Opmerking ter onderbouwing juridisch standpunt – herzieningsverzoek afgewezen

16 maart 2020
Herzieningsuitspraken

TRB-2020-4458

Volgens een klant van de bank heeft een bankmedewerker tijdens een procedure bij Kifid niet integer gehandeld. De bankmedewerker zou, door te verklaren dat de klant een periode heeft stilgezeten, met opzet alle fatsoensnormen hebben overschreden. De Algemeen Directeur doet geen nader onderzoek naar de melding en legt geen klacht voor aan de Tuchtcommissie Banken. De melding heeft betrekking op de inhoud van een processtuk. Procespartijen, waaronder de bank, moeten zich in beginsel vrij kunnen verweren. Het voert te ver om het waarheidsgehalte van uitlatingen van een procespartij te onderzoeken.

De melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht.

De voorzitter van de Tuchtcommissie wijst het herzieningsverzoek af. De bankmedewerker heeft de opmerking gemaakt als onderdeel van haar juridische verweer namens de bank. De opmerking diende ter onderbouwing van een juridisch standpunt. De bankmedewerker heeft de grenzen van de gedragsregels behorend bij de bankierseed niet overschreden.

Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur van 3 maart 2020: 4458 beslissing AD
Download hier de herzieningsbeslissing van 16 maart 2020: 4458 herzieningsbeslissing