Creditcardfraude door bankmedewerker Gepost op 11 maart 2026 te 13:02.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak De bankmedewerker heeft de gegevens, waaronder de (e-mail-)adressen van creditcardhouders gewijzigd. Daaropvolgend heeft hij nieuwe creditcards laten aanmaken en tezamen met de bijbehorende pincodes en deze laten verzenden naar de nieuw ingevoerde adressen. Met een aantal van deze creditcards heeft de bankmedewerker vervolgens bijna 25.000 euro opgenomen. Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 8 oktober 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4856-TC. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken De bankmedewerker voert als verweer aan dat hij het niet eens is met het bankbeleid voor wat betreft het doorbelasten van incassokosten aan klanten. Zijn onvrede over dat beleid heeft hij intern aangekaart. Met als gevolg, aldus de bankmedewerker, dat pogingen zijn ondernomen om hem te intimideren en weg te krijgen. Met zijn handelingen (het aanmaken van de vervalste creditcards) wilde hij bewijzen dat de systemen van de bank hiaten vertoonden. De Tuchtcommissie Banken overweegt dat genoegzaam is gebleken dat de bankmedewerker frauduleuze handelingen met betrekking tot creditcards heeft verricht. Door zo te handelen heeft de bankmedewerker in strijd met de wet gehandeld. Over het verweer merkt de Tuchtcommissie Banken op dat, wat daar ook van zij, dit nimmer een rechtvaardiging kan zijn voor zijn handelen. Bovendien heeft de tuchtcommissie ernstige twijfels bij de verklaring van de bankmedewerker voor wat betreft zijn motieven. De Tuchtcommissie Banken stelt verder dat het geen betoog behoeft dat het handelen van de bankmedewerker als een zeer ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Dit maakt dan ook dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerker niet zorgvuldig en integer acht. Daarnaast schaadt de handelwijze van de bankmedewerker het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers. De bankmedewerker heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met zijn handelen de gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels geschonden. De Tuchtcommissie Banken stelt dat in vergelijkbare zaken als uitgangspunt wordt gehanteerd dat in beginsel een beroepsverbod voor de duur van achttien maanden passend is. De Tuchtcommissie Banken houdt er echter rekening mee dat de bankmedewerker reeds arbeidsrechtelijke en strafrechtelijke consequenties van zijn handelen heeft ondervonden. Verder weegt de tuchtcommissie het tijdsverloop in matigende zin mee. Gelet daarop acht de tuchtcommissie, alles afwegende, een beroepsverbod voor de duur van vijftien maanden passend en geboden. De naam van de bankmedewerk is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.
Rekeninggluren: misbruik gemaakt van gegevens? Gepost op 11 maart 2026 te 13:02.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak Uit een onderzoek van de bank is gebleken dat de bankmedewerkster diverse malen de rekeninggegevens van de nieuwe partner van haar ex-man heeft bekeken. In het gesprek hierover met de bank heeft de bankmedewerkster bekend ook nog rekeninggegevens van diverse familieleden van deze partner te hebben bekeken. Nader onderzoek van de bank bevestigde wat de bankmedewerkster had vermeld. Daarnaast zou de bankmedewerkster de informatie uit het banksysteem hebben gebruikt om de nieuwe partner bij haar woning op te zoeken en is zij in gesprek gegaan met zowel de nieuwe partner als met de moeder van de nieuwe partner. In het gesprek met klager heeft de bankmedewerkster verklaard dat zij de adresgegevens niet via de systemen van de bank heeft verkregen. Zij trof in de auto van haar ex-partner een etiket van een apotheek aan met daarop de adresgegevens van de nieuwe partner van haar ex-man, . Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 5 november 2025 of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5103-TC. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerkster de rekeninggegevens van de nieuwe partner van haar ex-man en haar familieleden heeft geraadpleegd zonder zakelijke aanleiding. De bankmedewerkster heeft over de raadplegingen verklaard dat zij in een emotioneel moeilijke periode zat als gevolg van haar scheiding. Zij was in die periode obsessief bezig met haar ex-man, diens nieuwe partner en met haar familie. Zij beseft dat dit onjuist was, schaamt zich voor haar handelen en heeft er spijt van. Wat betreft het bezoek aan de nieuwe partner overweegt de Tuchtcommissie Banken dat niet is vast komen te staan dat dit bezoek heeft plaatsgevonden op basis van adresgegevens die de bankmedewerkster in het systeem van de bank heeft opgezocht. De tuchtcommissie sluit niet uit dat zij de adresgegevens heeft gezien op een apotheeketiket in de auto van haar ex-partner. De bankmedewerkster heeft hierover op meerdere momenten consistent verklaard. De tuchtcommissie deelt daarom niet tot de stelling van klager dat het bezoek een direct gevolg is van de uitoefening van haar functie bij de bank én de raadpleging van de banksystemen. Het bezoek aan de nieuwe partner wordt daarom niet als strafverzwarende omstandigheid aangemerkt. Wel is sprake van een ernstige schending van de privacy van meerdere klanten van de bank, aldus de Tuchtcommissie Banken. De tuchtcommissie weegt in haar oordeel mee dat de bankmedewerkster direct heeft erkend dat zij onjuist heeft gehandeld, zij volledig heeft meegewerkt aan het onderzoek en blijk heeft gegeven van oprecht berouw. Daarbij weegt voor de tuchtcommissie verder mee dat zij zich in een zeer moeilijke periode bevond ten tijde van haar handelen, vlak na een echtscheiding, en dat zij dit inmiddels heeft verwerkt en daar persoonlijk lering uit heeft getrokken. De regels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode zijn geschonden. Gezien de omstandigheden, de aard en ernst van het gedrag, het getoonde inzicht en berouw en de jurisprudentielijn van de Tuchtcommissie Banken in vergelijkbare zaken, acht de tuchtcommissie het passend en geboden om een beroepsverbod van één (1) maand op te leggen. De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.
Aanvraag lening met vervalste stukken Gepost op 8 december 2025 te 17:24.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak Bankmedewerkster vraagt een persoonlijke lening aan bij een financiële instelling. Bij de beoordeling van de aanvraag constateert de financiële instelling dat de aanvraag wordt onderbouwd met vervalste stukken, waaronder een vervalste loonstrook, waarvan de originele versie op naam van haar zus staat. De bankmedewerkster beweert echter dat niet zij, maar een ander de persoonlijke lening heeft aangevraagd. Kan de bankmedewerkster worden aangesproken op schending van de bankierseed? En heeft de bankmedewerkster zich open en toetsbaar opgesteld in het onderzoek door de bank en in het onderzoek door Tuchtrecht Banken? Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2024-4820-TC, 24 juli 2024. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken Allereerst staat de Tuchtcommissie Banken bij de vraag of de tuchtklacht in behandeling kan worden genomen. De Tuchtcommissie is van oordeel dat voldoende raakvlakken bestaan tussen de verweten gedraging(en) en het werken bij de bank. Het aanvragen van een krediet betreft immers een bancaire aangelegenheid en bij de aanvraag heeft de bankmedewerkster, via haar eigen bankrekening, gebruik gemaakt van iDIN. Het handelen van de bankmedewerkster valt daarom binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht. De bankmedewerkster gaf in haar verweer aan dat zij geen lening had aangevraagd. Als dat zo is, zou de tuchtklacht niet in behandeling kunnen worden genomen. De Tuchtcommissie Banken concludeert echter op grond van de onderbouwing van de tuchtklacht dat de aanvraag voor de persoonlijke lening door niemand anders dan de bankmedewerkster kan zijn aangevraagd en dat bij die aanvraag onjuiste, te weten vervalste documenten, zijn aangeleverd. Door zo te handelen heeft de bankmedewerkster in strijd met de wet gehandeld stelt de Tuchtcommissie Banken. Het is evident, vervolgt de tuchtcommissie dat dit als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. De Tuchtcommissie Banken acht het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer en ook schaadt de handelwijze het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers. Verder is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat de bankmedewerkster op meerdere momenten heeft nagelaten antwoord te geven op gestelde (vervolg)vragen, terwijl haar eerdere antwoorden – indachtig de verweten gedragingen – daartoe overduidelijk aanleiding gaven. Dit maakt dat de bankmedewerkster niet (voldoende) open en eerlijk is over haar gedrag en daarmee haar verantwoordelijkheid niet neemt. Aldus heeft de bankmedewerkster de gedragsregel 1, 4, 6 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden. De Tuchtcommissie Banken legt als maatregel een beroepsverbod van zes maanden op. De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend. Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken TRB-2025-4997-TC en TRB-2025-5076-TC
Hypotheekaanvraag op basis van vervalste documenten Gepost op 8 december 2025 te 17:23.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak De bankmedewerker heeft bij zijn hypotheekaanvraag voor de aankoop van een woning door hem vervalste documenten gevoegd, waaronder een werkgeversverklaring en loonstrook. Uit de ingestuurde werkgeversverklaring blijkt de bankmedewerker een hoger bruto jaarsalaris te verdienen dan hij werkelijk verdient. Ook heeft hij zijn salarisstrook gemanipuleerd waardoor zijn (netto) salaris hoger lijkt dan het in werkelijkheid is. Omdat de hypotheekbemiddelaar twijfelde aan de juistheid van de inkomensopgave en heeft deze de werkgever van de bankmedewerker verzocht de bij de hypotheekaanvraag gevoegde werkgeversverklaring en salarisstrook te controleren. Uit de controle bleek dat de werkgeversverklaring en de salarisstrook vervalst zijn. Voor de bank was dit aanleiding om het dienstverband met de bankmedewerker te beëindigen. Ook werden de persoonsgegevens van de bankmedewerker opgenomen in de het Interne en Externe Verwijzingsregister. Tevens heeft de bank hierover een melding bij Tuchtrecht ingediend. Deze melding heeft ertoe geleid dat de Algemeen directeur van Tuchtrecht Banken een Klacht heeft voorgelegd aan de Tuchtcommissie Banken. Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4997-TC, van 8 oktober 2025. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken Voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling heeft de Tuchtcommissie Banken zich gebogen over een formele kwestie. Namelijk of het vervalsen van stukken ten behoeve van het verkrijgen van een persoonlijke hypotheek tuchtrechtelijk getoetst kan worden. Immers het gaat hier om het privé handelen van een bankmedewerker dat in beginsel buiten de grenzen van zijn functie valt en daarmee in beginsel ook buiten het bereik van de bancaire tuchtrecht ligt. Echter de tuchtcommissie is van oordeel dat er voldoende raakvlakken aanwezig zijn tussen de verweten gedragingen en het werken bij de bank. De Tuchtcommissie Banken betrekt in haar oordeel dat het aanvragen van een hypothecaire financiering een bancaire aangelegenheid is, daarnaast zijn het documenten van de bank die vervalst zijn en verliep de correspondentie via de systemen en apparatuur van de bank. De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedeweker niet integer en zorgvuldig heeft gewerkt, waarmee gedragsregel één verbonden aan de bankierseed is geschonden. Ook moet een bankmedewerker zich houden aan de wet en maar ook aan de regels binnen de bank. Dit staat in gedragsregel vier. Het vervalsen van documenten is een strafbaar feit en dat ziet de tuchtcommissie als een ernstige schending van de bankierseed. Niet alleen omdat daarmee gedragsregel 4 is geschonden maar ook gedragsregel zeven waarin staat: ‘de bankmedewerker draagt bij aan het vertrouwen van de samenleving in de bank’. In deze tuchtzaak speelde nog het volgende. De bankmedewerker heeft niet meegewerkt aan de tuchtrechtelijke procedure. Hij reageerde niet op verzoeken om informatie, kwam niet op gesprek bij de Algemeen directeur en evenmin is hij naar de zitting van de Tuchtcommissie Banken gekomen. De Tuchtcommissie Banken rekent de bankmedewerker dan ook aan dat hij geen medewerking heeft verleend aan de tuchtrechtelijke procedure. Waarmee hij gedragsregel zes heeft geschonden. Gedragsregel zes geeft aan dat de bankmedewerker open en eerlijk is over zijn gedrag en dat hij zijn verantwoordelijkheid kent voor de samenleving. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat sprake is van een ernstige schending van de gedragsregels verbonden aan de bankierseed. Omdat de bankmedewerker geen verweer heeft gevoerd -hij heeft niet van zich laten horen- zijn er geen verzachtende omstandigheden bekend die bij de vaststelling van de tuchtmaatregel meegewogen kunnen worden. De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de gedragsregel 1, 4, 6 en 7 zijn geschonden. Als tuchtmaatregel wordt een beroepsverbod van zes maanden opgelegd. De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend. Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken TRB-2025-4820-TC en TRB-2025-5076-TC.
Kredietaanvraag met vervalste stukken Gepost op 8 december 2025 te 17:22.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak De bankmedewerker heeft bij zijn aanvraag voor een (persoonlijke) lening gebruik gemaakt van (door hemzelf) vervalste salarisspecificaties en bankafschriften. Hierbij ging het om bankafschriften van een andere bank dan waarbij hij werkzaam was. Nadat hij de lening was toegekend, heeft hij een tweede, aanvullende lening aangevraagd. De geldverstrekker kreeg het vermoeden dat de aangeleverde stukken vervalst waren. Daarop heeft de kredietinstelling bij de bank geïnformeerd naar de juistheid van de stukken. De controle door de bank wees uit dat sprake was van vervalste stuken. De bankmedewerker heeft bij de aanvraag voor de lening een beter financieel beeld van zichzelf geschetst dan in werkelijkheid aanwezig. De kredietinstelling heeft daarop de (tweede) lening aanvraag geweigerd en de al toegekende lening opgezegd en opgeëist. De bank heeft een melding ingediend bij Tuchtrecht Banken. Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5076-TC, 8 oktober 2025. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken Allereerst stelt de Tuchtcommissie Banken de vraag of hier sprake is van een of meer gedragen die onder de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht vallen. Volgens de Tuchtcommissie is hiervan sprake. De Tuchtcommissie geeft aan dat: het aanvragen van een krediet is een bancaire aangelegenheid en het krediet is aangevraagd bij een onderdeel van de bank. de bankmedewerker een salarisstrook van de bank heeft aangeleverd de bewerkingen (vervalsingen) zijn uitgevoerd op de werklaptop van de bankmedewerker. Om deze drie redenen is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat het handelen van de bankmedewerker binnen het bereik valt van de door hem afgelegde bankierseed en het bancaire tuchtrecht. Vervolgens heeft de Tuchtcommissie Banken beoordeeld of de gedragingen leiden tot een schending van de bankierseed. De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden. In die regels staat het volgende: gedragsregel 1. De bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig. gedragsregel 4. De bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden. gedragsregel 7. De bankmedewerker draagt bij aan het vertrouwen van de samenleving in de bank. De Tuchtcommissie Banken geeft in haar uitspraak aan dat de bankmedewerker bij de kredietaanvraag en bij het daaropvolgende verhogingsverzoek welbewust onjuiste -te weten vervalste documenten- heeft aangeleverd. Door zo te handelen heeft de bankmedewerker in strijd met de wet gehandeld. Het is evident, aldus de tuchtcommissie dat dergelijk handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. In de tuchtklacht stelt de Algemeen directeur voor om aan de bankmedewerker een voorwaardelijke maatregel op te leggen inhoudende een beroepsverbod van drie. De Tuchtcommissie Banken is van mening dat de voorgestelde maatregel te veel afwijkt van de maatregelen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, te weten een beroepsverbod van zes maanden. De Tuchtcommissie vindt in de zaak dat er verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, zoals het verlies van zijn baan en het inzien van het foute van het handelen die op te leggen. Als maatregel wordt een onvoorwaardelijke maatregel opgelegd, te weten een beroepsverbod van drie maanden. De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend. Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken De Tuchtcommissie Banken heeft in de hierna genoemde uitspraken TRB-2024-4820-TC en TRB-2025-4997-TC een vergelijkbaar oordeel geveld.
(Schijn van) belangenverstrengeling, niet gemelde nevenactiviteiten Gepost op 5 juni 2025 te 16:48.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak De bankmedewerker, eventmanager bij de bank, heeft voor het faciliteren van events van de bank zaken gedaan met een onderneming waarbij hij rechtstreeks economisch belang had. Ook was de bankmedewerker betrokken bij de fiattering van de facturen die in feite door hemzelf bij de bank werden ingediend. Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak of klik op de link voor de volledige uitspraak van de Tuchtcommissie Banken TRB-2025-4991-TC, 23 april 2025. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken De Tuchtcommissie Banken overweegt dat in de (gedrags)regels van de bank verschillende bepalingen zijn opgenomen om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. Deze regels van de bank schrijven onder meer voor dat nevenfuncties vooraf ter goedkeuring dienen te worden voorgelegd. Ook moeten de nevenactiviteiten worden geregistreerd in het daarvoor bestemde registratiesysteem van de bank. De stelling van de bankmedewerker dat hij mondeling goedkeuring heeft gekregen van zijn toenmalige leidinggevende vindt geen steun in het dossier, aldus de tuchtcommissie en neemt voorgenoemde plicht voor bankmedewerkers niet weg. De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerker door het niet registeren van zijn nevenfuncties in het registratiesysteem van de bank in strijd met de binnen de bank geldende regels heeft gehandeld. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de bankmedewerker de navolgende gedragsregels uit de Gedragscode verbonden aan de bankierseed heeft geschonden 1. De bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig. 4. De bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden. 7. De bankmedewerker draagt bij aan het vertrouwen van de samenleving in de bank De Tuchtcommissie Banken betrekt in haar beoordeling dat de bankmedewerker zaken heeft gedaan met een onderneming waar hij rechtstreeks economisch belang bij had. En dat de bankmedewerker betrokken was bij de fiattering van de facturen die in feite door hemzelf bij de bank zijn ingediend. Dit tezamen, zo stelt de Tuchtcommissie Banken veroorzaakt (op zijn minst de schijn van) belangenverstrengeling ten behoeve van eigen financieel gewin. De bankmedewerker heeft met bovengenoemde gedragingen de bankierseed in ernstige mate geschonden. De tuchtcommissie kwalificeert het handelen van de bankmedewerker als ernstig verwijtbaar en niet integer. De tuchtcommissie is met klager van oordeel dat in deze zaak als op t leggen tuchtrechtelijke maatregel een beroepsverbod zonder meer passend is. Nu de bankmedewerker door zijn handelen op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling heeft gewekt, heeft hij tevens het vertrouwen in de financiële sector op ernstige wijze geschaad. Met betrekking tot de duur van het beroepsverbod houdt de tuchtcommissie rekening met het feit dat de bankmedewerker reeds negatieve gevolgen heeft ondervonden van zijn handelen. Zo is de bankmedewerker zijn baan kwijt geraakt, heeft de zaak een behoorlijke negatieve impact gehad op zijn leven. Daarnaast kan de tuchtcommissie zich voorstellen dat bij de bankmedewerker het gevoel bestaat dat hij door zijn voormalige collega’s en/of leidinggevende “voor de bus is gegooid”. De Tuchtcommissie Banken legt een beroepsverbod van twaalf maanden op. De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.
Niet doelbewust buiten de bank brengen van gegevens Gepost op 8 mei 2025 te 12:54.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak Uit een onderzoek van de bank is gebleken dat in de periode tussen 1 december 2022 en 1 januari 2023 de bankmedewerkster in totaal 2027 bestanden vanaf haar zakelijke laptop heeft gekopieerd naar een externe harde schijf. Tussen deze bestanden bevonden zich bedrijfsgevoelige informatie van zakelijke klanten van de bank, interne vertrouwelijke documenten van de bank en HR gerelateerde documenten van andere medewerkers van de bank. Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken of klik op de link voor de volledige uitspraak TRB-2024-4960-TC, 23 oktober 2024. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken De bankmedewerkster heeft zowel bij de bank als in het gesprek met klager verklaard dat zij slechts haar persoonlijke documenten wenste veilig te stellen en om die reden een gehele folder genaamd ‘My Documents’ heeft gekopieerd naar een externe harde schijf. Zij realiseerde zich niet dat dat zij hiermee ruim 2000 bestanden, waaronder persoonsgegevens van medewerkers van de bank en vertrouwelijke stukken van de bank alsmede van haar klanten, buiten de beveiligde omgeving van de bank bracht. Zij heeft benadrukt dat zij nimmer kwade bedoelingen heeft gehad en dat het een onhandige handeling is geweest. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de bankmedewerkster de bankierseed heeft geschonden. Door bestanden vanaf haar werklaptop naar een externe schijf te kopiëren. heeft zij vertrouwelijke informatie van de bank buiten de omgeving van de bank gebracht. Dit handelen is niet alleen niet integer en niet zorgvuldig, maar ook in strijd met de regels waaraan de bankmedewerkster zich diende te houden. Meer specifiek heeft zij de gedragsregel 1, 4, 5 en 7 geschonden. De in het klachtrapport ook genoemde gedragsregels 2 en 6 acht de tuchtcommissie niet geschonden. Gelet op de specifieke feiten en omstandigheden van dit geval acht de Tuchtcommissie Banken een beroepsverbod niet passend. In het voordeel van de bankmedewerkster weegt de tuchtcommissie mee dat zij het kwalijke van haar handelen inziet en oprecht spijt heeft betuigd. De tuchtcommissie neemt van de bankmedewerkster aan dat zij niet wist dat zij ook vertrouwelijke informatie van de bank naar een externe schijf had gekopieerd. Zij heeft onzorgvuldig gehandeld maar niet doelbewust de vertrouwelijke gegevens buiten de beveiligde omgeving van de bank willen brengen. De Tuchtcommissie Banken heeft in deze tuchtprocedure direct na de mondelinge behandeling ter zitting op 11 september 2024 mondeling uitspraak gedaan. De tuchtcommissie heeft als maatregel een berisping aan de bankmedewerkster opgelegd. De uitspraak is op 23 oktober 2024 aan partijen toegezonden.
Raadplegen rekeninggegevens en stalken klant van de bank Gepost op 8 mei 2025 te 12:45.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak De bank heeft een melding ingediend over het zonder zakelijke reden raadplegen van rekeninggegevens door een oud bankmedewerkster, die in tijdelijk dienst werkzaam was voor de bank. De melding volgde op een onderzoek na een bij de bank binnengekomen klacht van een klant van de bank. Uit het onderzoek van de bank is gebleken dat de bankmedewerkster meerdere rekeningen heeft bekeken en de informatie onder meer heeft gebruikt om een klant, haar voormalig advocaat, te volgen. Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak of klik op de link de volledige uitspraak van de Tuchtcommissie Banken TRB-2024-4891-TC, 20 november 2024. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken De Tuchtcommissie Banken stelt het navolgende vast: de bankmedewerkster heeft de onderzoeksbevindingen die betrekking hebben op de raadplegingen zonder zakelijke aanleiding erkend. Verder heeft zij tijdens het gesprek met de bank aangegeven dat zij ten tijde van de raadplegingen zware persoonlijke omstandigheden speelden in verband met een recente echtscheiding en uithuisplaatsing van haar kinderen. Daarnaast heeft zij aangegeven de raadplegingen te hebben gedaan uit willekeur en verveling. Over de ingediende klacht bij de bank, waarmee het onderzoek naar de bankmedewerkster is aangevangen, deelt zij mede dat dit de advocaat betreft die haar bijstond inzake de uithuisplaatsing van haar kinderen. De Tuchtcommissie Banken overweegt ook in deze uitspraak dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie prijsgeven over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding bekijken van die gegevens moet dan ook als een ernstige schending van de bankierseed worden opgevat. Voorts overweegt de Tuchtcommissie Banken dat de bankmedewerkster de uit de raadplegingen verkregen informatie heeft gebruikt om een klant van de bank in privé (op ongewenste wijze) te benaderen. Daarmee heeft zij evident niet bijgedragen van het vertrouwen van de samenleving in de bank. En bovendien stelt de Tuchtcommissie Banken is de bankmedewerkster niet open en eerlijk geweest over haar gedrag. Uit het gesprek van de bankmedewerkster met de bank volgt immers dat zij niet volledig openheid van zaken heeft gegeven en het kwalijke van haar handelen onvoldoende lijkt in te zien. De Tuchtcommissie Banken oordeelt dat de bankmedewerkster de gedragsregels 1, 4, 6, en 7 heeft geschonden. De door de Algemeen directeur voorgestelde maatregel, een beroepsverbod voor de duur van acht maanden wordt door de tuchtcommissie te licht bevonden. De Tuchtcommissie Banken legt een beroepsverbod op voor de duur van twaalf maanden. De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.
Bankhelpdeskfraude door bankmedewerkster Gepost op 8 mei 2025 te 11:51.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak De bankmedewerkster heeft rekeninggegevens van bankklanten doorgespeeld. Zij wisselde raadplegingen met een zakelijk doel af met raadplegingen zonder een zakelijke aanleiding en/of toestemming van de klant van de bank. De bankmedewerkster heeft de verwijten erkend een aangegeven dat zij niet precies wist wát er met de gegevens van de klanten van de bank gedaan zou worden en wat daarvan de gevolgen zouden kunnen zijn. Klager heeft de tuchtcommissie in overweging gegeven aan de bankmedewerkster een beroepsverbod voor de duur van drie jaren op te leggen Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak of klik op de link voor de volledige uitspraak van de Tuchtcommissie Banken TRB-2024-4879-TC van 23 oktober 2024. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerkster de gedragsregels 1, 4, 5, 6 en 7 heeft overtreden doordat zij rekeninggegevens van klanten van de bank heeft geraadpleegd, zonder dat daartoe een zakelijke aanleiding bestond. Voorts heeft de bankmedewerkster de bankgegevens van de klanten van de bank gedeeld met derden teneinde bankhelpdeskfraude mogelijk te maken. Dat de bankmedewerkster zich aan dit handelen schuldig heeft gemaakt, staat niet ter discussie; zij heeft dit erkend. De bankmedewerkster heeft allesbehalve integer gehandeld. De tuchtcommissie is van oordeel dat er sprake is van een zeer ernstige schending van de bankierseed, vooral vanwege het feit dat de bankmedewerkster, door het delen van de vertrouwelijke gegevens van de klanten van de bank, ook betrokken is geweest bij bankhelpdeskfraude, waarvan veel klanten van de bank slachtoffer zijn geworden. De Tuchtcommissie Banken verklaart de klacht gegrond en ziet maar één passende maatregel, te weten een beroepsverbod voor de (maximale) duur van drie jaar. De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.
Onbevoegd handelen: zeer ernstige schending bankierseed Gepost op 8 mei 2025 te 11:32.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak Uit onderzoek van de bank is gebleken dat de bankmedewerker meerdere keren buiten zijn bevoegdheden is getreden. In verweer geeft de bankmedewerker aan dat voor wat betreft de gestelde bevoegdheidsoverschrijding dat hij sinds zijn indiensttreding bij de bank in 2002 diverse bevoegdheden had welke nadien vanwege reorganisaties zijn beperkt. Daarbij werd de rol van zijn functie ingeperkt tot het begeleiden en leveren van input, met welke veranderingen de bankmedewerker moeite had. Dit omdat de bankmedewerker zijn functie al lange tijd vervulde, hij een goede en langdurige verstandhouding met zijn klanten had en door de veranderingen een verschuiving in de wederzijdse verwachtingen tussen de bankmedewerker en zijn klanten optrad. Lees hieronder de samenvatting of klik op de link voor de volledige uitspraak: Tuchtcommissie Banken, TRB-2024-4871-TC, 23 oktober 2024. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerker zich herhaaldelijk niet heeft gehouden aan de binnen de bank geldende bevoegheidsmatrix. Zo heeft hij onbevoegd een financieringsofferte uitgebracht, kende hij zelfstandig coulancevergoedingen en verleende hij, zonder daartoe bevoegd te zijn, de vrijgave van een borgtocht. De tuchtcommissie overweegt dat het herhaaldelijk onbevoegd handelen namens de bank op zichzelf reeds een zeer ernstige schending van de bankierseed oplevert. Dit mede vanwege het feit dat dit ernstige gevolgen kan hebben voor zowel de bank als de betrokken klant(en). Reeds daarom is de tuchtcommissie van oordeel dat een beroepsverbod van aanzienlijke duur op zijn plaats is. De tuchtcommissie rekent de bankmedewerker aan dat hij onvoldoende heeft laten blijken het kwalijke van zijn handelen in te zien. Al met al concludeert de tuchtcommissie dat de in de Klacht voorgestelde maatregel van zes (6) maanden beroepsverbod geen recht doet aan de ernst van de overtredingen. Aan de bankmedewerker wordt een zwaardere maatregel opgelegd, te weten een beroepsverbod van negen (9) maanden. De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.