Sepot – Geen belangenverstrengeling bij beoordeling hypotheekaanvraag

TRB-2019-4375-AD
Algemeen Directeur, 23 december 2019

Beëdigde heeft vanuit zijn functie als manager bij de bank een afwijzing van een hypotheekaanvraag van een hem bekende klant geëscaleerd. Hij heeft daartoe een e-mail gestuurd waarin hij een verzoek tot herbeoordeling doet. In deze e-mail heeft beëdigde niet gemeld dat hij met een bankmedewerker had gesproken die van de NHG had gehoord dat de aanvraag niet zou worden geaccepteerd.

De bank heeft hierover een melding ingediend. Volgens de bank zou beëdigde in strijd met de regels van de bank persoonlijk betrokken zijn geweest bij dit hypotheekdossier. Volgens de bank had beëdigde het dossier moeten overdragen en in ieder geval zijn werkzaamheden moeten laten controleren en vastleggen. Ook zou beëdigde in de e-mail collega’s een onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven.

De Algemeen Directeur legt geen klacht voor aan de Tuchtcommissie en seponeert de zaak. Naar het oordeel van de Algemeen Directeur bestaan er geen indicaties dat beëdigde een persoonlijk belang had bij de behandeling van dit hypotheekdossier. Er is niet gebleken dat sprake is van een persoonlijke connectie tussen beëdigde en de klant. Verder kan uit de e-mail niet worden geconcludeerd dat beëdigde met de e-mail de tweede acceptant opzettelijk onjuist heeft willen informeren en hem heeft willen misleiden. Daarbij weegt hoofdzakelijk mee dat de tweede acceptant de hypotheekaanvraag zelfstandig dient te (her)beoordelen. De omstandigheid dat de tweede acceptant hierbij niet het gehele hypotheekdossier heeft betrokken, kan beëdigde niet worden aangerekend. Dit geldt eveneens voor de omstandigheid dat een andere bankmedewerker zijn notitie over zijn gesprek met beëdigde en NHG niet in het hypotheeksysteem van de bank heeft opgenomen. Verder bestond tussen beëdigde en de tweede acceptant geen enkele hiërarchische verhouding.

De melder heeft de mogelijkheid van de beslissing herziening te vragen bij de voorzitter van de Tuchtcommissie.

Download hier de beslissing: Beslissing AD 4375

Onzorgvuldig geformuleerde e-mail

TRB-2019-4372.

De ingediende melding houdt in dat verweerster in een e-mail onwaarheden over meldster heeft vermeld. De Algemeen Directeur is van oordeel dat verweerster een onzorgvuldig geformuleerde e-mail heeft verstuurd. Uit de door verweerster verzonden e-mail volgt niet dat de daarin opgenomen standpunten geen standpunten van verweerster betreffen, maar standpunten van de klant en haar zus. Verweerster had de e-mail zorgvuldiger moeten formuleren. De gedraging van verweerster is echter niet dusdanig onzorgvuldig dat daarvan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De Algemeen Directeur legt geen klacht voor aan de Tuchtcommissie Banken en seponeert de zaak.

Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: Dossier 4372 beslissing AD

Leidinggevende handtekeningendossier – Sepot

TRB-2019-3990.

De Algemeen Directeur is ambtshalve een onderzoek naar beëdigde gestart in verband met mogelijke betrokkenheid bij het kopiëren van handtekeningen van klanten door bankmedewerkers. De over beëdigde afgelegde verklaringen zijn onvoldoende om te kunnen concluderen dat aan beëdigde een tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. Omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat beëdigde de bankierseed heeft geschonden, seponeert de Algemeen Directeur de zaak. Omdat het een ambtshalve onderzoek van de Algemeen Directeur betreft, staat tegen deze beslissing geen mogelijkheid van herziening open. De beslissing is daarom definitief.

Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: Dossier 3990 beslissing AD

Leidinggevende handtekeningendossier – Sepot

TRB-2019-3987.

De Algemeen Directeur is ambtshalve een onderzoek gestart naar beëdigde in verband met mogelijke betrokkenheid bij het kopiëren van handtekeningen van klanten door bankmedewerkers. Beëdigde droeg vanaf februari 2015 kennis van het kopiëren van handtekeningen van de klant door een hypotheekadviseur. Beëdigde had dit moeten melden bij haar leidinggevende, maar heeft dit nagelaten. Door kennis van het kopiëren van handtekeningen voor zich te houden, in plaats van te delen heeft beëdigde de door haar afgelegde bankierseed geschonden. In dit geval zijn de gedragingen van beëdigde echter onvoldoende ernstig om daarover een klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. Hierbij weegt mee dat beëdigde in de relevante periode slechts formeel de rol van bankdirecteur vervulde, maar praktisch gezien werkzaam was als assistent van een hypotheekadviseur. Verder wegen de door de bank opgelegde berisping en het tijdsverloop mee. De Algemeen Directeur seponeert de zaak. Omdat het een ambtshalve onderzoek van de Algemeen Directeur betreft, staat tegen deze beslissing geen mogelijkheid van herziening open. De beslissing is daarom definitief.

Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: Dossier 3987 beslissing AD

Leidinggevende handtekeningendossier – Sepot

TRB-2019-3989.

De Algemeen Directeur is ambtshalve een onderzoek naar beëdigde gestart in verband met mogelijke betrokkenheid bij het kopiëren van handtekeningen van klanten door bankmedewerkers. Niet kan worden vastgesteld dat beëdigde eerder dan 19 augustus 2016 kennis droeg van het kopiëren van handtekeningen door bankmedewerkers. Dat voor die datum door beëdigde niet is ingegrepen valt daarom tuchtrechtelijk niet te verwijten. Beëdigde heeft voorts vanuit zijn leidinggevende rol getracht een positieve rol te leveren aan het scheppen van de randvoorwaarden voor een goede beroepsuitoefening van de hypotheekadviseurs. Ook in zoverre is beëdigde niet op een tuchtrechtelijk verwijtbare wijze tekort geschoten. Omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat beëdigde de bankierseed heeft geschonden, seponeert de Algemeen Directeur de zaak. Omdat het een ambtshalve onderzoek van de Algemeen Directeur betreft, staat tegen deze beslissing geen mogelijkheid van herziening open. De beslissing is daarom definitief.

Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: Dossier 3989 beslissing AD

Niet beantwoorden e-mail klant, klacht ongegrond

TRB-2019-4320.

De Algemeen Directeur heeft een klacht aan de Tuchtcommissie voorgelegd. Volgens de Algemeen Directeur heeft de beëdigde door niet te reageren op een e-mail van melders het klantbelang niet centraal gesteld.

De Tuchtcommissie acht de klacht ongegrond. De Tuchtcommissie oordeelt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat op correspondentie van klanten wordt gereageerd, maar dat daarop uitzonderingen mogelijk zijn. Het hangt van de omstandigheden van het geval af of niet reageren in tuchtrechtelijke zin als onzorgvuldig kan worden aangemerkt. In deze zaak heeft voorafgaand aan de e-mail tussen melder en de bank een langdurige standpuntuitwisseling plaatsgevonden.

Volgens de Tuchtcommissie moet het melders in redelijkheid duidelijk zijn geweest dat het aanbod van beëdigde tijdens de comparitie tussen melder en de bank een finaal aanbod was. De melders konden dan ook aan hun e-mail niet een redelijke verwachting ontlenen dat de beëdigde op basis van die e-mail met een ander aanbod zou komen. De Tuchtcommissie is van oordeel dat gelet hierop de e-mail niet van dien aard was dat een inhoudelijke reactie van beëdigde moest volgen. Het was vanuit het oogpunt van klantvriendelijkheid aan te bevelen geweest om een korte reactie te sturen. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door niet op de e-mail te reageren.

Download hier de volledige uitspraak: Beslissing TC 4320

Verzwijgen bedrijfsactiviteiten. (Schijn van) belangenverstrengeling

TRB-2019-4261-TC
Tuchtcommissie 18 december 2019

Verweerder was samen met een collega bij de bank betrokken bij de oprichting van bedrijven op naam van de echtgenote van verweerder en de echtgenote van zijn collega. Eén bedrijf op naam van verweerders echtgenote ontving bemiddelingskosten van een leverancier van de bank ter zake aan de bank geleverde pashouders en papieren tasjes, terwijl niet is gebleken welke diensten werden geleverd.

De zaak is een voortzetting na een herzieningsverzoek door de melder (zie hier).

De Tuchtcommissie is van oordeel dat verweerder de plicht had om het bedrijf op naam van zijn echtgenote en de bedrijfsactiviteiten van dat bedrijf bij de bank te melden, nu die activiteiten (indirect) verband hielden met de bank. Deze plicht – die in de interne regels van de bank in het leven is geroepen om belangenverstrengeling te voorkomen – bestond reeds voordat verweerder de bankierseed had afgelegd en duurde daarna onverminderd voort. De Tuchtcommissie legt verweerder een beroepsverbod op voor de duur van zes maanden.

Download hier de volledige uitspraak: Beslissing TC 4261
(in de uitspraak staat als zaaknummer 4291, dit had 4261 moeten zijn)

Verweerder heeft beroep aangetekend. De uitspraak in beroep vind je hier

Belangenverstrengeling, verzwijgen bedrijfsactiviteiten, niet melden ontvangen giften

TRB-2019-3951-TC
Tuchtcommissie 18 december 2019/strong>

Verweerder heeft samen met een collega bij de bank bedrijven op naam van de echtgenote van verweerder en de echtgenote van zijn collega opgericht. Twee bedrijven op naam van verweerders echtgenote ontvingen bemiddelingskosten van een leverancier van de bank ter zake aan de bank geleverde pashouders en papieren tasjes, terwijl niet is gebleken welke diensten werden geleverd.

De Tuchtcommissie is van oordeel dat verweerder de plicht had om het bedrijf op naam van zijn echtgenote en de bedrijfsactiviteiten van dat bedrijf bij de bank te melden, nu die activiteiten (indirect) verband hielden met de bank. Deze plicht – die in de interne regels van de bank in het leven is geroepen om belangenverstrengeling te voorkomen – bestond reeds voordat verweerder de bankierseed had afgelegd en duurde daarna onverminderd voort.

Daarnaast onderhield verweerder vanuit zijn positie bij de bank contacten met andere leveranciers. Verweerder ontving van deze leveranciers giften en verweerder bracht vanuit het bedrijf van zijn echtgenote onherleidbare bemiddelingskosten in rekening bij deze leveranciers. De Tuchtcommissie stelt vast dat verweerder vanuit zijn positie bij de bank verschillende contacten is aangegaan waarin persoonlijke verrijking, al dan niet ten koste van de bank, een rol speelde. Verweerder had bij de bank de ontvangst van diverse giften moeten melden, alsmede kenbaar moeten maken dat hij namens de bank via een tussenpersoon artikelen bij het bedrijf van zijn vrouw bestelde. Verweerder bevond zich op een cruciale positie binnen de bank om dit soort handelingen jarenlang en herhaaldelijk te kunnen verrichten. Hij ging daarbij geraffineerd te werk en benutte meerdere bedrijven en tussenschakels.

De zaak is een voortzetting na een herzieningsverzoek door de melder (zie hier).

De Tuchtcommissie legt verweerder een beroepsverbod op voor de duur van achttien maanden.

De naam van verweerder is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen dit register inzien.

Download hier de volledige uitspraak: Beslissing TC 3951

Raadplegen en delen rekeninggegevens van overleden familielid

TRB-2019-4290.

Verweerder heeft zonder zakelijke aanleiding op verzoek van zijn neef de rekening- en klantgegevens van zijn overleden oom geraadpleegd. Vervolgens heeft verweerder die informatie met zijn neef gedeeld. De Tuchtcommissie is van oordeel dat verweerder hiermee het vertrouwen van klanten, of in dit geval de nabestaanden, dat dergelijke informatie bij de bank in veilige handen is, heeft geschaad.

Bij het bepalen van de maatregel heeft de Tuchtcommissie er rekening mee gehouden dat verweerder heeft getoond de laakbaarheid van zijn handelen in te zien en dat het raadplegen en delen van gegevens op één dag heeft plaatsgevonden bij één klant. De Tuchtcommissie legt verweerder een beroepsverbod op voor de duur van één maand.

De naam van verweerder wordt, na onherroepelijk worden van de beslissing, opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Dit register is in te zien voor de aangesloten banken.

Download hier de volledige uitspraak: Beslissing TC 4290

Schikking – Opstellen eigen arbeidsvoorwaarden

TRB-2019-4362.

Beëdigde heeft zelfstandig een document opgesteld dat betrekking had op zijn arbeidsvoorwaarden. In het door hem opgestelde document heeft hij zichzelf een hoger salaris toegekend dan gebruikelijk was en de vermelding van de aanloopschaal weggelaten.

Het arbeidsvoorwaardendocument wordt normaliter door de bank opgesteld en vormt het uitgangspunt voor het toekennen van het salaris. De Algemeen Directeur oordeelt dat dit document dan ook nimmer door beëdigde zelf had mogen worden opgesteld, laat staan dat hij het document ten gunste van zichzelf had mogen aanpassen. Verder verwijt de Algemeen Directeur beëdigde dat hij het document naar zijn leidinggevende heeft gestuurd, zonder te melden dat hij het zelf had opgesteld. Hierdoor heeft hij zijn leidinggevende relevante informatie onthouden en in de waan gelaten dat het advies kon worden doorgevoerd. Beëdigde heeft door op deze wijze te handelen gedragsregels 1 en 6 geschonden. De Algemeen Directeur heeft beëdigde een schikking aangeboden in de vorm van een geldboete van € 400,-. Beëdigde heeft de schikking aanvaard. De gegevens van beëdigde zijn opgenomen in het tuchtrechtelijk register.

Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: Beslissing 4362