geenszins sprake was.

De regeling privé-aandelentransacties strekt (kort gezegd) tot het tegengaan van (de schijn van) misbruik van voorkennis en daarmee tot bescherming van de integriteit van de financiële markt.

De naam van beëdigde is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

De uitspraak vind je hier.

Raadplegen van rekeninggegevens zonder zakelijke grondslag

TRB-2023-4784-TC
Tuchtcommissie, 25 oktober 2023

Verweerster heeft rekeninggegevens geraadpleegd zonder dat hier een zakelijke grondslag voor was. Hiermee heeft zij de gedragscode overtreden. De tuchtcommissie oordeelt dat verweerster de gedragsregels 1, 4 en 5 heeft geschonden en berispt verweerster voor haar handelen. Bij de oplegging van de maatregel worden de persoonlijke omstandigheden van verweerster meegewogen alsmede de zeer nadelige gevolgen van haar handelen welke zij reeds heeft ondervonden.

De naam van verweerster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

De uitspraak vind je hier.

Raadplegen rekeninggegevens zonder zakelijke aanleiding

TRB-2023-4760-TC
Tuchtcommissie, 25 oktober 2023

Verweerster heeft rekeninggegevens geraadpleegd zonder dat hier een zakelijke reden aan ten grondslag lag. Ook heeft zij haar nevenactiviteiten niet correct geregistreerd. De tuchtcommissie oordeelt dat verweerster de gedragregels 1 en 4 heeft geschonden en legt als maatregel een voorwaardelijk beroepsverbod van drie maanden op.
Bij de op te leggen maatregel overweegt de commissie in het voordeel van verweerster mee dat zij de gedragingen heeft erkend en zelfinzicht heeft getoond. Het feit dat zij thans werkzaam is als hypotheekadviseur en ten tijde van de gedragingen met een zware privé-situatie te kampen had wegen eveneens mee.

De naam van verweerster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

De uitspraak vind je hier.

Overtreding van de bankregels voor privé-aandelentransacties

TRB-2023-4772-TC
Tuchtcommissie, 22 november 2023

Beëdigde heeft in strijd gehandeld met de bankregels voor privé-aandelentransacties, die (kort gezegd) strekken tot het tegengaan van (de schijn van) misbruik van voorkennis en daarmee tot bescherming van de integriteit van de financiële markt. Met dat handelen heeft beëdigde gedragsregels 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden gedragscode geschonden.

Bij het bepalen van de daaraan te verbinden tuchtrechtelijke maatregel heeft de Tuchtcommissie alle omstandigheden van het geval meegewogen. Onder meer is in aanmerking genomen (i) dat het – uit het procesdossier naar voren komende – uiteindelijke beeld is dat beëdigde onvoldoende scherp op de regels is geweest, (ii) dat beëdigde een leidinggevende functie bij de bank had en een ‘insider’ status als bedoeld in de bankregels voor privé-aandelentransacties aangemerkt had gekregen, (iii) dat de aandelen een groot bedrag vertegenwoordigden en de periode waarin de gedragingen zich voltrokken een aantal maanden besloeg, (iv) dat beëdigde nog extra alert op de regels had moeten zijn aangezien het ging om aandelen van een bedrijf waar een familielid van beëdigde werkzaam was en (v) dat in dit geval ten slotte nog sprake is van enkele in matigende zin mee te wegen (persoonlijke) omstandigheden.

Alles overwegende acht de Tuchtcommissie het passend en geboden dat aan beëdigde als tuchtrechtelijke maatregel een geldboete van € 2.000,- wordt opgelegd.
De uitspraak vind je hier.

De naam van beëdigde is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Onrechtmatige overboekingen en toe-eigening gelden

TRB-2023-4759-TC
Tuchtcommissie Banken, 26 april 2023

Verweerder, werkzaam bij de klantenservice van de bank, heeft zich van een klant van de bank in totaal € 3.650,- onrechtmatig toegeëigend. Dat heeft hij gedaan middels twee onrechtmatige overboekingen van de klantrekening naar zijn eigen rekeningnummer. Daarnaast had hij nog twee pogingen gedaan tot onrechtmatige overboekingen naar zijn eigen rekening, die niet zijn geslaagd. Verweerder heeft met zijn handelen gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden gedragscode geschonden.

De Algemeen directeur heeft tegen de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken beroep ingesteld. De Commissie van Beroep Banken heeft op 4 september 2023 uitspraak gedaan.

De uitspraak van de Tuchtcommissie Banken vind je hier.

Onrechtmatige overboekingen en toe-eigening gelden

TRB-2023-4759-CB
Commissie van Beroep, 4 september 2023

Vervolg op de uitspraak van 26 april 2023 van de Tuchtcommissie Banken, waartegen de Algemeen directeur beroep heeft ingesteld.

Verweerder, werkzaam bij de klantenservice van de bank, heeft zich van een klant van de bank in totaal € 3.650,- onrechtmatig toegeëigend. Dat heeft hij gedaan middels twee onrechtmatige overboekingen van de klantrekening naar zijn eigen rekeningnummer. Daarnaast had hij nog twee pogingen gedaan tot onrechtmatige overboekingen naar zijn eigen rekening, die niet zijn geslaagd. Verweerder heeft met zijn handelen gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden gedragscode geschonden.

Bij het bepalen van de daarvoor aan verweerder op te leggen tuchtrechtelijke maatregel houdt de Commissie van Beroep Banken rekening met de relevante omstandigheden van het geval, waaronder:
i) dat verweerder zeer calculerend te werk is gegaan, door een kwetsbare klant van de bank als slachtoffer te selecteren, met als motief om zijn handelen zo veel als mogelijk aan het zicht te onttrekken;
ii) dat geen sprake is geweest van een eenmalig handelen van verweerder maar van herhaalde handelingen van verweerder;
iii) dat verweerder zich ten koste van die klant het substantiële bedrag van € 3.650,- heeft toegeëigend en dat niets erop wijst dat het daarbij zou zijn gebleven als verweerder toen niet tegen de lamp was gelopen;
iv) dat verweerder een collega bij de bank voor zijn karretje heeft gespannen oftewel misbruik heeft gemaakt van een collega om zijn kwade opzet te kunnen verwezenlijken;
v) dat de bank een verhaalsactie heeft moeten instellen om schade op verweerder te kunnen verhalen en dat verweerder in het tuchtrechtelijk traject pas van zich heeft laten horen (eerst) ter zitting van 15 maart 2023 en dat een en ander dus niet erop wijst dat verweerder intrinsiek tot inzicht in het kwalijke van zijn handelen en tot spijt daarover is gekomen.

Alles overwegende, is de slotsom van de commissie van beroep dat aan verweerder een beroepsverbod voor de duur van vijftien maanden moet worden opgelegd.
In eerste aanleg was de Tuchtcommissie Banken op een beroepsverbod voor de duur van acht maanden uitgekomen.

De uitspraak van de Commissie van Beroep Banken vind je hier.

De naam van verweerder is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Onvoldoende zorgvuldig handelen rondom nevenactiviteiten

TRB-2023-4381-CB
Commissie van Beroep, 10 augustus 2023

Vervolg op de uitspraak van 25 januari 2023 van de Tuchtcommissie Banken, waartegen verweerder beroep heeft ingesteld en vervolgens ook de Algemeen directeur (incidenteel) beroep heeft ingesteld.

Verweerder had, naast zijn werk bij de bank, diverse commerciële nevenactiviteiten, met name op het gebied van cryptocurrency. Hij heeft daarbij, althans voor twee nevenactiviteiten, ook ondergeschikten ingeschakeld. De Commissie van Beroep oordeelt dat verweerder ter zake van die nevenactiviteiten is tekortgeschoten in de naleving van de informatie- en registratieverplichtingen die hij, op grond van de binnen de bank geldende regels, jegens de bank had: verweerder heeft zijn nevenactiviteiten onvoldoende verwerkt in het daarvoor bestemde registratiesysteem van de bank en de bank niet volledig geïnformeerd over (relevante feiten en omstandigheden betreffende) die nevenactiviteiten. Daarmee is sprake van schending door verweerder van de interne regels van de bank en gedragsregels 1, 2, 4 en 7 van de bij de bankierseed behorende gedragscode.

Bij het bepalen van de aan verweerder op te leggen tuchtrechtelijke maatregel houdt de Commissie van Beroep rekening met alle relevante omstandigheden van het geval, in het bijzonder:
i. de door verweerder gemotiveerd aangevoerde omstandigheid dat – ook al had hij de bank vollediger behoren te informeren over zijn nevenactiviteiten en één en ander zorgvuldiger behoren te registreren in het daarvoor bestemde registratiesysteem – de bank in grote lijnen wel wist van zijn nevenactiviteiten en de cultuur bij de bank destijds zo was dat aan de geoorloofdheid van nevenactiviteiten weinig aandacht werd besteed;
ii. de omstandigheid dat verweerder, van wie vaststaat dat hij vele jaren naar tevredenheid gefunctioneerd heeft bij de bank, als gevolg van het handelen dat hem in deze zaak wordt verweten zijn baan bij de bank is kwijtgeraakt;
iii. de omstandigheid dat de tuchtrechtelijke procedure zich heeft uitgestrekt over een bijzonder lange periode.

Alles afwegende, komt de Commissie van Beroep Banken tot het oordeel dat qua tuchtrechtelijke maatregel in dit geval volstaan kan worden met een berisping.
In eerste aanleg was de Tuchtcommissie Banken op een beroepsverbod voor de duur van zes weken uitgekomen.

De naam van verweerder is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

De uitspraak vind je hier.

Niet opgeven nevenwerkzaamheden: belangenverstrengeling

TRB-2023-4381-TC
Tuchtcommissie, 25 januari 2023

Verweerder heeft niet al zijn nevenwerkzaamheden op de juiste wijze en conform het beleid van de bank gemeld. Ook heeft hij niet integer gehandeld door zijn ondergeschikten hierbij te betrekken. Hiermee heeft hij (de schijn van) belangenverstrengeling gecreëerd. De tuchtcommissie legt verweerder een beroepsverbod voor de duur van zes weken op.

Verweerder en Aanklager hebben beroep bij de Commissie van Beroep Banken aangetekend tegen de uitspraak. De commissie van beroep vernietigde de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken en legde aan verweerder de maatregel van berisping op.

De uitspraak van de Tuchtcommissie Banken vind je hier.
De uitspraak van de Commissie van Beroep Banken vind je hier.