Sluiten schikkingsovereenkomst met debiteur van gefailleerde onderneming – herzieningsverzoek toegewezen

14 mei 2020
Herzieningsuitspraken

TRB-2020-4472 - TRB-2020-4473

Beëdigde 1 (4472) en beëdigde 2 (4473) hebben namens de bank een schikkingsovereenkomst gesloten met de debiteur van een gefailleerde onderneming. De melding houdt in dat de bank – gelet op de rechtspraak van de Hoge Raad – als pandhouder daartoe niet bevoegd was. Melder is de curator van de gefailleerde onderneming. Hij verwijt beëdigde 1 en beëdigde 2 dat zij met de melder geen contact hebben opgenomen toen zij in strijd met de rechtspraak meenden deze schikkingsovereenkomst te kunnen aangaan.

De Algemeen Directeur heeft beide meldingen afgewezen. Volgens hem heeft melder een civielrechtelijk geschil met de bank en is voor de beoordeling daarvan in deze tuchtrechtelijke procedure geen plaats. Verder is de Algemeen Directeur van oordeel dat de beslissing deze schikking te treffen een beslissing van de bank betreft en geen individuele gedraging van beëdigde 1 en beëdigde 2 is. Daarom valt hen geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt te maken.

Melder heeft om herziening van deze beslissingen verzocht.

De voorzitter heeft het verzoek om herziening toegewezen. De voorzitter is van oordeel dat door de schikkingsovereenkomst aan te gaan zonder melder vooraf te informeren aanleiding is te onderzoeken of sprake is geweest van een zorgvuldige uitoefening van de functie en een zorgvuldige afweging van belangen door de bankmedewerkers. Verder dient onderzocht te worden waarom en hoe beëdigde 1 en beëdigde 2 tot het aangaan van de minnelijke schikking zijn gekomen. De voorzitter draagt de Algemeen Directeur op onderzoek in te stellen en binnen vier maanden opnieuw te beslissen of hij een klacht voorlegt aan de Tuchtcommissie.

Download hier de beslissingen van de AD: Beslissing AD 4472 en Beslissing AD 4473

Download hier de herzieningsbeslissing: 4472 & 4473 herzieningsbeslissing