Vallen beleidsbeslissingen bank onder het bancair tuchtrecht?

Deel deze pagina

Kern van de melding

Melder stelt dat de diverse Nederlandse banken een onjuiste toepassing geven aan de uitvoering van wetten, met name waar het gaat om de monitoring van ongebruikelijke transacties. De meldingen richten zich tegen de bestuurders van de banken. Deze bankmedewerkers hadden vanuit hun functie invloed op het beleid van de bank en hebben ten onrechte geen acties ondernomen om het beleid te (laten) wijzigen, aldus de melder.

Melder benoemt drie onderdelen waar naar zijn oordeel de banken te kort schieten in de uitvoering, dat zijn

1) het delen van (persoons)gegevens met FUI bij het melden van ongebruikelijke transacties
2) het meewerken aan Transactie Monitoring Nederland TMNL
3) en het defacto faciliteren/gedogen van illegale buitenlandse crypto-dienstverleners in de zin van feitelijk faciliteren/gedogen dat die illegale buitenlandse cryptodienstverleners via iDEAL gelden van Nederlandse klanten konden ontvangen.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing(en) van de Algemeen directeur van 26 maart 2025, klik op het dossiernummer TRB-2025-4985-AD voor de hele uitspraak.

Melder heeft een verzoek om herziening van de beslissing(en) ingediend. De Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken heeft op 11 maart 2026 in de verschillende herzieningsverzoeken uitspraak gedaan. De samenvatting staat hieronder, de volledige uitspraak via de link in het dossiernummer TRB-2026-4985-HV.

Het betreft vier (bijna) gelijkluidende meldingen ingediend. De afzonderlijke beslissingen zijn via de link onderaan de samenvatting te vinden.

De onderstaande samenvatting is een summiere weergave, daarom wordt er nadrukkelijk op gewezen de uitspraken na te lezen op alle feiten en overwegingen die geleid hebben tot de beslissingen.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur geeft in zijn beslissing de kaders aan waarin hij kan opereren. In het bancair tuchtrecht ligt ter beoordeling voor het persoonlijke gedrag van de (individuele) bankmedewerker. Beslissingen en standpunten van de bank als financiële instelling, zoals beslissingen en standpunten over de interpretatie/uitleg en toepassing van relevante regelgeving, vallen in beginsel buiten het bereik van het bankentuchtrecht.

De melder geeft aan dat de Commissie van Beroep Banken in zijn uitspraak van 2023 heeft uitgesproken dat ook bestuurders op hun beleid kunnen worden aangesproken. De Algemeen directeur deelt die mening ten dele. De Commissie van Beroep Banken heeft in zijn uitspraak een duidelijk afbakening aangegeven in die zin dat via het tuchtrecht het bancair beleid van de banken niet ter discussie kan worden gesteld, doch uitsluitend het persoonlijke handelen of nalaten van bankmedewerkers. In de visie van de Algemeen directeur dient hij wanneer middels een melding over (een) bestuurder(s) in wezen wordt getracht bancair beleid van de bank ter discussie te stellen, zich enigszins terughoudend op te stellen.

Met betrekking tot het delen van gegevens met FUI concludeert de Algemeen directeur dat de wetsinterpretatie op dit punt (in redelijkheid) discussie bestaat en dat het niet aan Tuchtrecht Banken is om te dien aanzien een (rechts)oordeel te vellen. Aangezien deze beoordeling buiten de reikwijdte van het bancair tuchtrecht valt.

Over de deelname dan wel het meewerken aan de TMNL wijst de Algemeen directeur erop dat de overheid bij banken een grote verantwoordelijkheid heeft neergelegd wat betreft het voorkomen van witwassen en de bestrijding van de financiering van terrorisme. De geschiedenis laat zien dat de overheid streng toeziet op de naleving van de wet- en regelgeving ter zake en ook (zeer) hoge boetes uitdeelt wanneer banken de opgelegde taak onvoldoende uitvoeren. Waarbij, naast het treffen van bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke maatregelen jegens banken, overigens ook bestuurders van de banken strafrechtelijk vervolgd kunnen worden. Vervolgens geeft de Algemeen directeur aan dat sprake is van een beleidsbeslissing waarbij vele belangen zijn afgewogen. De Algemeen directeur overweegt dat de bankmedewerker een zorgvuldige afweging van alle belangen dient te maken. De stelling van melder dat het klantbelang per definitie zwaarder zou wegen, gaat daarom niet op.

Voor wat betreft het derde onderdeel van de melding wijst de Algemeen directeur erop dat iDEAL een betaaldienst is, die niet in handen is van de bank, maar van een zelfstandige andere entiteit (verder kortweg: de betaaldienstverlener). En dat was ook in de door melder genoemde periode zo. Deze betaaldienstverlener had reeds in die periode beleid ontwikkeld om illegale transacties te voorkomen. Dit beleid is tot stand gekomen mede in samenspraak met toezichthouders DNB en AFM. Aldus was reeds sprake van door de betaaldienstverlener getroffen maatregelen ter voorkoming van de door melder gesignaleerde ongewenste betalingen.

Wat is het oordeel van de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken

In zijn herzieningsuitspraak geeft de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken het door de Algemeen directeur ingenomen standpunt te onderschrijven en voegt daaraan toe: “Nu ik met de algemeen directeur van mening ben dat van de onder (a) genoemde situatie geen sprake is, uw melding voor wat betreft het persoonlijk verwijt naar de kern bezien betrekking heeft op de onder (b) genoemde situatie en uit de beslissing van de algemeen directeur en alle stukken die van het herzieningsdossier onderdeel uitmaken onvoldoende volgt welk persoonlijk handelen of nalaten de bankmedewerkers concreet wordt verweten, ben ik van oordeel dat de algemeen directeur op juiste gronden heeft kunnen beslissen tot het niet voorleggen van een klacht aan de Tuchtcommissie. Met de huidige stand van zaken acht ik een tuchtrechtelijke procedure niet de geëigende wijze om de door u geschetste problematiek aan de orde te stellen”.

De Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken wijst de herzieningsverzoeken af.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

TRB-2025-4986-AD en TRB-2026-4986-HV
TRB-2025-4987-AD en TRB-2026-4987-HV

TRB-2025-4937-AD en TRB-2026-4937-HV