Diefstal tijdens pauze valt niet onder bancair tuchtrecht

5 maart 2020
Uitspraken Commissie van Beroep

CvB-2020-3848

Voortzetting van de beslissing van de Tuchtcommissie van 6 november 2019, waartegen de Algemeen Directeur hoger beroep heeft ingesteld.

De ingediende klacht heeft betrekking op het stelen van kledingstukken tijdens een pauze. Deze diefstal wordt door verweerster ontkend. De Commissie van Beroep oordeelt dat privé handelen in beginsel buiten de grenzen van de functie bij de bank en daarmee in beginsel ook buiten het bereik van het bancaire tuchtrecht vallen. Bij gedragingen die zich in hoofdzaak buiten de eigenlijke uitoefening van de functie bij de bank hebben voorgedaan komt het aan op een beoordeling van de raakvlakken tussen de gedragingen en (de positie) van de bank. De aan verweerster verweten diefstal staat – indien deze heeft plaatsgevonden – in een te ver verwijderd verband met de functie van verweerster bij de bank. De raakvlakken zijn te gering om het gedrag binnen het bereik van het tuchtrecht te brengen. De Commissie van Beroep bekrachtigt daarom de beslissing van de Tuchtcommissie Banken waarin de Algemeen Directeur niet-ontvankelijk was verklaard.

Download hier de volledige beslissing: uitspraak Commissie van Beroep 3848