Uitspraken

  1. Raadplegen rekeninggegevens zonder zakelijke aanleiding

    26 juni 2020

    TRB-2020-4443 Beëdigde heeft eind 2016 vier keer rekeninggegevens geraadpleegd zonder dat daartoe een zakelijke aanleiding bestond. Beëdigde heeft daarmee de bankierseed geschonden. Gelet op het geringe aantal raadplegingen, het tijdsverloop en met name het inzicht van beëdigde in het kwalijke van haar handelen, is de Algemeen Directeur van oordeel dat er geen aanleiding meer bestaat voor verder tuchtrechtelijk ingrijpen. De Algemeen Directeur seponeert daarom de zaak. Download hier de beslissing: Beslissing AD 4443

  2. Sluiten schikkingsovereenkomst met debiteur van gefailleerde onderneming – herzieningsverzoek toegewezen

    14 mei 2020

    TRB-2020-4472 - TRB-2020-4473 Beëdigde 1 (4472) en beëdigde 2 (4473) hebben namens de bank een schikkingsovereenkomst gesloten met de debiteur van een gefailleerde onderneming. De melding houdt in dat de bank – gelet op de rechtspraak van de Hoge Raad – als pandhouder daartoe niet bevoegd was. Melder is de curator van de gefailleerde onderneming. Hij verwijt beëdigde 1 en beëdigde 2 dat zij met de melder geen contact hebben opgenomen toen zij in strijd met de rechtspraak meenden deze schikkingsovereenkomst te kunnen aangaan.

  3. Weigeren toegang bankkantoren en opzegging bankrelatie geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen

    7 april 2020

    TRB-2020-4436. Een melder heeft een melding ingediend omdat – toen hij weigerde een offerte te tekenen – de beëdigde kwaad zou zijn geworden. De beëdigde zou vervolgens (volgens de melder: ten onrechte) hem de toegang tot de bankkantoren  hebben ontzegd. De beëdigde heeft een toelichting gegeven op zijn handelen. 

  4. Verzenden e-mails met vertrouwelijke klantgegevens

    1 april 2020
    Beroepsverbod

    TRB-2020-4303

  5. Namaken handtekening klant

    1 april 2020
    Beroepsverbod

    TRB-2020-4377

  6. Onvoldoende onderbouwing betrokkenheid fraude – herzieningsverzoek afgewezen

    25 maart 2020

    TRB-2020-4459 De melding houdt in dat met gestolen paspoorten en vervalste handtekeningen op naam van melder hypotheken zouden zijn verstrekt. Volgens melder zou de betrokken bankmedewerker aan deze fraude hebben meegeholpen. De Algemeen Directeur heeft de melding afgewezen, omdat uit de door de melder verstrekte stukken onvoldoende kan worden afgeleid dat de betrokken bankmedewerker persoonlijk betrokken is geweest bij de door de melder gestelde fraude. Melder heeft om herziening van deze beslissing verzocht.

  7. Valse stukken inbrengen tijdens tuchtprocedure

    18 maart 2020
    Berisping

    TRB-2020-3973 Voortzetting van de beslissing van de Tuchtcommissie van 28 augustus 2019, waartegen de Algemeen Directeur hoger beroep heeft ingesteld. In een tussenbeslissing van 15 januari 2020 oordeelt de Commissie van Beroep dat niet met de vereiste hoge mate van aannemelijkheid is komen vast te staan dat verweerder geld heeft opgenomen van een klant van de bank. De klacht is in zoverre ongegrond. De Commissie van Beroep bekrachtigt daarom de beslissing van de Tuchtcommissie Banken ten aanzien van het eerste klachtonderdeel.

Pagina's