Ten onrechte reiskosten gedeclareerd

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft declaraties ingediend voor kilometervergoedingen voor woon-werkverkeer en zakelijke reizen die niet hebben plaatsgevonden. De bankmedewerker beschikte daarnaast over een NS Business Card zodat kilometervergoedingen voor woon-werkverkeer ook om die reden niet mochten worden gedeclareerd. De bankmedewerker heeft in de periode vijf maanden voor bijna € 6.000,- aan declaraties ingediend, die onterecht zijn gebleken.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 20 mei 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5068-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat uit door de bank overgelegde correspondentie tussen de bankmedewerker en de HR-afdeling blijkt dat de bankmedewerker er juist op is gewezen dat het niet is toegestaan om naast het maximaal toegestane aantal kilometers voor woon-werkverkeer aanvullende (niet gemaakte) dienstreizen te declareren om het verschil in gemaakte kilometers te compenseren.

Ook stelt de Tuchtcommissie Banken vast dat de bankmedewerker declaraties voor reizen heeft ingediend voor dagen waarop hij niet heeft gewerkt, zoals dagen waarop hij ziek was, verlof had of in het weekend niet werkzaam was. Gelet op de omvang, frequentie en oplopende hoogte van de declaraties acht de Tuchtcommissie Banken de door de bankmedewerker gegeven verklaring, inhoudende dat sprake zou zijn geweest van verwarring of vergissingen, niet aannemelijk. De Tuchtcommissie Banken concludeert daarmee dat de bankmedewerker bewust en herhaaldelijk onjuiste declaraties heeft ingediend. Aldus heeft de bankmedewerker

De Bankmedewerker heeft hij evident niet integer gehandeld. Ook heeft hij zich niet open en eerlijk opgesteld. De Tuchtcommissie Banken legt een beroepsverbod voor de duur van vier maanden op.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

 

 

Frauduleus handelen en niet toetsbaar opgesteld

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft tweemaal geld van (bank)klanten naar zijn eigen rekening overgemaakt, waarvoor hij strafrechtelijk is veroordeeld.  Daarnaast heeft hij ten behoeve van het verkrijgen van een zakelijke bankrekening bij de bank het onboardingsproces beïnvloedt. Verder wordt hem verweten dat hij zijn EVR-registratie niet heeft gemeld bij de bank.

Ook wordt hem verweten dat hij niet heeft meegewerkt aan de onderzoeken die binnen de tuchtrechtelijk procedure plaatsvinden en zich daarmee niet open en toetsbaar heeft opgesteld.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5039-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

In zijn verweer ontkent de bankmedewerker hetgeen er zou hebben plaatsgevonden. Hij geeft aan dat hij zowel mondeling als schriftelijk informatie heeft verschaft, dat de politierechter hem op onjuiste gronden heeft veroordeeld, dat hij geen gelden naar zijn (zakelijke) rekening heeft overgemaakt en dat hij gevolg geeft aan de door de politierechter opgelegde betalingsregeling.

De Tuchtcommissie Banken gaat aan zijn verweer voorbij omdat uit het onderzoek genoegzaam is gebleken dat de gedragingen door de bankmedewerker wel zijn verricht. Het verweer van de bankmedewerker maakt dit niet anders, aldus de tuchtcommissie.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de bankmedewerker zijn EVR direct aan de bank had behoren te melden, zelfs als het juist zou zijn dat de opname in het Externe Verwijzingsregister onterecht was.

De Tuchtcommissie Banken stelt verder vast dat de bankmedewerker geen toelichting heeft verstrekt aan de bank en aan de Algemeen directeur. Wel heeft hij, nadat hij werd opgeroepen voor de zitting van de Tuchtcommissie Banken een verweerschrift ingediend. Het verweer heeft de bankmedewerker op de zitting van de Tuchtcommissie Banken herhaald.

Door in het geheel geen medewerking te verlenen aan het onderzoek bij de bank en bij Tuchtrecht Banken, is de bankmedewerker naar het oordeel van de tuchtcommissie niet (voldoende) open en eerlijk is over zijn gedrag. Dat de bankmedewerker wel ter zitting is verschenen en daaraan voorafgaand een verweerschrift heeft ingediend maakt dit in de gegeven omstandigheden niet anders, aldus de Tuchtcommissie Banken.

De gedragingen van de bankmedewerker worden beoordeeld als een zeer ernstige schending van de regels 1, 4, 6 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode. Bij het vaststellen van de maatregel weegt de tuchtcommissie mee dat de bankmedewerker een strafrechtelijke norm heeft overtreden en niet laat blijken het kwalijke van zijn handelen in te zien. Als maatregel wordt een beroepsverbod van 24 maanden (twee jaar) opgelegd.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Dit register is in te zien voor de aangesloten banken.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Klantinformatie gepubliceerd op Snapchat

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster deelde op haar socialmedia-account van Snapchat foto’s met informatie over bankklanten. De informatie bevatte naam en rekeninggegevens van de bankklant en door de bankmedewerkster toegevoegd commentaar.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5017-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Voor de Tuchtcommissie Banken staat het vast dat de bankmedewerkster via haar Snapchat-account foto’s heeft geplaatst van (delen van) banksystemen en klantinformatie, afkomstig uit de systemen van de bank, en deze daarmee buiten de beveiligde bankomgeving heeft gebracht. Daarnaast heeft zij deze foto’s voorzien van persoonlijk commentaar met een denigrerende en beledigende strekking richting klanten van de bank.

Tot de geplaatste berichten behoorden onder meer foto’s van een transactieoverzicht en een rekeningafschrift van een klant. Bij deze foto’s heeft de bankmedewerkster begeleidende teksten geplaatst met een denigrerende en beledigende strekking richting klanten van de bank. Op deze foto’s waren de naam en het rekeningnummer van de betreffende klanten niet zichtbaar.

De tuchtcommissie betrekt in haar overwegingen dat de bankmedewerkster haar handelen aanvankelijk heeft ontkend dan wel gebagatelliseerd, vervolgens niet inhoudelijk heeft gereageerd op herhaalde oproepen van klager en er uiteindelijk voor heeft gekozen niet ter zitting te verschijnen. Aldus heeft zij zich niet open en toetsbaar heeft opgesteld.

De Tuchtcommissie geeft aan dat het plaatsen van foto’s van vertrouwelijke bankinformatie op sociale media op zichzelf onverenigbaar is met gedragsregel 1, 4, 5 en 6 van de Gedragscode Bancaire Sector. Dat de bankmedewerkster deze foto’s bovendien heeft voorzien van persoonlijk, laatdunkend en beledigend commentaar richting klanten, acht de tuchtcommissie extra laakbaar. Het belachelijk maken van klanten en het bespotten van hun persoonlijke financiële transacties is onder geen enkele omstandigheid aanvaardbaar, en in het bijzonder niet voor een bankmedewerkster die uit hoofde van haar functie beschikt over vertrouwelijke en gevoelige informatie.

Alles afwegende is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat sprake is van een ernstige schending van de bankierseed en van de aan die eed verbonden gedragsregels 1, 4, 5 en 6. Gelet op de aard en ernst van de gedragingen, de herhaling daarvan, het beledigende karakter van het geplaatste commentaar en het ontbreken van openheid en medewerking, acht de tuchtcommissie het opleggen van een beroepsverbod aangewezen.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Vertrouwelijke informatie buiten de bank gebracht

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft aan het einde van zijn dienstverband vertrouwelijk informatie van de bank naar zijn privé e-mailadres gezonden. Ook ontving hij bij zijn nieuwe werkgever nog informatie van de bank waar hij werkzaam was. Die informatie ontving hij van een enkele (oud)collega’s bij de bank. Deze collega’s hebben later ontslag genomen om in dienst te treden bij de werkgever van hun oud-collega.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4932-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat uit de Code of Conduct van de bank onder andere volgt dat integer dient te worden gehandeld, dat geen misbruik dient te worden gemaakt van kennis en informatie binnen de bank en dat zorgvuldig met data van de bank dient te worden omgegaan.

De bankmedewerker heeft direct en indirect vertrouwelijke informatie buiten de beveiligde omgeving van de bank gebracht. Hoewel deze informatie in principe is ontleend aan openbare bronnen, betreft dit informatie die niet buiten de (beveiligde omgeving van de) bank had mogen worden gebracht. Het toch buiten de beveiligde omgeving van de bank brengen van de informatie is niet zorgvuldig en niet integer en moet als een schending van de bankierseed worden opgevat, aldus de tuchtcommissie.

Daarnaast verwijt de Tuchtcommissie Banken de bankmedewerker dat hij in het gesprek met de bank ten onrechte heeft gesteld dat hij uitsluitend de ontvanger van de vertrouwelijke e-mails was en niet wist waarvoor deze werden gebruikt. Door die verklaring later – na confrontatie met nieuwe bevindingen – bij te stellen, heeft de bankmedewerker laten blijken niet voldoende open en eerlijk te zijn over zijn gedrag. De bankmedewerker heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met dit handelen tevens gedragsregel 6 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden. De klacht is dan ook gegrond.

De tuchtcommissie overweegt dat voornoemd handelen van de bankmedewerker als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat, meer in het bijzonder vanwege zijn leidinggevende positie, de wijze waarop hij – op meerdere momenten – met deze leidinggevende positie is omgesprongen en het feit dat hij nota bene opdracht heeft gegeven tot het delen van vertrouwelijke informatie. Ook het zich niet open en toetsbaar opstellen en het aanpassen van verklaringen op basis van beschikbaar gekomen informatie rekent de tuchtcommissie de bankmedewerker aan.

In matigende zin weegt de tuchtcommissie mee dat de gedeelde informatie is ontleend aan openbare bronnen, waarmee de gevoeligheid van de buiten de omgeving van de bank gebrachte gegevens relatief beperkt is. Ook weegt de tuchtcommissie mee dat hij reeds consequenties heeft ondervonden van zijn handelen, door inhouding van beloningen bij zijn huidige en vorige werkgever. Daarnaast zijn de gegevens van de bankmedewerker voor acht jaren opgenomen in het Incidentenregister van de bank, het Intern Verwijzingsregister en het Extern Verwijzingsregister. Ook weegt voor de tuchtcommissie het tijdsverloop in matigende zin mee.

Hoewel de tuchtcommissie van oordeel is dat de ernst van het handelen een stevige sanctie rechtvaardigt, is zij van oordeel dat een onvoorwaardelijk beroepsverbod niet passend is gelet op voornoemde matigende omstandigheden en de mogelijke arbeidsrechtelijke gevolgen hiervan (ontslag). Gelet daarop acht de tuchtcommissie, alles afwegende, de oplegging van een geheel voorwaardelijk beroepsverbod voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren, alsmede een boete van € 5.000,-, passend en geboden.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Aanvraag lening met vervalste stukken

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster vraagt een persoonlijke lening aan bij een financiële instelling. Bij de beoordeling van de aanvraag constateert de financiële instelling dat de aanvraag wordt onderbouwd met vervalste stukken, waaronder een vervalste loonstrook, waarvan de originele versie op naam van haar zus staat. De bankmedewerkster beweert echter dat niet zij, maar een ander de persoonlijke lening heeft aangevraagd. Kan de bankmedewerkster worden aangesproken op schending van de bankierseed? En heeft de bankmedewerkster zich open en toetsbaar opgesteld in het onderzoek door de bank en in het onderzoek door Tuchtrecht Banken?

Lees hieronder de samenvatting van de  uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2024-4820-TC, 24 juli 2024.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Allereerst staat de Tuchtcommissie Banken bij de vraag of de tuchtklacht in behandeling kan worden genomen. De Tuchtcommissie is van oordeel dat voldoende raakvlakken bestaan tussen de verweten gedraging(en) en het werken bij de bank. Het aanvragen van een krediet betreft immers een bancaire aangelegenheid en bij de aanvraag heeft de bankmedewerkster, via haar eigen bankrekening, gebruik gemaakt van iDIN. Het handelen van de bankmedewerkster valt daarom binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht.

De bankmedewerkster gaf in haar verweer aan dat zij geen lening had aangevraagd. Als dat zo is, zou de tuchtklacht niet in behandeling kunnen worden genomen. De Tuchtcommissie Banken concludeert echter op grond van de onderbouwing van de tuchtklacht dat de aanvraag voor de persoonlijke lening door niemand anders dan de bankmedewerkster kan zijn aangevraagd en dat bij die aanvraag onjuiste, te weten vervalste documenten, zijn aangeleverd.

Door zo te handelen heeft de bankmedewerkster in strijd met de wet gehandeld stelt de Tuchtcommissie Banken. Het is evident, vervolgt de tuchtcommissie dat dit als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. De Tuchtcommissie Banken acht het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer en ook schaadt de handelwijze het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.

Verder is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat de bankmedewerkster op meerdere momenten heeft nagelaten antwoord te geven op gestelde (vervolg)vragen, terwijl haar eerdere antwoorden – indachtig de verweten gedragingen – daartoe overduidelijk aanleiding gaven. Dit maakt dat de bankmedewerkster niet (voldoende) open en eerlijk is over haar gedrag en daarmee haar verantwoordelijkheid niet neemt.

Aldus heeft de bankmedewerkster de gedragsregel 1, 4, 6 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden. De Tuchtcommissie Banken legt als maatregel een beroepsverbod van zes maanden op.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

TRB-2025-4997-TC en TRB-2025-5076-TC

 

Hypotheekaanvraag op basis van vervalste documenten

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft bij zijn hypotheekaanvraag voor de aankoop van een woning door hem vervalste documenten gevoegd, waaronder een werkgeversverklaring en loonstrook. Uit de ingestuurde werkgeversverklaring blijkt de bankmedewerker een hoger bruto jaarsalaris te verdienen dan hij werkelijk verdient. Ook heeft hij zijn salarisstrook gemanipuleerd waardoor zijn (netto) salaris hoger lijkt dan het in werkelijkheid is. Omdat de hypotheekbemiddelaar twijfelde aan de juistheid van de inkomensopgave en heeft deze de werkgever van de bankmedewerker verzocht de bij de hypotheekaanvraag gevoegde werkgeversverklaring en salarisstrook te controleren. Uit de controle bleek dat de werkgeversverklaring en de salarisstrook vervalst zijn.

Voor de bank was dit aanleiding om het dienstverband met de bankmedewerker te beëindigen. Ook werden de persoonsgegevens van de bankmedewerker opgenomen in de het Interne en Externe Verwijzingsregister.

Tevens heeft de bank hierover een melding bij Tuchtrecht ingediend. Deze melding heeft ertoe geleid dat de Algemeen directeur van Tuchtrecht Banken een Klacht heeft voorgelegd aan de Tuchtcommissie Banken.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4997-TC, van 8 oktober 2025.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling heeft de Tuchtcommissie Banken zich gebogen over een formele kwestie. Namelijk of het vervalsen van stukken ten behoeve van het verkrijgen van een persoonlijke hypotheek tuchtrechtelijk getoetst kan worden. Immers het gaat hier om het privé handelen van een bankmedewerker dat in beginsel buiten de grenzen van zijn functie valt en daarmee in beginsel ook buiten het bereik van de bancaire tuchtrecht ligt. Echter de tuchtcommissie is van oordeel dat er voldoende raakvlakken aanwezig zijn tussen de verweten gedragingen en het werken bij de bank.

De Tuchtcommissie Banken betrekt in haar oordeel dat het aanvragen van een hypothecaire financiering een bancaire aangelegenheid is, daarnaast zijn het documenten van de bank die vervalst zijn en verliep de correspondentie via de systemen en apparatuur van de bank.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedeweker niet integer en zorgvuldig heeft gewerkt, waarmee gedragsregel één verbonden aan de bankierseed is geschonden. Ook moet een bankmedewerker zich houden aan de wet en maar ook aan de regels binnen de bank. Dit staat in gedragsregel vier. Het vervalsen van documenten is een strafbaar feit en dat ziet de tuchtcommissie als een ernstige schending van de bankierseed. Niet alleen omdat daarmee gedragsregel 4 is geschonden maar ook gedragsregel zeven waarin staat: ‘de bankmedewerker draagt bij aan het vertrouwen van de samenleving in de bank’.

In deze tuchtzaak speelde nog het volgende. De bankmedewerker heeft niet meegewerkt aan de tuchtrechtelijke procedure. Hij reageerde niet op verzoeken om informatie, kwam niet op gesprek bij de Algemeen directeur en evenmin is hij naar de zitting van de Tuchtcommissie Banken gekomen. De Tuchtcommissie Banken rekent de bankmedewerker dan ook aan dat hij geen medewerking heeft verleend aan de tuchtrechtelijke procedure. Waarmee hij gedragsregel zes heeft geschonden. Gedragsregel zes geeft aan dat de bankmedewerker open en eerlijk is over zijn gedrag en dat hij zijn verantwoordelijkheid kent voor de samenleving.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat sprake is van een ernstige schending van de gedragsregels verbonden aan de bankierseed. Omdat de bankmedewerker geen verweer heeft gevoerd -hij heeft niet van zich laten horen- zijn er geen verzachtende omstandigheden bekend die bij de vaststelling van de tuchtmaatregel meegewogen kunnen worden.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de gedragsregel 1, 4, 6 en 7 zijn geschonden. Als tuchtmaatregel wordt een beroepsverbod van zes maanden opgelegd.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

TRB-2025-4820-TC en TRB-2025-5076-TC.

 

Buiten de bank brengen van vertrouwelijk stukken en rekeninggluren

Kern van de uitspraak

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerker -zonder zakelijke aanleiding- de (rekening)gegevens van zijn ex-partner heeft geraadpleegd en dat hij vertrouwelijke gegevens buiten de bank heeft gebracht.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5029-TC, 25 juni 2025.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker heeft de rekeninggegevens van zijn ex-partner bekeken, daarvan een screenshot gemaakt en naar zijn privé e-mailadres gezonden. Ook heeft hij vele, deels vertrouwelijke stukken van de bank van zijn zakelijke e-mailadres onbeveiligd verzonden naar zijn privé e-mailadres.

In zijn verweer gaf de bankmedewerker aan dat hij niet beschikte over de (huidige) contactgegevens van zijn ex-partner, haar wilde spreken over een reorganisatie binnen de bank, die hem mogelijk zijn baan zal kosten. Daarom heeft hij de gegevens opgezocht in de systemen van de bank. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel het zonder zakelijke aanleiding bekijken van rekeninggegevens als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Ook als dat alleen is gedaan om contactgegevens te achterhalen.

Voor het buiten de bank brengen van de (vertrouwelijke) stukken gaf hij aan dat dat hij deze stuken wilde gebruiken bij zijn sollicitaties, mocht hij boventallig worden verklaard. Het waren impulsieve handelingen die voortkwamen uit angstgevoelens en vermoedelijk ADHD aldus de bankmedewerker. Verder verklaarde de bankmedewerker dat hij de bestanden met vertrouwelijke informatie van de bank niet met derden heeft gedeeld. Op verzoek van de bank heeft hij de bestanden verwijderd.

De Tuchtcommissie Banken benadrukt ook in deze procedure nogmaals dat het vertrouwelijke karakter van bij een bank aanwezige informatie vereist dat deze informatie te allen tijde binnen de beveiligde fysieke en digitale bankomgeving dient te blijven. Alleen dan kan een bank zicht houden op die gegevens en zorgdragen voor een adequaat beheer daarvan, zodat de gegevens niet in de handen van onbevoegde derden kunnen vallen. Dat de bankmedewerker de stukken niet met derden heeft gedeeld en heeft verwijderd, ziet de tuchtcommissie niet als een gerechtvaardigd excuus.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de gedragsregels 1, 4, 5 en 6 verbonden aan de bankierseed zijn geschonden en dat een tuchtrechtelijke maatregel op zijn plaats is.

Bij de vaststelling van de tuchtrechtelijke maatregel houdt de tuchtcommissie rekening met het feit de bankmedewerker spijt heeft betuigd, het kwalijke van zijn handelen inziet en psychologische hulp heeft gezocht.

De Tuchtcommissie Banken legt als tuchtrechtelijke maatregel een geldboete op van € 500,- , te voldoen aan de Stichting Tuchtrecht Banken en de aanwijzing op, geheel voorwaardelijk, dat de bankmedewerker gedurende een periode van drie maanden niet werkzaam mag zijn in de bancaire sector (beroepsverbod).
Indien de bankmedewerker binnen een periode van twee jaar nogmaals de aan de bankierseed verbonden Gedragscode schendt, zal het beroepsverbod alsnog toegepast worden.

De naam van de bankmedewerker is voor drie jaar opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Buiten de bank brengen van vertrouwelijke stukken en niet meewerken aan tuchtonderzoek

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft diverse deels vertrouwelijke document van zijn zakelijke e-mailadres naar zijn privé e-mailadres gestuurd. Hiervan heeft de bank melding gedaan bij Tuchtrecht Banken. De bankmedewerker heeft geen medewerking verleend aan het onderzoek van de Algemeen directeur.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4898-TC, 25 juni 2025.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

In deze tuchtprocedure heeft de bankmedewerker niet meegewerkt aan het onderzoek naar de melding. Aldus heeft de Algemeen directeur de tuchtklacht en dus het Klachtrapport dat wordt ingediend bij de Tuchtcommissie Banken alleen kunnen baseren op de informatie die de bank heeft verstrekt.

Uit de melding is gebleken dat de bankmedewerker diverse e-mails, met deels vertrouwelijke informatie vanuit zijn zakelijke mailadres naar zijn eigen (zakelijke) e-mailadres heeft gezonden. Als reden heeft de bankmedewerker bij de bank verklaard dat hij de stukken voor zijn werk diende te bewerken, wat binnen en met behulp van de beschikbare tools binnen de bank niet mogelijk was. Volgens de bankmedewerker heeft hij de informatie altijd zeer zorgvuldig behandeld en niet met derden gedeeld. Hiertoe heeft hij bij de bank een ‘confidentiality agreement’ (geheimhoudingsovereenkomst) getekend. Ook heeft de bankmedewerker verklaard dat zijn zakelijke account beveiligd is. De gedeelde gegevens zijn enkel en alleen in het belang van de bank gebruikt binnen de omgeving gebleven die hij als zelfstandige gebruikt.

Een overvolle agenda, was de reden aldus de bankmedewerker dat hij niet heeft kunnen reageren op de verzoeken van de Algemeen directeur. Er was geen sprake van onwil, verklaarde hij op de zitting van de Tuchtcommissie Banken.

Het buiten de bank brengen van vertrouwelijk stukken werd tot nu toe door de Tuchtcommissie Banken als een schending van de bankierseed aangemerkt. In deze uitspraak komt de Tuchtcommissie Banken tot een ander, afwijkend oordeel. De Tuchtcommissie oordeelt dat in deze procedure bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die maken dat in dit geval het buiten de bank brengen van (vertrouwelijke) stukken geen schending van de bankierseed oplevert. De tuchtcommissie overweegt: “Het delen van bestanden leidt in dit verband en in het licht van de verklaringen van de bankmedewerker niet per definitie tot een schending van de bankierseed”. Bij dit oordeel heeft de tuchtcommissie betrokken dat de bankmedewerker, die als zelfstandige werd ingehuurd door de bank, de vertrouwelijk stukken naar zijn zakelijk e-mailadres heeft gezonden, omdat hij deze binnen de bank niet kon bewerken. De tuchtcommissie betrekt daarnaast dat de instructies aan ingehuurde partijen, zoals de betrokken bankmedewerker mogelijk niet duidelijk zijn geweest.

Het buiten de bank brengen van vertrouwelijke stukken levert naar het oordeel van de Tuchtcommissie Banken in voorliggende zaak dus geen schending van de bankierseed op.

Echter omdat de bankmedewerker geen medewerking heeft verleend aan het tuchtrechtelijke onderzoek door de Algemeen directeur, legt de Tuchtcommissie Banken de bankmedewerker wel een tuchtmaatregel op. De Tuchtcommissie Banken oordeelt dat de bankmedewerker niet open en eerlijk is over zijn gedrag. Daarmee heeft hij gedragsregel zes verbonden aan de bankierseed geschonden.

Als tuchtmaatregel legt de Tuchtcommissie Banken een boete op van € 250,-.

De bankmedewerker is voor drie jaar opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de volledige, officiële uitspraak is juridisch bindend.

Rekeninggluren, niet open en eerlijk geweest

Kern van de uitspraak

Uit onderzoek van de bank is gebleken dat de bankmedewerkster meermaals zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens van verschillende klanten van de bank heeft geraadpleegd. Daarnaast heeft zij de systemen van de bank gebruikt om haar eigen bankzaken te regelen. De bankmedewerkster verklaarde eerst  geen rekeninggegevens van klanten te hebben bekeken. Mogelijk dat een logé die langdurig bij haar inwoonde haar laptop heeft gebruikt. Later komt zij op haar verklaring terug en geeft toe wel rekeninggegevens te hebben bekeken.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak of klik op de link voor de volledige uitspraak van de Tuchtcommissie Banken TRB-2025-5003-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken overweegt dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie prijsgeeft over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding raadplegen van deze informatie wordt als niet zorgvuldig en integer gekwalificeerd.

Het doen van eigen bankzaken via de systemen van de bank wordt door de Tuchtcommissie Banken ook als niet zorgvuldig gekwalificeerd.

Voorts is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat de bankmedewerkster in het gesprek met de bank niet open en eerlijk geweest over haar gedrag en heeft zij op wezenlijke punten tegenstrijdig verklaard. Zo ontkende ze rekeningen van derden te hebben geraadpleegd. Terwijl zij later op deze ontkenning is teruggekomen. En heeft ze toegegeven dat zij wel (voor privédoeleinden) rekeninggegevens van klanten van de bank die bij haar in straat wonen heeft geraadpleegd. Dit heeft zij op verzoek van een familielid gedaan.

De bankmedewerkster heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met haar handelen de gedragsregels 1, 4 en 6 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden.

De Tuchtcommissie Banken legt als maatregel een beroepsverbod van vier maanden op.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Meer over de gedragsregels

De Gedragscode verbonden aan de bankierseed kent zeven gedragsregels. In de bovenstaande uitspraak heeft de Tuchtcommissie Banken geoordeeld dat de gedragsregel 1, 4 en 6 zijn geschonden.

Deze gedragsregels luiden:

Gedragsregel 1: de bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig.

Dit betekent onder andere dat de bankmedewerker:

  • eerlijk en betrouwbaar is;
  • verstrengeling van eigen belangen met de belangen van anderen voorkomt;
  • de schijn van belangenverstrengeling voorkomt

Gedragsregel 4: de bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden.

  • Dit betekent onder andere dat de bankmedewerker zich in zijn werk houdt aan de wet, reglementen, gedragsregels en instructies die voor het werk bij de bank gelden.

Gedragsregel 6: de bankmedewerker is open en eerlijk over zijn of haar gedrag en kent zijn of haar verantwoordelijkheid voor de samenleving.

  • Dit betekent dat de bankmedewerker zijn of haar gedrag in het werk laat toetsen aan deze gedragsregels.

Lees hier meer over de Gedragscode.

Raadplegen rekeninggegevens en stalken klant van de bank

Kern van de uitspraak

De bank heeft een melding ingediend over het zonder zakelijke reden raadplegen van rekeninggegevens door een oud bankmedewerkster, die in tijdelijk dienst werkzaam was voor de bank. De melding volgde op een onderzoek na een bij de bank binnengekomen klacht van een klant van de bank. Uit het onderzoek van de bank is gebleken dat de bankmedewerkster meerdere rekeningen heeft bekeken en de informatie onder meer heeft gebruikt om een klant, haar voormalig advocaat, te volgen.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak of klik op de link de volledige uitspraak van de Tuchtcommissie Banken TRB-2024-4891-TC, 20 november 2024.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken stelt het navolgende vast: de bankmedewerkster heeft de onderzoeksbevindingen die betrekking hebben op de raadplegingen zonder zakelijke aanleiding erkend. Verder heeft zij tijdens het gesprek met de bank aangegeven dat zij ten tijde van de raadplegingen zware persoonlijke omstandigheden speelden in verband met een recente echtscheiding en uithuisplaatsing van haar kinderen. Daarnaast heeft zij aangegeven de raadplegingen te hebben gedaan uit willekeur en verveling. Over de ingediende klacht bij de bank, waarmee het onderzoek naar de bankmedewerkster is aangevangen, deelt zij mede dat dit de advocaat betreft die haar bijstond inzake de uithuisplaatsing van haar kinderen.

De Tuchtcommissie Banken overweegt ook in deze uitspraak dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie prijsgeven over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding bekijken van die gegevens moet dan ook als een ernstige schending van de bankierseed worden opgevat.

Voorts overweegt de Tuchtcommissie Banken dat de bankmedewerkster de uit de raadplegingen verkregen informatie heeft gebruikt om een klant van de bank in privé (op ongewenste wijze) te benaderen. Daarmee heeft zij evident niet bijgedragen van het vertrouwen van de samenleving in de bank.

En bovendien stelt de Tuchtcommissie Banken is de bankmedewerkster niet open en eerlijk geweest over haar gedrag. Uit het gesprek van de bankmedewerkster met de bank volgt immers dat zij niet volledig openheid van zaken heeft gegeven en het kwalijke van haar handelen onvoldoende lijkt in te zien.

De Tuchtcommissie Banken oordeelt dat de bankmedewerkster de  gedragsregels 1, 4, 6, en 7 heeft geschonden. De door de Algemeen directeur voorgestelde maatregel, een beroepsverbod voor de duur van acht maanden wordt door de tuchtcommissie te licht bevonden. De Tuchtcommissie Banken legt een beroepsverbod op voor de duur van twaalf maanden.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.