Beroepsverboden wegens belangenverstrengeling

Press release
7 February 2020

Uitspraak Tuchtcommissie

BEROEPSVERBODEN WEGENS BELANGENVERSTRENGELING

De Tuchtcommissie Banken heeft twee bankmedewerkers een tijdelijk beroepsverbod opgelegd wegens belangenverstrengeling. Bij de inkoop van producten voor de bank werd het bedrijf van hun echtgenotes ingeschakeld terwijl de bank dat niet wist. Daarmee overtraden de medewerkers de Bankierseed.

Een van de medewerkers, die verantwoordelijk was voor de inkoop van merchandise, mag 18 maanden niet in de bancaire sector werken. De Tuchtcommissie verwijt hem “persoonlijke verrijking, al dan niet ten koste van de bank”. Hij had onder meer moeten melden dat hij bij een tussenpersoon producten voor de bank bestelde waarvoor het bedrijf van zijn vrouw ‘bemiddelingskosten’ in rekening bracht. De medewerker had verder moeten melden dat hij giften ontving.

Zijn collega krijgt een beroepsverbod van 6 maanden. Hij verzuimde te melden dat het bedrijf van zijn echtgenote werd ingeschakeld bij de aankoop van producten voor de bank. Een deel van de aankoopkosten die de bank moest betalen, kwam bij het bedrijf van zijn echtgenote terecht.

De beëdigde in deze zaak heeft inmiddels beroep aangetekend tegen de uitspraak.

De Tuchtcommissie komt tot zwaardere maatregelen dan de aanklager van de Stichting Tuchtcommissie Banken vroeg (12 respectievelijk 3 maanden). Zij constateert daarbij dat geen van beide medewerkers het afkeurenswaardige van het handelen lijkt in te zien.

Rekeninggegevens
In een andere zaak, over vertrouwelijke informatie, heeft de Tuchtcommissie een beroepsverbod van 1 maand opgelegd. Een medewerker raadpleegde de rekeninggegevens van zijn overleden oom en deelde deze informatie vervolgens met zijn neef, die daarom had gevraagd. De aanklager wilde een beroepsverbod van 3 maanden, maar de Tuchtcommissie houdt er rekening mee dat de medewerker spijt heeft betuigd.

Ongegrond
De Tuchtcommissie heeft een klacht tegen een medewerker die niet reageerde op een e-mail van een klant ongegrond verklaard. Uitgangspunt is dat medewerkers moeten reageren op correspondentie, maar daarop zijn wel uitzonderingen mogelijk. In dit geval was de klant al lange tijd in discussie met de bank en is geprobeerd om een geschil op te lossen, ook bij de rechter. Volgens de Tuchtcommissie zou een korte reactie klantvriendelijk zijn geweest, maar overtrad de medewerker in deze specifieke omstandigheden niet de Bankierseed.

Download het volledige persbericht hier.