Thuiswerkster deelt klantgegevens met partner

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft haar partner op het moment dat zij thuiswerkte laten meekijken op haar beeldscherm terwijl zij in gesprek was met een klant van de bank. Op deze manier heeft zij (zonder zakelijke aanleiding) klantgegevens gedeeld met haar partner. De klantgegevens bestonden onder meer uit het saldo van de spaarrekening en leeftijd (geboortejaar) van de klant.

Lees hieronder de samenvatting van de Algemeen directeur van 8 juli 2025 of klik op de link voor de volledige beslissing: TRB-2025-5123-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De bankmedewerkster heeft in het gesprek met de bank verklaard dat zij het gesprek met de klant van de bank niet kan herinneren. Verder geeft zij aan dat zij haar gedrag niet herkent en dat zij is geschrokken van de inhoud (transcriptie) van het telefoongesprek. Het was haar partner, zo heeft zij verklaard, met wie ze thuis sprak. Uit onderzoek van de bank is niet gebleken dat misbruik van de klantgegevens heeft plaatsgevonden.

In het gesprek bij Tuchtrecht Banken heeft de bankmedewerkster haar eerdere verklaring bij de bank herhaald. Ze geeft nogmaals aan te zijn geschrokken van haar gedrag en niet meer kan herinneren dat het op die manier – zoals te lezen in de transcriptie – is gegaan. Bankmedewerkster geeft aan dat het een hectische periode was, ze was zwanger en had ook zwangerschapsdiabetes had en daardoor vaak voor controle in het ziekenhuis moest zijn.

Ze zegt er begrip voor te hebben dat de bank een melding heeft ingediend. Ze vindt het verschrikkelijk wat er is gebeurd en bestempelt haar handelen als stom en onnodig. Daarbij is zij zich ervan bewust dat dergelijk handelen niet is toegestaan en dat zij daarom altijd zorgvuldig omgaat met informatie over klanten. Het delen van klantinformatie met haar partner was niet vanuit kwade intenties. Zij erkent dat haar handelen niet verenigbaar is met de bankierseed en is vastberaden dat een dergelijk incident u niet nogmaals zal overkomen.

De Algemeen directeur stelt vast de bankmedewerkster de gedragsregels 1, 4 en 5 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode heeft geschonden. Hij besluit in plaats van een tuchtklacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken de bankmedewerkster een schikking, te weten een boete van € 250,- voor te leggen. Hierbij overweegt hij dat sprake is van een eenmalige gebeurtenis, dat de klantgegevens alleen met de partner van de bankmedewerkster zijn gedeeld en dat uit het onderzoek van de bank blijkt dat geen misbruik is gemaakt van de gegevens. Ook was de bank tot aan het incident tevreden over het functioneren van de bankmedewerkster.

De bankmedewerkster heeft de schikking geaccepteerd.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Negatieve uitlatingen en belangenverstrengeling

Kern van de uitspraak

Bankmedewerker heeft voorafgaand aan de beëindiging van zijn werkrelatie bij de bank zich negatief uitgelaten over zijn werkgever tegenover enkele bankklanten waarvoor hij de beleggingsportefeuille beheerde. Hij heeft gemeld te vertrekken bij de bank en hen in overweging gegeven over te stappen naar zijn nieuwe werkgever. Verder heeft hij documenten van zijn zakelijk e-mailadres naar zijn privé e-mailadres gezonden.

Daarnaast heeft de bankmedewerker in privé (beleggings)adviezen gegeven aan een (execution-only) bankrelatie, waarmee (later) ook een vriendschappelijke relatie is ontstaan. Voor het geven van de adviezen ontving de bankmedewerker meerdere (financiële) schenkingen. Was hier sprake van belangenverstrengeling en/of het uitoefenen van nevenactiviteiten?

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 5 november 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5110-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker heeft erkend telefonisch contact te hebben opgenomen met enkele van zijn klanten. In die gesprekken heeft hij zich negatief uitgelaten over de bank en gemeld dat hij bij een andere bank in een vergelijkbare functie aan de slag zou gaan. Ook heeft hij in die gesprekken laten doorschemeren dat klanten, indien zij dat wilden, hem konden volgen naar zijn nieuwe werkgever. De tuchtcommissie is van oordeel  dat de bankmedewerker uitlatingen heeft gedaan die niet in het belang van de bank zijn en die afbreuk doen aan de integriteit en zorgvuldigheid die van een bankmedewerker mogen worden verwacht. Daarbij komt dat het op grond van de interne regels van de bank niet was toegestaan om klanten zelfstandig te informeren over zijn vertrek zonder voorafgaand overleg met de leidinggevende. De Tuchtcommissie Banken overweegt dat de bankmedewerker bewust in strijd met deze regels heeft gehandeld en acht dit niet integer en niet zorgvuldig in de zin van de gedragsregels.

Voor wat betreft sturen van documenten naar zijn privé e-mailadres stelt de Tuchtcommissie Banken vast dat in ieder geval een van de documenten vertrouwelijke informatie bevatte en deze buiten de beveiligde omgeving van de bank is gebracht. De tuchtcommissie benadrukt dat het uitgangspunt binnen de bancaire sector is dat vertrouwelijke informatie, waaronder intern opgestelde documenten, te allen tijde binnen de fysieke en digitale beveiliging van de bank dient te blijven. Alleen dan kan een bank zicht houden op die gegevens en zorgdragen voor een adequaat beheer daarvan, zodat de gegevens niet in de handen van onbevoegde derden kunnen vallen.

De tuchtcommissie kan niet vaststellen dat de bankmedewerker daadwerkelijk nevenactiviteiten heeft verricht voor een klant van de bank en daarvoor een vergoeding heeft ontvangen. Echter, zelfs indien wordt aangenomen dat de bankmedewerker niet daadwerkelijk tegen betaling beleggingsadvies heeft verleend, had hij zich moeten realiseren dat zijn gedragingen de schijn konden wekken van belangenverstrengeling. Juist vanwege de combinatie van het privécontact, het ontvangen van schenkingen en het gebruik van intern bankmateriaal, had het op de weg van de bankmedewerker gelegen om hierover openheid te betrachten en de situatie te bespreken met zijn leidinggevende. Door dit na te laten en het contact met de klant van de bank aanvankelijk zelfs heeft verzwegen in het gesprek met de bank, acht de tuchtcommissie zijn  handelen niet in overeenstemming met de vereiste integriteit die van een bankmedewerker mag worden verwacht. Daarmee heeft de bankmedewerker gehandeld in strijd met de gedragsregels.

De Tuchtcommissie Banken betrekt in haar overweging nog het verweer van de bankmedewerker waarin hij aangeeft de adviezen enkel uit vriendschap te hebben gegeven en dat geen sprake was van het geven van professioneel beleggingsadvies. De tuchtcommissie acht echter van belang dat de bankmedewerker een ervaren DSI-geregistreerde beleggingsadviseur is, die goed bekend mag worden verondersteld met de professionele grenzen die gelden tussen enerzijds zakelijk en privé en anderzijds beleggingsadvies en execution-only.

De Tuchtcommissie Banken oordeelt dat de bankmedewerker gedragsregel 1, 4 en 5 van de Gedragscode verbonden aan de bankierseed heeft geschonden. Bij het vaststellen van de maatregel weegt de Tuchtcommissie Banken als verzwarende factor mee dat de bankmedewerker jarenlang ervaring heeft binnen de bankensector met een professionele registratie (DSI) en had moeten weten dat zijn gedrag ontoelaatbaar is.

Daar staat tegenover dat de bankmedewerker in de procedure openheid van zaken heeft gegeven, spijt heeft betuigd en heeft erkend dat hij onhandig heeft gehandeld. De tuchtcommissie constateert echter tegelijkertijd dat de bankmedewerker tot aan de zitting bij de tuchtcommissie onvoldoende blijk heeft gegeven van daadwerkelijk inzicht in de normschendingen en het belang van het bespreken van dergelijke situaties binnen de organisatie. De Tuchtcommissie Banken legt de bankmedewerker als maatregel een geldboete op van € 1000,-.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

 

Niet integer en zorgvuldig omgaan met klantgegevens

Kern van de uitspraak

De (ex)bankmedewerker heeft een klant van de bank een anonieme brief gestuurd waarmee hij de klant choqueert met een merkwaardig verhaal over de vaste contactpersoon van de klant bij de bank, en zich ronduit negatief uitlaat over die directe collega.
Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 2 december 2025, of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-5174-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur acht het lastigvallen van een klant met een anonieme brief reeds op zichzelf ongepast. Daarnaast is de anonieme brief puur met het motief geschreven om een collega in een kwaad daglicht te plaatsen, teneinde daarmee een eigen (intern concurrentie) voordeel te kunnen behalen. Had de (ex)bankmedewerker het handelen van zijn collega aan de orde willen stellen dan had hij dit op een andere wijze kunnen en moeten adresseren. Daarbij komt dat de brief onwaarheden bevat. De Algemeen directeur is van oordeel dat het van volstrekt ongepast gedrag betreft. Gedrag dat niet van de (ex)bankmedewerker in zijn functie niet mag worden verwacht. En de (ex)bankmedewerker had discretie in acht had moeten nemen bij de uitoefening van zijn functie.

De Algemeen directeur ziet aanleiding om geen (tucht)klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken en in plaats hiervan de (ex)bankmedewerker een schikking voor te leggen. Hierbij overweegt de Algemeen directeur dat de kwestie kan worden beschouwd als een (op zichzelf ernstig doch) eenmalig incident in een dienstverband van zes jaren. En dat dit incident heeft plaatsgevonden in een periode waarin de (ex)bankmedewerker zich onzeker voelde over zijn positie bij de bank ten opzichte van die van zijn directe collega.

De (ex)bankmedewerker heeft bekend dat hij de klant-/rekeninggegevens heeft geraadpleegd en dat hij de brief heeft opgesteld en verstuurd. Daarbij heeft hij erkend dat dit handelen fout was en aangegeven dat hij zich schaamt voor zijn gedrag. Ook heeft hij, zowel bij de bank als in het gesprek bij Tuchtrecht Banken, te kennen gegeven in te zien dat zijn handelen kwalijk is geweest. Dit inzicht is op de Algemeen directeur als oprecht overgekomen. Ook weegt mee dat hij reeds nadelige gevolgen van zijn handelen heeft ondervonden in de vorm van het beëindigen van zijn arbeidsovereenkomst bij de bank. De Algemeen directeur stelt een schikking voor in de vorm van een geldboete van € 750,-. De (ex)bankmedewerker heeft de schikking geaccepteerd.

De naam van beëdigde is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Buiten de bank brengen van vertrouwelijk stukken en rekeninggluren

Kern van de uitspraak

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerker -zonder zakelijke aanleiding- de (rekening)gegevens van zijn ex-partner heeft geraadpleegd en dat hij vertrouwelijke gegevens buiten de bank heeft gebracht.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5029-TC, 25 juni 2025.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker heeft de rekeninggegevens van zijn ex-partner bekeken, daarvan een screenshot gemaakt en naar zijn privé e-mailadres gezonden. Ook heeft hij vele, deels vertrouwelijke stukken van de bank van zijn zakelijke e-mailadres onbeveiligd verzonden naar zijn privé e-mailadres.

In zijn verweer gaf de bankmedewerker aan dat hij niet beschikte over de (huidige) contactgegevens van zijn ex-partner, haar wilde spreken over een reorganisatie binnen de bank, die hem mogelijk zijn baan zal kosten. Daarom heeft hij de gegevens opgezocht in de systemen van de bank. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel het zonder zakelijke aanleiding bekijken van rekeninggegevens als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Ook als dat alleen is gedaan om contactgegevens te achterhalen.

Voor het buiten de bank brengen van de (vertrouwelijke) stukken gaf hij aan dat dat hij deze stuken wilde gebruiken bij zijn sollicitaties, mocht hij boventallig worden verklaard. Het waren impulsieve handelingen die voortkwamen uit angstgevoelens en vermoedelijk ADHD aldus de bankmedewerker. Verder verklaarde de bankmedewerker dat hij de bestanden met vertrouwelijke informatie van de bank niet met derden heeft gedeeld. Op verzoek van de bank heeft hij de bestanden verwijderd.

De Tuchtcommissie Banken benadrukt ook in deze procedure nogmaals dat het vertrouwelijke karakter van bij een bank aanwezige informatie vereist dat deze informatie te allen tijde binnen de beveiligde fysieke en digitale bankomgeving dient te blijven. Alleen dan kan een bank zicht houden op die gegevens en zorgdragen voor een adequaat beheer daarvan, zodat de gegevens niet in de handen van onbevoegde derden kunnen vallen. Dat de bankmedewerker de stukken niet met derden heeft gedeeld en heeft verwijderd, ziet de tuchtcommissie niet als een gerechtvaardigd excuus.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de gedragsregels 1, 4, 5 en 6 verbonden aan de bankierseed zijn geschonden en dat een tuchtrechtelijke maatregel op zijn plaats is.

Bij de vaststelling van de tuchtrechtelijke maatregel houdt de tuchtcommissie rekening met het feit de bankmedewerker spijt heeft betuigd, het kwalijke van zijn handelen inziet en psychologische hulp heeft gezocht.

De Tuchtcommissie Banken legt als tuchtrechtelijke maatregel een geldboete op van € 500,- , te voldoen aan de Stichting Tuchtrecht Banken en de aanwijzing op, geheel voorwaardelijk, dat de bankmedewerker gedurende een periode van drie maanden niet werkzaam mag zijn in de bancaire sector (beroepsverbod).
Indien de bankmedewerker binnen een periode van twee jaar nogmaals de aan de bankierseed verbonden Gedragscode schendt, zal het beroepsverbod alsnog toegepast worden.

De naam van de bankmedewerker is voor drie jaar opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Buiten de bank brengen van vertrouwelijke stukken en niet meewerken aan tuchtonderzoek

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft diverse deels vertrouwelijke document van zijn zakelijke e-mailadres naar zijn privé e-mailadres gestuurd. Hiervan heeft de bank melding gedaan bij Tuchtrecht Banken. De bankmedewerker heeft geen medewerking verleend aan het onderzoek van de Algemeen directeur.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4898-TC, 25 juni 2025.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

In deze tuchtprocedure heeft de bankmedewerker niet meegewerkt aan het onderzoek naar de melding. Aldus heeft de Algemeen directeur de tuchtklacht en dus het Klachtrapport dat wordt ingediend bij de Tuchtcommissie Banken alleen kunnen baseren op de informatie die de bank heeft verstrekt.

Uit de melding is gebleken dat de bankmedewerker diverse e-mails, met deels vertrouwelijke informatie vanuit zijn zakelijke mailadres naar zijn eigen (zakelijke) e-mailadres heeft gezonden. Als reden heeft de bankmedewerker bij de bank verklaard dat hij de stukken voor zijn werk diende te bewerken, wat binnen en met behulp van de beschikbare tools binnen de bank niet mogelijk was. Volgens de bankmedewerker heeft hij de informatie altijd zeer zorgvuldig behandeld en niet met derden gedeeld. Hiertoe heeft hij bij de bank een ‘confidentiality agreement’ (geheimhoudingsovereenkomst) getekend. Ook heeft de bankmedewerker verklaard dat zijn zakelijke account beveiligd is. De gedeelde gegevens zijn enkel en alleen in het belang van de bank gebruikt binnen de omgeving gebleven die hij als zelfstandige gebruikt.

Een overvolle agenda, was de reden aldus de bankmedewerker dat hij niet heeft kunnen reageren op de verzoeken van de Algemeen directeur. Er was geen sprake van onwil, verklaarde hij op de zitting van de Tuchtcommissie Banken.

Het buiten de bank brengen van vertrouwelijk stukken werd tot nu toe door de Tuchtcommissie Banken als een schending van de bankierseed aangemerkt. In deze uitspraak komt de Tuchtcommissie Banken tot een ander, afwijkend oordeel. De Tuchtcommissie oordeelt dat in deze procedure bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die maken dat in dit geval het buiten de bank brengen van (vertrouwelijke) stukken geen schending van de bankierseed oplevert. De tuchtcommissie overweegt: “Het delen van bestanden leidt in dit verband en in het licht van de verklaringen van de bankmedewerker niet per definitie tot een schending van de bankierseed”. Bij dit oordeel heeft de tuchtcommissie betrokken dat de bankmedewerker, die als zelfstandige werd ingehuurd door de bank, de vertrouwelijk stukken naar zijn zakelijk e-mailadres heeft gezonden, omdat hij deze binnen de bank niet kon bewerken. De tuchtcommissie betrekt daarnaast dat de instructies aan ingehuurde partijen, zoals de betrokken bankmedewerker mogelijk niet duidelijk zijn geweest.

Het buiten de bank brengen van vertrouwelijk stukken levert naar het oordeel van de Tuchtcommissie Banken in voorliggende zaak dus geen schending van de bankierseed op.

Echter omdat de bankmedewerker geen medewerking heeft verleend aan het tuchtrechtelijke onderzoek door de Algemeen directeur, legt de Tuchtcommissie Banken de bankmedewerker wel een tuchtmaatregel op. De Tuchtcommissie Banken oordeelt dat de bankmedewerker niet open en eerlijk is over zijn gedrag. Daarmee heeft hij gedragsregel zes verbonden aan de bankierseed geschonden.

Als tuchtmaatregel legt de Tuchtcommissie Banken een boete op van € 250,-.

De bankmedewerker is voor drie jaar opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de volledige, officiële uitspraak is juridisch bindend.

Vertrouwelijke informatie buiten de bank gebracht

Kern van de uitspraak

Levert het (ongeoorloofd) naar buiten brengen van vertrouwelijke informatie van de bank een schending op van de Gedragscode verbonden aan de bankierseed?

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur of klik op de link voor de volledige beslissing van de Algemeen directeur TRB-2024-4908-AD 14 juni 2024.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

Uit de melding die is ingediend door de bank blijkt dat de bankmedewerker, ten tijde van zijn vertrek bij de bank, ongeoorloofd vertrouwelijke informatie naar buiten heeft gebracht. De bankmedewerker heeft kort voor het einde van zijn dienstverband bij de bank naast privédocumenten ook zakelijke documenten inclusief enkele klantgegevens vanuit zijn zakelijke e-mailaccount overgezet naar zijn privé-omgeving.

De bankmedewerker stelt zich op het standpunt dat zijn handelen weliswaar niet geheel correct is geweest maar dat er zich wel verzachtende omstandigheden voordeden. Zo stelt de bankmedewerker dat het gebruikelijk was om privébestanden in de zakelijke omgeving te hebben waardoor dit gemakkelijk door elkaar kon lopen. De betreffende stukken zijn volgens de bankmedewerker zonder slechte intentie meegekomen. De stukken zouden niet relevante en verouderde informatie bevatten die niet bruikbaar zijn voor zijn nieuwe functie bij een buitenlandse bank.

De Algemeen directeur stelt vast dat de bankmedewerker onzorgvuldig heeft gehandeld, hetgeen een schendig van (de gedragscode verbonden aan) de bankierseed oplevert (meer specifiek: gedragsregels 1, 4 en 5), hetgeen in beginsel grond is om een klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. Op grond van hetgeen de bankmedewerker in zijn verweer naar voren heeft gebracht en omdat hij heeft onderkend en inzicht heeft getoond dat hij anders had behoren te handelen heeft de Algemeen directeur besloten een minnelijke schikking aan de bankmedewerker voor te leggen. Bij zijn overwegingen betrok de Algemeen directer nog dat de bank had aangeven de melding te willen intrekken. Intrekking van een melding is om formele redenen niet mogelijk waardoor niet aan het verzoek van de bank kon worden tegemoetgekomen.

Algemeen directeur heeft een minnelijke schikking voorgesteld inhoudende een geldboete van € 500,-De minnelijke schikking is geaccepteerd.

Vertrouwelijke informatie buiten de bank gebracht

Kern van de uitspraak

De melding ziet op een bankmedewerker die kort voordat hij de bank zou gaan verlaten, naar aanleiding van een reorganisatie, vertrouwelijke informatie (ongeoorloofd) buiten (de beveiligde omgeving van) de bank heeft gebracht. De informatie is door de bankmedewerker buiten de bank gebracht door deze te mailen van zijn zakelijk e-mailaccount naar zijn privé e-mailaccount.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing de Algemeen directeur of klik op de link voor de volledige beslissing TRB-2024-4885-AD, 5 november 2024.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De bank heeft een melding bij Tuchtrecht Banken ingediend, nadat uit een intern onderzoek bleek dat de (oud)bankmedewerker bankgegevens naar zijn privé e-mailadres had verstuurd. Het onderzoek heeft plaatsgevonden nadat de bankmedewerker al uit dienst was. De bank heeft de bankmedewerker schriftelijk verzocht tot verwijdering van de gegevens. Naast het indienen van de melding heeft de bank kennelijk geen aanleiding voor het treffen van eventuele overige maatregelen jegens de bankmedewerker, die toen al uit dienst was.

In zijn toelichting heeft de bankmedewerker aangegeven dat hem een deadline was gesteld voor het opschonen van zijn zakelijke laptop voor het veilligstellen van privé-documenten. Onder tijdsdruk heeft hij de schifting tussen de veilig te stellen privé-documenten en de daarvan te onderscheiden bankdocumenten abusievelijk een aantal tot deze laatste categorie behorende documenten er niet uit gefilterd zodat toen abusievelijk ook die documenten zijn meegezonden. Direct na constatering van dit laatste heeft de bankmedewerker de desbetreffende documenten verwijderd. Al met al is dus weliswaar sprake van het buiten (de beveiligde omgeving van) de bank brengen van bankinformatie maar zonder dat dit zijn intentie is geweest. Hij geeft aan dat hij scherper had dienen te zijn, maar dat hij wel te goeder trouw handelde. Daarnaast heeft de bankmedewerker aangegeven dat naar zijn mening de (daadwerkelijke) gevoeligheid van de informatie in kwestie dient te worden gerelativeerd.

De Algemeen directeur is van oordeel dat de bankmedewerker in strijd met de door hem in acht te nemen regels van de bank en niet integer en onzorgvuldig gehandeld, hetgeen een schending van (de gedragscode verbonden aan) de bankierseed (meer specifiek: gedragsregels 1, 4 en 5) oplevert.

In de visie van de Algemeen directeur maakt in ieder geval deze samenloop van punten (van – kort geduid – onzorgvuldigheid) dat weliswaar sprake is van  verzachtende omstandigheden, maar niet zodanig dat het aanleiding geeft om geheel af te zien van (iedere vorm van) tuchtrechtelijke sanctionering.

Hetgeen qua feitelijke (werk)omstandigheden in de periode voorafgaand aan zijn vertrek overigens nog naar voren is gebracht, zoals een hoge werkdruk (mede doordat hij in die periode zowel nog reguliere werkzaamheden alsook overdrachtswerkzaamheden diende te verrichten), maakt dat onvoldoende anders. Voorts betrekt de Algemeen directeur in zijn weging dat na constatering van de gemaakte fout is gehandeld zoals mocht worden verwacht, door de desbetreffende bankdocumenten te verwijderen en door zich open en toetsbaar op te stellen, zowel ten opzichte van de bank als ten opzichte van de Algemeen directeur.

De Algemeen directeur stelt een schikking voor in de vorm van een voorwaardelijke geldboete van € 500,-. De schikking is aanvaard.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

 

Ongeoorloofd rekeningen bekijken

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft meerdere malen de rekeninggegevens van haar ex-partner en van personen uit de directe omgeving van haar ex-partner bekeken. De bankmedewerkster was sinds 1989 in dienst van de (rechtsvoorganger van de) bank. Na constatering van de het ongeoorloofd rekeninggluren heeft de bank in 2023 dienstverband met de medewerkster beëindigd.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing of lees hier de volledige beslissing van de Algemeen directeur, TRB-2024-4874-AD, 30 september 2024.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur stel vast dat buiten kijf staat dat het handelen een schending oplevert van de gedragscode – gedragsregels 1 en 4 – verbonden aan de bankierseed. Gezien het feit dat rekeninggegevens veel informatie prijsgeven over het persoonlijke leven van de rekeninghouders en die gegevens dus uiterst privacygevoelig zijn, gaat het ook om een ernstige schending. Dit (voorop te stellen) vertrekpunt brengt met zich, aldus de Algemeen directeur, dat een Klacht aan de Tuchtcommissie Banken kan worden voorgelegd.

De Algemeen directeur geeft in zijn beslissing aan dat in zaken over het (meerdere malen) ongeoorloofd raadplegen van rekeninggegevens de Tuchtcommissie Banken een beroepsverbod van een aantal maanden passend acht, behoudens – kort gezegd – eventuele bijzondere omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot een andere (mildere) weging wat van invloed kan zijn bij het vaststellen van de op te leggen maatregel.

De bankmedewerkster heeft in haar schriftelijk verweer, haar mondelinge toelichting en haar aanvullende informatie – gemotiveerd en onderbouwd – uiteengezet dat haar handelen in kwestie verband hield met persoonlijke problematiek in de periode dat zij de rekeninggegevens bekeek. De Algemeen directeur overweegt dat als gevolg van deze omstandigheden bij de bankmedewerkster sprake was van een kwetsbare, niet-stabiele geestestoestand, waardoor zij in die periode – ofschoon dat van haar als bankprofessional wel mocht worden verwacht – niet voldoende weerstand heeft kunnen bieden aan destijds door haar ervaren prikkels om rekeninggegevens te bekijken van haar ex-partner en de directe kring om hem heen. Dit geeft uiteraard geen rechtvaardiging voor onderhavige handelen, zo stelt de Algemeen directeur, maar maakt wel dat in dit geval kan worden gesproken van bijzondere omstandigheden (van persoonlijke aard).

De Algemeen directeur geeft aan dat in dit geval de bijzondere omstandigheden aanleiding geven tot een mildere weging/sanctionering dan hetgeen op de voet van de jurisprudentielijn van de Tuchtcommissie Banken als uitgangspunt heeft te gelden. De Algemeen directeur biedt als maatregel een minnelijke schikking aan inhoudende een voorwaardelijke geldboete van € 250,-. De bankmedewerkster heeft de minnelijk schikking aanvaard.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Buiten de bank brengen van gegevens

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft tegen het einde van zijn opdracht bij de bank enkele e-mailberichten naar zijn privé e-mailadres gezonden. Volgens de bank bevatten deze mails bestanden met gegevens van de bank, waaronder klantgegevens.

De bankmedewerker erkent de e-mails te hebben verzonden, maar naar zijn mening bevatten de bestanden geen persoonsgegevens omdat het testdata betrof die volledig geanonimiseerd zijn. Voorts stelt hij niet tuchtrechtelijk te kunnen worden aangesproken omdat de bankierseed niet op hem van toepassing is.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur of klik op de link voor de volledige beslissing TRB-2024-4882-AD, 19 augustus 2024.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

Naar het oordeel van de Algemeen directeur is de bankmedewerker wel gebonden aan de bankierseed en het bijbehorende tuchtrecht, aangezien vaststaat dat hij de bankierseed feitelijk heeft afgelegd en ook onder het bereik van artikel 3:17b lid 2 sub b Wft kan worden geschaard.

Voor wat betreft het gemaakte verwijt, stelt de Algemeen directeur dat de bankmedewerker heeft erkend de bankgegevens buiten de bank te hebben gebracht, hetgeen in strijd is met de interne bankregels. Hiermee zijn regel 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode geschonden.

Dat het naar buiten brengen van bankinformatie, om zichzelf in een betere positie te brengen met het oog op eventuele toekomstige opdrachten, niet integer noch zorgvuldig acht de Algemeen directeur duidelijk.

De Algemeen directeur deelt niet de opvatting van de bank dat hij tevens persoonsgegevens buiten de beveiligde omgeving van de bank heeft gebracht. Dit is onvoldoende vast komen te staan. De toelichting en uitleg van de bankmedewerker over hoe testdata tot stand komen en dat hij geen toegang had tot reële klantdata zijn op de Algemeen directeur als plausibel en aannemelijk overgekomen.

De Algemeen directeur acht de schending van (de gedragsregels verbonden aan) de bankierseed voldoende ernstig dat hij (in beginsel) grond heeft om een klacht aan de Tuchtcommissie Banken voor te leggen. De Algemeen directeur heeft echter ook oog voor (onder meer) het feit dat, kort gezegd, de risicogevoeligheid van uw handelen – gezien de omstandigheden van het geval (in het bijzonder de aard van de betrokken data) – gerelativeerd dient te worden.

De Algemeen directeur biedt de bankmedeweker een voorwaardelijke geldboete van € 250,- met de voorwaarde dat hij in een periode van twee jaar na acceptatie van de schikking niet wederom de bankierseed schendt. De schikking is geaccepteerd.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Vertrouwelijke informatie van de bank (onbeveiligd) verzonden naar privé e-mailadres

Vertrouwelijke informatie van de bank (onbeveiligd) verzonden naar privé e-mailadres

Uitspraak Tuchtcommissie Banken, TRB-2024-4857-TC, 24 januari 2024

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft in de periode van 30 juni 2022 tot en met 11 juli 2022 in totaal 873 bestanden via zijn zakelijke e-mailadres verzonden naar zijn privé-emailadres. Van deze bestanden hebben 705 documenten een zakelijk karakter en de inhoud daarvan is daarom van vertrouwelijke aard.

In de procedure heeft de bankmedewerker verklaard geen bewuste selectie te hebben gemaakt van de bestanden. Hij heeft een hele map met daarin alle bestanden naar zijn privé e‑mailadres verstuurd. Er speelde op dat moment veel in zijn leven, waaronder de aankondiging van zijn boventalligheid en ingrijpende privéomstandigheden. Naar zijn zeggen heeft hij toen in een opwelling gehandeld.

Wat is het oordeel van de tuchtcommissie

De tuchtcommissie is van oordeel dat de bankmedewerkster met haar handelen de gedragsregels 1, en 4 van de aan de bankierseed verbonden gedragscode heeft geschonden.

De tuchtcommissie is van oordeel dat verweerder de bankierseed heeft geschonden door vertrouwelijke informatie van de bank (onbeveiligd) te verzenden naar zijn privé e-mailadres. Dit handelen is niet alleen niet integer en niet zorgvuldig, maar ook in strijd met de regels waaraan verweerder zich diende te houden. Het verweer dat hij de gegevens niet heeft gebruikt en weer heeft verwijderd, doet hier niet aan af. Ook het verweer van verweerder dat hij de informatie na zijn uitdiensttreding bij de bank als naslagwerk wenste te gebruiken en over de informatie wilde beschikken om aan zijn certificeringsverplichting als [functie] te blijven voldoen, kunnen zijn handelen niet rechtvaardigen.

Naar het oordeel van de tuchtcommissie is de oplegging van een aanwijzing dat verweerder een periode niet werkzaam mag zijn in de bancaire sector in beginsel geboden. Echter, gelet op de specifieke feiten en omstandigheden van dit geval acht de tuchtcommissie een beroepsverbod niet passend.

De tuchtcommissie neemt van verweerder aan dat het versturen van de vertrouwelijke informatie van de bank naar zijn privé e‑mailadres in een opwelling is gebeurd, nadat hij te horen had gekregen dat hij boventallig verklaard zou worden. Zijn handelen was bovendien mede ingegeven door het in de toekomst kunnen blijven voldoen aan zijn verplichtingen. De tuchtcommissie legt een geldboete op van € 500,-

Lees voor de volledige motivering van de tuchtcommissie de uitspraak.

In de oorspronkelijke uitspraak staat een foutieve datum. De tuchtcommissie heeft in haar hersteluitspraak van 13 mei 2024 dit onderkend en verbeterd.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.