Ten onrechte reiskosten gedeclareerd

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft declaraties ingediend voor kilometervergoedingen voor woon-werkverkeer en zakelijke reizen die niet hebben plaatsgevonden. De bankmedewerker beschikte daarnaast over een NS Business Card zodat kilometervergoedingen voor woon-werkverkeer ook om die reden niet mochten worden gedeclareerd. De bankmedewerker heeft in de periode vijf maanden voor bijna € 6.000,- aan declaraties ingediend, die onterecht zijn gebleken.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 20 mei 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5068-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat uit door de bank overgelegde correspondentie tussen de bankmedewerker en de HR-afdeling blijkt dat de bankmedewerker er juist op is gewezen dat het niet is toegestaan om naast het maximaal toegestane aantal kilometers voor woon-werkverkeer aanvullende (niet gemaakte) dienstreizen te declareren om het verschil in gemaakte kilometers te compenseren.

Ook stelt de Tuchtcommissie Banken vast dat de bankmedewerker declaraties voor reizen heeft ingediend voor dagen waarop hij niet heeft gewerkt, zoals dagen waarop hij ziek was, verlof had of in het weekend niet werkzaam was. Gelet op de omvang, frequentie en oplopende hoogte van de declaraties acht de Tuchtcommissie Banken de door de bankmedewerker gegeven verklaring, inhoudende dat sprake zou zijn geweest van verwarring of vergissingen, niet aannemelijk. De Tuchtcommissie Banken concludeert daarmee dat de bankmedewerker bewust en herhaaldelijk onjuiste declaraties heeft ingediend. Aldus heeft de bankmedewerker

De Bankmedewerker heeft hij evident niet integer gehandeld. Ook heeft hij zich niet open en eerlijk opgesteld. De Tuchtcommissie Banken legt een beroepsverbod voor de duur van vier maanden op.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

 

 

Bankmedewerker verpandt leasefiets

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft van zijn werkgever een leasefiets in gebruik gekregen. Om aan geld te komen, heeft de bankmedewerker die fiets, zonder instemming van de bank verpand.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 8 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5022-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De tuchtcommissie stelt vast dat de bankmedewerker heeft getracht een leasefiets te verpanden en deze vervolgens daadwerkelijk heeft verpand. Daarnaast staat vast dat de bankmedewerker een factuur van deze leasefiets heeft aangepast en van deze aangepaste factuur gebruik heeft gemaakt bij zijn poging tot verpanding. De bankmedewerker heeft deze gedragingen in essentie erkend.

Het vervalsen van een factuur en het gebruikmaken daarvan, alsmede het (proberen te) verpanden van een kostbare leasefiets die niet aan de bankmedewerker maar aan de leasemaatschappij in eigendom toebehoorde, kwalificeert als handelen dat niet integer en niet zorgvuldig is. De Tuchtcommissie Banken oordeelt dat dit handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat en dat de bankmedewerker met zijn handelen de gedragsregels 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector heeft geschonden.

In haar afwegingen betrekt de Tuchtcommissie Banken dat persoonlijke omstandigheden van de bankmedewerker ten tijde van de gedragingen, waaronder financiële problemen, alsmede met het feit dat de bankmedewerker inmiddels hulp heeft aanvaard en stappen heeft gezet om zijn situatie te verbeteren. En dat hij hulp heeft gezocht om van zijn situatie te verbeteren.  Daarbij wordt tevens in aanmerking genomen dat de bank en haar klanten niet zijn benadeeld door het handelen van de bankmedewerker.

De Tuchtcommissie Banken legt aan de bankmedewerker een beroepsverbod op van één maand.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Opvoeren van gesprekverslagen die niet hebben plaatsgevonden

Kern van de uitspraak

Uit een steekproef is gebleken dat de bankmedewerker geen correcte verslaglegging van klantgesprekken heeft gedaan in het binnen de bank gebruikte klantsysteem. Daarnaast is uit het onderzoek gebleken dat gespreksverslagen in het klantsysteem zijn opgevoerd, terwijl de klant (überhaupt) niet is gesproken.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 26 februari 2026, of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2026-5156-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur stelt vast dat de bankmedewerker handelde in het belang van het behalen van targets boven het belang van een integere en zorgvuldige uitvoering van zijn werk, terwijl een integere en zorgvuldige vastlegging en dossierverwerking van klantgesprekken nu juist de essentie van zijn functie bij de bank vormde en een in de wet (Wwft) verankerd (risicobeheersings)doel dient.

Daarmee heeft de bankmedewerker gedragsregel 1 (de bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig) en gedragsregel 4 (de bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden) geschonden.

De Algemeen directeur acht de schending van (de gedragsregels verbonden aan) de bankierseed dan ook zonder meer voldoende ernstig om (in beginsel) grond te hebben een tuchtklacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. De Algemeen directeur ziet echter aanleiding de bankmedewerker – ter voorkoming van de voorlegging van een klacht aan de Tuchtcommissie Banken, conform artikel 2.2.5.1 Tuchtreglement Bancaire Sector, een minnelijke schikking aan te bieden.

In matigende zin wordt meegewogen dat voor de bankmedewerker de combinatie van (a) werkdruk, (b) het gevoel dat hij soms kreeg aan zijn lot te worden overgelaten en (c) in brede zin een stressvolle situatie in de periode dat de werkwijze binnen het team was gewijzigd, ervoor zorgde dat hij – na ‘in de oude situatie’ wel gewoon correct te hebben gewerkt – het overzicht verloor. Ook weegt in matigende zin mee dat de bankmedewerker is ontslagen bij de bank en een registratie heeft plaatsgevonden in zowel het IVR- als EVR-register.

De bankmedewerker heeft een schikking aangeboden gekregen in de vorm van een geldboete van € 500,-. De schikking is geaccepteerd.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Ongeoorloofd rekeninggegevens bekijken

Kern van de uitspraak

Bankmedewerker heeft in een periode van enkele maanden diverse rekeningen van klanten van de bank geraadpleegd zonder dat hiertoe een zakelijke aanleiding bestond. De ongeoorloofde raadplegingen spitsten zich toe op familieleden, (ex-)collega’s en buren. De medewerker heeft erkend dat hij heeft zitten rekeninggluren.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 3 maart 2026, of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2026-5149-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur stelt vast dat het handelen van de bankmedewerker een schending oplevert van de gedragsregels 1 en 4 verbonden aan de bankierseed. Gezien het feit dat rekeninggegevens veel informatie prijsgeven over het persoonlijke leven van de rekeninghouders en die gegevens dus uiterst privacygevoelig zijn, gaat het om een ernstige schending, zodanig dat de Algemeen directeur (in beginsel) grond zou hebben om een klacht aan de Tuchtcommissie Banken voor te leggen.

De Algemeen directeur ziet aanleiding om ter voorkoming van de voorlegging van een klacht aan de Tuchtcommissie Banken een minnelijke schikking als bedoeld in artikel 2.2.5 van het Tuchtrechtreglement Bancaire Sector aan te bieden.

In zijn overwegingen betrekt de Algemeen directeur dat de bankmedewerker in een voor hem zeer emotioneel beladen periode heeft gezeten, hetgeen ook van invloed is geweest op zijn werk. En hoewel van een  professioneel bankmedewerker mag worden verwacht dat hij over de gevolgen daarvan voor zijn gedrag op het werk (tijdig) aan de bel zou trekken in plaats van dienaangaande maandenlang ‘stilzwijgend door te modderen’ kan de Algemeen directeur de (persoonlijke) omstandigheden niet (geheel) buiten beschouwing laten als matigende factor. Ook betrekt de Algemeen directeur dat de bankmedewerker meermaals spijt heeft betuigd en ook tastbaar inzicht heeft getoond. Zo heeft hij uit zichzelf psychische hulp ingeschakeld.

De Algemeen directeur biedt een schikking aan in de vorm van een geldboete van € 300,- . De schikking is geaccepteerd.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Gelijktijdig bij twee concurrerende banken werken

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker werkt op detacheringsbasis bij een bank (bank 1) met een contract voor 36 uur. Tijdens zijn detacheringsopdracht is hij als ZZP’er gaan werken voor een concurrerende bank (bank 2) met een contract van 40 uur. Bij deze bank had hij ook eerder werkzaamheden verricht. Hij heeft zijn nevenwerkzaamheden niet opgegeven bij zijn opdrachtgevers.

Bij bank 1 is gebleken dat de bankmedewerker verslagen van gesprekken met klanten van de bank heeft opgesteld, welke gesprekken niet hebben plaatsgevonden. Verder is gebleken dat de bankmedewerker de bankierseed heeft afgelegd bij bank 2 (voordat hij bij bank 1 ging werken), en bij bank 1 de bankierseed niet heeft afgelegd.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5077-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken buigt zich eerst over het formele aspect, namelijk of de (destijds) bij bank 2 afgelegde bankierseed ook ziet op de werkzaamheden bij bank 1.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerker sinds 10 oktober 2022 werkzaamheden is gaan verrichten voor bank 1 en dat hij bij bank 1 niet (opnieuw) de bankierseed heeft afgelegd.  Nu het tuchtrechtelijk verwijt met zijn werkzaamheden voor bank 1 verband houdt, rijst de vraag of het verweten handelen van de bankmedewerker binnen het bereik van de door hem bij bank 2 afgelegde bankierseed valt.

De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat op basis van vaste jurisprudentie van de tuchtcommissie en de commissie van beroep het privéhandelen binnen het bereik van het bancaire tuchtrecht kan vallen indien dit handelen voldoende raakvlakken vertoont met (de positie van) de bank. Nu de omschreven handelingen van de bankmedewerker bij een (andere) bank zijn verricht, brengt analogische toepassing van deze jurisprudentie met zich dat het handelen van de bankmedewerker bij bank 1 onder het bereik van de door hem bij bank 2 afgelegde bankierseed valt. Daarbij merkt de tuchtcommissie op dat dit enkel geldt voor zover de gedragingen zich hebben voorgedaan in de periode dat de bankmedewerker ook voor bank 2 werkzaam was.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat het handelen van de bankmedewerker, in de periode dat hij voor beide banken werkzaamheden uitvoerde, in strijd is met de regel 1 (integer en zorgvuldig handelen) en regel 4 (zich houden aan wet- en regelgeving en interne regels) van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode. De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerker in strijd met de waarheid gespreksverslagen heeft opgesteld. De bankmedewerker heeft aldus niet zorgvuldig en niet integer gehandeld.

Voor wat betreft het niet opgeven van de (neven)functie bij bank 2 in het daartoe aangewezen systeem bij bank 1 is de tuchtcommissie van oordeel dat dit handelen ook binnen het bereik van de bij bank 2 afgelegde bankierseed valt. Iedere bank in Nederland is immers verplicht om haar bedrijfsvoering zodanig in te richten dat belangenconflicten worden voorkomen en wanneer dat niet kan, afdoende worden beheerst. Het goed- of afkeuren van opgegeven nevenfuncties maakt daarvan onderdeel uit. De door de bankmedewerker overtreden regel bij bank 1 was daarmee niet dermate uniek dat deze buiten het bereik van de bij bank 2 afgelegde eed zou moeten worden beoordeeld.

De tuchtcommissie is van oordeel dat sprake is van een ernstige schending van de bankierseed. De bankmedewerker heeft eigenhandig en vanuit (in zijn ogen) efficiëntie overwegingen gespreksverslagen opgemaakt van gesprekken die nimmer hebben plaatsgevonden. Het behoeft geen betoog, aldus de tuchtcommissie, dat dergelijk frauduleus handelen voor een bank verstrekkende gevolgen kan hebben. Daarnaast heeft de bankmedewerker gelijktijdig werkzaamheden voor twee concurrerende banken verricht en heeft hij dit niet gemeld. Naar het oordeel van de tuchtcommissie rechtvaardigt dit een beroepsverbod van aanzienlijke duur. Evenals klager acht de tuchtcommissie, alles afwegende, een beroepsverbod voor de duur van zes maanden passend en geboden.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Frauduleus handelen en niet toetsbaar opgesteld

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft tweemaal geld van (bank)klanten naar zijn eigen rekening overgemaakt, waarvoor hij strafrechtelijk is veroordeeld.  Daarnaast heeft hij ten behoeve van het verkrijgen van een zakelijke bankrekening bij de bank het onboardingsproces beïnvloedt. Verder wordt hem verweten dat hij zijn EVR-registratie niet heeft gemeld bij de bank.

Ook wordt hem verweten dat hij niet heeft meegewerkt aan de onderzoeken die binnen de tuchtrechtelijk procedure plaatsvinden en zich daarmee niet open en toetsbaar heeft opgesteld.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5039-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

In zijn verweer ontkent de bankmedewerker hetgeen er zou hebben plaatsgevonden. Hij geeft aan dat hij zowel mondeling als schriftelijk informatie heeft verschaft, dat de politierechter hem op onjuiste gronden heeft veroordeeld, dat hij geen gelden naar zijn (zakelijke) rekening heeft overgemaakt en dat hij gevolg geeft aan de door de politierechter opgelegde betalingsregeling.

De Tuchtcommissie Banken gaat aan zijn verweer voorbij omdat uit het onderzoek genoegzaam is gebleken dat de gedragingen door de bankmedewerker wel zijn verricht. Het verweer van de bankmedewerker maakt dit niet anders, aldus de tuchtcommissie.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de bankmedewerker zijn EVR direct aan de bank had behoren te melden, zelfs als het juist zou zijn dat de opname in het Externe Verwijzingsregister onterecht was.

De Tuchtcommissie Banken stelt verder vast dat de bankmedewerker geen toelichting heeft verstrekt aan de bank en aan de Algemeen directeur. Wel heeft hij, nadat hij werd opgeroepen voor de zitting van de Tuchtcommissie Banken een verweerschrift ingediend. Het verweer heeft de bankmedewerker op de zitting van de Tuchtcommissie Banken herhaald.

Door in het geheel geen medewerking te verlenen aan het onderzoek bij de bank en bij Tuchtrecht Banken, is de bankmedewerker naar het oordeel van de tuchtcommissie niet (voldoende) open en eerlijk is over zijn gedrag. Dat de bankmedewerker wel ter zitting is verschenen en daaraan voorafgaand een verweerschrift heeft ingediend maakt dit in de gegeven omstandigheden niet anders, aldus de Tuchtcommissie Banken.

De gedragingen van de bankmedewerker worden beoordeeld als een zeer ernstige schending van de regels 1, 4, 6 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode. Bij het vaststellen van de maatregel weegt de tuchtcommissie mee dat de bankmedewerker een strafrechtelijke norm heeft overtreden en niet laat blijken het kwalijke van zijn handelen in te zien. Als maatregel wordt een beroepsverbod van 24 maanden (twee jaar) opgelegd.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Dit register is in te zien voor de aangesloten banken.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Ongeoorloofd gebruik gemaakt van autorisatiebevoegdheden

Kern van de uitspraak

Bankmedewerker heeft vele malen rekeninggegevens van klanten van de bank en van collega’s bij de bank bekeken, zonder dat hiertoe een zakelijke aanleiding bestond. Onduidelijkheid over datum waarop de bankierseed is afgelegd. De bank vermeldt twee data waarop de bankierseed zou zijn afgelegd.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 29 mei 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5137-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

Uit het onderzoek van de Algemeen directeur blijkt dat de bankmedewerker diverse malen en zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens van bankklanten en van collega’s heeft bekeken. De bankmedewerker heeft dit ook toegegeven. Waarmee vaststaat dat de bankmedewerker niet integer en onzorgvuldig heeft gehandeld (gedragsregel 1) en in strijd met de regels van de bank (gedragsregel 4) heeft gehandeld. En dus de bankierseed heeft geschonden.

Uit de melding bleek dat de bankierseed twee keer zou zijn afgelegd, namelijk in augustus 2022 en op 19 april 2023. Mede om te kunnen bepalen welke gedragingen voor en na aflegging van de eed hebben plaatsgevonden heeft de Algemeen directeur hierover nadere vragen gesteld aan de bank. De bank heeft geen bewijs kunnen leveren dat de bankierseed in augustus 2022 is afgelegd. Omdat voldoende is aangetoond dat de bankierseed op 19 april 2023 is afgelegd, wordt in de beoordeling van deze datum uitgegaan.

Uit het onderzoek blijkt dat de raadplegingen hebben plaatsgevonden in de periode 19 december 2022 tot en met 18 juli 2023, waarvan alleen de raadpleging op 18 juli 2023 na de datum van aflegging van de bankierseed heeft plaatsgevonden. Niettemin betrekt de Algemeen directeur de voor de aflegging van de bankierseed gepleegde raadplegingen in zijn afweging, nu de laatste raadpleging niet op zichzelf stond en sprake is (geweest) van het structureel raadplegen van rekeninggegevens.

De Algemeen directeur biedt de bankmedewerker een schikking aan in de vorm van een geldboete van € 250,-. Het schikkingsvoorstel is geaccepteerd.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Buiten de bank brengen van documenten

Kern van de uitspraak

De bankmedewerkster heeft diverse documenten vanuit de zakelijke omgeving van de bank naar haar privé e-mailadres gezonden, hieronder bevonden zich documenten met klantgegevens. Haar leidinggevende heeft een datalekmelding binnen de bank gedaan. Enige tijd later heeft de bank een melding ingediend bij Tuchtrecht Banken vanwege een mogelijke schending van de bankierseed. De bank heeft de bankmedewerkster opgenomen in het interne verwijzingsregister (IVR).

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 28 januari 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5018-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

In de tuchtrechtelijke procedure heeft de bankmedewerkerster verklaard in de afronding van haar detacheringsopdracht de documenten te hebben gestuurd naar haar privé e-mailadres. Ze geeft aan dat ze de documenten uitsluitend naar zichzelf heeft gezonden om als persoonlijk naslagwerk te gebruiken, als hulp bij het bewaren van haar schrijfstijl en methodiek. Volgens de bankmedewerkster was er geen sprake van kwade opzet, financieel gewin of het delen van vertrouwelijke informatie met derden. Zij heeft de bestanden, nadat de bank contact met haar opnam, direct op eigen initiatief verwijderd. En zij heeft spijt betuigd en verantwoordelijkheid genomen voor haar handelen.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de bankmedewerkster met haar handelen de gedragsregels 1 (integer en zorgvuldig handelen), 4 (zich houden aan wet- en regelgeving en interne regels) en 5 (geheimhouding van vertrouwelijke informatie) van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode heeft geschonden.

Bij het bepalen van de op te leggen maatregel betrekt Tuchtcommissie Banken dat uit het dossier en het verhandelde ter zitting volgt dat sprake is geweest van een ondoordachte en onzorgvuldige handeling in de afrondende fase van haar opdracht. Dat de documenten niet zijn gedeeld met derden en de informatie is niet gebruikt voor eigen of andermans voordeel. Vanaf het begin volledig heeft zij meegewerkt aan het zowel onderzoek van de bank en als dat van Tuchtrecht Banken, is zij bij alle gesprekken verschenen, heeft zij openheid van zaken gegeven en heeft zij actief meegewerkt aan het beperken van de mogelijke gevolgen van haar handelen. De door haar geuite spijtbetuigingen komen op de tuchtcommissie oprecht over, ook heeft zij blijk gegeven van inzicht in het laakbare karakter van haar handelen.

De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat de overtredingen ernstig van aard zijn en een tuchtrechtelijke maatregel rechtvaardigen. In samenhang bezien met de hiervoor genoemde verzachtende omstandigheden, acht de tuchtcommissie de maatregel berisping passend en geboden.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

De Tuchtcommissie Banken kan verschillende maatregelen opleggen zoals een educatieve maatregel, een boete of een beroepsverbod. Maar ook een berisping. De berisping wordt als maatregel niet veelvuldig opgelegd. Uit het uitsprakenoverzicht van Tuchtrecht Banken blijkt dat de Commissie van Beroep Banken voor het laatst in 2023 een berisping aan drie bankmedewerkers oplegde.

Klantinformatie gepubliceerd op Snapchat

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster deelde op haar socialmedia-account van Snapchat foto’s met informatie over bankklanten. De informatie bevatte naam en rekeninggegevens van de bankklant en door de bankmedewerkster toegevoegd commentaar.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5017-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Voor de Tuchtcommissie Banken staat het vast dat de bankmedewerkster via haar Snapchat-account foto’s heeft geplaatst van (delen van) banksystemen en klantinformatie, afkomstig uit de systemen van de bank, en deze daarmee buiten de beveiligde bankomgeving heeft gebracht. Daarnaast heeft zij deze foto’s voorzien van persoonlijk commentaar met een denigrerende en beledigende strekking richting klanten van de bank.

Tot de geplaatste berichten behoorden onder meer foto’s van een transactieoverzicht en een rekeningafschrift van een klant. Bij deze foto’s heeft de bankmedewerkster begeleidende teksten geplaatst met een denigrerende en beledigende strekking richting klanten van de bank. Op deze foto’s waren de naam en het rekeningnummer van de betreffende klanten niet zichtbaar.

De tuchtcommissie betrekt in haar overwegingen dat de bankmedewerkster haar handelen aanvankelijk heeft ontkend dan wel gebagatelliseerd, vervolgens niet inhoudelijk heeft gereageerd op herhaalde oproepen van klager en er uiteindelijk voor heeft gekozen niet ter zitting te verschijnen. Aldus heeft zij zich niet open en toetsbaar heeft opgesteld.

De Tuchtcommissie geeft aan dat het plaatsen van foto’s van vertrouwelijke bankinformatie op sociale media op zichzelf onverenigbaar is met gedragsregel 1, 4, 5 en 6 van de Gedragscode Bancaire Sector. Dat de bankmedewerkster deze foto’s bovendien heeft voorzien van persoonlijk, laatdunkend en beledigend commentaar richting klanten, acht de tuchtcommissie extra laakbaar. Het belachelijk maken van klanten en het bespotten van hun persoonlijke financiële transacties is onder geen enkele omstandigheid aanvaardbaar, en in het bijzonder niet voor een bankmedewerkster die uit hoofde van haar functie beschikt over vertrouwelijke en gevoelige informatie.

Alles afwegende is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat sprake is van een ernstige schending van de bankierseed en van de aan die eed verbonden gedragsregels 1, 4, 5 en 6. Gelet op de aard en ernst van de gedragingen, de herhaling daarvan, het beledigende karakter van het geplaatste commentaar en het ontbreken van openheid en medewerking, acht de tuchtcommissie het opleggen van een beroepsverbod aangewezen.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Rekeninggluren, ook na hierop te zijn aangesproken

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft zonder zakelijke aanleiding de rekeningen van haar ex-partner geraadpleegd. Ook nadat de bank haar hierop heeft aangesproken, heeft zij nog enkele malen zijn rekeningen geraadpleegd.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5193-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat uit de Gedragscode van de bank onder meer volgt dat bankmedewerkers verantwoord en vertrouwelijk met klantgegevens moeten omgaan. De bankmedewerkster heeft deze gedragsregel niet nageleefd. De Tuchtcommissie Banken herhaalt, hetgeen de tuchtcommissie in eerdere uitspraken over rekeninggluren heeft uitgesproken, dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie geven over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding bekijken van die gegevens, is niet zorgvuldig en moet als een ernstige schending van de bankierseed worden opgevat. De bankmedewerkster heeft regel 1 en 4  van de Gedragscode verbonden aan de bankierseed geschonden.

Bij het vaststellen van de op te leggen maatregel betrekt de tuchtcommissie dat de bankmedewerkster open en eerlijk is geweest over haar gedrag, oprecht spijt heeft betuigd en dat niet kan worden vastgesteld dat zij de geraadpleegde informatie heeft gedeeld. Waar in vergelijkbare zaken de Tuchtcommissie Banken als maatregel een beroepsverbod van drie maanden oplegt, wordt in deze zaak een beroepsverbod van twee maanden opgelegd.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.