Bij een interne controle van openstaande hypotheekdossiers bleek een document aan het dossier te ontbreken. Een paar dagen later heeft de bankmedewerk het ontbrekende document toegevoegd aan het dossier. De bank veronderstelt dat de bankmedewerker het document achteraf heeft opgesteld om een onvolkomenheid in het dossier weg te nemen. De bankmedewerker heeft deze veronderstelling onvoldoende kunnen weerleggen.
Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 25 januari 2025, of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-4853-AD.
De Algemeen directeur stelt voorop dat vaststaat dat de onvolkomenheid in het dossier geen feitelijke gevolgen heeft gehad, niet voor de klant en ook niet voor de bank. En neemt aan dat de door de bank ingediende melding op (kort gezegd) een interne dossieraangelegenheid ziet.
De Algemeen directeur is van oordeel dat de bankmedewerker -hoewel hij zich in zowel het onderzoek van de bank als dat van de Algemeen directeur geheel meewerkend heeft opgesteld en uitvoerig heeft verklaard- al met al toch een weinig bevredigende uitleg heeft gegeven hoe het document in kwestie tot stand is gekomen. Echter, naar het oordeel van de Algemeen directeur is dat onvoldoende om (met voldoende mate van zekerheid) de conclusie eraan te verbinden dat de bankmedewerker achteraf het document heeft opgesteld met het oogmerk om een onvolkomenheid in het desbetreffende dossier weg te nemen.
Op grond van alle informatie is de Algemeen directeur van oordeel dat sprake is van een onachtzaamheid en daarmee van een onzorgvuldig handelen waarmee gedragsregel 1 (zorgvuldigheidseis) verbonden aan de bankierseed is geschonden.
Omdat de onvolkomenheid in het dossier die bij de interne kwaliteitscontrole is geconstateerd, geen feitelijke gevolgen heeft gehad, bestaat al met al onvoldoende aanleiding om naar aanleiding van de melding een klacht aan de Tuchtcommissie Banken voor te leggen of anderszins tuchtrechtelijke sanctionering na te streven.
In zijn afwegingen betrekt de Algemeen directeur nog de navolgende aspecten. De bankmedewerker heeft uitvoerig verklaard dat hij inzicht heeft getoond en hij zorgvuldiger had behoren te handelen. Dat de bank naar aanleiding van haar constateringen een traject met de bankmedewerker heeft doorlopen waarbij gedurende enige tijd zijn dossiers zijn onderworpen aan verscherpte controle. Dat het traject ten tijde van het besluit was afgerond zonder dat daaruit bijzonderheden naar voren zijn gekomen, heeft eveneens meegewogen bij de beslissing.
Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiƫle uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiƫle uitspraak is volledig en juridisch bindend.