Naam verkoper achterhaald uit banksystemen Gepost op 14 juli 2026 te 13:11.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak Bankmedewerkster heeft de systemen van de bank gebruikt om de persoonsgegevens van één van de (bank)klanten te achterhalen naar aanleiding van een privégeschil over een aankoop via internet. Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 5 augustus 2024 of lees hier de volledige beslissing TRB-2024-4995-AD. Wat is het oordeel van de Algemeen directeur Vast staat dat de bankmedewerkster ongeoorloofd de gegevens heeft bekeken van de klant van de bank en het hiermee verkregen e-mailadres heeft gebruikt om haar aan te spreken aangaande een persoonlijk geschil over de aankoop via Marktplaats. Haar handelen is tuchtrechtelijk verwijtbaar en in strijd met wat van een integer en zorgvuldig handelend bankmedewerker mag worden verwacht. Met haar handelen heeft de bankmedewerkster gedragsregel 1 (de bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig) en gedragsregel 4 (de bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden) geschonden. De bankmedewerkster heeft toen ze zich bewust werd dat ze in strijd met de regels had gehandeld, contact opgenomen met de vertrouwenspersoon binnen de bank. Zowel tijdens het onderzoek bij de bank als bij Tuchtrecht Banken heeft de bankmedewerkster aangegeven het kwalijke van haar handelen in te zien en heeft zijn berouw getoond. De Algemeen directeur acht het onvoldoende opportuun een klacht aan de Tuchtcommissie voor te leggen (of op andere wijze een tuchtrechtelijke sanctie te doen opleggen) en seponeert de zaak.
Buiten de bank brengen van documenten (1) Gepost op 14 juli 2026 te 10:38.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak Bankmedewerker heeft documenten van de bank, waar hij inmiddels uit dienst is, gezonden naar zijn privé e-mailadres. Nadat hij in dienst was getreden bij zijn nieuwe werkgever heeft hij enkele documenten van zijn privé e-mail gezonden naar het e-mailadres bij zijn nieuwe werkgever. Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 28 januari 2025, of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-4935-AD. Wat is het oordeel van de Algemeen directeur Uit het onderzoek bij de bank en bij Tuchtrechtrecht Banken is gebleken dat de bankmedewerker diverse documenten aan zichzelf had gezonden. De vertrouwelijke gegevens van de bank betreffen meerdere (PowerPoint) presentaties over bedrijven die al dan niet klant zijn bij de bank, waarin onder meer prognoses, mogelijke strategische kansen voor een bedrijf, andere spelers op de markt en vergelijkingen met andere bedrijven uiteen worden gezet. De informatie is in principe ontleend aan openbare bronnen. De documenten heeft hij op verzoek van een collega teamlid, die voor de bankmedewerker in hiërarchie boven hem stond, doorgezonden. De bankmedewerker meende dat hij het verzoek niet kon weigeren en dat het wel of niet opvolgen van die verzoeken bepalend kon zijn voor zijn carrière. De Algemeen directeur stelt vast dat de bankmedewerker heeft nagelaten vertrouwelijke informatie geheim te houden (gedragsregel 5), hij niet integer en onzorgvuldig (gedragsregel 1) heeft gehandeld en in strijd met de regels van de bank (gedragsregel 4) heeft gehandeld. Dit betekent dat de bankmedewerker de bankierseed heeft geschonden. Gelet op met name de beperkte mate van gevoeligheid van de gegevens, en zijn inzicht in het kwalijke van zijn handelen is de Algemeen directeur van oordeel dat er geen aanleiding meer bestaat voor verder tuchtrechtelijk ingrijpen. De Algemeen directeur seponeert daarom de zaak. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.
Buiten de bank brengen van documenten (2) Gepost op 14 juli 2026 te 10:37.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak Bankmedewerker heeft documenten van de bank, waar hij inmiddels uit dienst is, gezonden naar zijn privé e-mailadres. Vervolgens heeft hij nadat hij in dienst is getreden bij zijn nieuwe werkgever enkele documenten gezonden naar het e-mailadres bij zijn nieuwe werkgever. Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 28 januari 2025, of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-4936-AD. Wat is het oordeel van de Algemeen directeur De bankmedewerker heeft erkend dat hij enkele documenten van de bank vanaf zijn privé e-mailadres naar zijn zakelijk e-mailadres heeft verstuurd. Als reden voor het privé bewaren van deze documenten is dat hij presentaties en analyses maakt, daar trots op is en deze documenten voor zichzelf wilde bewaren ter inspiratie voor een volgende opdracht. De Algemeen directeur stelt vast dat de bankmedewerker heeft nagelaten vertrouwelijke informatie geheim te houden (gedragsregel 5), hij niet integer en niet zorgvuldig (gedragsregel 1) heeft gehandeld en ook in strijd met de regels van de bank (gedragsregel 4) heeft gehandeld. Dit betekent dat hij de bankierseed heeft geschonden. Tijdens het gesprek bij Tuchtrecht Banken heeft de bankmedewerker te kennen gegeven in te zien dat zijn handelen kwalijk is geweest. Verder zegt hij te hebben gereflecteerd op zijn handelen en dit in de toekomst niet nogmaals zal doen. Gelet op het geringe aantal gegevens, met name de beperkte mate van gevoeligheid van deze gegevens en zijn inzicht in het kwalijke van zijn handelen is de Algemeen directeur van oordeel dat er geen aanleiding meer bestaat voor verder tuchtrechtelijk ingrijpen. De Algemeen directeur seponeert daarom de zaak. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.
Buiten de bank brengen van documenten Gepost op 8 juli 2026 te 14:50.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak De bank heeft bij Tuchtrecht Banken een melding ingediend over het buiten de bank brengen van documenten met vertrouwelijke informatie, door een oud-medewerker van de bank. Het betreft een aantal documenten die hij eerst naar zijn privé e-mailadres heeft gestuurd en later naar zijn e-mailadres bij zijn nieuwe werkgever. Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 30 april 2025, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2025-4933-TC. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken De bankmedewerker heeft erkend dat hij de vertrouwelijke informatie buiten de bank heeft gebracht. Hij heeft spijt betuigt en toegelicht waarom hij de e-mails heeft verstuurd. De Tuchtcommissie Banken overweegt dat het buiten de omgeving van de bank brengen van vertrouwelijke informatie door de bankmedewerker als een schending van de bankierseed moet worden opgevat. De bankmedewerker had moeten weten dat hij anders had moeten handelen. De bankmedewerker heeft de gedragsregel 1 (de bankmedewerker werkt integer en zorgvuldig) 4 (de bankmedewerker houdt zich aan de wet en andere regels die voor het werk bij de bank gelden) en 5 (de bankmedewerker houdt vertrouwelijke informatie geheim) geschonden. De Tuchtcommissie Banken besluit geen tuchtrechtelijke maatregel op te leggen, omdat de gedeelde informatie is ontleend aan openbare bronnen, waarmee de gevoeligheid van de buiten de omgeving van de bank gebrachte gegevens relatief beperkt is. Daarnaast, zo overweegt de tuchtcommissie, heeft de bankmedewerker reeds zware financiële consequenties ondervonden van zijn handelen en heeft hij ter zitting naar het oordeel van de tuchtcommissie oprecht spijt en berouw getoond. Ook het tijdsverloop weegt de tuchtcommissie in matigende zin mee. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.
Vertrouwelijke informatie buiten de bank gebracht Gepost op 8 juli 2026 te 14:07.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak Bankmedewerker heeft bij het vertrek bij de vorige werkgevers (vertrouwelijke) informatie vanuit de beveiligde omgeving van de bank verzonden naar haar privé-mailadres. De mate van vertrouwelijkheid van de informatie heeft de Algemeen directeur, niet kunnen vaststellen vanwege het ontbreken van een voldoende toelichting door de bank. Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 9 april 2024 of lees hier de volledige beslissing TRB-2024-4807-AD en TRB-2024-4897-AD. Wat is het oordeel van de Algemeen directeur Door het ongeoorloofd buiten (de beveiligde omgeving van) de bank brengen van werkdocumenten van de bank heeft de bankmedewerker in strijd gehandeld met de regels van de bank. Aldus heeft de bankmedewerker niet integer en onzorgvuldig gehandeld, hetgeen een schending van de gedragsregels van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode oplevert (meer specifiek: gedragsregels 1, 4 en 5).Daarmee zou (in beginsel) grond aanwezig zijn om een klacht aan de Tuchtcommissie Banken voor te leggen. De Algemeen directeur besluit echter dat om meerdere redenen kan worden volstaan met een krachtens minnelijke schikking op te leggen voorwaardelijke geldboete. Hiertoe overweegt hij dat de mate van vertrouwelijkheid van de werkdocumenten die buiten de bank zijn gebracht, onvoldoende is komen vast te staan. Ook niet nadat de Algemeen directeur nadere informatie aan de bank had gevraagd. Echter omdat het buiten (de beveiligde omgeving van) de bank brengen van werkdocumenten geen eenmalige ongelukkige exercitie is geweest, besluit de Algemeen directeur wel een tuchtrechtelijke maatregel op te leggen in de vorm van een voorwaardelijke geldboete van € 500,- opgelegd. De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.
Verkoop IPTV-abonnementen via TikTok Gepost op 8 juli 2026 te 10:50.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak De melding heeft betrekking op een medewerker die (mogelijk illegale, althans onwenselijke) nevenactiviteiten verricht bestaande uit het verkopen IPTV-abonnementen via het sociale media platform TikTok. De bankmedewerker heeft geen toestemming gevraagd en verkregen voor het uitoefenen van de nevenactiviteiten en evenmin zijn de activiteiten in de systemen van de bank geregistreerd. Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 23 oktober 2025, of klik op de link voor volledige beslissing TRB-2025-5057-AD. Wat is het oordeel van de Algemeen directeur Naar het oordeel van de Algemeen directeur staat buiten kijf staat dat bankmedewerker IPTV-abonnementen heeft verkocht. Deze nevenactiviteiten heeft hij niet bij de bank kenbaar gemaakt. De bank heeft aldus de (on)verenigbaarheid daarvan met het werken bij en de belangen van de bank niet kunnen betrekken. Dit klemt des te meer, gezien de (dubieuze) aard van die activiteiten. De Algemeen directeur geeft aan dat het voor hem evident is dat hier (in ieder geval) geen sprake was van een reguliere in- en verkoop van televisieabonnementen en dat de bankmedewerker zich daarvan bewust moet zijn geweest. Als (professionele) bankmedewerker had hij dan ook zonder meer moeten begrijpen dat hij die nevenwerkzaamheden in ieder geval had moeten melden in het daarvoor bestemde register. Het handelen van de bankmedewerker levert een schending op van gedragsregel 1 en 4 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode. De Algemeen directeur besluit geen Klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken en doet op grond van artikel 2.2.5.1 van het Tuchtreglement Bancaire Sector de zaak zelf af. De bankmedewerker heeft in zijn verweer onder andere aangegeven dat a) hij de activiteiten (überhaupt) niet als nevenactiviteiten maar als hobbymatig beschouwde en b) hij achteraf begrijpt dat het onzorgvuldig was om de activiteiten niet te beschouwen als nevenactiviteiten. Hierbij licht hij toe dat hij sporadisch, namelijk viermaal een abonnement voor een gering bedrag heeft doorverkocht. In het gesprek met Tuchtrecht Banken heeft de bankmedewerker meermaals excuses aangeboden voor het niet registreren van de activiteiten en heeft hij berouw getoond. Dit is bij de Algemeen directeur als oprecht overgekomen. De Algemeen directeur heeft de bankmedewerker een schikking aangeboden voor in de vorm van een geldboete van € 200,- waarmee de bankmedewerker heeft ingestemd. De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend. Recente artikelen, vergelijkbare uitspraken of toelichting Artikel 2.2.5.1 van het Tuchtreglement Bancaire Sector geeft aan de Algemeen directeur de mogelijkheid om zelf zaken af te doen. Die mogelijkheid (in het Tuchtreglement bevoegdheid genoemd) heeft de Algemeen directeur alleen als er een grond is om een Klacht voor te leggen aan de Tuchtcommissie Banken. In dat geval kan een minnelijke schikking aan de Beëdigde worden voorgelegd. De bankmedewerker kan deze schikking accepteren of afwijzen. De afwijzing zal leiden tot het alsnog voorleggen van een Klacht aan de Tuchtcommissie Banken. De schikking kan inhouden een boete (maximaal € 25.000) of een verplichte opleiding.
Gelijktijdig bij twee concurrerende banken werken Gepost op 8 juli 2026 te 10:48.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak De bankmedewerker werkt op detacheringsbasis bij een bank (bank 1) met een contract voor 36 uur. Tijdens zijn detacheringsopdracht is hij als ZZP’er gaan werken voor een concurrerende bank (bank 2) met een contract van 40 uur. Bij deze bank had hij ook eerder werkzaamheden verricht. Hij heeft zijn nevenwerkzaamheden niet opgegeven bij zijn opdrachtgevers. Bij bank 1 is gebleken dat de bankmedewerker verslagen van gesprekken met klanten van de bank heeft opgesteld, welke gesprekken niet hebben plaatsgevonden. Verder is gebleken dat de bankmedewerker de bankierseed heeft afgelegd bij bank 2 (voordat hij bij bank 1 ging werken), en bij bank 1 de bankierseed niet heeft afgelegd. Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5077-TC. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken De Tuchtcommissie Banken buigt zich eerst over het formele aspect, namelijk of de (destijds) bij bank 2 afgelegde bankierseed ook ziet op de werkzaamheden bij bank 1. De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerker sinds 10 oktober 2022 werkzaamheden is gaan verrichten voor bank 1 en dat hij bij bank 1 niet (opnieuw) de bankierseed heeft afgelegd. Nu het tuchtrechtelijk verwijt met zijn werkzaamheden voor bank 1 verband houdt, rijst de vraag of het verweten handelen van de bankmedewerker binnen het bereik van de door hem bij bank 2 afgelegde bankierseed valt. De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat op basis van vaste jurisprudentie van de tuchtcommissie en de commissie van beroep het privéhandelen binnen het bereik van het bancaire tuchtrecht kan vallen indien dit handelen voldoende raakvlakken vertoont met (de positie van) de bank. Nu de omschreven handelingen van de bankmedewerker bij een (andere) bank zijn verricht, brengt analogische toepassing van deze jurisprudentie met zich dat het handelen van de bankmedewerker bij bank 1 onder het bereik van de door hem bij bank 2 afgelegde bankierseed valt. Daarbij merkt de tuchtcommissie op dat dit enkel geldt voor zover de gedragingen zich hebben voorgedaan in de periode dat de bankmedewerker ook voor bank 2 werkzaam was. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat het handelen van de bankmedewerker, in de periode dat hij voor beide banken werkzaamheden uitvoerde, in strijd is met de regel 1 (integer en zorgvuldig handelen) en regel 4 (zich houden aan wet- en regelgeving en interne regels) van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode. De Tuchtcommissie Banken stelt vast dat de bankmedewerker in strijd met de waarheid gespreksverslagen heeft opgesteld. De bankmedewerker heeft aldus niet zorgvuldig en niet integer gehandeld. Voor wat betreft het niet opgeven van de (neven)functie bij bank 2 in het daartoe aangewezen systeem bij bank 1 is de tuchtcommissie van oordeel dat dit handelen ook binnen het bereik van de bij bank 2 afgelegde bankierseed valt. Iedere bank in Nederland is immers verplicht om haar bedrijfsvoering zodanig in te richten dat belangenconflicten worden voorkomen en wanneer dat niet kan, afdoende worden beheerst. Het goed- of afkeuren van opgegeven nevenfuncties maakt daarvan onderdeel uit. De door de bankmedewerker overtreden regel bij bank 1 was daarmee niet dermate uniek dat deze buiten het bereik van de bij bank 2 afgelegde eed zou moeten worden beoordeeld. De tuchtcommissie is van oordeel dat sprake is van een ernstige schending van de bankierseed. De bankmedewerker heeft eigenhandig en vanuit (in zijn ogen) efficiëntie overwegingen gespreksverslagen opgemaakt van gesprekken die nimmer hebben plaatsgevonden. Het behoeft geen betoog, aldus de tuchtcommissie, dat dergelijk frauduleus handelen voor een bank verstrekkende gevolgen kan hebben. Daarnaast heeft de bankmedewerker gelijktijdig werkzaamheden voor twee concurrerende banken verricht en heeft hij dit niet gemeld. Naar het oordeel van de tuchtcommissie rechtvaardigt dit een beroepsverbod van aanzienlijke duur. Evenals klager acht de tuchtcommissie, alles afwegende, een beroepsverbod voor de duur van zes maanden passend en geboden. De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.
Frauduleus handelen en niet toetsbaar opgesteld Gepost op 8 juli 2026 te 10:44.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak De bankmedewerker heeft tweemaal geld van (bank)klanten naar zijn eigen rekening overgemaakt, waarvoor hij strafrechtelijk is veroordeeld. Daarnaast heeft hij ten behoeve van het verkrijgen van een zakelijke bankrekening bij de bank het onboardingsproces beïnvloedt. Verder wordt hem verweten dat hij zijn EVR-registratie niet heeft gemeld bij de bank. Ook wordt hem verweten dat hij niet heeft meegewerkt aan de onderzoeken die binnen de tuchtrechtelijk procedure plaatsvinden en zich daarmee niet open en toetsbaar heeft opgesteld. Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie van 1 april 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5039-TC. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken In zijn verweer ontkent de bankmedewerker hetgeen er zou hebben plaatsgevonden. Hij geeft aan dat hij zowel mondeling als schriftelijk informatie heeft verschaft, dat de politierechter hem op onjuiste gronden heeft veroordeeld, dat hij geen gelden naar zijn (zakelijke) rekening heeft overgemaakt en dat hij gevolg geeft aan de door de politierechter opgelegde betalingsregeling. De Tuchtcommissie Banken gaat aan zijn verweer voorbij omdat uit het onderzoek genoegzaam is gebleken dat de gedragingen door de bankmedewerker wel zijn verricht. Het verweer van de bankmedewerker maakt dit niet anders, aldus de tuchtcommissie. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de bankmedewerker zijn EVR direct aan de bank had behoren te melden, zelfs als het juist zou zijn dat de opname in het Externe Verwijzingsregister onterecht was. De Tuchtcommissie Banken stelt verder vast dat de bankmedewerker geen toelichting heeft verstrekt aan de bank en aan de Algemeen directeur. Wel heeft hij, nadat hij werd opgeroepen voor de zitting van de Tuchtcommissie Banken een verweerschrift ingediend. Het verweer heeft de bankmedewerker op de zitting van de Tuchtcommissie Banken herhaald. Door in het geheel geen medewerking te verlenen aan het onderzoek bij de bank en bij Tuchtrecht Banken, is de bankmedewerker naar het oordeel van de tuchtcommissie niet (voldoende) open en eerlijk is over zijn gedrag. Dat de bankmedewerker wel ter zitting is verschenen en daaraan voorafgaand een verweerschrift heeft ingediend maakt dit in de gegeven omstandigheden niet anders, aldus de Tuchtcommissie Banken. De gedragingen van de bankmedewerker worden beoordeeld als een zeer ernstige schending van de regels 1, 4, 6 en 7 van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode. Bij het vaststellen van de maatregel weegt de tuchtcommissie mee dat de bankmedewerker een strafrechtelijke norm heeft overtreden en niet laat blijken het kwalijke van zijn handelen in te zien. Als maatregel wordt een beroepsverbod van 24 maanden (twee jaar) opgelegd. De naam van de bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Dit register is in te zien voor de aangesloten banken. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.
Ongeoorloofd gebruik gemaakt van autorisatiebevoegdheden Gepost op 8 juli 2026 te 10:41.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak Bankmedewerker heeft vele malen rekeninggegevens van klanten van de bank en van collega’s bij de bank bekeken, zonder dat hiertoe een zakelijke aanleiding bestond. Onduidelijkheid over datum waarop de bankierseed is afgelegd. De bank vermeldt twee data waarop de bankierseed zou zijn afgelegd. Lees hieronder de samenvatting van de beslissing van de Algemeen directeur van 29 mei 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5137-AD. Wat is het oordeel van de Algemeen directeur Uit het onderzoek van de Algemeen directeur blijkt dat de bankmedewerker diverse malen en zonder zakelijke aanleiding rekeninggegevens van bankklanten en van collega’s heeft bekeken. De bankmedewerker heeft dit ook toegegeven. Waarmee vaststaat dat de bankmedewerker niet integer en onzorgvuldig heeft gehandeld (gedragsregel 1) en in strijd met de regels van de bank (gedragsregel 4) heeft gehandeld. En dus de bankierseed heeft geschonden. Uit de melding bleek dat de bankierseed twee keer zou zijn afgelegd, namelijk in augustus 2022 en op 19 april 2023. Mede om te kunnen bepalen welke gedragingen voor en na aflegging van de eed hebben plaatsgevonden heeft de Algemeen directeur hierover nadere vragen gesteld aan de bank. De bank heeft geen bewijs kunnen leveren dat de bankierseed in augustus 2022 is afgelegd. Omdat voldoende is aangetoond dat de bankierseed op 19 april 2023 is afgelegd, wordt in de beoordeling van deze datum uitgegaan. Uit het onderzoek blijkt dat de raadplegingen hebben plaatsgevonden in de periode 19 december 2022 tot en met 18 juli 2023, waarvan alleen de raadpleging op 18 juli 2023 na de datum van aflegging van de bankierseed heeft plaatsgevonden. Niettemin betrekt de Algemeen directeur de voor de aflegging van de bankierseed gepleegde raadplegingen in zijn afweging, nu de laatste raadpleging niet op zichzelf stond en sprake is (geweest) van het structureel raadplegen van rekeninggegevens. De Algemeen directeur biedt de bankmedewerker een schikking aan in de vorm van een geldboete van € 250,-. Het schikkingsvoorstel is geaccepteerd. De naam van bankmedewerker is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend.
Buiten de bank brengen van documenten Gepost op 23 juni 2026 te 13:15.Geschreven door olavwagenaar Kern van de uitspraak De bankmedewerkster heeft diverse documenten vanuit de zakelijke omgeving van de bank naar haar privé e-mailadres gezonden, hieronder bevonden zich documenten met klantgegevens. Haar leidinggevende heeft een datalekmelding binnen de bank gedaan. Enige tijd later heeft de bank een melding ingediend bij Tuchtrecht Banken vanwege een mogelijke schending van de bankierseed. De bank heeft de bankmedewerkster opgenomen in het interne verwijzingsregister (IVR). Lees hieronder de samenvatting van de uitspraak van de Tuchtcommissie Banken van 28 januari 2026, of klik op de link voor volledige uitspraak TRB-2026-5018-TC. Wat is het oordeel van de Tuchtcommissie Banken In de tuchtrechtelijke procedure heeft de bankmedewerkerster verklaard in de afronding van haar detacheringsopdracht de documenten te hebben gestuurd naar haar privé e-mailadres. Ze geeft aan dat ze de documenten uitsluitend naar zichzelf heeft gezonden om als persoonlijk naslagwerk te gebruiken, als hulp bij het bewaren van haar schrijfstijl en methodiek. Volgens de bankmedewerkster was er geen sprake van kwade opzet, financieel gewin of het delen van vertrouwelijke informatie met derden. Zij heeft de bestanden, nadat de bank contact met haar opnam, direct op eigen initiatief verwijderd. En zij heeft spijt betuigd en verantwoordelijkheid genomen voor haar handelen. De Tuchtcommissie Banken is van oordeel dat de bankmedewerkster met haar handelen de gedragsregels 1 (integer en zorgvuldig handelen), 4 (zich houden aan wet- en regelgeving en interne regels) en 5 (geheimhouding van vertrouwelijke informatie) van de aan de bankierseed verbonden Gedragscode heeft geschonden. Bij het bepalen van de op te leggen maatregel betrekt Tuchtcommissie Banken dat uit het dossier en het verhandelde ter zitting volgt dat sprake is geweest van een ondoordachte en onzorgvuldige handeling in de afrondende fase van haar opdracht. Dat de documenten niet zijn gedeeld met derden en de informatie is niet gebruikt voor eigen of andermans voordeel. Vanaf het begin volledig heeft zij meegewerkt aan het zowel onderzoek van de bank en als dat van Tuchtrecht Banken, is zij bij alle gesprekken verschenen, heeft zij openheid van zaken gegeven en heeft zij actief meegewerkt aan het beperken van de mogelijke gevolgen van haar handelen. De door haar geuite spijtbetuigingen komen op de tuchtcommissie oprecht over, ook heeft zij blijk gegeven van inzicht in het laakbare karakter van haar handelen. De Tuchtcommissie Banken geeft aan dat de overtredingen ernstig van aard zijn en een tuchtrechtelijke maatregel rechtvaardigen. In samenhang bezien met de hiervoor genoemde verzachtende omstandigheden, acht de tuchtcommissie de maatregel berisping passend en geboden. De naam van bankmedewerkster is opgenomen in het register van Tuchtrecht Banken. Alleen de aangesloten banken kunnen het register raadplegen. Let op: Deze samenvatting is een vereenvoudigde weergave van een officiële uitspraak of beslissing. De tekst is bedoeld om de belangrijkste punten begrijpelijk uit te leggen. Er kunnen geen rechten aan deze samenvatting worden ontleend. Alleen de officiële uitspraak is volledig en juridisch bindend. Recente artikelen en vergelijkbare uitspraken De Tuchtcommissie Banken kan verschillende maatregelen opleggen zoals een educatieve maatregel, een boete of een beroepsverbod. Maar ook een berisping. De berisping wordt als maatregel niet veelvuldig opgelegd. Uit het uitsprakenoverzicht van Tuchtrecht Banken blijkt dat de Commissie van Beroep Banken voor het laatst in 2023 een berisping aan drie bankmedewerkers oplegde.