Vervalsen van documenten waaronder rekeningafschriften

Deel deze pagina

Kern van de uitspraak

De bankmedewerkster, werkzaam als gedetacheerde bij de bank, heeft haar werkgeversverklaring en rekeningafschriften van de bank vervalst waardoor het leek dat zij een hoger inkomen ontvangt dan dat zij in werkelijkheid heeft. De vervalste documenten heeft zij gevoegd bij een inschrijving voor een huurwoning. De verhuurder heeft de vervalsingen opgemerkt, hetgeen aanleiding was de inschrijving voor de desbetreffende huurwoning af te wijzen. Ook haar werkgever besloot, nadat deze bekend werd met de vervalsingen, de inhuuropdracht bij de bank in te trekken. Hetgeen voor de bank aanleiding was een eigen onderzoek te starten, hetgeen leidde tot een melding bij Tuchtrecht Banken.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5160-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerkster heeft in het gesprek bij de bank en ook later in het onderzoek in de tuchtrechtelijke procedure erkend dat zij de documenten heeft vervalst. Zij heeft aangegeven dat zij al lange tijd op zoek was naar een huurwoning met een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat zij in een opwelling de documenten heeft vervalst. De bankmedewerkster geeft aan dat zij zich schaamt voor wat ze heeft gedaan.

De Tuchtcommissie Banken stelt zich eerst de vraag of de verweten gedragingen onder de  reikwijdte van het bancair tuchtrecht vallen, immers de gedragingen zijn aan te merken als privéhandelingen en vallen daarmee in beginsel buiten de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht. De Tuchtcommissie Banken is echter van oordeel dat voldoende raakvlakken bestaan tussen de verweten gedragingen en het werken bij de bank. Hierbij overweegt de tuchtcommissie dat de bankmedewerkster bankafschriften heeft aangepast en gebruikt en de schijn heeft gewekt dat zij aan de inkomenseis van de verhuurder voldeed. Een dergelijke toets, waarbij wordt beoordeeld of iemand over voldoende financiële draagkracht beschikt om een bepaalde financiële verplichting aan te gaan, behoort tot de essentiële werkzaamheden van een bank. Het handelen van de bankmedewerkster valt daarom binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancair tuchtrecht.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat uit het onderzoek genoegzaam is gebleken dat de bankmedewerkster aanpassingen in de werkgeversverklaring, salarisspecificaties en bankafschriften heeft aangebracht en deze vervolgens bij de verhuurder heeft ingediend. Door zo te handelen heeft de bankmedewerkster in strijd met de wet gehandeld. Het is evident, aldus de tuchtcommissie, dat dergelijk handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Dit maakt dan ook dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer acht. Ook schaadt het handelen van de bankmedewerkster het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.

Met haar gedrag heeft de bankmedewerkster de gedragsregel 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode geschonden. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat  niet volstaan kan worden met een lichtere maatregel dan een beroepsverbod. De Tuchtcommissie Banken legt een beroepsverbod van drie maanden op.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

De Tuchtcommissie Banken heeft eerder geoordeeld over het vervalsen van documenten ten behoeve van het aanvragen van een krediet. Ook in de eerdere uitspraken legde de Tuchtcommissie Banken beroepsverboden op. Zie bijvoorbeeld TRB-2025-5028-TC en TRB-2025-5076-TC.