Rekeninggluren, voldoende meegewerkt aan onderzoek?

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft meerdere malen zonder zakelijke aanleiding rekeningen van bekenden van haar bekeken. Naar aanleiding van de melding, ingediend door de bank, is door Tuchtrecht Banken een onderzoek ingesteld. De bankmedewerkster is om een (schriftelijke) toelichting gevraagd. Naar aanleiding van hetgeen zij heeft gesteld, is zij uitgenodigd voor een gesprek. De datum voor het gesprek is op verzoek van de bankmedewerkster meerdere keren verzet. De Algemeen directeur heeft nog pogingen ondernomen om een datum voor het gesprek vast te stellen. Een gesprek heeft plaatsgevonden niet kunne plaatsvinden omdat de bankmedewerkster haar medewerking niet verleende.

De Algemeen directeur heeft op basis van de hem bekende gegevens besloten een Klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. In de Klacht wordt de bankmedewerkerster verweten dat zij zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens heeft bekeken én dat zij onvoldoende medewerking heeft verleend aan het tuchtrechtelijk onderzoek.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025 of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5151-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken overweegt in haar uitspraak dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie geeft over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding bekijken van die gegevens is dan ook niet zorgvuldig en moet als een ernstige schending van de bankierseed worden opgevat. De bankmedewerkster heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met haar handelen dan ook de gedragsregels 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden.

Het verwijt dat de bankmedewerkster onvoldoende medewerking zou hebben verleend aan het tuchtrechtelijk onderzoek deelt de Tuchtcommissie Banken niet. De Tuchtcommissie Banken maakt uit het dossier op dat de medewerkster in het gesprek met de bank onmiddellijk een reactie heeft gegeven op hetgeen haar verweten wordt en zij heeft daarbij tot op zekere hoogte openheid van zaken gegeven. Dit geldt tevens voor haar schriftelijke reactie aan de Algemeen directeur. Dat de bankmedewerkster uiteindelijk niet (ook nog) inhoudelijk met de Algemeen directeur in gesprek is gegaan, maakt dat voor de Tuchtcommissie Banken niet anders.

De Tuchtcommissie Banken legt aan de bankmedewerkster alleen voor het zonder zakelijk aanleiding raadplegen van rekeninggegevens (rekeninggluren) een als maatregel een beroepsverbod van drie maanden op.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

De Tuchtcommissie Banken oordeelde in haar uitspraak van 25 juni 2025, TRB-2025-4898-TC dat een bankmedewerker die geen medewerking verleende aan het (tuchtrechtelijk) onderzoek wel tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legde hiervoor een maatregel op. In tegenstelling tot bovengenoemde procedure staakte de bankmedewerker zijn medewerking aan het onderzoek door en bij de bank, antwoordde hij niet op verzoeken van de Algemeen directeur om te regeren dan wel verweer te voeren op de tegen hem ingediende melding, en reageerde hij evenmin op de oproep voor de zitting bij de Tuchtcommissie Banken.

Vervalste rekeningafschriften gevoegd bij kredietaanvraag

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster voegt bij haar kredietaanvragen vervalste rekeningafschriften om, zo verklaart zij, zeker te zijn dat haar kredietaanvragen worden toegewezen. Kan de bankmedewerkster op haar gedragingen, die binnen haar privé-omgeving hebben plaatsgevonden, tuchtrechtelijk worden aangesproken?

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025, of klik op de link voor de volledige uitspraak TRB-2025-5028-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Aan de beoordeling van de Klacht gaat vooraf de beantwoording van de vraag of het handelen van de bankmedewerkster binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht valt. De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat in dit kader het van belang is dat het privé handelen van een bankmedewerk(st)er in beginsel buiten de grenzen van zijn of haar functie en daarmee in beginsel ook buiten het bereik van het bancaire tuchtrecht ligt. Bij gedragingen die zich in hoofdzaak buiten de eigenlijke uitoefening van de functie bij de bank hebben voorgedaan, komt het aan op een beoordeling van de raakvlakken tussen die gedragingen en (de positie van) de bank. Afhankelijk daarvan dient te worden beslist of een gedraging binnen of buiten de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht valt.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat voldoende raakvlakken bestaan tussen de verweten gedragingen en het werken bij de bank. Het aanvragen van een krediet betreft immers een bancaire aangelegenheid. Daar komt bij dat de bankmedewerkster zelf werkzaam was als financieringsspecialist. Ook weegt mee dat de door de bankmedewerkster bewerkte stukken afkomstig zijn van de bank en dat deze bewerkingen deels zijn uitgevoerd op haar werklaptop. Het handelen van de bankmedewerkster valt daarom binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht.

Bij de kredietaanvragen zijn welbewust onjuiste, te weten vervalste rekeningafschriften aangeleverd. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat door zo te handelen de bankmedewerkster in strijd met de wet heeft gehandeld. Het is evident dat dergelijk handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat, aldus de tuchtcommissie. Deze vaststelling leidt ertoe dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer acht. Verder schaadt deze handelwijze het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers. De gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector zijn geschonden. De Tuchtcommissie Banken legt met verwijzing naar vergelijkbare zaken de maatregel van een beroepsverbod op, voor de duur van drie maanden.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

Al eerder oordeelde de Tuchtcommissie Banken dat een bankmedewerker tuchtrechtelijk verwijtbaar handelt als hij bij het aanvragen van een persoonlijk krediet gebruik maakt van vervalste stukken. Lees hiervoor de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 8 oktober 2025.

 

Creditcardfraude door bankmedewerker

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft de gegevens, waaronder de (e-mail-)adressen  van creditcardhouders gewijzigd. Daaropvolgend heeft hij nieuwe creditcards laten aanmaken en tezamen met de bijbehorende pincodes en deze laten verzenden naar de nieuw ingevoerde adressen. Met een aantal van deze creditcards heeft de bankmedewerker vervolgens bijna 25.000 euro opgenomen.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 8 oktober 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4856-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker voert als verweer aan dat hij het niet eens is met het bankbeleid voor wat betreft het doorbelasten van incassokosten aan klanten. Zijn onvrede over dat beleid heeft hij intern aangekaart. Met als gevolg, aldus de bankmedewerker, dat pogingen zijn ondernomen om hem te intimideren en weg te krijgen. Met zijn handelingen (het aanmaken van de vervalste creditcards) wilde hij bewijzen dat de systemen van de bank hiaten vertoonden.

De Tuchtcommissie Banken overweegt dat genoegzaam is gebleken dat de bankmedewerker frauduleuze handelingen met betrekking tot creditcards heeft verricht. Door zo te handelen heeft de bankmedewerker in strijd met de wet gehandeld. Over het verweer merkt de Tuchtcommissie Banken op dat, wat daar ook van zij, dit nimmer een rechtvaardiging kan zijn voor zijn handelen. Bovendien heeft de tuchtcommissie ernstige twijfels bij de verklaring van de bankmedewerker voor wat betreft zijn motieven.

De Tuchtcommissie Banken stelt verder dat het geen betoog behoeft dat het handelen van de bankmedewerker als een zeer ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Dit maakt dan ook dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerker niet zorgvuldig en integer acht. Daarnaast schaadt de handelwijze van de bankmedewerker het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.

De bankmedewerker heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met zijn handelen de gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels geschonden.

De Tuchtcommissie Banken stelt dat  in vergelijkbare zaken als uitgangspunt wordt gehanteerd dat in beginsel een beroepsverbod voor de duur van achttien maanden passend is. De Tuchtcommissie Banken houdt er echter rekening mee dat de bankmedewerker reeds arbeidsrechtelijke en strafrechtelijke consequenties van zijn handelen heeft ondervonden. Verder weegt de tuchtcommissie het tijdsverloop in matigende zin mee. Gelet daarop acht de tuchtcommissie, alles afwegende, een beroepsverbod voor de duur van vijftien maanden passend en geboden.

De naam van de bankmedewerk is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Rekeninggluren: misbruik gemaakt van gegevens?

Kern van de uitspraak

Uit een onderzoek van de bank is gebleken dat de bankmedewerkster diverse malen de rekeninggegevens van de nieuwe partner van haar ex-man heeft bekeken. In het gesprek hierover met de bank heeft de bankmedewerkster bekend ook nog rekeninggegevens van diverse familieleden van deze partner te hebben bekeken. Nader onderzoek van de bank bevestigde wat de bankmedewerkster had vermeld.

Daarnaast zou de bankmedewerkster de informatie uit het banksysteem hebben gebruikt om de nieuwe partner bij haar woning op te zoeken en is zij in gesprek gegaan met zowel de nieuwe partner als met de moeder van de nieuwe partner.

In het gesprek met klager heeft de bankmedewerkster verklaard dat zij de adresgegevens niet via de systemen van de bank heeft verkregen. Zij trof in de auto van haar ex-partner een etiket van een apotheek aan met daarop de adresgegevens van de nieuwe partner van haar ex-man, .

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 5 november 2025 of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5103-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerkster de rekeninggegevens van de nieuwe partner van haar ex-man en haar familieleden heeft geraadpleegd zonder zakelijke aanleiding. De bankmedewerkster heeft over de raadplegingen verklaard dat zij in een emotioneel moeilijke periode zat als gevolg van haar scheiding. Zij was in die periode obsessief bezig met haar ex-man, diens nieuwe partner en met haar familie. Zij beseft dat dit onjuist was, schaamt zich voor haar handelen en heeft er spijt van.

Wat betreft het bezoek aan de nieuwe partner overweegt de Tuchtcommissie Banken dat niet is vast komen te staan dat dit bezoek heeft plaatsgevonden op basis van adresgegevens die de bankmedewerkster in het systeem van de bank heeft opgezocht. De tuchtcommissie sluit niet uit dat zij de adresgegevens heeft gezien op een apotheeketiket in de auto van haar ex-partner. De bankmedewerkster heeft hierover op meerdere momenten consistent verklaard. De tuchtcommissie deelt daarom niet tot de stelling van klager dat het bezoek een direct gevolg is van de uitoefening van haar functie bij de bank én de raadpleging van de banksystemen.

Het bezoek aan de nieuwe partner wordt  daarom niet als strafverzwarende omstandigheid aangemerkt. Wel is sprake van een ernstige schending van de privacy van meerdere klanten van de bank, aldus de Tuchtcommissie Banken. De tuchtcommissie weegt in haar oordeel mee dat de bankmedewerkster direct heeft erkend dat zij onjuist heeft gehandeld, zij volledig heeft meegewerkt aan het onderzoek en blijk heeft gegeven van oprecht berouw. Daarbij weegt voor de tuchtcommissie verder mee dat zij zich in een zeer moeilijke periode bevond ten tijde van haar handelen, vlak na een echtscheiding, en dat zij dit inmiddels heeft verwerkt en daar persoonlijk lering uit heeft getrokken.

De regels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode zijn geschonden. Gezien de omstandigheden, de aard en ernst van het gedrag, het getoonde inzicht en berouw en de jurisprudentielijn van de Tuchtcommissie Banken in vergelijkbare zaken, acht de tuchtcommissie het passend en geboden om een beroepsverbod van één (1) maand op te leggen.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Aankopen op bestelplatform van de bank voor eigen doeleinden

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker, werkzaam als gedetacheerde, heeft via het bestelplatform van de bank voor eigen gebruik goederen besteld met een waarde van ruim € 22.000, -. Als externe medewerker was hij niet gerechtigd gebruik te maken van het online bestelplatform. Daarbij is het platform niet bedoeld om artikelen te bestellen voor privégebruik. De bankmedewerker heeft onder andere cadeaubonnen besteld en deze vervolgens via een website ingewisseld voor geld.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5099-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker heeft in het gesprek bij Tuchtrecht Banken verklaard dat hij toestemming had verkregen om bestellingen via het platform te doen en dat hij veronderstelde ook voor privégebruik goederen te mogen bestellen. Ter zitting bij de Tuchtcommissie Banken heeft hij dit wederom herhaald maar heeft hij ook verklaard dat hij inziet dat het bestellen voor privégebruik via het bestelplatform niet is toegestaan.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat externe medewerkers op grond van de binnen de bank geldende regels geen gebruik mogen maken van het bestelplatform. Bovendien mag het platform (door interne medewerkers) niet gebruikt worden voor privédoeleinden en is het gebruik slechts toegestaan binnen de categorie die op de specifieke medewerker van toepassing is.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat het handelen van de bankmedewerker, waarbij hij zichzelf (en zijn familieleden) ten laste van de bank voor een aanzienlijk bedrag heeft verrijkt, als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. De bankmedewerker heeft gedragsregel 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode geschonden.

Bij de vaststelling van de op te leggen maatregel betrekt de Tuchtcommissie Banken de vergelijkbare zaak met meldingsnummer 4890. In die zaak oordeelde de Tuchtcommissie Commissie dat een beroepsverbod voor de duur van twaalf maanden passend was.

In onderhavige zaak weegt de tuchtcommissie mee de hoogte van het bedrag waarmee de bankmedewerker zichzelf heeft verrijkt en de langdurige periode waarin dit heeft plaatsgevonden. De Tuchtcommissie Banken komt tot de conclusie dat deze aspecten rechtvaardigen dat een beroepsverbod van een langere duur aangewezen is. Als maatregel legt de Tuchtcommissie Banken een beroepsverbond van 15 maanden op.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

Voor een vergelijkbare zaak verwijst de Tuchtcommissie Banken in haar uitspraak naar de uitspraak van 24 december 2025, kenmerk TRB-2024-4890-TC.

Aanvraag lening met vervalste stukken

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster vraagt een persoonlijke lening aan bij een financiële instelling. Bij de beoordeling van de aanvraag constateert de financiële instelling dat de aanvraag wordt onderbouwd met vervalste stukken, waaronder een vervalste loonstrook, waarvan de originele versie op naam van haar zus staat. De bankmedewerkster beweert echter dat niet zij, maar een ander de persoonlijke lening heeft aangevraagd. Kan de bankmedewerkster worden aangesproken op schending van de bankierseed? En heeft de bankmedewerkster zich open en toetsbaar opgesteld in het onderzoek door de bank en in het onderzoek door Tuchtrecht Banken?

Lees hieronder de samenvatting van de  uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2024-4820-TC, 24 juli 2024.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Allereerst staat de Tuchtcommissie Banken bij de vraag of de tuchtklacht in behandeling kan worden genomen. De Tuchtcommissie is van oordeel dat voldoende raakvlakken bestaan tussen de verweten gedraging(en) en het werken bij de bank. Het aanvragen van een krediet betreft immers een bancaire aangelegenheid en bij de aanvraag heeft de bankmedewerkster, via haar eigen bankrekening, gebruik gemaakt van iDIN. Het handelen van de bankmedewerkster valt daarom binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht.

De bankmedewerkster gaf in haar verweer aan dat zij geen lening had aangevraagd. Als dat zo is, zou de tuchtklacht niet in behandeling kunnen worden genomen. De Tuchtcommissie Banken concludeert echter op grond van de onderbouwing van de tuchtklacht dat de aanvraag voor de persoonlijke lening door niemand anders dan de bankmedewerkster kan zijn aangevraagd en dat bij die aanvraag onjuiste, te weten vervalste documenten, zijn aangeleverd.

Door zo te handelen heeft de bankmedewerkster in strijd met de wet gehandeld stelt de Tuchtcommissie Banken. Het is evident, vervolgt de tuchtcommissie dat dit als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. De Tuchtcommissie Banken acht het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer en ook schaadt de handelwijze het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.

Verder is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat de bankmedewerkster op meerdere momenten heeft nagelaten antwoord te geven op gestelde (vervolg)vragen, terwijl haar eerdere antwoorden – indachtig de verweten gedragingen – daartoe overduidelijk aanleiding gaven. Dit maakt dat de bankmedewerkster niet (voldoende) open en eerlijk is over haar gedrag en daarmee haar verantwoordelijkheid niet neemt.

Aldus heeft de bankmedewerkster de gedragsregel 1, 4, 6 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden. De Tuchtcommissie Banken legt als maatregel een beroepsverbod van zes maanden op.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

TRB-2025-4997-TC en TRB-2025-5076-TC

 

Hypotheekaanvraag op basis van vervalste documenten

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft bij zijn hypotheekaanvraag voor de aankoop van een woning door hem vervalste documenten gevoegd, waaronder een werkgeversverklaring en loonstrook. Uit de ingestuurde werkgeversverklaring blijkt de bankmedewerker een hoger bruto jaarsalaris te verdienen dan hij werkelijk verdient. Ook heeft hij zijn salarisstrook gemanipuleerd waardoor zijn (netto) salaris hoger lijkt dan het in werkelijkheid is. Omdat de hypotheekbemiddelaar twijfelde aan de juistheid van de inkomensopgave en heeft deze de werkgever van de bankmedewerker verzocht de bij de hypotheekaanvraag gevoegde werkgeversverklaring en salarisstrook te controleren. Uit de controle bleek dat de werkgeversverklaring en de salarisstrook vervalst zijn.

Voor de bank was dit aanleiding om het dienstverband met de bankmedewerker te beëindigen. Ook werden de persoonsgegevens van de bankmedewerker opgenomen in de het Interne en Externe Verwijzingsregister.

Tevens heeft de bank hierover een melding bij Tuchtrecht ingediend. Deze melding heeft ertoe geleid dat de Algemeen directeur van Tuchtrecht Banken een Klacht heeft voorgelegd aan de Tuchtcommissie Banken.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4997-TC, van 8 oktober 2025.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling heeft de Tuchtcommissie Banken zich gebogen over een formele kwestie. Namelijk of het vervalsen van stukken ten behoeve van het verkrijgen van een persoonlijke hypotheek tuchtrechtelijk getoetst kan worden. Immers het gaat hier om het privé handelen van een bankmedewerker dat in beginsel buiten de grenzen van zijn functie valt en daarmee in beginsel ook buiten het bereik van de bancaire tuchtrecht ligt. Echter de tuchtcommissie is van oordeel dat er voldoende raakvlakken aanwezig zijn tussen de verweten gedragingen en het werken bij de bank.

De Tuchtcommissie Banken betrekt in haar oordeel dat het aanvragen van een hypothecaire financiering een bancaire aangelegenheid is, daarnaast zijn het documenten van de bank die vervalst zijn en verliep de correspondentie via de systemen en apparatuur van de bank.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedeweker niet integer en zorgvuldig heeft gewerkt, waarmee gedragsregel één verbonden aan de bankierseed is geschonden. Ook moet een bankmedewerker zich houden aan de wet en maar ook aan de regels binnen de bank. Dit staat in gedragsregel vier. Het vervalsen van documenten is een strafbaar feit en dat ziet de tuchtcommissie als een ernstige schending van de bankierseed. Niet alleen omdat daarmee gedragsregel 4 is geschonden maar ook gedragsregel zeven waarin staat: ‘de bankmedewerker draagt bij aan het vertrouwen van de samenleving in de bank’.

In deze tuchtzaak speelde nog het volgende. De bankmedewerker heeft niet meegewerkt aan de tuchtrechtelijke procedure. Hij reageerde niet op verzoeken om informatie, kwam niet op gesprek bij de Algemeen directeur en evenmin is hij naar de zitting van de Tuchtcommissie Banken gekomen. De Tuchtcommissie Banken rekent de bankmedewerker dan ook aan dat hij geen medewerking heeft verleend aan de tuchtrechtelijke procedure. Waarmee hij gedragsregel zes heeft geschonden. Gedragsregel zes geeft aan dat de bankmedewerker open en eerlijk is over zijn gedrag en dat hij zijn verantwoordelijkheid kent voor de samenleving.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat sprake is van een ernstige schending van de gedragsregels verbonden aan de bankierseed. Omdat de bankmedewerker geen verweer heeft gevoerd -hij heeft niet van zich laten horen- zijn er geen verzachtende omstandigheden bekend die bij de vaststelling van de tuchtmaatregel meegewogen kunnen worden.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de gedragsregel 1, 4, 6 en 7 zijn geschonden. Als tuchtmaatregel wordt een beroepsverbod van zes maanden opgelegd.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

TRB-2025-4820-TC en TRB-2025-5076-TC.

 

Kredietaanvraag met vervalste stukken

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft bij zijn aanvraag voor een (persoonlijke) lening gebruik gemaakt van (door hemzelf) vervalste salarisspecificaties en bankafschriften. Hierbij ging het om bankafschriften van een andere bank dan waarbij hij werkzaam was.  Nadat hij de lening was toegekend, heeft hij een tweede, aanvullende lening aangevraagd. De geldverstrekker kreeg het vermoeden dat de aangeleverde stukken vervalst waren. Daarop heeft de kredietinstelling bij de bank geïnformeerd naar de juistheid van de stukken. De controle door de bank wees uit dat sprake was van vervalste stuken. De bankmedewerker heeft bij de aanvraag voor de lening een beter financieel beeld van zichzelf geschetst dan in werkelijkheid aanwezig.

De kredietinstelling heeft daarop de (tweede) lening aanvraag geweigerd en de al toegekende lening opgezegd en opgeëist.

De bank heeft een melding ingediend bij Tuchtrecht Banken. Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5076-TC, 8 oktober 2025.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Allereerst stelt de Tuchtcommissie Banken de vraag of hier sprake is van een of meer gedragen die onder de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht vallen. Volgens de Tuchtcommissie is hiervan sprake. De Tuchtcommissie geeft aan dat:

  1. het aanvragen van een krediet is een bancaire aangelegenheid en het krediet is aangevraagd bij een onderdeel van de bank.
  2. de bankmedewerker een salarisstrook van de bank heeft aangeleverd
  3. de bewerkingen (vervalsingen) zijn uitgevoerd op de werklaptop van de bankmedewerker.

Om deze drie redenen is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat  het handelen van de bankmedewerker binnen het bereik valt van de door hem afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht.

Vervolgens heeft de Tuchtcommissie Banken beoordeeld of de gedragingen leiden tot een schending van de bankierseed. De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden. In die regels staat het volgende:

gedragsregel 1. De bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig.

gedragsregel 4. De bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden.

gedragsregel 7. De bankmedewerker draagt bij aan het vertrouwen van de samenleving in de bank.

De Tuchtcommissie Banken geeft in haar uitspraak aan dat de bankmedewerker bij de kredietaanvraag en bij het daaropvolgende verhogingsverzoek welbewust onjuiste -te weten vervalste documenten- heeft aangeleverd. Door zo te handelen heeft de bankmedewerker in strijd met de wet gehandeld. Het is evident, aldus de tuchtcommissie dat dergelijk handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat.

In de tuchtklacht stelt de Algemeen directeur voor om aan de bankmedewerker een voorwaardelijke maatregel op te leggen inhoudende een beroepsverbod van drie. De Tuchtcommissie Banken is van mening dat de voorgestelde maatregel te veel afwijkt van de maatregelen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, te weten een beroepsverbod van zes maanden. De Tuchtcommissie vindt in de zaak dat er verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, zoals het verlies van zijn baan en het inzien van het foute van het handelen die op te leggen. Als maatregel wordt een onvoorwaardelijke maatregel opgelegd, te weten een beroepsverbod van drie maanden.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

De Tuchtcommissie Banken heeft in de hierna genoemde uitspraken TRB-2024-4820-TC en TRB-2025-4997-TC een vergelijkbaar oordeel geveld.

Rekeninggluren, niet open en eerlijk geweest

Kern van de uitspraak

Uit onderzoek van de bank is gebleken dat de bankmedewerkster meermaals zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens van verschillende klanten van de bank heeft geraadpleegd. Daarnaast heeft zij de systemen van de bank gebruikt om haar eigen bankzaken te regelen. De bankmedewerkster verklaarde eerst  geen rekeninggegevens van klanten te hebben bekeken. Mogelijk dat een logé die langdurig bij haar inwoonde haar laptop heeft gebruikt. Later komt zij op haar verklaring terug en geeft toe wel rekeninggegevens te hebben bekeken.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak of klik op de link voor de volledige uitspraak van de Tuchtcommissie Banken TRB-2025-5003-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken overweegt dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie prijsgeeft over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding raadplegen van deze informatie wordt als niet zorgvuldig en integer gekwalificeerd.

Het doen van eigen bankzaken via de systemen van de bank wordt door de Tuchtcommissie Banken ook als niet zorgvuldig gekwalificeerd.

Voorts is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat de bankmedewerkster in het gesprek met de bank niet open en eerlijk geweest over haar gedrag en heeft zij op wezenlijke punten tegenstrijdig verklaard. Zo ontkende ze rekeningen van derden te hebben geraadpleegd. Terwijl zij later op deze ontkenning is teruggekomen. En heeft ze toegegeven dat zij wel (voor privédoeleinden) rekeninggegevens van klanten van de bank die bij haar in straat wonen heeft geraadpleegd. Dit heeft zij op verzoek van een familielid gedaan.

De bankmedewerkster heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met haar handelen de gedragsregels 1, 4 en 6 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden.

De Tuchtcommissie Banken legt als maatregel een beroepsverbod van vier maanden op.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Meer over de gedragsregels

De Gedragscode verbonden aan de bankierseed kent zeven gedragsregels. In de bovenstaande uitspraak heeft de Tuchtcommissie Banken geoordeeld dat de gedragsregel 1, 4 en 6 zijn geschonden.

Deze gedragsregels luiden:

Gedragsregel 1: de bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig.

Dit betekent onder andere dat de bankmedewerker:

  • eerlijk en betrouwbaar is;
  • verstrengeling van eigen belangen met de belangen van anderen voorkomt;
  • de schijn van belangenverstrengeling voorkomt

Gedragsregel 4: de bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden.

  • Dit betekent onder andere dat de bankmedewerker zich in zijn werk houdt aan de wet, reglementen, gedragsregels en instructies die voor het werk bij de bank gelden.

Gedragsregel 6: de bankmedewerker is open en eerlijk over zijn of haar gedrag en kent zijn of haar verantwoordelijkheid voor de samenleving.

  • Dit betekent dat de bankmedewerker zijn of haar gedrag in het werk laat toetsen aan deze gedragsregels.

Lees hier meer over de Gedragscode.

document toegevoegd aan hypotheekdossier en handtekeningen gekopieerd

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft ten behoeve van een hypotheekaanvraag van een klant van de bank een addendum bij een koopakte opgesteld en onder dit addendum  de uit de koopakte gekopieerde handtekeningen van de koper en verkoper geplakt. Daardoor leek het alsof de klant van de bank (koper) en de andere partij (verkoper) zelf dit addendum hebben ondertekend, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken stelt dat klanten van een bank er te allen tijde op moeten kunnen vertrouwen dat op een integere manier wordt omgegaan met informatie en documenten die zij aan de bank verstrekken. Door ondertekening van een stuk staan klanten in voor de juistheid van de door hen verstrekte informatie. De handelwijze van de bankmedewerker raakt daarmee de kern van het vertrouwen dat door klanten in de bank mag worden gesteld. Dat de inhoud van het addendum in dit geval conform de wens van partijen was, doet hieraan niet af. De bankmedewerker is immers voorbijgegaan aan het feit dat de bank en overige betrokkenen moeten kunnen uitgaan van de authenticiteit van stukken.

In de overwegingen merkt de Tuchtcommissie op dat zij de bankmedewerker aanvullende vragen had willen stellen over onder meer de feitelijke gang van zaken en de omstandigheden waaronder de bankmedewerker zijn werkzaamheden moest verrichten. Echter nu de bankmedewerker niet op de zitting is verschenen en daardoor geen nadere toelichting op zijn handelwijze heeft kunnen geven, heeft de Tuchtcommissie Banken geen rekening kunnen houden met eventuele andere feiten en omstandigheden.

De Tuchtcommissie Banken acht de gedragsregel 1 en 4 geschonden en legt aan de bankmedewerker als maatregel een beroepsverbod van twee weken op.

De bankmedewerker heeft beroep aangetekend om zo de mogelijkheid te krijgen om aanvullende vragen, die de Tuchtcommissie Banken had willen stellen over de feitelijke gang van zaken en de omstandigheden waaronder hij zijn werkzaamheden moest verrichten, alsnog te beantwoorden. De bankmedewerker voert aan dat Er geen sprake is geweest van persoonlijk gewin, er niemand is bevoordeeld of benadeeld en hij zegt  veel spijt te hebben van zijn foutieve handelwijze. De mogelijke gevolgen van een onvoorwaardelijk beroepsverbod hebben voor hem  een grote impact.

Lees hier de beslissing van de Tuchtcommissie Banken TRB-2024-4846-TC.

Wat is het oordeel van de Commissie van Beroep Banken

De Commissie van Beroep geeft aan dat het de bankmedewerker ernstig is aan te rekenen dat hij op de verschillende te onderscheiden momenten niet alleen een verkeerde afweging heeft gemaakt, maar ook heeft verzuimd in overleg te treden met zijn leidinggevende of advies in te winnen bij een andere collega over hoe het beste te handelen. De handelwijze van de bankmedewerker is aan te merken als overtreding van de gedragsregels 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector. Daarmee is de klacht gegrond.

Met schending van deze integriteitsnorm kan ook naar het oordeel van de Commissie van Beroep niet worden volstaan met een voorwaardelijk beroepsverbod.

Het opleggen van een onvoorwaardelijk beroepsverbod ziet de Commissie van Beroep Banken als een krachtig signaal aan de bankmedewerker en de samenleving dat met het opleggen van een voorwaardelijk beroepsverbod van langere duur niet volstaan kan worden. Met een onvoorwaardelijk beroepsverbod wordt duidelijk gemaakt dat het vervalsen van stukken ongeacht de achterliggende bedoelingen uit den boze is.

Alles afwegende acht de Commissie van Beroep Banken een onvoorwaardelijk beroepsverbod van twee weken passend en geboden. Dat – zoals de bankmedewerker stelt – het opleggen van een onvoorwaardelijk beroepsverbod door de bank zal worden aangemerkt als melding van een nieuw incident kan de Commissie van Beroep niet volgen omdat met deze beslissing enkel een (definitief) oordeel wordt gegeven over het incident uit 2022 waarop deze beslissing ziet. Dat de uitkomst van deze tuchtprocedure negatieve gevolgen kan hebben op zijn loopbaan is een onvermijdelijk gevolg van het normoverschrijdend gedrag van de bankmedewerker zelf.

Lees hier de beslissing van de Commissie van Beroep Banken TRB-2024-4846-CB.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.