Creditcardfraude door bankmedewerker

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft de gegevens, waaronder de (e-mail-)adressen  van creditcardhouders gewijzigd. Daaropvolgend heeft hij nieuwe creditcards laten aanmaken en tezamen met de bijbehorende pincodes en deze laten verzenden naar de nieuw ingevoerde adressen. Met een aantal van deze creditcards heeft de bankmedewerker vervolgens bijna 25.000 euro opgenomen.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 8 oktober 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4856-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker voert als verweer aan dat hij het niet eens is met het bankbeleid voor wat betreft het doorbelasten van incassokosten aan klanten. Zijn onvrede over dat beleid heeft hij intern aangekaart. Met als gevolg, aldus de bankmedewerker, dat pogingen zijn ondernomen om hem te intimideren en weg te krijgen. Met zijn handelingen (het aanmaken van de vervalste creditcards) wilde hij bewijzen dat de systemen van de bank hiaten vertoonden.

De Tuchtcommissie Banken overweegt dat genoegzaam is gebleken dat de bankmedewerker frauduleuze handelingen met betrekking tot creditcards heeft verricht. Door zo te handelen heeft de bankmedewerker in strijd met de wet gehandeld. Over het verweer merkt de Tuchtcommissie Banken op dat, wat daar ook van zij, dit nimmer een rechtvaardiging kan zijn voor zijn handelen. Bovendien heeft de tuchtcommissie ernstige twijfels bij de verklaring van de bankmedewerker voor wat betreft zijn motieven.

De Tuchtcommissie Banken stelt verder dat het geen betoog behoeft dat het handelen van de bankmedewerker als een zeer ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Dit maakt dan ook dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerker niet zorgvuldig en integer acht. Daarnaast schaadt de handelwijze van de bankmedewerker het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.

De bankmedewerker heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met zijn handelen de gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels geschonden.

De Tuchtcommissie Banken stelt dat  in vergelijkbare zaken als uitgangspunt wordt gehanteerd dat in beginsel een beroepsverbod voor de duur van achttien maanden passend is. De Tuchtcommissie Banken houdt er echter rekening mee dat de bankmedewerker reeds arbeidsrechtelijke en strafrechtelijke consequenties van zijn handelen heeft ondervonden. Verder weegt de tuchtcommissie het tijdsverloop in matigende zin mee. Gelet daarop acht de tuchtcommissie, alles afwegende, een beroepsverbod voor de duur van vijftien maanden passend en geboden.

De naam van de bankmedewerk is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Rekeninggluren: misbruik gemaakt van gegevens?

Kern van de uitspraak

Uit een onderzoek van de bank is gebleken dat de bankmedewerkster diverse malen de rekeninggegevens van de nieuwe partner van haar ex-man heeft bekeken. In het gesprek hierover met de bank heeft de bankmedewerkster bekend ook nog rekeninggegevens van diverse familieleden van deze partner te hebben bekeken. Nader onderzoek van de bank bevestigde wat de bankmedewerkster had vermeld.

Daarnaast zou de bankmedewerkster de informatie uit het banksysteem hebben gebruikt om de nieuwe partner bij haar woning op te zoeken en is zij in gesprek gegaan met zowel de nieuwe partner als met de moeder van de nieuwe partner.

In het gesprek met klager heeft de bankmedewerkster verklaard dat zij de adresgegevens niet via de systemen van de bank heeft verkregen. Zij trof in de auto van haar ex-partner een etiket van een apotheek aan met daarop de adresgegevens van de nieuwe partner van haar ex-man, .

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 5 november 2025 of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5103-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerkster de rekeninggegevens van de nieuwe partner van haar ex-man en haar familieleden heeft geraadpleegd zonder zakelijke aanleiding. De bankmedewerkster heeft over de raadplegingen verklaard dat zij in een emotioneel moeilijke periode zat als gevolg van haar scheiding. Zij was in die periode obsessief bezig met haar ex-man, diens nieuwe partner en met haar familie. Zij beseft dat dit onjuist was, schaamt zich voor haar handelen en heeft er spijt van.

Wat betreft het bezoek aan de nieuwe partner overweegt de Tuchtcommissie Banken dat niet is vast komen te staan dat dit bezoek heeft plaatsgevonden op basis van adresgegevens die de bankmedewerkster in het systeem van de bank heeft opgezocht. De tuchtcommissie sluit niet uit dat zij de adresgegevens heeft gezien op een apotheeketiket in de auto van haar ex-partner. De bankmedewerkster heeft hierover op meerdere momenten consistent verklaard. De tuchtcommissie deelt daarom niet tot de stelling van klager dat het bezoek een direct gevolg is van de uitoefening van haar functie bij de bank én de raadpleging van de banksystemen.

Het bezoek aan de nieuwe partner wordt  daarom niet als strafverzwarende omstandigheid aangemerkt. Wel is sprake van een ernstige schending van de privacy van meerdere klanten van de bank, aldus de Tuchtcommissie Banken. De tuchtcommissie weegt in haar oordeel mee dat de bankmedewerkster direct heeft erkend dat zij onjuist heeft gehandeld, zij volledig heeft meegewerkt aan het onderzoek en blijk heeft gegeven van oprecht berouw. Daarbij weegt voor de tuchtcommissie verder mee dat zij zich in een zeer moeilijke periode bevond ten tijde van haar handelen, vlak na een echtscheiding, en dat zij dit inmiddels heeft verwerkt en daar persoonlijk lering uit heeft getrokken.

De regels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode zijn geschonden. Gezien de omstandigheden, de aard en ernst van het gedrag, het getoonde inzicht en berouw en de jurisprudentielijn van de Tuchtcommissie Banken in vergelijkbare zaken, acht de tuchtcommissie het passend en geboden om een beroepsverbod van één (1) maand op te leggen.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Aankopen op bestelplatform van de bank voor eigen doeleinden

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker, werkzaam als gedetacheerde, heeft via het bestelplatform van de bank voor eigen gebruik goederen besteld met een waarde van ruim € 22.000, -. Als externe medewerker was hij niet gerechtigd gebruik te maken van het online bestelplatform. Daarbij is het platform niet bedoeld om artikelen te bestellen voor privégebruik. De bankmedewerker heeft onder andere cadeaubonnen besteld en deze vervolgens via een website ingewisseld voor geld.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5099-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker heeft in het gesprek bij Tuchtrecht Banken verklaard dat hij toestemming had verkregen om bestellingen via het platform te doen en dat hij veronderstelde ook voor privégebruik goederen te mogen bestellen. Ter zitting bij de Tuchtcommissie Banken heeft hij dit wederom herhaald maar heeft hij ook verklaard dat hij inziet dat het bestellen voor privégebruik via het bestelplatform niet is toegestaan.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat externe medewerkers op grond van de binnen de bank geldende regels geen gebruik mogen maken van het bestelplatform. Bovendien mag het platform (door interne medewerkers) niet gebruikt worden voor privédoeleinden en is het gebruik slechts toegestaan binnen de categorie die op de specifieke medewerker van toepassing is.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat het handelen van de bankmedewerker, waarbij hij zichzelf (en zijn familieleden) ten laste van de bank voor een aanzienlijk bedrag heeft verrijkt, als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. De bankmedewerker heeft gedragsregel 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode geschonden.

Bij de vaststelling van de op te leggen maatregel betrekt de Tuchtcommissie Banken de vergelijkbare zaak met meldingsnummer 4890. In die zaak oordeelde de Tuchtcommissie Commissie dat een beroepsverbod voor de duur van twaalf maanden passend was.

In onderhavige zaak weegt de tuchtcommissie mee de hoogte van het bedrag waarmee de bankmedewerker zichzelf heeft verrijkt en de langdurige periode waarin dit heeft plaatsgevonden. De Tuchtcommissie Banken komt tot de conclusie dat deze aspecten rechtvaardigen dat een beroepsverbod van een langere duur aangewezen is. Als maatregel legt de Tuchtcommissie Banken een beroepsverbond van 15 maanden op.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

Voor een vergelijkbare zaak verwijst de Tuchtcommissie Banken in haar uitspraak naar de uitspraak van 24 december 2025, kenmerk TRB-2024-4890-TC.

Melding over onvoldoende uitoefenen poortwachtersrol Wwft

Kern van de uitspraak

De melding ziet op het niet voldoende uitoefenen (door de bank) van de in de Wwft (Wet ter voorkoming van witwassen en financiering terrorisme) opgenomen poortwachtersrol. De melder is van mening dat de leiding van de bank persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ter onderbouwing verwijst melder onder andere naar de schikking die de bank en het Openbaar Ministerie (OM) hebben getroffen.

De Algemeen directeur is naar aanleiding van de ingediende melding onderzoek gestart. Op grond van de uitkomsten van het onderzoek ziet de Algemeen geen aanleiding een tuchtklacht voor te leggen en sluit hij het dossier.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Algemeen directeur van Tuchtrecht Banken van 17 juni 2025 of klik op de link voor volledige beslissing: TRB-2025-4629-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur geeft in zijn beslissing eerst aan hoe hij te werk is gegaan. Zijn onderzoek is gestart met het bestuderen en analyseren van het “Feitenrelaas Guardian”, opgesteld door het OM (publicatie april 2021), daarnaast heeft hij (nadere) informatie bij de bank opgevraagd. De bank heeft de gevraagde informatie verstrekt.

In de verdere loop van het onderzoek heeft de Algemeen directeur nog diverse informatieverzoeken uitgezet bij de bank. Ook deze zijn door de bank beantwoord. De informatie inclusief de reacties van de bank vormden een (onderzoeks)dossier van aanzienlijke omvang. Het laatstelijk toegevoegde stuk is ontvangen op 6 februari 2025. Ook zijn, ter inzage van (specifieke) informatie, meerdere bezoeken aan de bank gebracht. Daarnaast zijn er (hoor)gesprekken gevoerd (laatstelijk op 12 september 2024). Hiervan zijn gespreksverslagen opgesteld. Het schriftelijke (onderzoeks)dossier heeft zijn eindvorm en -omvang gekregen op 6 februari 2025.

In zijn beslissing geeft de Algemeen directeur de kaders aan waarbinnen de tuchtrechtelijke beoordeling plaatsvindt. Het (bancair) tuchtrecht kent een eigen (zelfstandig) toetsingskader en dit bestaat dus naast het toetsingskader van (bijvoorbeeld) het strafrecht. Tuchtrecht en strafrecht dienen verschillende doelen.

De Algemeen directeur merkt in zijn beslissing op (en hier vereenvoudigd weergegeven) dat het bancair tuchtrecht uitsluitend ziet op het persoonlijke gedrag van een banking professional (bankmedewerker). Daar waar wordt vastgesteld dat de bank als instelling is tekortgeschoten in de uitvoering van een wettelijke taak, maakt dat nog niet dat in tuchtrechtelijke zin (lees: in gedragsrechtelijke zin) verwijten te maken zijn jegens de (individuele) bankmedewerkers die voor het functioneren van de bank eindverantwoordelijkheid dragen.

De Algemeen directeur stelt vast dat toen de bankierseed en het daaraan verbonden bancaire tuchtrecht hun intrede deden (startpunt voor de tuchtrechtelijke beoordeling), waren de eerste signalen al bij de bank binnengekomen (aanschrijvingen door toezichthouder DNB) waarin erop werd gewezen dat de uitvoering van de uit de Wwft voortvloeiende poortwachtersrol tekortschoot bij haar businessonderdeel Private Banking Nederland.

De bank heeft naar aanleiding daarvan een (op dat businessonderdeel betrekking hebbend) herstel- en verbetertraject op touw gezet. Vervolgens bleek ook dat bij andere bedrijfsonderdelen de uitvoering van de poortwachtersrol tekortschoot. En uiteindelijk bleek dat het tekortschieten van de bank in de uitvoering van de uit de Wwft voortvloeiende poortwachtersrol een zodanig breed bereik had dat eind 2018 is besloten tot een gecentraliseerde aanpakmethode middels lancering van het zogeheten Detecting Financial Crime-programma (DFC).

Binnen het tuchtrechtelijk kader dient te worden beoordeeld of de bankmedewerkers op wie de melding betrekking heeft een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Uit het onderzoek van de Algemeen directeur blijkt dat de tekortkoming in de uitvoering van de poortwachtersrol binnen de bank over een lange periode heeft plaatsgevonden en dat in die periode verschillende stappen zijn gezet. Deze stappen (de herstel- en verbetertrajecten) bleken achteraf onvoldoende effectief. Dat deze stappen achteraf niet effectief bleken maakt nog niet dat het tuchtrecht in beeld komt, zo stelt de Algemeen directeur. Dat kan echter anders worden, geeft de Algemeen directeur in zijn beslissing aan, indien op voorhand kenbaar (voorzienbaar) was dat die decentrale herstel- en verbetertrajecten onvoldoende effectief zouden zijn. Dan wel anderszins kan worden gesproken van onvoldoende zorg betrachten in het besluitvormingsproces aangaande het adresseren en verhelpen van de gesignaleerde tekortkomingen.

Uit het onderzoek zijn echter geen zaken naar voren gekomen die in die richting wijzen. Zo zijn er geen indicaties gevonden dat is geknepen op budget of anderszins ‘business boven compliance’ is gesteld. De Algemeen directeur ziet evenmin aanleiding om te concluderen dat spoediger op het spoor van een gecentraliseerde aanpakmethode had kunnen worden overgegaan.

De Algemeen directeur ziet onvoldoende aanleiding om een (tucht)klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken en gaat over tot sluiting van het dossier.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Niet integer en zorgvuldig omgaan met klantgegevens

Kern van de uitspraak

De (ex)bankmedewerker heeft een klant van de bank een anonieme brief gestuurd waarmee hij de klant choqueert met een merkwaardig verhaal over de vaste contactpersoon van de klant bij de bank, en zich ronduit negatief uitlaat over die directe collega.
Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 2 december 2025, of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-5174-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur acht het lastigvallen van een klant met een anonieme brief reeds op zichzelf ongepast. Daarnaast is de anonieme brief puur met het motief geschreven om een collega in een kwaad daglicht te plaatsen, teneinde daarmee een eigen (intern concurrentie) voordeel te kunnen behalen. Had de (ex)bankmedewerker het handelen van zijn collega aan de orde willen stellen dan had hij dit op een andere wijze kunnen en moeten adresseren. Daarbij komt dat de brief onwaarheden bevat. De Algemeen directeur is van oordeel dat het van volstrekt ongepast gedrag betreft. Gedrag dat niet van de (ex)bankmedewerker in zijn functie niet mag worden verwacht. En de (ex)bankmedewerker had discretie in acht had moeten nemen bij de uitoefening van zijn functie.

De Algemeen directeur ziet aanleiding om geen (tucht)klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken en in plaats hiervan de (ex)bankmedewerker een schikking voor te leggen. Hierbij overweegt de Algemeen directeur dat de kwestie kan worden beschouwd als een (op zichzelf ernstig doch) eenmalig incident in een dienstverband van zes jaren. En dat dit incident heeft plaatsgevonden in een periode waarin de (ex)bankmedewerker zich onzeker voelde over zijn positie bij de bank ten opzichte van die van zijn directe collega.

De (ex)bankmedewerker heeft bekend dat hij de klant-/rekeninggegevens heeft geraadpleegd en dat hij de brief heeft opgesteld en verstuurd. Daarbij heeft hij erkend dat dit handelen fout was en aangegeven dat hij zich schaamt voor zijn gedrag. Ook heeft hij, zowel bij de bank als in het gesprek bij Tuchtrecht Banken, te kennen gegeven in te zien dat zijn handelen kwalijk is geweest. Dit inzicht is op de Algemeen directeur als oprecht overgekomen. Ook weegt mee dat hij reeds nadelige gevolgen van zijn handelen heeft ondervonden in de vorm van het beëindigen van zijn arbeidsovereenkomst bij de bank. De Algemeen directeur stelt een schikking voor in de vorm van een geldboete van € 750,-. De (ex)bankmedewerker heeft de schikking geaccepteerd.

De naam van beëdigde is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Aanvraag lening met vervalste stukken

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster vraagt een persoonlijke lening aan bij een financiële instelling. Bij de beoordeling van de aanvraag constateert de financiële instelling dat de aanvraag wordt onderbouwd met vervalste stukken, waaronder een vervalste loonstrook, waarvan de originele versie op naam van haar zus staat. De bankmedewerkster beweert echter dat niet zij, maar een ander de persoonlijke lening heeft aangevraagd. Kan de bankmedewerkster worden aangesproken op schending van de bankierseed? En heeft de bankmedewerkster zich open en toetsbaar opgesteld in het onderzoek door de bank en in het onderzoek door Tuchtrecht Banken?

Lees hieronder de samenvatting van de  uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2024-4820-TC, 24 juli 2024.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Allereerst staat de Tuchtcommissie Banken bij de vraag of de tuchtklacht in behandeling kan worden genomen. De Tuchtcommissie is van oordeel dat voldoende raakvlakken bestaan tussen de verweten gedraging(en) en het werken bij de bank. Het aanvragen van een krediet betreft immers een bancaire aangelegenheid en bij de aanvraag heeft de bankmedewerkster, via haar eigen bankrekening, gebruik gemaakt van iDIN. Het handelen van de bankmedewerkster valt daarom binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht.

De bankmedewerkster gaf in haar verweer aan dat zij geen lening had aangevraagd. Als dat zo is, zou de tuchtklacht niet in behandeling kunnen worden genomen. De Tuchtcommissie Banken concludeert echter op grond van de onderbouwing van de tuchtklacht dat de aanvraag voor de persoonlijke lening door niemand anders dan de bankmedewerkster kan zijn aangevraagd en dat bij die aanvraag onjuiste, te weten vervalste documenten, zijn aangeleverd.

Door zo te handelen heeft de bankmedewerkster in strijd met de wet gehandeld stelt de Tuchtcommissie Banken. Het is evident, vervolgt de tuchtcommissie dat dit als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. De Tuchtcommissie Banken acht het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer en ook schaadt de handelwijze het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.

Verder is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat de bankmedewerkster op meerdere momenten heeft nagelaten antwoord te geven op gestelde (vervolg)vragen, terwijl haar eerdere antwoorden – indachtig de verweten gedragingen – daartoe overduidelijk aanleiding gaven. Dit maakt dat de bankmedewerkster niet (voldoende) open en eerlijk is over haar gedrag en daarmee haar verantwoordelijkheid niet neemt.

Aldus heeft de bankmedewerkster de gedragsregel 1, 4, 6 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden. De Tuchtcommissie Banken legt als maatregel een beroepsverbod van zes maanden op.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

TRB-2025-4997-TC en TRB-2025-5076-TC

 

Hypotheekaanvraag op basis van vervalste documenten

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft bij zijn hypotheekaanvraag voor de aankoop van een woning door hem vervalste documenten gevoegd, waaronder een werkgeversverklaring en loonstrook. Uit de ingestuurde werkgeversverklaring blijkt de bankmedewerker een hoger bruto jaarsalaris te verdienen dan hij werkelijk verdient. Ook heeft hij zijn salarisstrook gemanipuleerd waardoor zijn (netto) salaris hoger lijkt dan het in werkelijkheid is. Omdat de hypotheekbemiddelaar twijfelde aan de juistheid van de inkomensopgave en heeft deze de werkgever van de bankmedewerker verzocht de bij de hypotheekaanvraag gevoegde werkgeversverklaring en salarisstrook te controleren. Uit de controle bleek dat de werkgeversverklaring en de salarisstrook vervalst zijn.

Voor de bank was dit aanleiding om het dienstverband met de bankmedewerker te beëindigen. Ook werden de persoonsgegevens van de bankmedewerker opgenomen in de het Interne en Externe Verwijzingsregister.

Tevens heeft de bank hierover een melding bij Tuchtrecht ingediend. Deze melding heeft ertoe geleid dat de Algemeen directeur van Tuchtrecht Banken een Klacht heeft voorgelegd aan de Tuchtcommissie Banken.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4997-TC, van 8 oktober 2025.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling heeft de Tuchtcommissie Banken zich gebogen over een formele kwestie. Namelijk of het vervalsen van stukken ten behoeve van het verkrijgen van een persoonlijke hypotheek tuchtrechtelijk getoetst kan worden. Immers het gaat hier om het privé handelen van een bankmedewerker dat in beginsel buiten de grenzen van zijn functie valt en daarmee in beginsel ook buiten het bereik van de bancaire tuchtrecht ligt. Echter de tuchtcommissie is van oordeel dat er voldoende raakvlakken aanwezig zijn tussen de verweten gedragingen en het werken bij de bank.

De Tuchtcommissie Banken betrekt in haar oordeel dat het aanvragen van een hypothecaire financiering een bancaire aangelegenheid is, daarnaast zijn het documenten van de bank die vervalst zijn en verliep de correspondentie via de systemen en apparatuur van de bank.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedeweker niet integer en zorgvuldig heeft gewerkt, waarmee gedragsregel één verbonden aan de bankierseed is geschonden. Ook moet een bankmedewerker zich houden aan de wet en maar ook aan de regels binnen de bank. Dit staat in gedragsregel vier. Het vervalsen van documenten is een strafbaar feit en dat ziet de tuchtcommissie als een ernstige schending van de bankierseed. Niet alleen omdat daarmee gedragsregel 4 is geschonden maar ook gedragsregel zeven waarin staat: ‘de bankmedewerker draagt bij aan het vertrouwen van de samenleving in de bank’.

In deze tuchtzaak speelde nog het volgende. De bankmedewerker heeft niet meegewerkt aan de tuchtrechtelijke procedure. Hij reageerde niet op verzoeken om informatie, kwam niet op gesprek bij de Algemeen directeur en evenmin is hij naar de zitting van de Tuchtcommissie Banken gekomen. De Tuchtcommissie Banken rekent de bankmedewerker dan ook aan dat hij geen medewerking heeft verleend aan de tuchtrechtelijke procedure. Waarmee hij gedragsregel zes heeft geschonden. Gedragsregel zes geeft aan dat de bankmedewerker open en eerlijk is over zijn gedrag en dat hij zijn verantwoordelijkheid kent voor de samenleving.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat sprake is van een ernstige schending van de gedragsregels verbonden aan de bankierseed. Omdat de bankmedewerker geen verweer heeft gevoerd -hij heeft niet van zich laten horen- zijn er geen verzachtende omstandigheden bekend die bij de vaststelling van de tuchtmaatregel meegewogen kunnen worden.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de gedragsregel 1, 4, 6 en 7 zijn geschonden. Als tuchtmaatregel wordt een beroepsverbod van zes maanden opgelegd.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

TRB-2025-4820-TC en TRB-2025-5076-TC.

 

Kredietaanvraag met vervalste stukken

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft bij zijn aanvraag voor een (persoonlijke) lening gebruik gemaakt van (door hemzelf) vervalste salarisspecificaties en bankafschriften. Hierbij ging het om bankafschriften van een andere bank dan waarbij hij werkzaam was.  Nadat hij de lening was toegekend, heeft hij een tweede, aanvullende lening aangevraagd. De geldverstrekker kreeg het vermoeden dat de aangeleverde stukken vervalst waren. Daarop heeft de kredietinstelling bij de bank geïnformeerd naar de juistheid van de stukken. De controle door de bank wees uit dat sprake was van vervalste stuken. De bankmedewerker heeft bij de aanvraag voor de lening een beter financieel beeld van zichzelf geschetst dan in werkelijkheid aanwezig.

De kredietinstelling heeft daarop de (tweede) lening aanvraag geweigerd en de al toegekende lening opgezegd en opgeëist.

De bank heeft een melding ingediend bij Tuchtrecht Banken. Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5076-TC, 8 oktober 2025.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Allereerst stelt de Tuchtcommissie Banken de vraag of hier sprake is van een of meer gedragen die onder de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht vallen. Volgens de Tuchtcommissie is hiervan sprake. De Tuchtcommissie geeft aan dat:

  1. het aanvragen van een krediet is een bancaire aangelegenheid en het krediet is aangevraagd bij een onderdeel van de bank.
  2. de bankmedewerker een salarisstrook van de bank heeft aangeleverd
  3. de bewerkingen (vervalsingen) zijn uitgevoerd op de werklaptop van de bankmedewerker.

Om deze drie redenen is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat  het handelen van de bankmedewerker binnen het bereik valt van de door hem afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht.

Vervolgens heeft de Tuchtcommissie Banken beoordeeld of de gedragingen leiden tot een schending van de bankierseed. De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden. In die regels staat het volgende:

gedragsregel 1. De bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig.

gedragsregel 4. De bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden.

gedragsregel 7. De bankmedewerker draagt bij aan het vertrouwen van de samenleving in de bank.

De Tuchtcommissie Banken geeft in haar uitspraak aan dat de bankmedewerker bij de kredietaanvraag en bij het daaropvolgende verhogingsverzoek welbewust onjuiste -te weten vervalste documenten- heeft aangeleverd. Door zo te handelen heeft de bankmedewerker in strijd met de wet gehandeld. Het is evident, aldus de tuchtcommissie dat dergelijk handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat.

In de tuchtklacht stelt de Algemeen directeur voor om aan de bankmedewerker een voorwaardelijke maatregel op te leggen inhoudende een beroepsverbod van drie. De Tuchtcommissie Banken is van mening dat de voorgestelde maatregel te veel afwijkt van de maatregelen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, te weten een beroepsverbod van zes maanden. De Tuchtcommissie vindt in de zaak dat er verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, zoals het verlies van zijn baan en het inzien van het foute van het handelen die op te leggen. Als maatregel wordt een onvoorwaardelijke maatregel opgelegd, te weten een beroepsverbod van drie maanden.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

De Tuchtcommissie Banken heeft in de hierna genoemde uitspraken TRB-2024-4820-TC en TRB-2025-4997-TC een vergelijkbaar oordeel geveld.

Buiten de bank brengen van vertrouwelijk stukken en rekeninggluren

Kern van de uitspraak

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerker -zonder zakelijke aanleiding- de (rekening)gegevens van zijn ex-partner heeft geraadpleegd en dat hij vertrouwelijke gegevens buiten de bank heeft gebracht.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5029-TC, 25 juni 2025.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerker heeft de rekeninggegevens van zijn ex-partner bekeken, daarvan een screenshot gemaakt en naar zijn privé e-mailadres gezonden. Ook heeft hij vele, deels vertrouwelijke stukken van de bank van zijn zakelijke e-mailadres onbeveiligd verzonden naar zijn privé e-mailadres.

In zijn verweer gaf de bankmedewerker aan dat hij niet beschikte over de (huidige) contactgegevens van zijn ex-partner, haar wilde spreken over een reorganisatie binnen de bank, die hem mogelijk zijn baan zal kosten. Daarom heeft hij de gegevens opgezocht in de systemen van de bank. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel het zonder zakelijke aanleiding bekijken van rekeninggegevens als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Ook als dat alleen is gedaan om contactgegevens te achterhalen.

Voor het buiten de bank brengen van de (vertrouwelijke) stukken gaf hij aan dat dat hij deze stuken wilde gebruiken bij zijn sollicitaties, mocht hij boventallig worden verklaard. Het waren impulsieve handelingen die voortkwamen uit angstgevoelens en vermoedelijk ADHD aldus de bankmedewerker. Verder verklaarde de bankmedewerker dat hij de bestanden met vertrouwelijke informatie van de bank niet met derden heeft gedeeld. Op verzoek van de bank heeft hij de bestanden verwijderd.

De Tuchtcommissie Banken benadrukt ook in deze procedure nogmaals dat het vertrouwelijke karakter van bij een bank aanwezige informatie vereist dat deze informatie te allen tijde binnen de beveiligde fysieke en digitale bankomgeving dient te blijven. Alleen dan kan een bank zicht houden op die gegevens en zorgdragen voor een adequaat beheer daarvan, zodat de gegevens niet in de handen van onbevoegde derden kunnen vallen. Dat de bankmedewerker de stukken niet met derden heeft gedeeld en heeft verwijderd, ziet de tuchtcommissie niet als een gerechtvaardigd excuus.

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de gedragsregels 1, 4, 5 en 6 verbonden aan de bankierseed zijn geschonden en dat een tuchtrechtelijke maatregel op zijn plaats is.

Bij de vaststelling van de tuchtrechtelijke maatregel houdt de tuchtcommissie rekening met het feit de bankmedewerker spijt heeft betuigd, het kwalijke van zijn handelen inziet en psychologische hulp heeft gezocht.

De Tuchtcommissie Banken legt als tuchtrechtelijke maatregel een geldboete op van € 500,- , te voldoen aan de Stichting Tuchtrecht Banken en de aanwijzing op, geheel voorwaardelijk, dat de bankmedewerker gedurende een periode van drie maanden niet werkzaam mag zijn in de bancaire sector (beroepsverbod).
Indien de bankmedewerker binnen een periode van twee jaar nogmaals de aan de bankierseed verbonden Gedragscode schendt, zal het beroepsverbod alsnog toegepast worden.

De naam van de bankmedewerker is voor drie jaar opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Buiten de bank brengen van vertrouwelijke stukken en niet meewerken aan tuchtonderzoek

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft diverse deels vertrouwelijke document van zijn zakelijke e-mailadres naar zijn privé e-mailadres gestuurd. Hiervan heeft de bank melding gedaan bij Tuchtrecht Banken. De bankmedewerker heeft geen medewerking verleend aan het onderzoek van de Algemeen directeur.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4898-TC, 25 juni 2025.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

In deze tuchtprocedure heeft de bankmedewerker niet meegewerkt aan het onderzoek naar de melding. Aldus heeft de Algemeen directeur de tuchtklacht en dus het Klachtrapport dat wordt ingediend bij de Tuchtcommissie Banken alleen kunnen baseren op de informatie die de bank heeft verstrekt.

Uit de melding is gebleken dat de bankmedewerker diverse e-mails, met deels vertrouwelijke informatie vanuit zijn zakelijke mailadres naar zijn eigen (zakelijke) e-mailadres heeft gezonden. Als reden heeft de bankmedewerker bij de bank verklaard dat hij de stukken voor zijn werk diende te bewerken, wat binnen en met behulp van de beschikbare tools binnen de bank niet mogelijk was. Volgens de bankmedewerker heeft hij de informatie altijd zeer zorgvuldig behandeld en niet met derden gedeeld. Hiertoe heeft hij bij de bank een ‘confidentiality agreement’ (geheimhoudingsovereenkomst) getekend. Ook heeft de bankmedewerker verklaard dat zijn zakelijke account beveiligd is. De gedeelde gegevens zijn enkel en alleen in het belang van de bank gebruikt binnen de omgeving gebleven die hij als zelfstandige gebruikt.

Een overvolle agenda, was de reden aldus de bankmedewerker dat hij niet heeft kunnen reageren op de verzoeken van de Algemeen directeur. Er was geen sprake van onwil, verklaarde hij op de zitting van de Tuchtcommissie Banken.

Het buiten de bank brengen van vertrouwelijk stukken werd tot nu toe door de Tuchtcommissie Banken als een schending van de bankierseed aangemerkt. In deze uitspraak komt de Tuchtcommissie Banken tot een ander, afwijkend oordeel. De Tuchtcommissie oordeelt dat in deze procedure bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die maken dat in dit geval het buiten de bank brengen van (vertrouwelijke) stukken geen schending van de bankierseed oplevert. De tuchtcommissie overweegt: “Het delen van bestanden leidt in dit verband en in het licht van de verklaringen van de bankmedewerker niet per definitie tot een schending van de bankierseed”. Bij dit oordeel heeft de tuchtcommissie betrokken dat de bankmedewerker, die als zelfstandige werd ingehuurd door de bank, de vertrouwelijk stukken naar zijn zakelijk e-mailadres heeft gezonden, omdat hij deze binnen de bank niet kon bewerken. De tuchtcommissie betrekt daarnaast dat de instructies aan ingehuurde partijen, zoals de betrokken bankmedewerker mogelijk niet duidelijk zijn geweest.

Het buiten de bank brengen van vertrouwelijk stukken levert naar het oordeel van de Tuchtcommissie Banken in voorliggende zaak dus geen schending van de bankierseed op.

Echter omdat de bankmedewerker geen medewerking heeft verleend aan het tuchtrechtelijke onderzoek door de Algemeen directeur, legt de Tuchtcommissie Banken de bankmedewerker wel een tuchtmaatregel op. De Tuchtcommissie Banken oordeelt dat de bankmedewerker niet open en eerlijk is over zijn gedrag. Daarmee heeft hij gedragsregel zes verbonden aan de bankierseed geschonden.

Als tuchtmaatregel legt de Tuchtcommissie Banken een boete op van € 250,-.

De bankmedewerker is voor drie jaar opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de volledige, officiële uitspraak is juridisch bindend.