Niet melden nevenactiviteiten

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft zijn nevenactiviteiten niet bij de bank opgegeven. Op grond van het bankbeleid dienen medewerkers hun nevenactiviteiten te melden.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 15 september 2025, of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-5130-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De bank heeft een melding ingediend over een medewerker die, naast zijn werkzaamheden voor de bank, nevenactiviteiten verrichtte. Deze nevenactiviteiten bestonden uit het doen van werkzaamheden voor een bedrijf, het schrijven van blogs voor een website, en als spreker optreden op online conferenties (onder vermelding van zijn functie en de naam van de bank). Op grond van de regels die binnen de bank gelden, dienen nevenactiviteiten vooraf gemeld te worden. De bank heeft deze interne regel gesteld om zicht te hebben op de nevenactiviteiten van de medewerkers, mede ter voorkoming van belangenverstrengeling.

De betrokken bankmedewerker had zijn nevenactiviteiten niet geregistreerd, ook niet nadat de bank hem had verzocht zijn eventuele nevenactiviteiten te registreren. De bankmedewerker geeft aan dat hij zijn nevenactiviteiten ziet als hobby en van oordeel is dat deze technisch van aard zijn en geen relatie hebben met zijn functie bij de bank en daarom niet behoeven te worden geregistreerd.

De Algemeen directeur stelt vast dat nevenactiviteiten, van welke aard dan ook, geregistreerd moeten worden. Voor het uitoefenen van nevenactiviteiten moet op voorhand toestemming worden gevraagd en verleend door de bank. Door het niet melden van de nevenactiviteiten heeft de bank deze niet kunnen beoordelen en ook geen toestemming verleend. Door zijn nevenactiviteiten niet te melden heeft de bankmedewerker in strijd gehandeld met de interne regels van de bank. Aldus heeft de bankmedewerker regel 1 (integer en zorgvuldig handelen) en regel 4 (zich houden aan wet- en regelgeving en interne regels) van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode geschonden.

Gelet op de omvang van de nevenactiviteiten, de geringe inkomsten die de activiteiten opleverden, de parttimefunctie bij de bank en de geringe raakvlakken van de nevenactiviteiten heeft de Algemeen directeur als maatregel een schikking, te weten een geldboete van € 500,- voorgelegd aan de bankmedewerker. De schikking is geaccepteerd.

De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Klantinformatie gepubliceerd op Snapchat

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster deelde op haar socialmedia-account van Snapchat foto’s met informatie over bankklanten. De informatie bevatte naam en rekeninggegevens van de bankklant en door de bankmedewerkster toegevoegd commentaar.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5017-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

Voor de Tuchtcommissie Banken staat het vast dat de bankmedewerkster via haar Snapchat-account foto’s heeft geplaatst van (delen van) banksystemen en klantinformatie, afkomstig uit de systemen van de bank, en deze daarmee buiten de beveiligde bankomgeving heeft gebracht. Daarnaast heeft zij deze foto’s voorzien van persoonlijk commentaar met een denigrerende en beledigende strekking richting klanten van de bank.

Tot de geplaatste berichten behoorden onder meer foto’s van een transactieoverzicht en een rekeningafschrift van een klant. Bij deze foto’s heeft de bankmedewerkster begeleidende teksten geplaatst met een denigrerende en beledigende strekking richting klanten van de bank. Op deze foto’s waren de naam en het rekeningnummer van de betreffende klanten niet zichtbaar.

De tuchtcommissie betrekt in haar overwegingen dat de bankmedewerkster haar handelen aanvankelijk heeft ontkend dan wel gebagatelliseerd, vervolgens niet inhoudelijk heeft gereageerd op herhaalde oproepen van klager en er uiteindelijk voor heeft gekozen niet ter zitting te verschijnen. Aldus heeft zij zich niet open en toetsbaar heeft opgesteld.

De Tuchtcommissie geeft aan dat het plaatsen van foto’s van vertrouwelijke bankinformatie op sociale media op zichzelf onverenigbaar is met gedragsregel 1, 4, 5 en 6 van de Gedragscode Bancaire Sector. Dat de bankmedewerkster deze foto’s bovendien heeft voorzien van persoonlijk, laatdunkend en beledigend commentaar richting klanten, acht de tuchtcommissie extra laakbaar. Het belachelijk maken van klanten en het bespotten van hun persoonlijke financiële transacties is onder geen enkele omstandigheid aanvaardbaar, en in het bijzonder niet voor een bankmedewerkster die uit hoofde van haar functie beschikt over vertrouwelijke en gevoelige informatie.

Alles afwegende is de Tuchtcommissie Banken van oordeel dat sprake is van een ernstige schending van de bankierseed en van de aan die eed verbonden gedragsregels 1, 4, 5 en 6. Gelet op de aard en ernst van de gedragingen, de herhaling daarvan, het beledigende karakter van het geplaatste commentaar en het ontbreken van openheid en medewerking, acht de tuchtcommissie het opleggen van een beroepsverbod aangewezen.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Rekeninggluren, ook na hierop te zijn aangesproken

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft zonder zakelijke aanleiding de rekeningen van haar ex-partner geraadpleegd. Ook nadat de bank haar hierop heeft aangesproken, heeft zij nog enkele malen zijn rekeningen geraadpleegd.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5193-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat uit de Gedragscode van de bank onder meer volgt dat bankmedewerkers verantwoord en vertrouwelijk met klantgegevens moeten omgaan. De bankmedewerkster heeft deze gedragsregel niet nageleefd. De Tuchtcommissie Banken herhaalt, hetgeen de tuchtcommissie in eerdere uitspraken over rekeninggluren heeft uitgesproken, dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie geven over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding bekijken van die gegevens, is niet zorgvuldig en moet als een ernstige schending van de bankierseed worden opgevat. De bankmedewerkster heeft regel 1 en 4  van de Gedragscode verbonden aan de bankierseed geschonden.

Bij het vaststellen van de op te leggen maatregel betrekt de tuchtcommissie dat de bankmedewerkster open en eerlijk is geweest over haar gedrag, oprecht spijt heeft betuigd en dat niet kan worden vastgesteld dat zij de geraadpleegde informatie heeft gedeeld. Waar in vergelijkbare zaken de Tuchtcommissie Banken als maatregel een beroepsverbod van drie maanden oplegt, wordt in deze zaak een beroepsverbod van twee maanden opgelegd.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Vervalsen van documenten waaronder rekeningafschriften

Kern van de uitspraak

De bankmedewerkster, werkzaam als gedetacheerde bij de bank, heeft haar werkgeversverklaring en rekeningafschriften van de bank vervalst waardoor het leek dat zij een hoger inkomen ontvangt dan dat zij in werkelijkheid heeft. De vervalste documenten heeft zij gevoegd bij een inschrijving voor een huurwoning. De verhuurder heeft de vervalsingen opgemerkt, hetgeen aanleiding was de inschrijving voor de desbetreffende huurwoning af te wijzen. Ook haar werkgever besloot, nadat deze bekend werd met de vervalsingen, de inhuuropdracht bij de bank in te trekken. Hetgeen voor de bank aanleiding was een eigen onderzoek te starten, hetgeen leidde tot een melding bij Tuchtrecht Banken.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5160-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De bankmedewerkster heeft in het gesprek bij de bank en ook later in het onderzoek in de tuchtrechtelijke procedure erkend dat zij de documenten heeft vervalst. Zij heeft aangegeven dat zij al lange tijd op zoek was naar een huurwoning met een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat zij in een opwelling de documenten heeft vervalst. De bankmedewerkster geeft aan dat zij zich schaamt voor wat ze heeft gedaan.

De Tuchtcommissie Banken stelt zich eerst de vraag of de verweten gedragingen onder de  reikwijdte van het bancair tuchtrecht vallen, immers de gedragingen zijn aan te merken als privéhandelingen en vallen daarmee in beginsel buiten de reikwijdte van het bancaire tuchtrecht. De Tuchtcommissie Banken is echter van oordeel dat voldoende raakvlakken bestaan tussen de verweten gedragingen en het werken bij de bank. Hierbij overweegt de tuchtcommissie dat de bankmedewerkster bankafschriften heeft aangepast en gebruikt en de schijn heeft gewekt dat zij aan de inkomenseis van de verhuurder voldeed. Een dergelijke toets, waarbij wordt beoordeeld of iemand over voldoende financiële draagkracht beschikt om een bepaalde financiële verplichting aan te gaan, behoort tot de essentiële werkzaamheden van een bank. Het handelen van de bankmedewerkster valt daarom binnen het bereik van de door haar afgelegde bankierseed en het bancair tuchtrecht.

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat uit het onderzoek genoegzaam is gebleken dat de bankmedewerkster aanpassingen in de werkgeversverklaring, salarisspecificaties en bankafschriften heeft aangebracht en deze vervolgens bij de verhuurder heeft ingediend. Door zo te handelen heeft de bankmedewerkster in strijd met de wet gehandeld. Het is evident, aldus de tuchtcommissie, dat dergelijk handelen als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Dit maakt dan ook dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer acht. Ook schaadt het handelen van de bankmedewerkster het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.

Met haar gedrag heeft de bankmedewerkster de gedragsregel 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode geschonden. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat  niet volstaan kan worden met een lichtere maatregel dan een beroepsverbod. De Tuchtcommissie Banken legt een beroepsverbod van drie maanden op.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

De Tuchtcommissie Banken heeft eerder geoordeeld over het vervalsen van documenten ten behoeve van het aanvragen van een krediet. Ook in de eerdere uitspraken legde de Tuchtcommissie Banken beroepsverboden op. Zie bijvoorbeeld TRB-2025-5028-TC en TRB-2025-5076-TC.

Frauderende bankmedewerkster

Kern van de uitspraak

De bankmedewerkster heeft over een periode van enkele jaren declaraties ingediend voor uitgaven die niet zijn gemaakt en tevens niet gewerkte overuren gedeclareerd. Als verklaring voor haar gedrag gaf zij aan dat dit vermoedelijk het gevolg was van de (psychische) druk die zij ervaarde van haar leidinggevende.

Lees hieronder de samenvatting van de  uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak van 1 april 2026, TRB-2026-5176-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de bankmedewerkster met haar handelen de gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode heeft geschonden. Hiertoe overweegt de Tuchtcommissie Banken dat zij met de frauduleuze handelen in strijd met de wet heeft gehandeld. Het behoeft geen betoog, aldus de tuchtcommissie, dat het handelen als een zeer ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat. Dit maakt dan ook dat de tuchtcommissie het handelen van de bankmedewerkster niet zorgvuldig en integer acht. Daarnaast schaadt de handelwijze van de bankmedewerkster, mede vanwege de ontstane media-aandacht, het vertrouwen dat de samenleving moet kunnen hebben in de bank en haar medewerkers.

De tuchtcommissie is van oordeel dat het frauduleus handelen van de bankmedewerkster, mede gelet op de omvang ervan, in beginsel een beroepsverbod van de maximale duur (36 maanden) rechtvaardigt. De tuchtcommissie ziet in de gevolgen die het handelen van de bankmedewerkster reeds voor haar hebben gehad, reden om van dit beginsel af te wijken. De tuchtcommissie acht, alles afwegende, een beroepsverbod voor de duur van dertig maanden passend en geboden.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken
In 2025 heeft de Tuchtcommissie meerdere zaken behandeld waarin sprake van frauduleus handelen en of diefstal. De ernst van het handelen weegt mee bij het bepalen van de op te leggen maatregel. Vaak wordt een beroepsverbod met een lange duur opgelegd. De maximale duur van een beroepsverbod is 36 maanden (drie jaren).

Vertrouwelijke informatie buiten de bank gebracht

Kern van de uitspraak

De bankmedewerker heeft aan het einde van zijn dienstverband vertrouwelijk informatie van de bank naar zijn privé e-mailadres gezonden. Ook ontving hij bij zijn nieuwe werkgever nog informatie van de bank waar hij werkzaam was. Die informatie ontving hij van een enkele (oud)collega’s bij de bank. Deze collega’s hebben later ontslag genomen om in dienst te treden bij de werkgever van hun oud-collega.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4932-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat uit de Code of Conduct van de bank onder andere volgt dat integer dient te worden gehandeld, dat geen misbruik dient te worden gemaakt van kennis en informatie binnen de bank en dat zorgvuldig met data van de bank dient te worden omgegaan.

De bankmedewerker heeft direct en indirect vertrouwelijke informatie buiten de beveiligde omgeving van de bank gebracht. Hoewel deze informatie in principe is ontleend aan openbare bronnen, betreft dit informatie die niet buiten de (beveiligde omgeving van de) bank had mogen worden gebracht. Het toch buiten de beveiligde omgeving van de bank brengen van de informatie is niet zorgvuldig en niet integer en moet als een schending van de bankierseed worden opgevat, aldus de tuchtcommissie.

Daarnaast verwijt de Tuchtcommissie Banken de bankmedewerker dat hij in het gesprek met de bank ten onrechte heeft gesteld dat hij uitsluitend de ontvanger van de vertrouwelijke e-mails was en niet wist waarvoor deze werden gebruikt. Door die verklaring later – na confrontatie met nieuwe bevindingen – bij te stellen, heeft de bankmedewerker laten blijken niet voldoende open en eerlijk te zijn over zijn gedrag. De bankmedewerker heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met dit handelen tevens gedragsregel 6 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden. De klacht is dan ook gegrond.

De tuchtcommissie overweegt dat voornoemd handelen van de bankmedewerker als een ernstige schending van de bankierseed moet worden opgevat, meer in het bijzonder vanwege zijn leidinggevende positie, de wijze waarop hij – op meerdere momenten – met deze leidinggevende positie is omgesprongen en het feit dat hij nota bene opdracht heeft gegeven tot het delen van vertrouwelijke informatie. Ook het zich niet open en toetsbaar opstellen en het aanpassen van verklaringen op basis van beschikbaar gekomen informatie rekent de tuchtcommissie de bankmedewerker aan.

In matigende zin weegt de tuchtcommissie mee dat de gedeelde informatie is ontleend aan openbare bronnen, waarmee de gevoeligheid van de buiten de omgeving van de bank gebrachte gegevens relatief beperkt is. Ook weegt de tuchtcommissie mee dat hij reeds consequenties heeft ondervonden van zijn handelen, door inhouding van beloningen bij zijn huidige en vorige werkgever. Daarnaast zijn de gegevens van de bankmedewerker voor acht jaren opgenomen in het Incidentenregister van de bank, het Intern Verwijzingsregister en het Extern Verwijzingsregister. Ook weegt voor de tuchtcommissie het tijdsverloop in matigende zin mee.

Hoewel de tuchtcommissie van oordeel is dat de ernst van het handelen een stevige sanctie rechtvaardigt, is zij van oordeel dat een onvoorwaardelijk beroepsverbod niet passend is gelet op voornoemde matigende omstandigheden en de mogelijke arbeidsrechtelijke gevolgen hiervan (ontslag). Gelet daarop acht de tuchtcommissie, alles afwegende, de oplegging van een geheel voorwaardelijk beroepsverbod voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren, alsmede een boete van € 5.000,-, passend en geboden.

De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Thuiswerkster deelt klantgegevens met partner

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft haar partner op het moment dat zij thuiswerkte laten meekijken op haar beeldscherm terwijl zij in gesprek was met een klant van de bank. Op deze manier heeft zij (zonder zakelijke aanleiding) klantgegevens gedeeld met haar partner. De klantgegevens bestonden onder meer uit het saldo van de spaarrekening en leeftijd (geboortejaar) van de klant.

Lees hieronder de samenvatting van de Algemeen directeur van 8 juli 2025 of klik op de link voor de volledige beslissing: TRB-2025-5123-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De bankmedewerkster heeft in het gesprek met de bank verklaard dat zij het gesprek met de klant van de bank niet kan herinneren. Verder geeft zij aan dat zij haar gedrag niet herkent en dat zij is geschrokken van de inhoud (transcriptie) van het telefoongesprek. Het was haar partner, zo heeft zij verklaard, met wie ze thuis sprak. Uit onderzoek van de bank is niet gebleken dat misbruik van de klantgegevens heeft plaatsgevonden.

In het gesprek bij Tuchtrecht Banken heeft de bankmedewerkster haar eerdere verklaring bij de bank herhaald. Ze geeft nogmaals aan te zijn geschrokken van haar gedrag en niet meer kan herinneren dat het op die manier – zoals te lezen in de transcriptie – is gegaan. Bankmedewerkster geeft aan dat het een hectische periode was, ze was zwanger en had ook zwangerschapsdiabetes had en daardoor vaak voor controle in het ziekenhuis moest zijn.

Ze zegt er begrip voor te hebben dat de bank een melding heeft ingediend. Ze vindt het verschrikkelijk wat er is gebeurd en bestempelt haar handelen als stom en onnodig. Daarbij is zij zich ervan bewust dat dergelijk handelen niet is toegestaan en dat zij daarom altijd zorgvuldig omgaat met informatie over klanten. Het delen van klantinformatie met haar partner was niet vanuit kwade intenties. Zij erkent dat haar handelen niet verenigbaar is met de bankierseed en is vastberaden dat een dergelijk incident u niet nogmaals zal overkomen.

De Algemeen directeur stelt vast de bankmedewerkster de gedragsregels 1, 4 en 5 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode heeft geschonden. Hij besluit in plaats van een tuchtklacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken de bankmedewerkster een schikking, te weten een boete van € 250,- voor te leggen. Hierbij overweegt hij dat sprake is van een eenmalige gebeurtenis, dat de klantgegevens alleen met de partner van de bankmedewerkster zijn gedeeld en dat uit het onderzoek van de bank blijkt dat geen misbruik is gemaakt van de gegevens. Ook was de bank tot aan het incident tevreden over het functioneren van de bankmedewerkster.

De bankmedewerkster heeft de schikking geaccepteerd.

De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Rekeninggluren uit bezorgdheid

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens bekeken van enkele familieleden en directe bekenden. De bankmedewerkster heeft verklaard dat ze handelde vanuit grote bezorgdheid om haar zoon, die in het verleden geruime tijd kampte met een gokverslaving.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 17 juni 2025 of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-5126-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur stelt voorop dat het zonder zakelijk aanleiding bekijken van rekeninggegevens, ook wel rekeninggluren genoemd, een ernstige schending van de regel 1 en 4 van de Gedragscode verbonden aan de bankierseed. Hetgeen op zich voldoende aanleiding kan zijn aanleiding een klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. De Algemeen directeur besluit om de hierna genoemde overwegingen de melding op grond van artikel 2.2.5 Tuchtreglement Bancaire Sector zelf af te doen, waarmee een procedure bij de Tuchtcommissie Banken wordt voorkomen.

In de overwegingen geeft de Algemeen directeur onder andere aan kennisgenomen te hebben van de persoonlijke omstandigheden van de bankmedewerkster en de reden voor het raadplegen van de rekeninggegevens van haar zoon, dochter, neef en een kennis. De Algemeen directeur begrijpt uit de gegeven toelichting dat de raadplegingen primair zijn verricht uit bezorgdheid over het (psychische) welzijn van de zoon van de bankmedewerkster. De overige raadplegingen waren aldus de bankmedewerkster bedoeld om te verifiëren of deze personen geld aan haar zoon verstrekten.

De bankmedewerkster heeft meermaals aangegeven spijt te hebben van haar handelen en zich daarvoor te schamen, hetgeen door de Algemeen directeur als oprecht en gemeend is overgekomen. Haar oprechte spijt en de openhartigheid waarmee zij haar situatie heeft toegelicht, maken duidelijk dat zij haar fouten inziet en zich ervan bewust is dat haar handelen niet in overeenstemming met de gedragsregels is.

Verder betrekt de Algemeen directeur dat de bankmedewerkster al de nadelige gevolgen van haar handelen heeft ondervonden. De bank heeft naar aanleiding van de gebleken ongeoorloofde raadplegingen de bankmedewerkster een ernstige schriftelijke berisping opgelegd en een schorsing van zeven werkdagen met inhouding van het salaris over deze zeven dagen. Ook heeft zij over het jaar 2024 een negatieve beoordeling gehad, wat invloed had op haar bonus en salarisverhoging.

De Algemeen directeur legt aan de bankmedewerkster een schikking voor in de vorm van een geldboete van € 500,-. Het schikkingsvoorstel is geaccepteerd.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Rekeninggluren uit nieuwsgierigheid

Kern van de uitspraak

De bankmedewerkster heeft een aantal keren, zonder dat haar werk daartoe aanleiding gaf de klant-/rekeninggegevens van verschillende klanten van de bank geraadpleegd. De raadplegingen spitsten zich met name toe op de rekeningen van haarzelf, haar partner, een bedrijf en (oude) kennissen van haar. Na hierop te zijn aangesproken door de bank heeft de bankmedewerkster de (ongeoorloofde) raadplegingen erkend.

Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 12 juni 2025 of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-5055-AD.

Wat is het oordeel van de Algemeen directeur

De Algemeen directeur stelt vast dat het zonder zakelijk aanleiding inzien van rekeninggegevens, het zogenaamde rekeninggluren, een schending oplevert van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode, meer specifiek de gedragsregels één en vier. Rekeninggegevens geven veel informatie prijs over het persoonlijke leven van de rekeninghouders en daarmee zijn die gegevens uiterst privacygevoelig. Het gaat dan ook om een ernstige schending van de bankierseed.

De bank heeft de medewerkster een ernstige schriftelijke berisping opgelegd en een schorsing van vijf werkdagen met inhouding van het salaris over deze vijf dagen.

De Algemeen directeur betrekt in zijn oordeelsvorming dat de bankmedewerkster blijk heeft gegeven van inzicht in de onjuiste aard van haar handelen en heeft laten blijken dat zij zich terdege bewust is van de omstandigheden waaronder zij heeft gehandeld.

Tijdens het gesprek met de Algemeen Directeur heeft de bankmedewerkster meerdere malen haar excuses aangeboden en heeft zij uitdrukking gegeven aan haar diepe schaamte over het handelen. Daarnaast heeft de bankmedewerkster herhaaldelijk verklaard dat zij in de toekomst nimmer ongeoorloofde raadplegingen zal plegen, hetgeen door de Algemeen directeur als oprecht en gemeend is ontvangen.

Voorts neemt de Algemeen directeur in aanmerking dat de bankmedewerkster gedurende haar dienstverband van meer dan dertien jaar, voorafgaand aan de onderhavige situatie, niet eerder betrokken is geweest bij ongeoorloofde raadplegingen. Haar gedragingen in deze zaak vormen dan ook naar verhouding een beperkte afwijking van haar normale gedragspatroon. Bovendien, zo stelt de Algemeen directeur vast, wordt meegenomen dat de omvang van de raadplegingen relatief beperkt is geweest, en dat een deel daarvan betrekking had op de eigen persoonlijke gegevens. Tot slot betrekt de Algemeen Directeur in zijn oordeel dat het onderzoek enige tijd in beslag heeft genomen.

De Algemeen directeur heeft de bankmedewerkster een schikking van € 500,- aangeboden, de schikking is geaccepteerd.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

 

Rekeninggluren, voldoende meegewerkt aan onderzoek?

Kern van de uitspraak

Bankmedewerkster heeft meerdere malen zonder zakelijke aanleiding rekeningen van bekenden van haar bekeken. Naar aanleiding van de melding, ingediend door de bank, is door Tuchtrecht Banken een onderzoek ingesteld. De bankmedewerkster is om een (schriftelijke) toelichting gevraagd. Naar aanleiding van hetgeen zij heeft gesteld, is zij uitgenodigd voor een gesprek. De datum voor het gesprek is op verzoek van de bankmedewerkster meerdere keren verzet. De Algemeen directeur heeft nog pogingen ondernomen om een datum voor het gesprek vast te stellen. Een gesprek heeft plaatsgevonden niet kunne plaatsvinden omdat de bankmedewerkster haar medewerking niet verleende.

De Algemeen directeur heeft op basis van de hem bekende gegevens besloten een Klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. In de Klacht wordt de bankmedewerkerster verweten dat zij zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens heeft bekeken én dat zij onvoldoende medewerking heeft verleend aan het tuchtrechtelijk onderzoek.

Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 10 december 2025 of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-5151-TC.

Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken

De Tuchtcommissie Banken overweegt in haar uitspraak dat de bij de bank beschikbare informatie over klanten (zoals hun financiële positie en inzicht in hun inkomsten en uitgaven) veel informatie geeft over het persoonlijke leven van die klanten, waarmee deze informatie uiterst privacygevoelig is. Het zonder zakelijke aanleiding bekijken van die gegevens is dan ook niet zorgvuldig en moet als een ernstige schending van de bankierseed worden opgevat. De bankmedewerkster heeft naar het oordeel van de tuchtcommissie met haar handelen dan ook de gedragsregels 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragsregels Bancaire Sector geschonden.

Het verwijt dat de bankmedewerkster onvoldoende medewerking zou hebben verleend aan het tuchtrechtelijk onderzoek deelt de Tuchtcommissie Banken niet. De Tuchtcommissie Banken maakt uit het dossier op dat de medewerkster in het gesprek met de bank onmiddellijk een reactie heeft gegeven op hetgeen haar verweten wordt en zij heeft daarbij tot op zekere hoogte openheid van zaken gegeven. Dit geldt tevens voor haar schriftelijke reactie aan de Algemeen directeur. Dat de bankmedewerkster uiteindelijk niet (ook nog) inhoudelijk met de Algemeen directeur in gesprek is gegaan, maakt dat voor de Tuchtcommissie Banken niet anders.

De Tuchtcommissie Banken legt aan de bankmedewerkster alleen voor het zonder zakelijk aanleiding raadplegen van rekeninggegevens (rekeninggluren) een als maatregel een beroepsverbod van drie maanden op.

De naam van de bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen.

Let op:
Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.

Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken

De Tuchtcommissie Banken oordeelde in haar uitspraak van 25 juni 2025, TRB-2025-4898-TC dat een bankmedewerker die geen medewerking verleende aan het (tuchtrechtelijk) onderzoek wel tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legde hiervoor een maatregel op. In tegenstelling tot bovengenoemde procedure staakte de bankmedewerker zijn medewerking aan het onderzoek door en bij de bank, antwoordde hij niet op verzoeken van de Algemeen directeur om te regeren dan wel verweer te voeren op de tegen hem ingediende melding, en reageerde hij evenmin op de oproep voor de zitting bij de Tuchtcommissie Banken.