Bankmedewerkster voegt bij haar kredietaanvragen vervalste rekeningafschriften om, zo verklaart zij, zeker te zijn dat haar kredietaanvragen worden toegewezen. Kan de bankmedewerkster op haar gedragingen, die binnen haar privé-omgeving hebben plaatsgevonden, tuchtrechtelijk worden aangesproken?
Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025, of klik op de link voor de volledige uitspraak TRB-2025-5028-TC.
Aan de beoordeling van de Klacht gaat vooraf de beantwoording van de vraag of het handelen van de bankmedewerkster binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht valt. De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat in dit kader het van belang is dat het privé handelen van een bankmedewerk(st)er in beginsel buiten de grenzen van zijn of haar functie en daarmee in beginsel ook buiten het bereik van het bancaire tuchtrecht ligt. Bij gedragingen die zich in hoofdzaak buiten de eigenlijke uitoefening van de functie bij de bank hebben voorgedaan, komt het aan op een beoordeling van de raakvlakken tussen die gedragingen en (de positie van) de bank. Afhankelijk daarvan dient te worden beslist of een gedraging binnen of buiten de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht valt.
De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat voldoende raakvlakken bestaan tussen de verweten gedragingen en het werken bij de bank. Het aanvragen van een krediet betreft immers een bancaire aangelegenheid. Daar komt bij dat de bankmedewerkster zelf werkzaam was als financieringsspecialist. Ook weegt mee dat de door de bankmedewerkster bewerkte stukken afkomstig zijn van de bank en dat deze bewerkingen deels zijn uitgevoerd op haar werklaptop. Het handelen van de bankmedewerkster valt daarom binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht.
Bij de kredietaanvragen zijn welbewust onjuiste, te weten vervalste rekeningafschriften aangeleverd. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat door zo te handelen de bankmedewerkster in strijd met de wet heeft gehandeld. Het is evident dat dergelijk handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat, aldus de tuchtcommissie. Deze vaststelling leidt ertoe dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer acht. Verder schaadt deze handelwijze het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers. De gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector zijn geschonden. De Tuchtcommissie Banken legt met verwijzing naar vergelijkbare zaken de maatregel van een beroepsverbod op, voor de duur van drie maanden.
De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.
Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.
Al eerder oordeelde de Tuchtcommissie Banken dat een bankmedewerker tuchtrechtelijk verwijtbaar handelt als hij bij het aanvragen van een persoonlijk krediet gebruik maakt van vervalste stukken. Lees hiervoor de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 8 oktober 2025.