Uitspraken

Sanctie

  1. Onzorgvuldig geformuleerde brief – Sepot, herzieningsverzoek afgewezen.

    17 september 2019

    TRB-2019-4323. De beëdigde heeft een onzorgvuldig geformuleerde brief aan de klant (tevens: melder) verzonden in reactie op berichtgeving van de klant op sociale media. De klant heeft hieruit opgemaakt dat werd gedreigd om de hypotheek op te zeggen. Door de beëdigde zijn daarvoor zowel schriftelijk als telefonisch excuses gemaakt. De Algemeen Directeur oordeelt dat de bankierseed in onvoldoende ernstige mate is geschonden en seponeert de zaak. De melder heeft om herziening van de beslissing van de Algemeen Directeur verzocht.

  2. Sepot – Vermoeden betrokkenheid bij fraude onvoldoende aannemelijk

    17 juli 2019

    TRB-2019-3974. De bank heeft onderzoek uitgevoerd naar interne fraude. Bij een bankkantoor zijn zakelijke rekeningpakketten verdwenen. Bij meerdere van deze rekeningen hebben frauduleuze bijschrijvingen plaatsgevonden. Omdat volgens de bank aannemelijk is dat de beëdigde betrokken is bij de fraude, heeft de bank een melding over beëdigde ingediend.

  3. Sepot – Benaderen klanten rond vertrek bij bank

    11 juli 2019

    TRB-2019-4314. De bankmedewerker was beleggingsspecialist en zou boventallig worden verklaard. Hij stuurt aan vijf klanten een bericht over zijn vertrek. In deze berichten verzoekt hij de ontvangers om discreet met deze informatie om te gaan, omdat zijn vertrek bij de bank uitsluitend in beperkte kring bekend is. De bankmedewerker deelt verder zijn privé-nummer met de vraag of hij de klant op een later moment op de hoogte mag houden van zijn toekomstige werkzaamheden, mogelijk bij een eigen adviesbureau. Op een later moment stuurt hij soortgelijke berichten aan twee andere klanten.

  4. Sepot – Indienen valse verzekeringsclaim

    13 november 2018

    TRB-2018-3960. Op basis van onderzoek heeft de Algemeen Directeur geconcludeerd dat beëdigde heeft meegewerkt aan het indienen van een valse verzekeringsclaim door een collega om daar financieel voordeel mee te behalen. Gelet op de bijzondere en persoonlijke omstandigheden zijn de gedragingen van beëdigde van onvoldoende ernst om verder tuchtrechtelijk ingrijpen te rechtvaardigen. Download hier de beslissing van de Algemeen Directeur: Dossier 3960 beslissing AD

  5. Door directievoorzitter verzonden onzorgvuldige brief

    8 oktober 2018

    TRB-2018-3995,  De Algemeen Directeur is een onderzoek gestart naar een directievoorzitter van de bank die een brief aan een klant had gestuurd. De klant had vernielingen aangericht bij de bank. Namens de bank is hiervan aangifte bij de politie gedaan. Aan de klant is verzocht om een andere bank te kiezen. In de brief staat dat de klant heeft verzocht om de tegen hem gedane aangifte in te trekken. In de brief staat voorts dat de bank niet ingaat op dit verzoek, maar dat een constructieve reactie op de inhoud van de brief daar mogelijk verandering in brengt.  

  6. Slechts vermoeden indienen valse verzekeringsclaim

    29 augustus 2018

    TRB-2018-3958 De bank diende een melding in waaruit volgt dat de beëdigde vermoedelijk een valse verzekeringsclaim had ingediend. De beëdigde zou voorts niet transparant zijn geweest jegens de bank over de reden van zijn afwezigheid op de dag dat hij op het politiebureau was.

  7. Wijzigen omschrijving overboeking op rekeningafschrift - sepot

    20 augustus 2018

    TRB-2018-3949. Op basis van onderzoek heeft de Algemeen Directeur geconcludeerd dat de beëdigde een rekeningafschrift heeft vervalst en dit rekeningafschrift heeft ingediend als bewijsstuk bij een kredietaanvraag. De Algemeen Directeur is van oordeel dat ten aanzien van deze gedragingen voldoende raakvlakken met de functie van de beëdigde als bankmedewerker aanwezig zijn, om in tuchtrechtelijke zin relevant te zijn. De ernst van de schending is echter onvoldoende om de oplegging van een maatregel te rechtvaardigen.   Download hier de volledige beslissing: Beslissing AD 3949

  8. Geen voldoende ernstig tuchtrechtelijk verwijt; sepot

    12 juli 2018

    TRB-2018-3941.  Op basis van onderzoek heeft de Algemeen Directeur geconcludeerd dat niet is komen vast te staan dat verweerder klantgegevens van de bank aan derden heeft verstrekt. Uit het onderzoek is evenmin gebleken dat verweerder aan derden zou hebben verzocht een overval te plegen. Download hier de volledige tekst van de beslissing: Beslissing AD 3941