Bankmedewerkster heeft meerdere malen zonder zakelijke aanleiding rekeningen van bekenden van haar bekeken. Naar aanleiding van de melding, ingediend door de bank, is door Tuchtrecht Banken een onderzoek ingesteld. De bankmedewerkster is om een (schriftelijke) toelichting gevraagd. Naar aanleiding van hetgeen zij heeft gesteld, is zij uitgenodigd voor een gesprek. De datum voor het gesprek is op verzoek van de bankmedewerkster meerdere keren verzet. De Algemeen directeur heeft nog pogingen ondernomen om een datum voor het gesprek vast te stellen. Een gesprek heeft plaatsgevonden niet kunne plaatsvinden omdat de bankmedewerkster haar medewerking niet verleende.
De Algemeen directeur heeft op basis van de hem bekende gegevens besloten een Klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. In de Klacht wordt de bankmedewerkerster verweten dat zij zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens heeft bekeken én dat zij onvoldoende medewerking heeft verleend aan het tuchtrechtelijk onderzoek.
Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025 of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5151-TC.
De Tuchtcommissie Banken overweegt in haar uitspraak dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie geeft over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding bekijken van die gegevens is dan ook niet zorgvuldig en moet als een ernstige schending van de bankierseed worden opgevat. De bankmedewerkster heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met haar handelen dan ook de gedragsregels 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden.
Het verwijt dat de bankmedewerkster onvoldoende medewerking zou hebben verleend aan het tuchtrechtelijk onderzoek deelt de Tuchtcommissie Banken niet. De Tuchtcommissie Banken maakt uit het dossier op dat de medewerkster in het gesprek met de bank onmiddellijk een reactie heeft gegeven op hetgeen haar verweten wordt en zij heeft daarbij tot op zekere hoogte openheid van zaken gegeven. Dit geldt tevens voor haar schriftelijke reactie aan de Algemeen directeur. Dat de bankmedewerkster uiteindelijk niet (ook nog) inhoudelijk met de Algemeen directeur in gesprek is gegaan, maakt dat voor de Tuchtcommissie Banken niet anders.
De Tuchtcommissie Banken legt aan de bankmedewerkster alleen voor het zonder zakelijk aanleiding raadplegen van rekeninggegevens (rekeninggluren) een als maatregel een beroepsverbod van drie maanden op.
De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.
Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.
De Tuchtcommissie Banken oordeelde in haar uitspraak van 25 juni 2025, TRB-2025-4898-TC dat een bankmedewerker die geen medewerking verleende aan het (tuchtrechtelijk) onderzoek wel tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legde hiervoor een maatregel op. In tegenstelling tot bovengenoemde procedure staakte de bankmedewerker zijn medewerking aan het onderzoek door en bij de bank, antwoordde hij niet op verzoeken van de Algemeen directeur om te regeren dan wel verweer te voeren op de tegen hem ingediende melding, en reageerde hij evenmin op de oproep voor de zitting bij de Tuchtcommissie Banken.