Berisping wegens middelenmisbruik bank

Deel deze pagina

TRB-2018-3695. D

Naast zijn werkzaamheden voor de bank, heeft verweerder een eigen bedrijf waarmee hij werkloze 50-plussers via een opleidingstraject opnieuw wilde laten re-integreren in de arbeidsmarkt. Ten behoeve van deze activiteiten heeft verweerder gebruik gemaakt van zijn zakelijke e-mailadres van de bank. Hiermee heeft verweerder gedragsregel 4 van de gedragscode geschonden. Daarnaast heeft verweerder niet integer en zorgvuldig gehandeld, door – in het bijzonder – zonder daartoe overleg te hebben gevoerd of daarvoor toestemming te hebben gekregen, namens de bank een intentieverklaring op te stellen waaruit volgde dat de bank de deelnemers aan het re-integratietraject zou gaan aannemen.

Door het veelvuldig gebruik van zijn e-mailadres van de bank, kon bovendien onduidelijkheid bestaan over de aard van de betrokkenheid van verweerder. Hierdoor heeft verweerder de schijn van belangenverstrengeling niet voorkomen. De Tuchtcommissie oordeelt dat geen sprake is van overtreding van art. 6 van de gedragsregels, nu deze gedragsregel betekent dat de bankmedewerkers zijn of haar gedrag in het werk laat toetsen aan de gedragsregels. De Tuchtcommissie legt aan verweerder een berisping op.

De naam van de be√ędigde wordt opgenomen in het door banken inzichtelijke register van Stichting Tuchtrecht Banken.

Download hier de volledige uitspraak:
Uitspraak dossier 3695

Download volledige uitspraak .PDF