Bankmedewerker heeft voorafgaand aan de beëindiging van zijn werkrelatie bij de bank zich negatief uitgelaten over zijn werkgever tegenover enkele bankklanten waarvoor hij de beleggingsportefeuille beheerde. Hij heeft gemeld te vertrekken bij de bank en hen in overweging gegeven over te stappen naar zijn nieuwe werkgever. Verder heeft hij documenten van zijn zakelijk e-mailadres naar zijn privé e-mailadres gezonden.
Daarnaast heeft de bankmedewerker in privé (beleggings)adviezen gegeven aan een (execution-only) bankrelatie, waarmee (later) ook een vriendschappelijke relatie is ontstaan. Voor het geven van de adviezen ontving de bankmedewerker meerdere (financiële) schenkingen. Was hier sprake van belangenverstrengeling en/of het uitoefenen van nevenactiviteiten?
Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 5 november 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5110-TC.
De bankmedewerker heeft erkend telefonisch contact te hebben opgenomen met enkele van zijn klanten. In die gesprekken heeft hij zich negatief uitgelaten over de bank en gemeld dat hij bij een andere bank in een vergelijkbare functie aan de slag zou gaan. Ook heeft hij in die gesprekken laten doorschemeren dat klanten, indien zij dat wilden, hem konden volgen naar zijn nieuwe werkgever. De tuchtcommissie is van oordeel dat de bankmedewerker uitlatingen heeft gedaan die niet in het belang van de bank zijn en die afbreuk doen aan de integriteit en zorgvuldigheid die van een bankmedewerker mogen worden verwacht. Daarbij komt dat het op grond van de interne regels van de bank niet was toegestaan om klanten zelfstandig te informeren over zijn vertrek zonder voorafgaand overleg met de leidinggevende. De Tuchtcommissie Banken overweegt dat de bankmedewerker bewust in strijd met deze regels heeft gehandeld en acht dit niet integer en niet zorgvuldig in de zin van de gedragsregels.
Voor wat betreft sturen van documenten naar zijn privé e-mailadres stelt de Tuchtcommissie Banken vast dat in ieder geval een van de documenten vertrouwelijke informatie bevatte en deze buiten de beveiligde omgeving van de bank is gebracht. De tuchtcommissie benadrukt dat het uitgangspunt binnen de bancaire sector is dat vertrouwelijke informatie, waaronder intern opgestelde documenten, te allen tijde binnen de fysieke en digitale beveiliging van de bank dient te blijven. Alleen dan kan een bank zicht houden op die gegevens en zorgdragen voor een adequaat beheer daarvan, zodat de gegevens niet in de handen van onbevoegde derden kunnen vallen.
De tuchtcommissie kan niet vaststellen dat de bankmedewerker daadwerkelijk nevenactiviteiten heeft verricht voor een klant van de bank en daarvoor een vergoeding heeft ontvangen. Echter, zelfs indien wordt aangenomen dat de bankmedewerker niet daadwerkelijk tegen betaling beleggingsadvies heeft verleend, had hij zich moeten realiseren dat zijn gedragingen de schijn konden wekken van belangenverstrengeling. Juist vanwege de combinatie van het privécontact, het ontvangen van schenkingen en het gebruik van intern bankmateriaal, had het op de weg van de bankmedewerker gelegen om hierover openheid te betrachten en de situatie te bespreken met zijn leidinggevende. Door dit na te laten en het contact met de klant van de bank aanvankelijk zelfs heeft verzwegen in het gesprek met de bank, acht de tuchtcommissie zijn handelen niet in overeenstemming met de vereiste integriteit die van een bankmedewerker mag worden verwacht. Daarmee heeft de bankmedewerker gehandeld in strijd met de gedragsregels.
De Tuchtcommissie Banken betrekt in haar overweging nog het verweer van de bankmedewerker waarin hij aangeeft de adviezen enkel uit vriendschap te hebben gegeven en dat geen sprake was van het geven van professioneel beleggingsadvies. De tuchtcommissie acht echter van belang dat de bankmedewerker een ervaren DSI-geregistreerde beleggingsadviseur is, die goed bekend mag worden verondersteld met de professionele grenzen die gelden tussen enerzijds zakelijk en privé en anderzijds beleggingsadvies en execution-only.
De Tuchtcommissie Banken oordeelt dat de bankmedewerker gedragsregel 1, 4 en 5 van de Gedragscode verbonden aan de bankierseed heeft geschonden. Bij het vaststellen van de maatregel weegt de Tuchtcommissie Banken als verzwarende factor mee dat de bankmedewerker jarenlang ervaring heeft binnen de bankensector met een professionele registratie (DSI) en had moeten weten dat zijn gedrag ontoelaatbaar is.
Daar staat tegenover dat de bankmedewerker in de procedure openheid van zaken heeft gegeven, spijt heeft betuigd en heeft erkend dat hij onhandig heeft gehandeld. De tuchtcommissie constateert echter tegelijkertijd dat de bankmedewerker tot aan de zitting bij de tuchtcommissie onvoldoende blijk heeft gegeven van daadwerkelijk inzicht in de normschendingen en het belang van het bespreken van dergelijke situaties binnen de organisatie. De Tuchtcommissie Banken legt de bankmedewerker als maatregel een geldboete op van € 1000,-.
De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.
Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.