De bankmedewerker heeft de gegevens, waaronder de (e-mail-)adressen van creditcardhouders gewijzigd. Daaropvolgend heeft hij nieuwe creditcards laten aanmaken en tezamen met de bijbehorende pincodes en deze laten verzenden naar de nieuw ingevoerde adressen. Met een aantal van deze creditcards heeft de bankmedewerker vervolgens bijna 25.000 euro opgenomen.
Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 8 oktober 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4856-TC.
De bankmedewerker voert als verweer aan dat hij het niet eens is met het bankbeleid voor wat betreft het doorbelasten van incassokosten aan klanten. Zijn onvrede over dat beleid heeft hij intern aangekaart. Met als gevolg, aldus de bankmedewerker, dat pogingen zijn ondernomen om hem te intimideren en weg te krijgen. Met zijn handelingen (het aanmaken van de vervalste creditcards) wilde hij bewijzen dat de systemen van de bank hiaten vertoonden.
De Tuchtcommissie Banken overweegt dat genoegzaam is gebleken dat de bankmedewerker frauduleuze handelingen met betrekking tot creditcards heeft verricht. Door zo te handelen heeft de bankmedewerker in strijd met de wet gehandeld. Over het verweer merkt de Tuchtcommissie Banken op dat, wat daar ook van zij, dit nimmer een rechtvaardiging kan zijn voor zijn handelen. Bovendien heeft de tuchtcommissie ernstige twijfels bij de verklaring van de bankmedewerker voor wat betreft zijn motieven.
De Tuchtcommissie Banken stelt verder dat het geen betoog behoeft dat het handelen van de bankmedewerker als een zeer ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Dit maakt dan ook dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerker niet zorgvuldig en integer acht. Daarnaast schaadt de handelwijze van de bankmedewerker het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.
De bankmedewerker heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met zijn handelen de gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels geschonden.
De Tuchtcommissie Banken stelt dat in vergelijkbare zaken als uitgangspunt wordt gehanteerd dat in beginsel een beroepsverbod voor de duur van achttien maanden passend is. De Tuchtcommissie Banken houdt er echter rekening mee dat de bankmedewerker reeds arbeidsrechtelijke en strafrechtelijke consequenties van zijn handelen heeft ondervonden. Verder weegt de tuchtcommissie het tijdsverloop in matigende zin mee. Gelet daarop acht de tuchtcommissie, alles afwegende, een beroepsverbod voor de duur van vijftien maanden passend en geboden.
De naam van de bankmedewerk is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.
Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.