Geen tuchtrechtelijk verwijtbare gedragingen, afwijzing herzieningsverzoek

4 januari 2019
Herzieningsuitspraken

TRB-2018-4029. Datum beslissing: 12 december 2018

Herzieningsbeslissing

Volgens melder heeft de bankmedewerker, die als externe werkzaam is bij de bank, niet kenbaar gemaakt dat hij als externe was ingehuurd door de bank. Daarnaast heeft de bankmedewerker volgens melder niet de bankierseed afgelegd, wat hij wel had moeten doen.

De Algemeen Directeur is van oordeel dat uit de melding niet blijkt dat de bankmedewerker de bankierseed niet heeft afgelegd. Daarnaast acht hij het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de bankmedewerker niet kenbaar heeft gemaakt dat hij door de bank extern is ingehuurd. Het zou niet moeten uitmaken of melder wordt geholpen door een eigen medewerker van de bank of door een ingehuurde kracht.

Melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen Directeur verzocht. De voorzitter van de Tuchtcommissie is met de Algemeen Directeur van oordeel dat het enkele feit dat de bankmedewerker hem niet zou hebben medegedeeld dat hij een extern ingehuurde medewerker van de bank is, niet een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging oplevert. De voorzitter van de Tuchtcommissie merkt daarbij op dat onvoldoende onderbouwd is welk nadeel melder heeft ondervonden. In het midden kan blijven of de bankmedewerker de bankierseed heeft afgelegd omdat er geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbare gedragingen. De voorzitter van de Tuchtcommissie laat de beslissing van de Algemeen Directeur in stand en wijst het herzieningsverzoek af.

Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: Dossier 4029 beslissing AD
Download hier de herzieningsbeslissing: Dossier 4029 herzieningsbeslissing