De bankmedewerker heeft aan het einde van zijn dienstverband vertrouwelijk informatie van de bank naar zijn privé e-mailadres gezonden. Ook ontving hij bij zijn nieuwe werkgever nog informatie van de bank waar hij werkzaam was. Die informatie ontving hij van een enkele (oud)collega’s bij de bank. Deze collega’s hebben later ontslag genomen om in dienst te treden bij de werkgever van hun oud-collega.
Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4932-TC.
De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat uit de Code of Conduct van de bank onder andere volgt dat integer dient te worden gehandeld, dat geen misbruik dient te worden gemaakt van kennis en informatie binnen de bank en dat zorgvuldig met data van de bank dient te worden omgegaan.
De bankmedewerker heeft direct en indirect vertrouwelijke informatie buiten de beveiligde omgeving van de bank gebracht. Hoewel deze informatie in principe is ontleend aan openbare bronnen, betreft dit informatie die niet buiten de (beveiligde omgeving van de) bank had mogen worden gebracht. Het toch buiten de beveiligde omgeving van de bank brengen van de informatie is niet zorgvuldig en niet integer en moet als een schending van de bankierseed worden opgevat, aldus de tuchtcommissie.
Daarnaast verwijt de Tuchtcommissie Banken de bankmedewerker dat hij in het gesprek met de bank ten onrechte heeft gesteld dat hij uitsluitend de ontvanger van de vertrouwelijke e-mails was en niet wist waarvoor deze werden gebruikt. Door die verklaring later – na confrontatie met nieuwe bevindingen – bij te stellen, heeft de bankmedewerker laten blijken niet voldoende open en eerlijk te zijn over zijn gedrag. De bankmedewerker heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met dit handelen tevens gedragsregel 6 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden. De klacht is dan ook gegrond.
De tuchtcommissie overweegt dat voornoemd handelen van de bankmedewerker als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat, meer in het bijzonder vanwege zijn leidinggevende positie, de wijze waarop hij – op meerdere momenten – met deze leidinggevende positie is omgesprongen en het feit dat hij nota bene opdracht heeft gegeven tot het delen van vertrouwelijke informatie. Ook het zich niet open en toetsbaar opstellen en het aanpassen van verklaringen op basis van beschikbaar gekomen informatie rekent de tuchtcommissie de bankmedewerker aan.
In matigende zin weegt de tuchtcommissie mee dat de gedeelde informatie is ontleend aan openbare bronnen, waarmee de gevoeligheid van de buiten de omgeving van de bank gebrachte gegevens relatief beperkt is. Ook weegt de tuchtcommissie mee dat hij reeds consequenties heeft ondervonden van zijn handelen, door inhouding van beloningen bij zijn huidige en vorige werkgever. Daarnaast zijn de gegevens van de bankmedewerker voor acht jaren opgenomen in het Incidentenregister van de bank, het Intern Verwijzingsregister en het Extern Verwijzingsregister. Ook weegt voor de tuchtcommissie het tijdsverloop in matigende zin mee.
Hoewel de tuchtcommissie van oordeel is dat de ernst van het handelen een stevige sanctie rechtvaardigt, is zij van oordeel dat een onvoorwaardelijk beroepsverbod niet passend is gelet op voornoemde matigende omstandigheden en de mogelijke arbeidsrechtelijke gevolgen hiervan (ontslag). Gelet daarop acht de tuchtcommissie, alles afwegende, de oplegging van een geheel voorwaardelijk beroepsverbod voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren, alsmede een boete van € 5.000,-, passend en geboden.
De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.
Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.