De melder heeft tegen drie bankmedewerkers een melding ingediend die ziet op de afhandeling van zijn geschil met de bank over de aflossing van een openstaande schuld en de wijze waarop de bank zijn klacht over het verloop van het geschil heeft afgehandeld. De melder is van mening dat de schuld in geheel is afgelost. De bank bestrijdt dit. De melder verwijt de betrokkenen medewerkers hem onvoldoende te hebben geïnformeerd, door informatie achter te houden over de door hem betaalde aflossingen.
De Algemeen directeur heeft de meldingen afgewezen. Lees hieronder de samenvatting van de beslissingen van de Algemeen directeur van 24 februari 2026, of klik op de link voor volledige beslissingen. TRB-2026-5119-AD, TRB-2026-5120-AD en TRB-2026-5121-AD.
De melder heeft naar aanleiding van de afwijzingen herzieningsverzoeken ingediend bij de Voorzitter van de Tuchtcommissie Banken. De herzieningsverzoeken zijn op 12 maart 2026 afgewezen, lees hieronder de samenvatting van de uitspraak of klik op de link voor de volledige uitspraak TRB-2026-5121-HV.
Aan de meldingen ligt een civielrechtelijk geschil ten grondslag, namelijk het nog (voort)bestaan van een Krediet Hypotheek. De Algemeen directeur geeft aan dat civielrechtelijke geschillen buiten de reikwijdte van het bancair tuchtrecht vallen. Het bancair tuchtrecht ziet op het gedrag van een bankmedewerker. En of de bankmedewerker in de uitoefening van zijn beroep de gedragsregels verbonden aan de bankierseed heeft nageleefd. De civielrechtelijk aspecten kunnen in de tuchtprocedure niet worden betrokken. Vanuit tuchtrechtelijk perspectief kan de Algemeen directeur wel een oordeel vormen over het (communicatieve) verloop van de klachtenprocedure.
De Algemeen directeur stelt vast dat de melding onvoldoende onderbouwd is en de verstrekte informatie niet alleen een onvolledig beeld geeft, maar ook diverse tegenstrijdigheden bevat. De melder is verzocht om aanvullende informatie, welke ten dele is verstrekt. De aanvullende informatie gaf geen antwoord op de door de Algemeen directeur gestelde vragen.
Algemeen directeur ziet onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en besluit geen nader onderzoek te doen en de meldingen af te wijzen.
De Voorzitter is van oordeel dat de algemeen directeur terecht heeft geoordeeld dat de meldingen onvoldoende aanknopingspunten bieden voor tuchtrechtelijk onderzoek. Voor zover de meldingen zien op de persoonlijke betrokkenheid van de afzonderlijke bankmedewerkers, heeft verzoeker ook in zijn herzieningsverzoeken onvoldoende concrete feiten aangevoerd waaruit blijkt dat de bankmedewerkers persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld. De gestelde betrokkenheid blijft in algemene bewoordingen en wordt niet ondersteund door stukken waaruit een zodanige persoonlijke rol blijkt. De herzieningsverzoeken worden afgewezen. Tegen de beslissing staat geen beroep open.
Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.